Het debat is al enkele keren verschoven – de laatste keer omdat premier Mark Rutte (VVD) iets verkeerds had gegeten – maar 11 mei is het zover: dan debatteert de Tweede Kamer over het wetsvoorstel van de voormalige ministers van Veiligheid en Justitie Ferd Grapperhaus (CDA) en Landbouw Carola Schouten (CU). Als de wet wordt aangenomen door de Tweede Kamer, zal dierenmishandeling strenger kunnen worden bestraft. Maar voor zowel Dion Graus (PVV) als Frank Wassenberg (PvdD) gaat de wet niet ver genoeg. Vrij Nederland vroeg de Kamerleden naar hun modus operandi om hun dierpolitieke agenda voor elkaar te krijgen.
PARLEMENTAIR GEREEDSCHAP
Welke middelen staan parlementariërs ter beschikking en hoe gebruiken ze die? In een serie onderzoeksartikelen, profielen en interviews werpt journalist Dieuwertje Kuijpers licht op het Kamerwerk. Lees hier de eerdere afleveringen.
Limburgse dierenvriend
Dion Graus: ‘In december vorig jaar heb ik samen met Frank Wassenberg een motie ingediend om een levenslang houdverbod mogelijk te maken. Zo kan het dierenmishandelaars die meermaals over de schreef zijn gegaan, worden verboden ooit nog een dier te bezitten. Ik heb al veel verzoeken ingediend voor een levenslang houdverbod, maar deze keer werd de motie aangenomen.
Ik zit al sinds 2006 in de Tweede Kamer en deze samenwerking is best uniek. We hebben enkele weken geleden bijvoorbeeld nog met zijn drieën een werkbezoek gedaan bij meldpunt 144 (het nummer voor dieren in nood, red.) in Driebergen, waar ook de dierenpolitie en het veterinair forensisch team aanwezig waren. We hebben geluk met Erik Haverkort want hij is de eerste VVD’er die bereid is concreet iets aan dierenwelzijn te doen. Tot een aantal jaar geleden hoefde je hier echt niet mee aan te komen bij de VVD.’
Frank Wassenberg: ‘Bij elke motie of amendement moet je er nog veel stemmen bij sprokkelen. Je zult dus echt moeten samenwerken met niet-progressieve partijen.’
Frank Wassenberg: ‘De samenwerking met de PVV op het dierendossier is niet nieuw. Ik heb in 2015 tijdelijk Esther Ouwehand als Kamerlid vervangen, en toen deden zij en Graus ook al dingen samen. We hadden destijds twee zetels en reken maar uit: je hebt 76 stemmen nodig om iets aangenomen te krijgen. Dat betekende dat je bij elke motie of amendement nog 74 stemmen erbij moest sprokkelen. Een deel kun je vaak wel vinden bij andere progressieve partijen zoals GroenLinks, PvdA, soms ook SP en D66, maar dan ben je er nog niet. Je zult dus echt moeten samenwerken met niet-progressieve partijen. Ook nu we zes zetels in de Kamer hebben, hebben we nog steeds ruime steun van andere partijen nodig om iets voor elkaar te krijgen.
Het onderwerp dierenwelzijn valt voor een deel onder landbouw, en het is dan van belang dat je on speaking terms bent met de landbouwwoordvoerders van andere partijen. Zo heb ik samen met CDA’er Derk Boswijk en VVD’er Thom van Campen een motie ingediend voor een verbod op de handel in doorgefokte gezelschapsdieren. Jarenlang was ik een roepende in de woestijn en vijf jaar geleden was op deze manier samenwerken met VVD en CDA echt onmogelijk geweest. Maar met Boswijk en Van Campen kan ik goed opschieten, al moesten zij ook wel even uit hun comfortzone stappen, vermoed ik.
Ik heb zelfs wel eens een motie ingediend met Caroline van der Plas (BBB), waarom niet? Ze is wat betreft partijpolitiek een tegenpool, maar ik kan goed met haar door een deur. Dan gaat het bijna vanzelf. Qua standpunten sta je diametraal tegenover elkaar, maar als het nodig is, kun je samen een motie indienen. Zo ook de samenwerking met Dion Graus van de PVV. Hij heeft een hart voor dieren, dat is voor mij het belangrijkste’.
