Jeugdtrauma is een groot woord, maar vooruit, ik was zestien en vond het extreem onrechtvaardig toen mijn ouders besloten om de gezellig-chaotische etno-cocktail van Amsterdam-Oost te verruilen voor Diemen-Zuid, en ik met hen mee moest, als de laatste thuiswoner van hun vijf kinderen. Diemen-Zuid… Wat had een zestienjarige daar in vredesnaam te zoeken? Het zou nog jaren duren voor ik erachter kwam dat ik die uithoek handig in een pick-up line kon verwerken, zoals Lange Frans en Baas B aantoonden (‘Jij moet mee naar Diemen-Zuid / want je ziet er lekker uit’), maar toen was ik er allang weer vertrokken.

Tot dan toe moest ik er zien te overleven. Ik werd zeventien, achttien, en toen ik net negentien was, mocht ik voor het eerst mijn democratisch stemrecht doen gelden. Maart 1998: gemeenteraadsverkiezingen. Geestdriftig zette ik me aan het lezen van de Amsterdamse verkiezingsprogramma’s van in elk geval GroenLinks, SP en PvdA, want dat het iets links moest worden was me wel duidelijk. Ik keek naar debatten en interviews op lokale tv-zender AT5 – kortom, voortreffelijk voorbereid marcheerde ik op een goede dag het stemlokaal binnen, kreeg een biljet uitgereikt, trok me terug in het stemhokje, nam het rode potlood ter hand, vouwde het biljet open en…

De lijst van de partij waarop mijn keuze was gevallen, werd niet aangevoerd door de lijsttrekker die ik op tv en in de verkiezingsfolder had gezien. Ook de andere namen zeiden me helemaal niets.

Langzaam drong het besef door dat ik een afgrijselijke vergissing had begaan. Al die tijd had ik in de veronderstelling verkeerd dat Diemen een stadsdeel van Amsterdam was, net zoals de naburige Bijlmermeer een flink eind van het centrum verwijderd, oké, maar toch: Amsterdam. Hier in het stemhokje, op dit veel te late moment om nog in te grijpen, bleek het een zelfstandige gemeente te zijn. Ik kleurde nog wel een vakje rood (roder nog dan mijn hoofd verkleurd moest zijn van gloeiende schaamte), maar dat was meer alsof ik een contract met mezelf tekende: zo snel mogelijk weg uit dit oord, terug onder het viaduct door van de ringweg die de gemeente Diemen scheidde van de gemeente Amsterdam.

In 1998 viel mijn keuze op de PvdA, en dat was meteen de laatste keer dat ik de euforie mocht proeven die opvlamt wanneer ‘jouw’ partij de grootste wordt.

Nog datzelfde jaar kreeg ik de kans me te revancheren voor wat ik als een ‘verloren stem’ beschouwde. In mei vonden Tweede Kamerverkiezingen plaats. Mijn keuze viel toen op de PvdA, en dat was meteen de laatste keer dat ik de euforie mocht proeven die opvlamt wanneer ‘jouw’ partij de grootste wordt.

Bij voorbaat een compromis

In de twintig jaar nadien werd stemmen, in elk geval voor de landelijke politiek, een intens teleurstellende bezigheid. Links had het zwaar, en zelfs als een linkse partij tot het kabinet wist door te dringen, drukten die verdraaide VVD en dat verdomde CDA altijd weer hun neoliberale stempel op de regeerakkoorden. En dan die eeuwig teleurstellende compromissen! Terwijl stemmen al bij voorbaat een compromis is. Want zelfs de partij van mijn keuze biedt nooit een programma dat ik op alle punten onderschrijf. Mijn stem gaat nooit naar de beste partij, maar altijd naar de minst slechte.

Mijn stem gaat nooit naar de beste partij, maar altijd naar de minst slechte.

Niet iedereen schijnt daar last van te hebben. Vooral de laatste jaren – misschien komt het mede door sociale media, door de luidruchtigheid van politieke opvattingen – heb ik de indruk dat veel mensen zich zonder morren neerleggen bij de beperkingen van een ideeënpakket. Wie links is, zal nooit pleiten voor het dichtgooien van de grenzen voor vluchtelingen. Wie rechts is, zal nooit zeggen dat de belasting een procentje omhoog kan voor broodnodige reparaties aan de verzorgingsstaat.

