‘Mevrouw’, zo werd ze genoemd door haar balletleerlingen, met een mengeling van eerbied en angst. Sonia Gaskell (1904 – 1974) zette de Nederlandse dans op de wereldkaart. ‘Ik weet niet of ze zich realiseerde hoe vernietigend die blik van haar kon zijn.’

Een grande dame en een dokwerker, een potentaat en een kwetsbare eenling, een warme moederfiguur en je grootste nachtmerrie. De Joods-Litouwse balletmeesteres Sonia Gaskell roept veel dubbele gevoelens op bij de mensen die haar kenden. En vragen. Want niemand heeft haar ooit echt begrepen. Wel staat vast dat ze van doorslaggevend belang is geweest voor de Nederlandse danscultuur. Vanwege haar rotsvaste geloof in de kracht van dans. Zoals ze het zelf helder verwoordde: ‘Niet bewegen is dood. Maar we zijn niet dood, we leven. Daarom moeten we bewegen. En dans is beweging.’

In 2009 sprak ik choreograaf Rudi van Dantzig voor een radiodocumentaire van de VPRO. Van Dantzig was toen bezig met een boek over zijn leermeesteres Gaskell. Voor hem was ze nog geen afgesloten hoofdstuk. Inmiddels is dat boek, Herinneringen aan Sonia Gaskell, postuum uitgegeven; Van Dantzig overleed in 2012. In dit stuk maak ik gebruik van mijn gesprekken met hem in 2009. ‘Als mens is ze voor mij een raadsel gebleven.’

Er zitten veel gaten in wat bekend is over Gaskells levenswandel, maar tot aan haar aankomst in Nederland moet haar biografie er ongeveer als volgt uit hebben gezien. Ze werd in 1904 in Litouwen geboren als middelste dochter in een welvarend Joods gezin. Van daaruit verhuisde ze naar Oekraïne, waar ze haar eerste balletlessen volgde. Op haar 15de besloot ze met haar zus via Moskou naar een kibboets in Palestina te vertrekken, naar eigen zeggen ‘op zoek naar een vreedzame wereld na alle gruwelen van de Oktoberrevolutie’. In de kibboets kreeg ze tbc, waardoor ze de rest van haar leven op één long zou roken. Na twee jaar ontmoette ze de wiskundige Abraham Goldenson. Ze trouwden en verhuisden naar Parijs. Het huwelijk was snel over, maar Gaskell bleef in Frankrijk in een poging haar oude danspassie op te pakken. Ze nam lessen bij een vermaarde balletschool en leerde er grote choreografen kennen. Naar eigen zeggen danste ze eind jaren twintig ook bij Diaghilevs Ballets Russes, maar haar naam is nooit teruggevonden in de archieven. ‘Als danseres heeft ze niet veel kunnen doen,’ zei Van Dantzig. ‘Ze was te oud. Waarschijnlijk heeft dat er juist voor gezorgd dat ze extra veel van haar studenten eiste, wij moesten het goedmaken.’

Een overrompelende overtuiging

Toen Gaskell vlak voor de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse binnenhuisarchitect Philipp Heinrich Bauchhenss leerde kennen, verhuisde ze naar Amsterdam. ‘Er is een foto waarop Mevrouw helemaal in haar nopjes het stadhuis uitkomt en Bauchhenss een beetje kijkt van: god waar ben ik aan begonnen,’ aldus Van Dantzig. ‘Ik staarde bij haar thuis wel eens naar die foto en dan dacht ik: die man moet bij Mevrouw in bed hebben gelegen en de liefde met haar hebben bedreven. Maar hoe kun je met iemand als Mevrouw de liefde bedrijven?! Krankzinnig, maar dat heb ik me echt afgevraagd.’ Bauchhenss overleed in 1948.