Graus: ‘Ik noem Frank Wassenberg altijd mijn Limburgse dierenvriend. We komen allebei uit de mijnstreek, dat maakt het gewoon makkelijker om samen te werken. Het ligt echt aan de persoon die er zit. Marianne Thieme bijvoorbeeld, die bedreef veel meer partijpolitiek. Zij wilde vaak niet samenwerken met de PVV. Dan zei ik: kijk nou naar het welzijn en belang van de dieren, daar moeten we voor knokken. Bij Esther Ouwehand is dat veranderd, die stond echt boven dat partijpolitieke gedoe. Nu met Leonie Vestering en Frank Wassenburg is dat nog meer verbeterd, ik heb nog nooit zo goed samengewerkt met de Partij voor de Dieren.’
De ‘curieuze alliantie’
De samenwerking tussen PVV en PvdD deed in het verleden meer wenkbrauwen fronzen. ‘In Nederland groeit een nieuwe religie: het dierenwelzijn. En daar moet alles voor wijken. Het brengt ons nieuwe religieuze fanatici, zeloten en curieuze allianties,’ zo klonk in 2011 het hoofdredactioneel commentaar in tijdschrift Binnenlands Bestuur.
De ‘curieuze alliantie’ van PvdD en PVV had destijds de Tweede Kamer zover gekregen om in te stemmen met een verbod op onverdoofd ritueel slachten, een PvdD-voorstel dat later in de Eerste Kamer sneuvelde.
Samenwerken met de PVV lag zeker voor progressieve partijen gevoelig. Helemaal na de ‘minder Marokkanen’-uitspraak van partijleider Geert Wilders in maart 2014.
De PvdA-fractie in de Tweede Kamer besloot hierna helemaal geen voorstellen van de PVV meer te steunen, hoe ze ook luidden. Maar met de komst van Forum voor Democratie in de Tweede Kamer lijkt samenwerking met de minder radicale en stabielere PVV niet langer een heet hangijzer.
Graus en Wassenberg verklaren hun vermogen allianties buiten hun eigen bubbel te sluiten vooral vanuit hun manier van werken. Beiden zijn ze – ieder op hun eigen manier – ‘buitenstaanders’ in de Tweede Kamer.
Graus: ‘Of iemand met je wil samenwerken hangt echt af van het Kamerlid. Als je goed contact hebt en Kamerleden vinden je sympathiek, dan krijg je veel meer gedaan. Ook bij mensen die helemaal niet zoveel met de PVV op hebben. Ik heb dat meermaals meegemaakt. Zodra een Kamerlid vertrekt, kan de samenwerking weer tot een nulpunt zakken. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen SGP’er Elbert Dijkgraaf wegging. Ik had een brok in mijn keel toen Eppie – zo noemde ik hem altijd – de Kamer verliet. We hebben samen veel moties ingediend. Bij zijn opvolger krijg ik niks meer gedaan. Eén persoon kan het verschil maken in de samenwerking tussen fracties, als zo’n Kamerlid binnen zijn eigen fractie macht en kracht heeft.’
Relatieve buitenstaanders
Wassenberg: ‘De Partij voor de Dieren is opgericht om dierenwelzijn op de agenda te krijgen. Dat zorgt voor een andere manier van werken. We willen het zo breed mogelijk op de kaart zetten en dan ga je niet alleen op zoek naar samenwerkingen binnen de Kamer, en kijk je verder dan de losse kokers van ministeries. Zo worden bijvoorbeeld bij Defensie cavia’s gebruikt voor het testen van zenuwgassen. Daar stel ik dan vragen over. Een andere keer dien ik vragen in bij het ministerie van Onderwijs. Zij financieren veel onderzoeken waar proefdieren bij worden gebruikt. Vervolgens leg ik dan het bruggetje naar Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), omdat ook wetenschappers zeggen dat het beter is om onderzoek te doen zonder proefdieren.
Het is niet gebruikelijk om op deze wijze over de ministeries heen vragen te stellen, maar we doen het toch. We volgen niet slaafs de agenda van de Kamer, maar willen hem voor een deel zelf bepalen. Veel van onze mensen en medewerkers komen uit het actiewezen en rollen daarna de politiek in. Geen van ons is een door de wol geverfde politicus. We zijn relatieve buitenstaanders, met een andere insteek dan de rest van de Kamer.’
Dion Graus: ‘Ik probeer zoveel mogelijk buiten de Kamer om af te tikken.’
