Vijf maanden is hij nu hoofdredacteur, en De Telegraaf laat zich als vanouds horen. ‘Het is een krant die alles wat uitvergroot. Dat pakt niet in alle gevallen even gelukkig uit.’

‘De één maakt van Sjuul Paradijs een populist, de ander een stripfiguur. Maar zal ik je eens wat zeggen: ik ben gewoon mezelf.’

Zo. Dat is alvast gezegd. De hoofdredacteur van De Telegraaf – één meter negenennegentig lang, schoenmaat 49 – straalt er zelfs licht triomfantelijk bij. Groot en onontkoombaar zit hij achter de tafel van café Scheltema, in het centrum van Amsterdam. Daar wilde hij graag afspreken, vlak bij de plek waar ooit het gebouw van De Telegraaf stond. Want hij voelt zich als hoofdredacteur in een traditie staan. ‘Bedenk wel dat we een geschiedenis hebben van honderdzeventien jaar.’

Mooie plek. Jammer alleen dat hij zijn nette donkerblauwe pantalon openhaalt aan een geniepig spijkertje in de houten bank. Als hij straks opstaat, moet hij er even om denken dat hij...