Goed, soms duiken er vreemde crossover-gevallen op. Dan blijken de SP en de PVV elkaar ineens te vinden in hun afkeer van de EU. Maar over het algemeen is de taakverdeling helder en hoef je voor een vrijwillig levenseinde niet bij de SGP aan te kloppen en geeft D66 niet thuis wanneer je intelligent design in het onderwijs evenveel aandacht wil geven als de evolutieleer.

Prettig toch, die helderheid? Misschien, maar het heeft ook iets benauwends, dat pakketdenken. Het stoort mij bijvoorbeeld dat de zorg om klimaatverandering over het algemeen als typisch links wordt gezien, terwijl het onderwerp iedereen aangaat. Het stoort me dat integratie een thema is waar rechts goed op scoort, terwijl het juist een zorg van links zou moeten zijn om migranten coûte que coûte snel en goed te laten integreren. Het stoort me dat de arbeider eigendom van de SP lijkt te zijn, terwijl er vrijwel geen VVD-industrieel te vinden is die het zonder arbeiders kan stellen. Het stoort me dat islamkritiek volledig gekaapt lijkt te zijn door rechts, terwijl die kritiek zou kunnen leiden tot emancipatie van vrouwen en acceptatie van homoseksuelen – een typisch links streven.

Het heeft iets benauwends, dat pakketdenken. Het stoort mij bijvoorbeeld dat de zorg om klimaatverandering als typisch links wordt gezien, terwijl het onderwerp iedereen aangaat.

Dat starre pakketdenken draagt bovendien voor een belangrijk deel bij, vermoed ik, aan moeizame kabinetsformaties en laffe compromissen.

Het gevoel dat je stem een verloren stem is, zelfs als ‘jouw’ partij wint… de eeuwige compromissen, en daardoor het gebrek aan grootse veranderingen… Er zijn wel degelijk oplossingen te bedenken voor deze problemen. Onze democratie valt op allerlei vlakken te verbeteren.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar vroeg de Volkskrant een grote groep wetenschappers naar voorstellen om de democratie naar een hoger plan te tillen. Er stonden nauwelijks revolutionaire ideeën tussen. Veel van de voorstellen hadden betrekking op het verbeteren van onderwijs over politiek en het democratische proces. Of er werden kleine, vaak technologische wijzigingen in het stemproces voorgesteld, zoals het idee van een Super-Stemwijzer die de consequenties van bepaalde keuzes in het stemhokje uittekent. Ook David van Reybroucks voorstel om voortaan een deel van de verkiezingen door loting te vervangen kwam voorbij.

Een hele reeks studies heeft laten zien dat kiezers buitengewoon slecht geïnformeerd zijn, en daardoor niet zelden tegen hun eigen belang stemmen.

Weinig enerverends of verheffends. Nieuwe pijnstillers, geen fundamentele geneesmiddelen. Alleen de Amerikaanse politiek filosoof Jason Brennan kwam met een idee waar ik wel wat in zag: een ‘epistocratie’. Hij schrijft erover in zijn boek Against Democracy. Het probleem met het huidige stemproces is volgens hem dat één individuele stem slechts heel weinig gewicht in de schaal legt. Daardoor zijn kiezers nauwelijks gemotiveerd om zich goed voor te bereiden op verkiezingen. Een hele reeks studies heeft laten zien dat kiezers inderdaad buitengewoon slecht geïnformeerd zijn, en daardoor niet zelden tegen hun eigen belang stemmen. Brennan bepleit meer gewicht voor de stem van beter geïnformeerde kiezers.

Een kennistest

Hoe dat concreet vorm zou kunnen krijgen, kwam naar voren in een onderzoek dat Vrij Nederland, eveneens begin vorig jaar, liet uitvoeren door I&O Research onder Nederlandse jongeren. Die bleken weinig vertrouwen te hebben in de kiezer: maar liefst 41 procent van de jongeren vindt het een goed idee om kiezers te toetsen op hun maatschappelijke of politieke kennis.

Is de kennis voldoende, dan kan de kiezer op een beleidsmaatregel stemmen binnen het aangesneden onderwerp.