Gaskell opende in de Zomerdijkstraat in Amsterdam een eigen balletstudio. Ze had een J in haar paspoort staan en moest zich in de oorlogsjaren af en toe schuilhouden, maar meestal gingen de lessen gewoon door. Ze had immers een doel. Van Dantzig: ‘Mevrouw was vastbesloten: ik wil die pure klassieke dans introduceren. Hier, in die modder van Nederland. Het klassieke ballet bestond hier nog nauwelijks. Er was alleen een soort rare expressiedans komen overwaaien uit Duitsland, zonder enige techniek. Juist door het gebrek aan ervaring en de onbevangenheid van de Nederlandse dansers zag ze mogelijkheden.’

Rudi van Dantzig ontmoette zijn leermeesteres in 1950, toen hij op zijn 17de besloot balletlessen te nemen. Eigenlijk veel te laat, maar er was een groot gebrek aan mannelijke dansers, dus Gaskell besloot hem te gebruiken. Van Dantzig was onder de indruk van haar verschijning. ‘Ze liep op hoge hakken met een overrompelende overtuiging. Alsof elke stap bedacht was. Tijdens de les rolde ze altijd een papiertje tussen haar vingers. Ze commandeerde ons met een heel specifiek, snerpend stemgeluid, niet gehinderd door die eeuwige sigaret in haar mond. En dan die fascinerende angstaanjagende ogen. Ik weet niet of ze zich realiseerde hoe bijtend en vernietigend die blik van haar kon zijn.’

In 1952 richtte Gaskell het Ballet Recital op, waar Van Dantzig en een handvol andere jonge dansers voor werden ingezet. Jaap Flier (1934) was er ook bij: ‘Ik sliep een tijdlang in haar studio op de banken omdat ik geen geld had om op en neer te reizen, ze was een soort moeder voor mij.’ Gaskell trainde haar dansers langs de harde Sovjet-Russische lijn. En het had effect. Maar ondanks de goede kritieken in de krant had het gezelschap nauwelijks geld en Gaskell moest het doen met hopeloos amateuristische omstandigheden.

Twee jaar later kwam daar verandering in. In 1954 werd besloten een heuse staatssubsidie ter beschikking te stellen aan het beste dansgezelschap van Nederland. Verschillende gezelschappen dachten daarvoor in aanmerking te komen: het Scapino Ballet, het Ballet van de Nederlandse Opera, het Ballet der Lage Landen en het Ballet Recital van Gaskell. De eerste balletoorlog was geboren. De gezelschappen voerden het subsidie-gevecht uit in de pers. Flier: ‘Gaskell was een meester in het manipuleren van invloedrijke figuren. Een paar prominente critici waren duidelijk op haar hand.’ Van Dantzig: ‘Ze kon mannen, of corrigeer: mannen met een functie, heel makkelijk om haar vinger winden. Ze was erg belezen en wist niet alleen veel van de danstraditie, maar ook van literatuur, schilderkunst, architectuur et cetera. En dan die wulpse heupen en dat charmante accent. Ze speelde hen totaal uit.’

De dansers moesten de hele dag in de studio aanwezig zijn om te repeteren wanneer Gaskell dat wilde. Niemand durfde zich aan de verstrekkende subsidiebeslissing te branden en dus werd er hulp van buiten ingeschakeld: Arnold Haskell van het Britse Sadler’s Wells gezelschap en de Duitse choreograaf Kurt Joos. Ze kozen voor Sonia Gaskell. ‘Het was waarschijnlijk terecht dat ze het heeft gekregen, maar het is wel onprettig gegaan,’ zegt Flier. ‘En ze kwam ook nog eens van buiten. Dat gaf natuurlijk scheve ogen.’

