Meer aandacht voor integriteit is goed, maar het moet niet doorschieten in ‘integritisme’ door op elke slak zout te leggen.
Vrij Nederland publiceert voor de vijfde keer de Politieke Integriteits-Index, het jaarlijkse overzicht van affaires en rellen in de Nederlandse politiek. Wat kunnen we leren uit een kleine vijfhonderd affaires?
De laatste jaren schommelt het aantal affaires op de Politieke Integriteits-Index tussen de 46 en 67 per jaar. Hoe erg is dat? Nederland telt alles bij elkaar op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau bijna 12.000 gekozen en benoemde volksvertegenwoordigers en bestuurders. De bulk daarvan – bijna 11.000 – zit bij gemeentes. Zo bezien gedraagt de overgrote meederheid zich keurig en gaat slechts een minuscule minderheid de mist in. Niettemin: elke affaire is er één te veel. Er kunnen nog zoveel nette politici zijn, de aandacht gaat toch vooral uit naar het gelieg en gedraai van prominente VVD’ers in de bonnetjesaffaire. Dát tast het vertrouwen van burgers in de politiek fundamenteel aan.
Hoe netjes Nederland is vergeleken met andere landen is lastig te zeggen. Nederland scoort elk jaar goed op de wereldwijde ranglijst van corrupte landen van Transparancy International. De PI-Index laat inderdaad zien dat we relatief weinig gevallen hebben van corruptie (waaronder ook vriendjespolitiek en nepotisme vallen) – veertig sinds 1980. Maar dat zegt niet alles. Corruptie is lastig aan te tonen omdat het een victimless crime is: een slimme politicus die het niet te opzichtig speelt, kan er makkelijk mee wegkomen. Dat Jos van Rey tegen de lamp is gelopen, komt vooral door vasthoudende onderzoeksjournalisten. De huidige kaalslag onder lokale media is slecht nieuws voor de bestuurlijke integriteit: wie gaat er straks nog achter de sjoemelende wethouders in de provincie aan? Het goede nieuws is dat Nederland veel strenger is geworden. Joep Galiart, die in 1980 als eerste Limburgse burgemeester werd veroordeeld wegens fraude, trad na zijn veroordeling niet af maar werd later eervol ontslagen. Piet van Zeil kwam als staatssecretaris van Economische Zaken regelmatig in opspraak, omdat hij bijvoorbeeld zijn huis gratis liet opknappen door werknemers van een woningbouwvereniging waar hij commissaris was. Daar had hij nauwelijks last van, memoreert het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2016, dat geheel gewijd is aan ‘zonden in de politiek’. Lubbers noemde hem ‘de kleine krabbelaar’ en sprak over ‘kruimelcorruptie’. Dat zou nu onbestaanbaar zijn.

De VVD was heel lang een schone partij: tussen 1980 en 2007 werden slechts drie VVD’ers veroordeeld. In 2007 werd het voormalige Kamerlid Patricia Remak veroordeeld wegens wachtgeldfraude en sindsdien lijkt het hek van de dam: er volgden nog twintig veroordelingen. Ter vergelijking: in die periode telde de PvdA 5 , het CDA 4 en D66 2 veroordelingen (afhankelijk van een aantal zaken kan dat nog iets oplopen). Mark Rutte, die in 2006 aantrad als politiek leider van de VVD, is natuurlijk niet verantwoordelijk voor alle misstappen die VVD’ers hebben gemaakt, maar het is wel duidelijk dat hij heeft gefaald als moreel boegbeeld van een partij die staat voor een harde aanpak van misdaad en fraude.
Aandacht voor integriteit moet echter ook weer niet doorschieten in ‘integritisme’ door op elke slak zout te leggen. Als politici (zoals Mark Rutte) helemaal niets meer declareren om elk mogelijk gezeur voor te zijn, schieten we door. Daarom komt ook lang niet elke rel op de PI-Index. De formele criteria om opgenomen te worden, staan in de Verantwoording, maar de hoofdregel is wel dat de affaire echt iets om het lijf moet hebben. In sommige gemeentes (zoals Bloemendaal, Den Helder, Wassenaar) is de bestuurscultuur zo verziekt dat beschuldigingen van niet-integer gedrag voortdurend heen en weer vliegen. Ook elders beschuldigen boze burgers burgemeesters en wethouders al snel van vriendjespolitiek en beledigen raadsleden elkaar via Twitter, waarna het ‘slachtoffer’ op hoge poten aankondigt aangifte te gaan doen. Alleen als het uit de hand loopt, komt zo’n lokaal relletje op de PI-Index. Zoals bijvoorbeeld Christian Petermann, raadslid in Heerlen voor de Realistische Partij Nederland. Hij vergeleek de officier van justitie die Jos van Rey vervolgde met een nazi-kampbeul en wenste haar een ongeluk toe. Het OM pikte dat terecht niet en klaagde hem aan. Petermann werd veroordeeld tot 500 euro boete, bood zijn excuses aan en nam een time-out van een maand.
Dit is het derde deel uit de jaarlijkse Politieke Integriteits-Index. Lees hier de vierde over de grootste zonden in de polderpolitie, zoals het stelen van zitzakken, of het vijfde deel over het gesjoemel van VVD’ers.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.