Lees ookVorig jaar maakten we zo'n stemtoets, maak hem hier.1 februari 2017

Een kennistest, dus, voor je mag stemmen. Klinkt revolutionair? Ik zou nog veel verder willen gaan en – als het aan mij lag – ons kiesstelsel drastisch willen omvormen tot een ideeëndemocratie, waarbinnen je niet meer op politieke partijen stemt maar op losse standpunten. Kort en goed: de kiezer krijgt een reeks onderwerpen voorgelegd. Per onderwerp worden vervolgens enkele algemene kennisvragen gesteld om te bepalen of de kiezer over minimale kennis beschikt ten aanzien van dat onderwerp. Is dit niet zo, of is de kiezer in kwestie niet in het onderwerp geïnteresseerd, dan wordt er doorgeschakeld naar het volgende onderwerp. Is de kennis voldoende, dan kan de kiezer op een van verschillende beleidsmaatregelen stemmen binnen het aangesneden onderwerp.

Kiezer Henk

Een voorbeeld. Op basis van een kennisvraag blijkt Kiezer Henk te denken dat in 2050 meer dan de helft van alle Nederlanders moslim is. Dat heeft Kiezer Henk op Twitter gelezen. Onderzoeksgegevens wijzen echter uit dat het aantal moslims bij een ‘gemiddelde migratie’ in 2050 op ongeveer 2,2 miljoen uitkomt – iets meer dan tien procent van de geschatte totale bevolking in 2050. Die gegevens had Kiezer Henk kunnen lezen in de folder Voorbereiding Verkiezingen die gratis aan alle stemgerechtigde Nederlanders verstrekt is, zowel op papier als digitaal. Maar Kiezer Henk heeft niet de moeite genomen deze gegevens tot zich te nemen. Het is jammer voor Kiezer Henk, maar niemand is erbij gebaat als hij op basis van volstrekt foutieve informatie een bijdrage levert – hoe miniem ook – aan besluitvorming rond dit onderwerp, besluitvorming die kan lopen van ‘laat die islam maar lekker z’n gang gaan’ tot ‘roep de islamisering een halt toe’.

Is dit oneerlijk tegenover Kiezer Henk? Probeert een linkse grachtengordelelite zijn vrije meningsuiting aan banden te leggen? Nee. Als Kiezer Henk een fake news-bericht op Twitter kan lezen, dan kan hij ook een, in eenvoudige taal opgestelde, folder van de overheid lezen. En dan had hij bij dat onderwerp ‘Nederland en islam’ alsnóg kunnen stemmen voor de optie ‘roep de islamisering een halt toe’ – want misschien vindt Kiezer Henk tien procent ook al teveel.

Per onderwerp is er telkens één idee dat de meeste stemmen behaalt. Dat idee wordt dan ook ten uitvoer gebracht – zonder compromissen!

Kiezer Henk had daar goed aan gedaan, want hier komt het mooie van het ideeënsysteem: per onderwerp is er telkens één idee dat de meeste stemmen behaalt. Dat idee wordt dan ook ten uitvoer gebracht – zonder compromissen! Het zou dus zomaar kunnen dat Kiezer Henk zijn opvattingen in de praktijk gebracht had kunnen zien worden – als hij zich maar gedegen had voorbereid, en als er genoeg mensen voor hetzelfde idee als hij hadden gekozen.

Betere beslissingen

In het kort nog eens de voordelen van deze methode:

– meer kennis leidt tot betere beslissingen, dat wisten we al.

– het stemproces wordt minder frustrerend, want er is altijd wel een onderwerp waarbinnen jouw keuze de meeste stemmen krijgt, en die keuze wordt vervolgens zonder compromis omgezet in beleid.

– hierdoor ontstaat een grotere betrokkenheid van de burger bij de politiek.

– omdat onderwerpen niet ideologisch aan elkaar gekoppeld zijn, raak je af van het benauwende pakketdenken dat geen recht doet aan de individuele complexiteit van kiezers én van politieke vraagstukken.

– als je ergens geen verstand van hebt of geen belang bij hebt, nou, dan laat je je stemformulier op dat punt blanco. Je hoeft namelijk niet overal verstand van te hebben. Want dat is pas écht een elitaire, wereldvreemde visie op de mens: dat kiezers het totaalpakket van een politieke partij volledig moeten bevatten.