‘Niem ein stoekje koek liefje’

Scheve ogen of niet, Gaskell kon beginnen met het Nederlands Ballet: een gloednieuw gezelschap in Den Haag met dertig dansers. Het eerste doel was het creëren van een soort museum van de danskunst. Alle grote klassiekers werden naar Nederland gehaald en ingestudeerd door grote balletmeesters uit Rusland, Engeland en Frankrijk uit haar Parijse netwerk. Maar naast het klassieke repertoire maakte ze ook ruimte voor moderner werk uit Amerika, van George Balanchine en Jerome Robbins bijvoorbeeld. Ook stimuleerde ze de jonge dansers om eigen experimentele choreografieën te produceren. Zo maakte Rudi van Dantzig in 1955 zijn eerste ballet Nachteiland. ‘Ze eiste expliciet dat wij Nederlandse muziek gingen gebruiken,’ vertelde hij. ‘Niemand wilde dat, want het was meestal niet om aan te horen. De eerste elektronische muziek van Henk Badings, bijvoorbeeld. Maar zij vond dat de Nederlandse balletcultuur ook iets eigens moest ontwikkelen.’

De liefde tussen het publiek en het Nederlands Ballet werd steeds groter, maar in de relatie tussen Gaskell en de dansers ontstonden de eerste scheuren. ‘Bij het Ballet Recital deed ze nog alles zelf, maar dat kon nu niet meer. En ze moest op en neer reizen van Amsterdam naar Den Haag. Levensgevaarlijk was dat, ze reed als een gek in dat kleine autootje. Ze kwam vaak te laat in de studio door alle andere zaken die ze moest regelen. Mevrouw had geen totale controle meer over alle dansers. Dat was moeilijk voor haar.’ Ondanks de bewondering voor zijn leermeesteres had Van Dantzig bovendien flinke botsingen. ‘Die waren heel heftig. “U verpest onze levens!” schreeuwde ik, als ze ons weer eens gek maakte met haar krankzinnige eisen. Dan negeerde ze me gewoon dagenlang. Of ik kreeg een boete. Uiteindelijk ging ik toch mijn excuses aanbieden. En dan zei ze weer: niem ein stoekje koek, liefje.’

Gaskell in 1938. ‘Die bijtende ogen. En dan die wulpse heupen.’

Ook danseres Maria Bovet kreeg het te verduren. Ze danste als soliste bij het Nederlands Ballet en werd maar liefst twee keer ontslagen. ‘Ik wilde de bus instappen op weg naar een tournee en toen zei Mevrouw: je bent op staande voet ontslagen! Je ben te dik, je geeft aanstoot aan de mannen in de zaal, je ziet eruit als Jayne Mansfield, je lijkt net een seksbom.’ Ik heb me nog nooit zo afschuwelijk gevoeld. Toen ben ik teruggegaan naar huis en diezelfde week nog naar Keulen gevlogen om auditie te doen. Ik werd aangenomen. Kort daarna kreeg ik een telegram van haar: “Kom onmiddellijk terug! Anders pleeg je contractbreuk en dat gaat je veel centen kosten!” Dat heb ik nog gedaan ook.’

In 1958 ging het echt mis. De dansers werden steeds opstandiger en hadden genoeg van Gaskells onredelijke eisen. Tijdens een tournee naar Passau vormden ze in de trein een commissie die een lijst met voorwaarden opstelde. De belangrijkste: er moet een repetitieschema met vaste tijden komen. Tot dan toe moesten de dansers de hele dag in de studio aanwezig zijn om te repeteren wanneer Gaskell dat wilde. ‘Dat was echt onhoudbaar,’ vertelde Van Dantzig. ‘In Passau hebben we op de deur van haar hotelkamer geklopt. Ze had geen hakken aan, dus opeens stond daar een heel klein vrouwtje met een hoofddoekje. We hebben haar de lijst overhandigd, maar het was wel duidelijk dat ze er niets mee wilde doen. Bij het ontbijt heerste een ijzige stilte.’
Bij terugkeer in Nederland besloot een deel van het gezelschap zich af te scheiden. Onder hen ook Van Dantzig en Flier. Onder leiding van de Amerikaanse choreograaf Benjamin Harkarvy en oud-zakelijk leider Carel Birnie werd er gebrainstormd over een nieuwe groep., die het huidige Nederlands Danstheater zou worden. Jaap Flier: ‘We waren al bezig met ons nieuwe gezelschap, maar ondertussen waren we nog een jaar onder contract bij het Nederlands Ballet. We moesten het repertoire overbrengen op de nieuwe dansers. Mevrouw zat er steeds bij en kraakte alles af wat we deden. Ze zat vol wraakgevoelens.’

