Voor de machtige lezeressen van Libelle gaven kieswijzer, partijprogramma noch ideologie de doorslag.

Het vrouwenweekblad Libelle besteedde de afgelopen maand vele pagina’s aan de Kamerverkiezingen. Het tijdschrift bood ‘tips voor de zwevende kiezer’, stevige informatie over ‘de hoofdpijndossiers’, portretten van doorsneegezinnen (‘Eerlijk gezegd zouden wij financieel nog best een stapje terug kunnen doen’), en huiselijke interviews met de lijsttrekkers van de belangrijkste partijen (‘Als ik hem op televisie zie, dan denk ik: wauw, dat is mijn Emile’). Blijkbaar beseffen deze politici heel goed wat de spraakmakende gemeente in medialand doorgaans te weinig beseft: dat het nergens voor nodig is om nuffig te doen over een titel die naar eigen zeggen wekelijks 2,7 miljoen Nederlanders bereikt.

In de wildgroei aan peilingen sneeuwde het bericht onder, maar ook Libelle hield onder de doelgroep diverse malen verkiezingspolls (samen met Maurice de Hond). Jan Peter Balkenende kwam bij de lezeressen slechts op de derde plaats als favoriet voor het premierschap, Mark Rutte op de tweede, en Job Cohen werd met dertig procent van de stemmen nummer één. En dat terwijl juist de VVD onder de geënquêteerden het hoogste scoorde.

Nog pikanter was een andere uitkomst. Liefst 54 procent van de lezeressen antwoordde bevestigend op de stelling: ‘Ik denk dat je het beste kunt stemmen met je gevoel’. Niet de kieswijzer, noch een partijprogramma, laat staan enige ideologie is voor hen doorslaggevend, maar ‘je gevoel’. Fraaiere illustratie van de zwevende tijdgeest zal vermoedelijk niet licht te vinden zijn.
Zouden de Libelle-lezeressen zich geholpen hebben gevoeld door het laatste grote televisiedebat?

– Zouden de lezeressen geholpen zijn door het debat?

Het had in elk geval dat nobele doel. Het treffen in de hal van het Haagse Kamergebouw, hoorden wij het presentatieduo zeggen, moest de aarzelende kiezer tot een ferme beslissing in het stemhokje leiden. Naar verluidt zouden dinsdagavond nog zo’n twintig à dertig zetels door het universum zweven – vandaar. Helaas, het debat verliep zo slepend, want zo verkrampt (alsof de deelnemers allemaal een bezemsteel hadden ingeslikt) dat de aandacht na een tijdje oneerbiedig begon af te dwalen. Naar de kleding van de acht lijsttrekkers bijvoorbeeld. Daar was, neem ik aan, over nagedacht – zo niet door henzelf, dan toch door hun campagneteams.

Uiteraard waren de zeven mannen collectief gehuld in gezag uitstralend donker pak. De variatie zat hem louter in de kleur van de stropdas. Die van Alexander Pechtold was paars – een boodschap die me niet heel moeilijk te verstaan leek. Jan Peter Balkenende, Geert Wilders, Mark Rutte en André Rouvoet hadden gekozen voor een multi-interpretabele blauwe. Job Cohen en Emile Roemer daarentegen maakten het ons weer eenvoudig, met een knalrode. Dat was ook de kleur van de jurk die Femke Halsema droeg (van LaDress, als ik me niet vergis; eventueel ook in olijfgroen leverbaar).

Ik geef onmiddellijk toe, dit waren beslist geen verheven gedachten. Net zo weinig verheven als de twitterberichten die een frisse jongeman ter plekke om de zoveel tijd met ons wilde delen. ‘Alles. Alles laat ik van het slotdebat afhangen,’ twitterde een bekende cabaretière. ‘Geachte ¬politici, draai aub niet zo om de onderwerpen heen!’ meldde een ander. ‘Zo blijf ik zweven!’ De frisse jongeman zelf bleef enthousiast over dit eigentijdse middel ter overbrugging van de kloof tussen volk en politiek. ‘Mark Rutte heeft de laatste minuten revanche genomen op twitter!’ kraaide hij tegen half tien. ‘Er wordt verschrikkelijk veel over hem gesproken!’ Wat wij thuis op de bank met deze mededelingen aan moesten? Geen idee.

Maar dat ze veel gevoel bezaten staat buiten kijf.