26-03-2005
Door Michiel Hulshof en Elma Verhey
Hoe kijken de medisch specialisten aan tegen hun vak? Hoe denken ze over hun mondige patiënten? En wat vinden ze van de vrijemarktplannen van minister Hoogervorst? Samen met de Orde van Medisch Specialisten verstuurde Vrij Nederland duizend enquêteformulieren. Vierhonderdtachtig chirurgen, internisten, psychiaters of microbiologen lieten het achterste van hun tong zien.
Met piepende banden komt de ambulance tot stilstand. Broeders snellen toe, trekken de brancard uit de wagen en spoeden zich naar de OK, waar het operatieteam paraat staat. Verpleegsters brengen doekklemmen, prepareerscharen en scalpels op orde. Coassistenten en assistenten sluiten de patiënt aan op de apparatuur. Dan zwaait de deur open en komt Hij binnen: de medisch specialist, Gods plaatsvervanger op aarde. Onder bewonderende blikken gaat hij aan de slag. Een knikje hier, een half woord daar. Vijf uur later veegt hij het zweet van het voorhoofd en neemt hij de dankbare woorden van de zenuwachtige familieleden in ontvangst – op naar een volgend spoedgeval!
Zo komt de medisch specialist avond aan avond via de tv de Nederlandse huiskamers binnen. Niets zo populair als medisch vermaak. Maar hoe kijken de medisch specialisten zelf aan tegen hun vak? Vrij Nederland ging op onderzoek uit. In samenwerking met de Orde van Medisch Specialisten verstuurden we duizend enquêteformulieren naar de beroepsgroep. Maar liefst vierhonderdtachtig chirurgen, internisten, psychiaters of microbiologen lieten zich het hemd van het lijf vragen. Zes specialisten van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein lieten zich tijdens hun werkdag fotograferen en vertelden ons wat hun vak zo boeiend maakt. Onderzoekbureau Team Vier voerde de enquête uit en marktonderzoeker en voormalig VN-uitgever Hans Vervoort analyseerde de resultaten.
In de enquête informeerden we naar voor de hand liggende zaken als inkomen of plezier in het werk. Maar we gingen ook verder: hebben ze weleens seks met hun patiënten? Laten ze Hare Majesteit de Koningin vóórgaan op de wachtlijst? Geloven ze in de helende werking van Jomanda? Zijn ze voorstander van de omstreden pil van Drion? Hebben ze vertrouwen in de vaderlandse gezondheidszorg? En wat vinden ze eigenlijk van de mondige patiënt van tegenwoordig? Zoveel is zeker: de held van de beeldbuis spreekt de beroepsgroep maar matig aan. Evergreens als Vinger aan de pols of Flying Doctors kunnen nog wel op enige belangstelling rekenen, maar Make me beautiful, het kijkcijferkanon van Net5, is niet tot de medische wereld doorgedrongen: een ruime meerderheid van de specialisten geeft aan ‘nog nooit’ van het programma te hebben gehoord. Slechts twee van de ondervraagden zeggen dat ‘het aanzien van een medisch specialist’ hun belangrijkste drijfveer is om ’s ochtends aan de slag te gaan. Doet de medisch specialist het dan voor het geld? Ook niet echt: 4%. Om de zieke mens weer op te lappen? Dat scoort al beter: 26%. 70% van de medisch specialisten vindt het doodgewoon ‘een interessant en veelzijdig beroep’. Tja. Zelfs het redden van levens is niet het belangrijkste doel van de helden in het wit. Ongeveer de helft ziet het ‘verbeteren van de levenskwaliteit van patiënten’ als het hoogst bereikbare. Een uitkomst die de Orde van Medisch Specialisten overigens tot grote tevredenheid stemt. ‘Een praktisch en gemotiveerd volkje,’ glimt het bestuur.
Erfelijk
Laten we hem eerst eens voorstellen. De doorsnee-Nederlandse specialist is een gehuwde man van negenenveertig jaar. Grote kans dat een van zijn ouders ook in het vak zat, dat hij getrouwd is met iemand die in de gezondheidszorg werkt, of dat zijn kinderen dat willen. Want de liefde voor genezen is zowel erfelijk als besmettelijk (zie figuur 1). De gemiddelde specialist begon op zijn twintigste aan de medicijnenstudie, deed er zeven jaar over om basisarts te worden en daarna nog eens zeven jaar tot hij zich specialist mocht noemen. Wie werd uitgeloot, ging beslist niet avontuurlijk op reis of duimen zitten draaien, maar schreef zich alvast in voor de studie biologie. Nooit weg.