Zij was een pionier. Ik weet echt niet hoe de Nederlandse danswereld eruit had gezien als zij er niet geweest was. In een van de weinige persoonlijke interviews die Gaskell gedurende haar leven heeft gegeven, op de radio in 1968, zei ze zelf: ‘Ik was vaak vreselijk emotioneel, en waarschijnlijk, ja god… Ik heb me niet altijd als een leidster gedragen, daar was ik veel te emotioneel voor. Ik kon vreselijk nare dingen zeggen en me daar later ook wel voor excuseren en spijt van hebben, maar ik had de afstand niet. Je zegt: je schrijft een brief met bloed, nou ik heb dat ballet met bloed geschreven.’ In dat interview klinkt Gaskells stem tamelijk kwetsbaar. Zeker als ze de volgende woorden uitspreekt: ‘Het was een heel grote teleurstelling dat ze zich gingen afscheiden. Het waren mijn kinderen, zo heb ik ze beschouwd, als mijn eigen kinderen. Het scheppen van het ballet was ook het scheppen van een gezin, dat ging samen. Daarom was het zo pijnlijk.’
Voor de dansers was het evengoed pijnlijk. Rudi van Dantzig schreef haar onbeantwoorde brieven, Jaap Flier zou haar nooit meer spreken. ‘Ik denk… Ja ik denk dat ik toch wel erg om haar gaf. Maar je kreeg er nooit hoogte van of dat wederzijds was. Ik denk dat ze niet zozeer liefde koesterde voor een persoon, maar voor een talent.’

Een bedreiging voor zichzelf

In 1961 woedde er inmiddels een Tweede Balletoorlog. Er moest een nationaal ballet komen, sterker, groter en beter dan alle bestaande gezelschappen. In 1961 werd er besloten tot een fusie van het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell en het Amsterdams Ballet van Mascha ter Weeme. Samen kregen ze de leiding over het nieuwe Nationale Ballet. Van Dantzig: ‘Dat ging natuurlijk helemaal niet. Mevrouw duldde niemand naast zich, dus die heeft Ter Weeme gewoon weggepest. Verschrikkelijk vernederend. Maar voor Gaskell was Ter Weeme geen partij. Dat wist iedereen en Ter Weeme al helemaal. Na drie maanden heeft ze zich ziek gemeld en is niet meer teruggekomen.’
Intussen was Rudi van Dantzig niet gelukkig bij Het Nederlands Danstheater. Jaap Flier bleef, maar Van Dantzig besloot terug te gaan naar Mevrouw. ‘Ik miste haar, ik had het gevoel dat ik alles aan haar te danken had en dat ik artistiek niet zonder haar zou kunnen bestaan.’

Gaskell zette haar artistieke koers bij het Nationale Ballet voort. De ruggengraat van het repertoire bestond uit klassiek-romantische hoogtepunten, maar ze haalde ook veel eigentijdse choreografen naar Amsterdam. Ze maakte soms moedige keuzes. Van Dantzig kon onder haar leiding de balletten Disgenoten en Monument voor een gestorven jongen brengen – in die tijd controversiële stukken vanwege het homo-erotische karakter. Van Dantzig: ‘Ze was een pionier. Ik weet echt niet hoe de Nederlandse danswereld eruit had gezien als zij er niet geweest was.’
Zo werd het Nederlandse ballet-imago steeds sterker en er kwamen meer dansers uit het buitenland solliciteren. Maar bedrijfstechnisch werd het lastiger. Zeker voor Gaskell, die nog steeds het liefst alles zelf wilde doen. Zakelijk leiders kwamen en gingen. Anton Gerritsen was de achtste die het mocht proberen. ‘Ze werd enorm enthousiast van nieuwe mensen,’ zegt Gerritsen. ‘Eerst werd ik op alle persconferenties naar voren geduwd als de nieuwe belofte. Maar kort daarna val je door het guillotineluik. Ze was blij dat je kwam, maar je kreeg de volle lading koeienstront over je heen als je niet voor 100% aan haar verwachtingen voldeed.’ Van Dantzig: ‘Gerritsen had eerder bij de Bijenkorf gewerkt. Mevrouw zei altijd: het is hier geen Bijenkorf, meneer Gerritsen, we verkopen geen onderbroekjes en sokken! Ze deed vreselijk tegen hem, maar hij bleef altijd aardig. Hij had een olifantshuid, denk ik.’

