Het is bijna niet nodig om nóg eens uit te leggen wat de chicken game is: het tijdverdrijf van Amerikaanse jongens uit de jaren vijftig die elkaar in de vette auto’s van hun vader op een te smalle weg tegemoet snellen en op elkaar dreigen te botsen. De eerste die zenuwachtig wordt en zijn auto naar de berm stuurt, is de verliezer, want hij was laf.

Dat spel heeft in vele verkeersongevallen en verlies van jonge levens geresulteerd, ondanks het rationele imperatief dat beide bestuurders afzonderlijk het fatale gevolg van hun stoerheid inzien en er belang bij hebben om net op tijd in te binden.

Voor de rauwe internationale politiek is les 1: dreig, maar ga niet te ver, en les 2: laat je vijand zien dat jij niet anders kunt dan doorrijden, en de beslissing om in te binden van hem moet komen.

Frontaal naar Pyongyang

Dat ‘stoerheid’ een waarde is in de internationale politiek die loont, mag een masculiene aanname zijn die ons met onnodige crises opscheept (zoals de Cuba-crisis in 1962), maar het valt niet te ontkennen dat de spelmetafoor in de praktijk bruikbaar is en nogal eens door onderhandelaars wordt toegepast om tegenstanders op de knieën te dwingen.

Achter de spanning en de crisis gaat vaak een wereld schuil van diplomatiek geschaak dat eenvoudige burgers niet kunnen waarnemen.

Toch spannend en onvoorspelbaar, want de spelers kunnen hun rede onderweg verliezen en fouten maken. Maar tegelijk heeft het spelverloop ook iets onvermijdelijks en voorspelbaars. Iedereen begreep dat Noord-Korea en de VS de nadering van een nucleaire crash zolang mogelijk ‘speelden’ maar daar geen belang bij hadden. Toen de climax nabij was durfde zelfs Kim het niet aan om een raket op Hawaii af te schieten – laat staan Californië – zoals hij gezworen had, en durfde zelfs Trump het niet aan om frontaal op Pyongyang in te rijden (zoals zijn veiligheidsadviseur Bolton wel wilde).

Het spel wordt ook niet helemaal gespeeld zoals we het zien of geacht worden het te beleven. Achter de spanning en de crisis gaat vaak een wereld van diplomatie schuil die eenvoudige burgers niet kunnen waarnemen. Via backchannels tasten partijen elkaars bewegingsruimte af en wordt valse informatie of een proefballon verspreid om te kijken hoe de ander reageert. Ook gebruiken de partijen bluf en angst om de ander via de pers en de bevolking onder druk te zetten en schakelen ze zogenaamde second track diplomacy in om de bereidheid van de ander te peilen. Ze maken gebruik van neutrale ‘vrienden’ om te bemiddelen of activeren desnoods hotlines tussen regeringscentra of militaire bevelhebbers om het ergste te voorkomen en mogelijke vergissingen of onbedoelde effecten te herstellen.

Vol de berm in

Neem nu de Brexit. ‘No deal is better than a bad deal,’ blijft Theresa May zeggen. Heel ferm, maar ze denkt dat wij geloven dat ze niet opziet tegen een crash. Ze vergist zich pijnlijk. Het Britse autootje is een fragiel karretje, model Morris Minor 1960. Het hobbelt met flinke snelheid af op de Europese SUV, die eigenlijk een muur is, maar de botsing in ieder geval overleeft.

Speltechnisch heeft Brussel niet zoveel te verliezen bij een crash, de rest van de EU heeft met de euro- en de migratiekwestie existentiëlere zaken aan het hoofd dan het economische verlies van Londen.

May is al zover gegaan het Morrisje af te remmen en een zachte-Brexit voor te stellen. EU-onderhandelaar Barnier kan rustig afwachten hoe de idioten van de leavers en de kanslozen der remainers (die van een tweede referendum dromen) op de achterbank rollebollen en haar autootje onbestuurbaar maken. May wil nog steeds van twee walletjes eten: een douane-unie voor goederen en een soort vrijstelling voor dienstverlening (the City) op het continent, maar geen vrijpersonenverkeer.

Er zijn nog wel duizend problemen, maar alleen al hierom zal ze voor 29 maart 2019 (de datum van Brexit) nog een keer door de bocht moeten. En als het diplomatieke gescharrel achter de schermen werkt, zal vlak voor die datum de crash vermeden worden.