De medisch specialist werkt hard (gemiddeld achtenveertig uur per week, parttimers meegerekend) en de levensstijl vertoont weinig tekenen van het bovengemiddelde salaris (zie figuur 2). Niks patserige Mercedes of Porsche. Men rijdt in degelijke Volvo’s (14%), Volkswagens (12%) of Peugeots (9%), die merendeels ouder zijn dan drie jaar. Een van de ondervraagden geeft toe een Citroën DS uit 1967 in de garage te hebben staan. Maar dat is de uitzondering die de regel bevestigt. Een groot deel van de medisch specialisten fietst (36%), loopt (2%) of treint (4%) naar het werk. Een enkele durfal neemt de motor.
Ook in de vrije tijd is de specialist geen feestbeest of culturele slokop. Driekwart snelt dagelijks de koppen van de krant en de helft kijkt elke dag wel een uurtje televisie. Ook een wekelijkse sportactiviteit wil er van komen (58%). Net als eens in de maand lekker uit eten gaan (57%). Veel gekker moet het niet worden: 60% gaat nooit naar een concert, 65% nooit naar het theater, 76% nooit naar de bioscoop en ook cafés worden gemeden: maar liefst 71% zegt daar nooit een stap over de drempel te zetten. Liever wandelt of fietst men in de natuur (62%), of beleeft men plezier achter schildersezel of muziekinstrument (40%). Een glaasje bier of wijn kan nog net, maar meer dan twee per dag is beslist te veel. 18% zegt weleens een sigaar of sigaret op te steken, maar niet zonder schuldgevoel: 78% vindt dat artsen het goede voorbeeld moeten geven en niet behoren te roken.
Dalende kwaliteit
Tot zover de eerste kennismaking. Belangrijker voor u misschien: wat vindt het medisch gilde van het werk? Eerst het goede nieuws: de medisch specialist beleeft de meeste voldoening aan het contact met zijn patiënten. Dat geldt voor zowel snijders (zoals chirurgen, orthopeden of gynaecologen), beschouwers (onder wie internisten, kinderartsen of neurologen) als voor ondersteuners (bijvoorbeeld laboratoriumartsen, radiologen of pathologen). Mannen en vrouwen denken er hetzelfde over en leeftijd speelt geen rol. Ook verpleegkundigen, studenten en collega’s krijgen een dikke voldoende (zie figuur 3).
Maar over de kwaliteit van de gezondheidszorg oordelen de specialisten ronduit negatief. Die is de afgelopen tien jaar ‘sterk gedaald’, zegt 65% van de artsen. Patiënten moeten te lang wachten op onderzoek (65%) of operatie (67%) en de wachtlijsten veroorzaken volgens de geënquêteerden nog altijd onnodige doden (52%). Patiënten die dringend hulp nodig hebben, worden regelmatig geweigerd vanwege plaatsgebrek (40%). Vooral in academische ziekenhuizen komt dit vaak voor. Bijna de helft van de artsen zegt dagelijks of wekelijks te maken te hebben met patiënten die ten onrechte een ziekenhuisbed in beslag nemen omdat bijvoorbeeld verpleeghuizen geen plaats hebben.
Het sluiten van de kleine ziekenhuizen kan slechts op 22% bijval rekenen. Ook artsen in de grote, academische ziekenhuizen oordelen in meerderheid negatief over de schaalvergroting van de afgelopen jaren. Er is een groot tekort aan verpleegkundigen, aan operatiepersoneel en aan huisartsen, vindt bijna iedereen. De intensive care ligt bomvol. Moet er meer geld komen voor de gezondheidszorg, vroegen we. Dat was een open deur: 94% van de specialisten was het er roerend mee eens. Verrassender: een overgrote meerderheid is tevreden met het eigen salaris. Bijna 60% is van mening dat er in sommige specialismen zelfs te véél wordt verdiend, waarbij de vinger wijst naar cardiologen en microbiologen. Opmerkelijk genoeg vinden vooral mannen dat het in die vakken wel een onsje minder mag. De salarissen van verpleegkundigen moeten wel omhoog, vindt een meerderheid. Bijna de helft van de medisch specialisten is van mening dat alle artsen in loondienst zouden moeten gaan werken. Vrouwen vinden dit vaker dan mannen, jongeren vaker dan ouderen, beschouwers en ondersteuners vaker dan snijders.