Graus: ‘In de Kamer hangt het af van de vraag of een woordvoerder van een andere partij met je wil samenwerken, maar je bent ook afhankelijk van wat er in je eigen fractie wordt besproken. Wat ik vaak doe – of eigenlijk altijd – is zoveel mogelijk buiten de Kamer om proberen af te tikken. Dan heb je tenminste niet zoveel te maken met allerlei besprekingen, overleggen, partijpolitiek, stemgedrag en appreciaties van een staatssecretaris of minister. Heel vaak wil een minister of een staatssecretaris iets zelf aftikken op het gebied van dierwelzijn, want dat maakt ze sympathiek. Als ik een voorstel heb, kan een bewindspersoon beloven dat te regelen of toe te zeggen in een debat. Hoef ik geen motie in te dienen, kan ik mijzelf al dat gelobby besparen en heb ik het meteen geregeld. Of als ik iets lees over ernstige dierenmishandeling, dan bel ik rechtstreeks de dierenpolitie. Ik kan wel Kamervragen stellen, maar dat is bühnewerk en zonde van de tijd en het belastinggeld. Als Kamerlid bekleed je het hoogste ambt: wat let je om zelf even een burgemeester of minister op te bellen, of langs te gaan bij een andere partij?’
Buiten de Haagse vierkante kilometer
Niet alleen binnen de Kamer hanteren Wassenberg en Graus een eigen aanpak, ze wijzen er allebei los van elkaar op dat ze – om het Kamerwerk goed te kunnen doen – vaak hun gezicht buiten de Haagse vierkante kilometer moeten laten zien.
Wassenberg: ‘Waar je bij een hond naar de dierenarts moet voor euthanasie, kun je bij andere huisdieren zelf aan de slag.’
Wassenberg: ‘Het is belangrijk om contact te houden met bijvoorbeeld de dierenpolitie. Die geven aan welke instrumenten ontbreken om dierenmishandeling aan te pakken. Wat zij zien bij extreme dierenbeulen, is dat die zich meestal niet beperken tot dieren maar dat daar ook nog huiselijk geweld bij komt kijken. Mensen die sadistisch zijn naar dieren gaan geregeld verder, dus het is ook goed als de dierenpolitie die mensen in het vizier heeft. Op basis van die gesprekken heb ik daarom een derde amendement voor het komende debat opgesteld, namelijk het verbod op het doden van je eigen huisdier. Nu is het alleen verboden om je eigen hond of kat te doden, maar dat geldt niet voor vogels, knaagdieren en reptielen. Waar je bij een hond naar de dierenarts moet voor euthanasie – en die zal nooit een gezond dier euthanaseren – kun je bij andere huisdieren wel zelf aan de slag. De politie wees erop dat als zij een zak met verdronken cavia’s of konijnen vinden, ze daar niets mee kunnen doen. Onder de huidige wetgeving moeten ze eerst bewijzen dat het gestorven dier heeft geleden.’
Graus: ‘Wij rijden door het land, ik ben continu met mensen aan het bellen. Als ze mij een mail sturen voorzien van een telefoonnummer, dan bel ik het persoonlijk na. Ik ben vooral buiten de mottige ruimtes van de Tweede Kamer actief. Kamerleden zouden veel meer met hun poten in de modder moeten staan. Het zou denk ik beter zijn voor velen als ze wat minder op kantoor zaten, sommigen zijn vooral druk met het veroorzaken van administratieve lasten.
Een voorbeeld: we zijn de grootste oppositiepartij en daarom spreken wij vaak – maar niet altijd – als eerst. Ik maak heel vaak mee dat ik een motie indien en dat vervolgens een coalitiepartij een motie van gelijke strekking indient in andere bewoordingen. Dat is puur plagiaat, goedkoop scoren en een manier om de Kamer op te zadelen met nog meer administratieve lasten. Enkel voor de bühne en om te scoren in de Politieke Barometer.’
Los van politieke kleur
Wassenberg wijst erop dat de samenwerking puur is gegroeid vanuit een gemeenschappelijke interesse in het onderwerp, los van politieke kleur. ‘Vorige week, voor het reces, hadden we nog een laatste activiteit op de agenda: ik had van half 5 tot half 8 op donderdagavond een hoorzitting over proefdieren georganiseerd samen met de VVD. Dion Graus was toevallig voorzitter en andere Kamerleden waren er niet. Dus toen was ik heel blij dat ik juist VVD en PVV aan boord had gekregen, dat helpt mij als Kamerlid om dit onderwerp op de kaart te zetten.
GroenLinks en PvdA waren er niet bij. Daar zullen ze vast een reden voor hebben gehad, maar ze waren er niet. Zelfs als progressieve, diervriendelijke partij kun je niet blind rekenen op andere groene of progressieve partijen.’
Graus: ‘Het is net als bij een elftal. Als die een hechte band hebben, kunnen ze de sterren van de hemel scoren, maar als er onderling onmin en afgunst is, dan krijgen ze niets voor elkaar. Zo werkt het ook in de Tweede Kamer. Het klikt gewoon tussen ons, de drie dierenmusketiers van PvdD, PVV en VVD.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.