Poëzie

Marjolijn van Heemstra (1981), debutante in de dichtkunst, heeft haar pr prima voor elkaar: astronaut André Kuipers die een gedicht van haar meeneemt de ruimte in, bekende Nederlanders die gedichten van haar voordragen op YouTube, kom er maar om. Toch is dit geen dichteres van uiterlijk vertoon, integendeel. Haar bundel Als Mozes had doorgevraagd straalt iets warm-menselijks, iets empathisch uit, eigenschappen die je in de jongste poëzie niet vaak aantreft.

In het gedicht ‘Nazomervrienden’ lees ik: er was veel onverbreekbaar. Veel te omhelzen. / Bijvoorbeeld en vooral elkaar. Dat gevoel doorstroomt veel van haar gedichten; alles lijkt haar even dierbaar: het schoolklasje dat als één geheel op het schoolplein loopt te gillen, het gezelschap dat een cruiseschip uitzwaait, oudjes die elkaar in een bejaardentehuis doof toeschreeuwen.

Maar ook in de gedichten over een scheiding hoor je haar hartstocht voor mensen, in de vorm van ingehouden woede en frustratie dat het niet wederzijds is: De laatste keer dat ik je sprak had ik dit alles niet verdiend en was het voor jou ook zwaar geweest zolang te moeten liegen. En natuurlijk hield je van me maar meer in het algemeen, zoals een mens van mensen houdt.

Het verlangen naar liefde in deze bundel is al met al groot, iets wat ook tot uiting komt in haar gulle stijl en beelden.

In het titelgedicht verwijt Van Heemstra – van huis uit godsdienstwetenschapper – Mozes en met hem de hele Bijbel, te veel boek en te weinig emotie te zijn:

Als niet Mozes, maar ik bij Horeb had gestaan ging het zo

Ik: Wie ben je?

Jij: Ik ben die ik ben.

Ik: Ik ook.

Jij: Ja, jij ook.

Dan had ik je aangeraakt en jij mij.

Was de Bijbel geen boek, maar een omhelzing.

Toch bespeur ik ook iets egocentrisch in deze poëzie. In het gedicht voor André Kuipers vraagt ‘ze’: wil je zeggen dat ik er ben?; in ‘Na het feest’ meldt ze haar partner die geen nieuwe huid of schil wil maar slechts een taxi: Zo bekeken, licht en andersom, vergeef ik hem / dat hij het niet begrepen heeft. Een lichte messiaswaan geeft de gedichten ongewild hun broodnodige menselijke zwakte. Want alleen maar goed, dat houdt geen sterveling vol.

Marjolijn van Heemstra

Als Mozes had doorgevraagd

Thomas Rap

64 p., € 15,-