Begint het met de compositie, vroeg ik de schrijver Jan van Aken vorige week tijdens een openbaar interview over zijn nieuwe roman De ommegang. Dat leek mij een veilige vraag om hem op zijn gemak te stellen. Een opwarmertje voor het echte werk zou beginnen. Een vraag waarop ik het antwoord al dacht te weten. Sprak Harry Mulisch niet over de compositie als ‘het hoogste’ bij het schrijven, iets dat ik klakkeloos aannam?

Sinds jaar en dag sprak ik schrijvers die weliswaar van het schrijven als ‘een ongewis avontuur’ repten, waarbij het ook voor hen een verrassing was hoe ze daarbij van punt A naar punt B kwamen, maar ze begonnen pas aan dat avontuur wanneer ze, eenmaal bij de stromende rivier aangekomen, wisten naar welke overkant ze hun personage wilden laten komen.

‘Vroeger werd je geacht eerst een eigen stijl te ontwikkelen.’

Jan van Aken schraapte eerst zijn keel. ‘Hm,’ klonk het daarna bedachtzaam. ‘Dat hoor je tegenwoordig vaker beweren. Maar vroeger werd je...