In 1967 besloot het bestuur van Het Nationale Ballet dat Gaskell versterking moest hebben. Er waren te veel conflicten. Rudi van Dantzig en danser/choreograaf Robert Kaesen werden naar voren geschoven als kandidaten. Ze besloten de verantwoordelijkheid op zich te nemen en meldden zich, Van Dantzig met lood in de schoenen. ‘Dat ging vanaf het eerste moment mis. Er was een muur opgetrokken. We waren een directe bedreiging voor haar. Ze kon het niet anders zien. Maar op die manier werd ze uiteindelijk een bedreiging voor zichzelf.’ Het trio worstelde enkele maanden voort, maar de situatie werd onhoudbaar. Het eindigde met een conflict. Zakelijk leider Gerritsen en Van Dantzig wilden de grootste productie in de Nederlandse balletgeschiedenis brengen: alle vier aktes van de Schone Slaapster. Ze hadden een beroemd Pools duo aangetrokken om het ballet in te studeren en het plan voorgelegd aan Gaskell. Gerritsen: ‘Ze wilde de investering niet doen, en wij wel. Toen deed ze een soort oorlogsverklaring. Het is een portefeuillekwestie geworden. Toen heeft ze na veel druk besloten te vertrekken.’

Sfinx

Gaskell was dan wel officieel zelf opgestapt, ze kon haar vertrek nog niet accepteren. In de weken na het conflict bleef ze nog naar de studio komen. Van Dantzig: ‘Dan zagen we haar door de gangen dwalen en boos rammelen aan haar kantoor, dat op slot zat. Niemand wist hoe ermee om te gaan. Ze ging eraan kapot; eerst aan de baan, daarna aan de frustratie. Ik vond het verschrikkelijk, maar het kon niet anders.’

Zelf zei Gaskell na haar vertrek: ‘Ik had een totale zenuwinzinking. Ik was er letterlijk ziek van. Die plotselinge leegte… Het idee dat niemand je nodig heeft. Het idee dat het afgelopen is met je. Dat was zo verschrikkelijk dat ik helemaal verloren was.’ In oktober 1969 kreeg Gaskell nog een groot afscheid, waar Gerritsen, Van Dantzig en Kaesen op haar dringende verzoek niet bij aanwezig waren.

Kort na haar afscheid vertrok Sonia Gaskell naar de stad die ze ooit had achtergelaten voor Nederland. Met haar oude dansersfamilie in Amsterdam had ze weinig tot geen contact meer. Vijf jaar na haar vertrek kreeg Van Dantzig het bericht dat ze ernstig ziek was. ‘Ik ben erheen gegaan en kwam aan in een heel sombere kamer, een grafkamer bijna. Ze had zich helemaal aangekleed en opgemaakt voor mijn komst, maar ik kon geen contact met haar maken. Ik vertelde haar dat ik het ballet zoveel mogelijk in haar geest wilde doorzetten. Maar ze reageerde vooral afwijzend.’ Er volgt een lange stilte. ‘Ik had zo graag erkenning gekregen. Dat het goed was wat ik deed. Maar ik heb het niet gekregen… Waarom niet, dat is me nog steeds niet duidelijk. Voor mij is ze altijd een sfinx gebleven.’ Sonia Gaskell overleed op 9 juli 1974.

De in Litouwen geboren danseres en choreograaf Sonia Gaskell (1904-1974) legde de basis voor de Nederlandse danscultuur.