Allemaal gemakzucht

Bij elk voorstel ter verbetering van de democratie is de eerste reactie al snel: de directe afwijzing. Waarom een systeem verbeteren dat prima werkt? Vaak wordt Churchill er dan maar weer eens bijgesleept, die eeuwige Godwin van politieke discussies, van jeweetwel-dat-democratie-de-ergste-regeringsvorm-denkbaar-is-op-alle-andere-na-blablabla-enzovoort – maar dat is allemaal gemakzucht.

Inderdaad, democratie heeft ons veel goeds gebracht: vrijheid, welvaart en gezondheid – maar waarom zou je het daarbij laten?

Inderdaad, democratie heeft ons veel goeds gebracht: vrijheid, welvaart en gezondheid – maar waarom zou je het daarbij laten? Alsof er geen verbetering mogelijk is! Alsof er sinds de Oude Grieken die de democratie bedachten geen talloze technologische, filosofische, wetenschappelijke en politieke revoluties hebben plaatsgehad!

We zijn mensen: we rusten niet voordat we tegen elke terminale ziekte een medicijn hebben gevonden. Waarom stoppen bij de griepprik? We houden niet op voordat we elk stukje complexe techniek honderdduizend keer complexer hebben gemaakt. Ja, een computer is een mooi apparaat, maar zou het niet mooi zijn als je dat apparaat wat makkelijker mee kon nemen? Ja, een laptop werkt fijn, maar zou het niet mooi zijn als je hem op internet kon aansluiten? Ja, zo’n ethernetkabel is een geweldige vondst, maar zou draadloos internet niet tot de mogelijkheden behoren of is dat sciencefiction? Ja, wifi is geweldig, maar zou het niet mooi zijn als – enzovoort.

En te midden van al die moderniteit zouden we stoïcijns blijven werken met een politiek systeem dat al vele decennia lang geen fundamentele ontwikkelingen heeft doorgemaakt?

Lees ookVernieuw de democratie! En snel!17 januari 2017
Je zwakzinnige broertje

Naar aanleiding van het eerder aangehaalde stuk in Vrij Nederland waarin jongeren in groten getale aangaven voor een kennistoets te zijn, werd ook een voorbeeld van zo’n kennistoets ontwikkeld, onder meer in samenwerking met een aantal publicisten en denkers.

Iemand die daaraan niet wilde meewerken was Sheila Sitalsing, en zij gaf daartoe de volgende motivering: ‘Essentie van de democratie is mijns inziens dat ook je zwakzinnige broertje het volste recht heeft gehoord te worden en dat we de grootse lul op pootjes het parlement in mogen stemmen. Vroeger mochten vrouwen niet stemmen omdat men dacht dat ze daar te dom voor waren. Tegenwoordig moeten migranten examen doen omdat ze mogelijk niet verlicht genoeg zijn voor deze topmaatschappij die aan superioriteitswanen lijdt. Ik vind het allemaal even fascistisch.’

Waarom zou het een goede zaak zijn dat je de grootste lul op pootjes het parlement in mag stemmen?

Fascistisch – dat is een term die nogal snel klinkt zodra iemand ook maar enigszins voorwaarden durft te stellen aan het stemrecht. Maar waarom zou het een goede zaak zijn dat je de grootste lul op pootjes het parlement in mag stemmen? Wie krijgt daar een beter leven van? En waarom zou Sitalsings zwakzinnige broertje, dat in het stemhokje misschien volledig willekeurig een hokje rood maakt, evenveel gewicht in de schaal mogen leggen als iemand die alle partijprogramma’s heeft doorgespit? Wat is daar in godsnaam de logica van? Is het werkelijk in het belang van het broertje dat hij een onberedeneerde keuze maakt die misschien wel in zijn nadeel uitpakt, of kan hij beter geholpen worden door zich te informeren, waarna hij – zwakzinnig of niet – wél een beredeneerde keuze maakt?

Kans op een beloning

Maar het vreemdst is wel het emancipatieargument dat Sitalsing aanvoert. Een kennistoets gaat niet over dom of slim, maar over een minimum aan basale kennis over een onderwerp dat heel het land aangaat. Iedereen, man of vrouw of genderneutraal, auto- of allochtoon, universitair opgeleid of nooit verder gekomen dan de basisschool – iedereen kan die hoogst eenvoudige kennis verwerven.

