‘Naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord werd vastgesteld dat OvJ’s te weinig kennis hebben van forensisch onderzoek. Daarop werd besloten dat er forensische OvJ’s moesten komen. Inmiddels zijn er zestien in Nederland. Ik ken door mijn forensische specialisatie de mogelijkheden die er zijn en de kansrijkheid die sporen bieden voor onderzoek. Bij een zedenzaak met een sterk vermoeden van een valse aangifte is het zaak om snel te weten of er wel of niet twintig rechercheurs op de zaak moeten blijven. De voornaamste drijfveer bij mijn werk is de drang naar waarheidsvinding. Voor mij is “schuldig” echt niet de kroon op mijn werk. Ik sta er ook voor de verdachte. Neem medische zaken, waarbij een arts een fout heeft gemaakt. Dat zijn geen opzetdelicten. Het zijn heel lastig te beoordelen zaken met alleen maar verliezers. De buitenwereld ziet je als boegbeeld van het OM op de zitting. Maar er zit zo veel achter: onderzoek, opsporing, management. In dit vak komt het neer op kennis, communicatieve vaardigheden en empathisch vermogen. Je neemt vergaande beslissingen over levens. Het is enorm vervelend als de verkeerde verdachte wordt aangehouden. Die man is vanaf dat moment gestigmatiseerd. Ook een opdracht tot een sectie geef je niet zomaar. Daarom moet je je oordeel ook aan anderen durven voorleggen. Ik vraag geregeld aan collega’s: wat vind jij van mijn aanpak? Tegelijk moet je knopen kunnen doorhakken.’
De beste OvJ’s? ‘Emmy van der Bijl, Koos Plooij en Oebele Brouwer.’
In de serie ‘De beste in zijn vak’ neemt Vrij Nederland steeds een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen, wie beschouwen zij als de beste in hun vak – behalve zichzelf dan? Deel 1 (columnisten) verscheen in VN 03, deel 2 (uitgevers) in VN 10. Suggesties en commentaar graag naar [email protected]
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.