Vergadertijgers
De specialisten zijn eensgezind over de ziekte waaraan de Nederlandse gezondheidszorg lijdt: bureaucratie (84 %) en een overdosis managers (80%). Professionals die hun werk liefst in grote zelfstandigheid verrichten, hebben wel vaker een hekel aan bureaucraten. Maar dat zo’n groot percentage specialisten de vergadertijgers en de notaschrijvers in de gezondheidszorg als oorzaak van de problemen ziet, geeft te denken. Slechts 2% noemt bureaucratie en management ‘geen probleem’ (zie figuur 4).
Ook de toekomstprognose stemt niet vrolijk. Onze vraag ‘stevent Nederland af op een tweedeling zoals in de Verenigde Staten en Engeland’, wordt door 55% van de specialisten bevestigend beantwoord, waarbij vrouwen zich iets meer zorgen maken dan mannen. Nu al vindt 41% dat rijke patiënten een betere gezondheidszorg kunnen krijgen. Bedrijven die voor hun werknemers voorrang willen kopen op wachtlijsten, ontmoeten de nodige weerzin (49% is beslist tegen). En patiënten zelf meer laten betalen, zoals de politiek wil, vindt 54% een slecht recept.
Volgens de specialisten heeft elke patiënt, ongeacht zijn achtergrond, evenveel recht heeft op snelle zorg. Of iemand rookt of niet rookt, een baan heeft of werkloos is, jong of oud is, arts of niet – voor de overgrote meerderheid mag het geen verschil mag maken. Ook de burgemeester (81%) en de minister-president (62%) moeten netjes op hun beurt wachten. Zelfs het argument ‘wij zijn de koningin’ maakt weinig indruk: van 63% van de artsen moet Beatrix achteraan de rij aansluiten (zie figuur 5). Het bestuur van de orde veronderstelt dat er in de praktijk maar weinig specialisten zijn die de koninklijke familie naar de wachtkamer verwijzen. Enige scepsis lijkt inderdaad op zijn plaats: 73% van de specialisten zegt weleens iemand met voorrang te hebben behandeld. Meestal betrof het een collega (63%). Ook voor familieleden (39%) kennissen (34%) of publieke figuren (11%) strijken specialisten geregeld de hand over het hart.
Prijslijst
Dat de kosten van de gezondheidszorg niet tot in de hemel kunnen groeien, hoef je het medisch gilde niet uit te leggen. Maar marktwerking, het medicijn waarmee Den Haag de problemen te lijf wil gaan, wordt massaal afgewezen. Maar liefst 83% vindt het plan van het kabinet-Balkenende af om ziekenhuizen onderling te laten concurreren ronduit een slecht idee. Ze geloven niet in ziekenhuizen die als prijsknallers de blindedarmen en de maagzweren in de aanbieding doen. Om de gewenste concurrentie te bereiken, is minister Hoogervorst druk bezig met de invoering van de DBC (Diagnose Behandeling Combinatie), een ‘prijslijst’ voor medische ingrepen waarover verzekeringsmaatschappijen met ziekenhuizen kunnen onderhandelen. Een dikke meerderheid van 74% van de specialisten vindt de DBC’s een ‘slecht instrument’ om meer inzicht te krijgen in de kosten van de gezondheidszorg. Alleen bij eenvoudige, makkelijk te plannen ingrepen als spataderen, liesbreuken of heupoperaties zijn specialisten nog wel te porren voor méér marktwerking. Maar ook daar zijn de tegenstanders in de meerderheid (zie figuur 6). Hoogervorst heeft nog heel wat missiewerk te verrichten. Het zijn tenslotte de specialisten die de ‘prijskaartjes’ moeten invullen.
Ook als het om de toegankelijkheid van de gezondheidszorg gaat, laten de specialisten een opmerkelijk linksig geluid horen. Ruim de helft wil de anticonceptiepil in het basispakket zorg (onder de vrouwen zelfs 71%). De ivf-behandeling, de rollator, heupoperaties voor tachtigplussers, borstverkleining, flapoorcorrectie of operaties tegen snurken – het moet allemaal worden vergoed. Als er al moet worden bezuinigd, dan liever op borstvergroting (88%), paracetamol (83%), sexchange-operaties (60%) of maagverkleining (57%). Het idee om gespecialiseerde verpleegkundigen een deel van hun werk te laten overnemen, valt ook in goede aarde (62%).
