Vijftig jaar na haar zelfmoord draait de Sylvia Plath-industrie op volle toeren. Schuilt er nog poëzie in de mythe?

‘Je staart me van mijn tafel aan, Zelfmoord./Je kracht kwam als een vloed tegen het eind/van doodsangst en van toorn,/ Sylvia Plath ben je ooit eens geboren,/ daarna werd je Mevrouw Hughes en bracht voort,/bleef tot gekwordens overeind//totdat alleen de oven je nog schikte.’

Regels van John Berryman, de Amerikaanse dichter die Plath goed kende, als generatiegenoot en zielsverwant. Hij vond het vast heel erg dat de dichteres zelfmoord had gepleegd en heeft het in zijn gedicht ook nog over snikkende weesjes, maar je hebt toch ook het gevoel dat hij er begrip voor had en er zelfs wel wat in zag. ‘Nog een zelfmoord erbij / om in de stapel te verdwijnen’ schrijft hij verderop in het gedicht; hijzelf zou negen jaar later volgen.

Ongelukkige dichters zijn misschien wel een teken aan de wand dat de maatschappij op scherp staat. De zelfmoord van Sylvia Plath,...