En ik hoor de bezwaren al: jij hebt makkelijk praten met je universitaire graad, elitaire zak!

O ja?

Iedere zwakzinnige, ook dat denkbeeldige broertje van Sitalsing, kan een iPhone bedienen. Sterker nog, je hoeft maar een blik op Facebook of Twitter te werpen om te constateren dat zelfs dergelijke vernuftige systemen zwakzinnigen niet afschrikken. Mogen we dan echt niet van mensen verwachten dat ze een eenvoudig foldertje (of gebruiksvriendelijke app) doornemen om zich voor te bereiden op zoiets belangrijks als verkiezingen?

De kans is groot dat één of meer van jouw stemkeuzes ten uitvoer worden gebracht, en dat dan ook nog eens zonder compromissen.

Nu zitten er in iPhones en in sociale-mediatoepassingen allerlei beloningssystemen verwerkt die het gebruik ervan aantrekkelijk en belonend maken, maar hoe doe je dat bij verkiezingen? In het geval van een ideeëndemocratie is er in ieder geval meer kans op een beloning dan bij ons huidige stemsysteem: de kans is namelijk zeer groot dat één of meer van jouw stemkeuzes ten uitvoer worden gebracht, en dat dan ook nog eens zonder dat er compromissen over worden gesloten. Alsof je een straatje hebt gekocht in de loterij en tenminste twee of drie van de tien lotnummers kunt verzilveren. Dat is heel wat meer dan je nu kunt zeggen na verkiezingen; velen blijven nu met volledig lege handen gedesillusioneerd achter. Waar doe je het eigenlijk voor, dat stemmen?

Sabotage van binnenin

Er is een vraag waarmee de scepticus het enthousiasme voor welk idee dan ook de grond in kan boren: hoe moet dat spul er in de praktijk uitzien? Wie bepaalt de inhoud van de verkiezingen? Heb je in zo’n ideeëndemocratie nog wel politieke partijen? Wie schrijft die voorlichtingsfolder Voorbereiding Verkiezingen en hoe zorg je ervoor dat die op neutrale wijze een breed spectrum aan opvattingen representeert? Hoe zorg je ervoor dat de waslijst aan stemkeuzes niet eindeloos wordt en daarmee onbetaalbaar? Wie gaat de verkozen ideeën ten uitvoer brengen – wat zijn dat voor mensen? Heeft een land dat een ideeëndemocratie is nog wel een regering en een staatshoofd?

Dat zijn vraagstukken die serieuze overweging verdienen, al is de praktijk van een idee nooit geheel te voorspellen, hoe concreet je dat idee van tevoren ook uitwerkt. Onze huidige vorm van democratie heeft in bijvoorbeeld Irak tot nog toe nog weinig fraais opgeleverd, terwijl het in principe zo’n vreedzaam systeem lijkt. De seculiere staat zoals Atatürk die in Turkije neerzette, heeft de afgelopen jaren flinke klappen gekregen door de islamitische waanzin van Erdogan: het systeem heeft zichzelf niet tegen sabotage van binnenuit kunnen beschermen – misschien wel omdat ook in Turkije geen kennis-eis gesteld wordt om te mogen stemmen.

Een warme, vriendelijke uitnodiging

Maar stel nu eens… dat er ergens een revolutie uitbreekt… een dictator wordt onthoofd… zou het dan niet mooi zijn als er voor het oude regime een ideeëndemocratie in de plaats kwam? Dat zo’n land een proeftuin wordt voor een nieuw systeem? En als dat systeem blijkt te werken, dat het zich dan als een politiek virus verspreidt? Dat andere naties dan aangestoken worden en voorzichtig zullen proberen elementen of zelfs het gehele systeem over te nemen?

Het belangrijkste is dat we ons niet meer klem laten zetten tussen enerzijds ‘het volk is te weinig betrokken bij de politiek’ en anderzijds ‘het stellen van eisen is fascistisch’. Het toetsen van kennis werpt een barrière op, ja, maar het is geen kille uitsluitingsmaatregel. Het is een uitnodiging, een warme, vriendelijke uitnodiging aan iedereen, hoog- of laagopgeleid, man of vrouw, blank of zwart of woestijnbeige – om nét iets betrokkener mee te doen aan het spel dat we met z’n allen spelen: de inrichting van Nederland.