Naar hun opvattingen gemeten kunnen de medisch specialisten moeiteloos inhaken op het SP-lied ‘De zorg is geen product’, maar eenmaal in het stemhokje telt dat kennelijk niet. De SP doet het onder specialisten half zo goed als onder de rest van het volk (4%). Ook het Venlose orakel Geert Wilders kan niet rekenen op veel steun van het artsengilde (5%). Die partijen zijn kennelijk te radicaal. Als specialisten al een avontuurlijke keuze maken dan is het voor het elitaire GroenLinks (11%), dat zelfs meer aanhang heeft dan het CDA (10%). Uit eerdere VN-enquêtes bleek al dat andere hoog opgeleiden, zoals professoren of rechters, weinig met het provinciaal-christelijke gedachtegoed ophebben. Ook specialisten komen liever voor den dag met het ruimdenkender D66, goed voor maar liefst 16% van hun stemmen. Maar de grote liefde van medisch specialisten gaat uit naar de VVD: 34%. De partij met een warm hart voor de kleine ondernemer spreekt kennelijk aan (zie figuur 7). Wat wil je ook: meer dan de helft van de specialisten werkt als vrijeberoepsbeoefenaar in een maatschap.
Het mag op zijn minst ironisch worden genoemd: als het aan de medisch specialisten had gelegen, hadden D66 en VVD bij de laatste verkiezingen een meerderheid gehaald. Terwijl het juist Els Borst (D66) en Hans Hoogervorst (VVD) zijn, die het vermaledijde concurrentieplan hebben bedacht en ingevoerd en het basispakket zorg hebben uitgekleed. ‘Eigenlijk hadden ze mij minister van Gezondheidszorg moeten maken,’ lacht Agnes Kant. Dat ondanks de steun voor haar opvattingen de specialisten niet massaal op haar stemmen, verbaast haar niet. ‘Hallo, ik ben wel een SP’er, hoor!’
Agressie
We schreven het al: specialisten beleven het meeste plezier aan het contact met hun patiënten. Pieter Vierhout, voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten: ‘Daar kijk ik niet van op. In de geneeskunde is de relatie tussen patiënt en arts waar het allemaal om draait.’ Maar himmelhoch jauchzend is het beeld over de gemiddelde patiënt niet. Prima, dat ze steeds beter zijn geïnformeerd, zegt 89%. Maar al die informatie via internet leidt niet tot een beter inzicht. 80% van de specialisten vindt dat patiënten overspannen verwachtingen koesteren over de medische mogelijkheden. Patiënten willen genezing-en-wel-nu, en stellen steeds vaker onrealistische behandelingseisen (78%). En respect voor een arts is er niet meer bij, volgens 56%. Hun advies wordt steeds minder geaccepteerd (57%), met als gevolg meer agressie. Driekwart van de artsen heeft weleens te maken gehad met gewelddadige patiënten of hun familieleden en 5% loopt daar ‘regelmatig’ tegenaan.
Ook wat betreft hun opvattingen over buitenlanders lijken specialisten net gewone Nederlanders. In vergelijking met autochtone patiënten vergen allochtonen meer aandacht. Ze overdrijven hun klachten vaker, eisen vaker onnodige behandeling, komen vaker niet opdagen op afspraken, en ze houden zich minder braaf aan het medicijnvoorschrift. Er is maar één lichtpunt: allochtonen zijn iets gezeglijker. Wat gezien de toename van algehele respectloosheid en agressie een verademing moet zijn voor de dames en heren medici. Die zijn overigens bereid de hand in eigen boezem te steken: 63% is het eens met de stelling dat veel allochtonen door taalproblemen een minder adequate behandeling krijgen.
Er is nog iets merkwaardigs aan de hand met de Nederlandse patiënt: hij/zij kan zijn/haar handen niet altijd thuishouden. Op onze vraag ‘heeft u weleens te maken gekregen met seksuele avances van een patiënt’, antwoordde 35% van de specialisten bevestigend: man, vrouw, oud, jong – dat maakte niet uit. Zelf het initiatief nemen is taboe: geen van de vrouwen en slechts zes van de ondervraagde mannen gaven toe de patiënt weleens een onzedelijk voorstel te hebben gedaan. Eerder dit jaar bleek dat huisartsen hoger scoren: 4%.
Niet onverdeeld positief over de patiënten, maar eerlijk is eerlijk, specialisten steken ook over zichzelf niet alleen maar de loftrompet. Een op de drie mannen en een op de tien vrouwen zegt weleens een medische fout met dodelijke afloop te hebben gemaakt. De fouten komen vooral voor bij heelkunde, urologie en anesthesiologie (de snijders) waar merendeels mannen werken. Helemaal wordt het verschil tussen mannen en vrouwen hierdoor niet verklaard: van de tweeëntwintig ondervraagde mannelijke psychiaters geven er dertien aan weleens een fout met dodelijke afloop te hebben gemaakt. Van de negenentwintig vrouwelijke psychiaters zijn dat er vijf. Nemen mannen meer risico? Zijn mannen eerlijker? Of doen ze vaker aan crisisinterventie? De orde vermoedt dat laatste.
Hoe dat ook zij: de overgrote meerderheid van de specialisten (87%) is van mening dat de patiënt altijd moet worden geïnformeerd als er een medische fout met duidelijke gevolgen is gemaakt. Dat gebeurt lang niet altijd. Een op de drie specialisten vindt dat er te veel medische missers onder het ziekenhuislinoleum worden geschoven. Omdat, zo veronderstelt een kwart van de specialisten, ‘de patiënt er niets mee opschiet’. Een argument dat Harry van Hulsteijn, internist en bestuurslid van de orde, droevig stemt. ‘Natuurlijk schiet de patiënt er iets mee op! Van fouten kunnen we leren. Maar dan moeten die wel worden gemeld.’ Onder de noemer ‘veilig melden’ werkt de orde aan een meldingsprocedure. De specialisten zoeken de oorzaken van medische blunders vooral bij zichzelf: tijdsdruk (58%) een gebrek aan communicatie tussen behandelaars (42%) en slordigheid (36%) worden het vaakst genoemd (zie figuur 12). Van Hulsteijn: ‘Slordigheid! Dat is des duivels eerlijk gezegd, maar volstrekt afkeurenswaardig.’
Pikorde
We schreven het al: de modale specialist is een man. Vrouwelijke specialisten zijn er natuurlijk wel, maar in medische pikorde hobbelen ze nog altijd achteraan (zie figuur 8 en 9). Onder de snijders, zij die de meeste uren werken, het meeste aanzien genieten en het meeste verdienen, zijn de minste vrouwen. Bij de beschouwers, die iets minder uren werken, iets minder aanzien genieten en iets minder verdienen, zijn het er al wat meer. Maar het hoogste percentage vrouwen vinden we onder de ondersteuners, zij die het kortst werken en het minst verdienen.
Het leidt tot een aantal opmerkelijke verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke specialisten. De vrouwen werken gemiddeld 39,5 uur per week, de mannen 51,4. De vrouwen verdienen gemiddeld 110.000 euro, mannen 165.000 euro. En, geheel volgens het traditionele rollenpatroon, zorgen de vrouwen voor het huishouden en de kinderen (vierentwintig uur per week), waarbij geheel volgens hetzelfde rollenpatroon de mannelijke artsen het laten afweten (tien uur per week). Vrouwen zien bovendien minder in het vrije-ondernemerschap en zijn vaker in loondienst (63% tegenover 37% van de mannen). Het vertaalt zich in het stemgedrag. Bij de laatste verkiezingen koos ‘slechts’ 21% van de vrouwen voor ondernemersvriend Gerrit Zalm, tegenover 40% van de mannen. GroenLinks kreeg daarentegen een spectaculaire 18% van de vrouwelijke medici achter zich en slechts 4% van de mannen. GroenLinks-gezondheidswoordvoerder Ineke van Gent relativeert haar persoonlijke bijdrage aan het succes. ‘Wij doen het al jaren erg goed onder hoog opgeleide vrouwen.’
Met een beetje goede wil is er voor GroenLinks de komende jaren nog heel wat meer geneeskundige steun te verwerven. Want je hoeft geen Maurice de Hond te heten om te voorspellen dat de medische stand de komende jaren een ware revolutie te wachten staat. De vrouwen rukken op. Van de oudste groep ondervraagden is 19% vrouw. Maar onder de vijfenveertig jaar zijn vrouwen al in de meerderheid (51%). Tel daarbij op dat 70% van de eerstejaarsgeneeskundestudenten tegenwoordig vrouw is, en het toekomstbeeld is duidelijk: de held in het wit zal steeds vaker een heldin zijn. Ook in de operatiekamer.
De specialisten juichen de vervrouwelijking van het vak toe, maar behoudend als ze zijn, vinden de meesten dat het geen epidemie moet worden. Een meerderheid van de mannen noemt het een ‘slechte zaak’ als er op termijn meer vrouwen dan mannen specialist zijn, terwijl de vrouwen er prat op gaan dat de ‘sociale vaardigheden’ van de beroepsgroep er sterk op vooruit zullen gaan (zie figuur 10 en 11). De mannen waarschuwen vooral voor de complicaties van te veel parttime werkende specialisten – het clichébeeld dat de dokter dag en nacht paraat moet staan, wordt niet in de laatste plaats door de beroepsgroep zelf in stand gehouden. Merkwaardig is wel dat 54% van de mannen en 30% van de vrouwen aangeeft zelf minder uren te willen werken. De orde ziet niet alleen nadelen, maar ook voordelen van meer specialisten die parttime gaan werken. Het gezegde luidt niet voor niets: twee weten meer dan een. De toename van het aantal specialisten in een ziekenhuis kan bovendien zorgen voor meer specialisatie.
Een ding is zeker: er zullen in de toekomst minder artsen gedemotiveerd door het ziekenhuis sjokken. Niet minder dan 17% van de mannelijke medisch specialisten laat ons anoniem weten dat, als ze het opnieuw mochten doen, ze beslist geen arts meer zouden worden. Onder de vrouwen zijn beduidend minder spijtoptanten: 9%.
Voodoo
We hadden u beloofd uit de doeken te doen wat de vaderlandse specialist denkt van de Tielse gebedsgenezeres Jomanda. Welnu. Ondanks de alarmerende berichten over haar kwalijke rol in het overlijden van actrice Sylvia Millecam, denkt toch nog 9% van de doorgestudeerde artsen dat al dat gestraal wel degelijk zin heeft – al was het maar vanwege het placebo-effect. Een zelfde aantal ziet ook positieve geestelijke effecten van voodoo of handoplegging middels de eeuwenoude, uit Japan overgewaaide reikimethode. Natuurgeneeswijzen en homeopathie scoren beter: een op de drie artsen ziet er wel wat in. Een dikke meerderheid van 62% zal u met een gerust hart aan de acupuncturist toevertrouwen (zie figuur 13). Het laatste cijfer doet gynaecoloog Cees Renckens, voorzitter van de Vereniging tegen Kwakzalverij, wel even de wenkbrauwen fronsen. De enige bijdrage van de acupunctuur aan de wetenschap bestaat volgens hem uit ‘de ontdekking van duizenden punten op het lichaam, waar je risicoloos een naald in kunt steken, maar verder is het volstrekt flauwekul’.
De heetste aardappel hebben we voor het laatst bewaard. Wanneer kunt u, als u dat echt wil, rekenen op de medewerking van de medisch specialist om een einde te maken aan het leven? De kans dat u een specialist treft die elke vorm van euthanasie principieel afwijst, is gering: 2%. In voortrekkersland Nederland vindt 79% van de medisch specialisten zowel passieve als actieve euthanasie geoorloofd.
De grootste kans op acceptatie ondervindt u als u uitzichtloos lichamelijk lijdt (92%). Specialisten vinden ook dat baby’s die ondraaglijk uitzichtloos lijden, recht zouden moeten krijgen op euthanasie (83%). We hebben even geaarzeld of we dat laatste wel bekend moesten maken, want precies hierom verwijt het Vaticaan de Nederlandse specialisten Mengele-opvattingen. Dat zou nog weleens erger kunnen worden als de roomse moederkerk ter ore komt dat er ook begrip is voor euthanasie bij mensen die uitzichtloos psychisch lijden (64%). Specialisten vinden dat de overheid zou moeten toestaan dat langdurig comateuze patiënten die zelf nooit een verklaring hebben getekend, in bepaalde gevallen euthanasie zouden moeten krijgen (62%).
Veel verder mag het niet gaan. Levensmoeheid of geestelijke handicaps zouden volgens een overgrote meerderheid van de specialisten nooit redenen voor euthanasie mogen worden. En mocht u rekenen op de (nog te ontwikkelen) zelfmoordpil van Drion, dan vindt u heel wat medische tegenstanders op de weg: slechts 37% is vóór, 46% tegen en 17% weet het nog niet. Het meeste succes valt te verwachten bij een niet-godsdienstige mannelijke chirurg van middelbare leeftijd.
Zelf hoeft paus Johannes Paulus II overigens niet te vrezen ongewild het leven te laten in een Nederlands ziekenhuis. Als een dementerende patiënt geen verklaring heeft opgesteld, zal 82% van de Nederlandse specialisten pertinent weigeren hem het laatste spuitje te geven (zie figuur 14).
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.