F. Starik. Door. Nieuw Amsterdam, 112 p., € 19,95
Frank Starik schrijft robuuste honkytonkpoëzie, uitermate geschikt voor de grote stad waar hij met kennelijk plezier doorheen stampt: steigers, duiven, iemand poetst z’n tanden, een ander is straalbezopen, weer even verderop staat de daklozenkrantverkoper: ‘ik neem de trein en reis / van zaal tot zaal waar ik mijn zoete woorden achterlaat / dan vlug terug kedeng kedeng weer thuis.’ Op sommige momenten herinnert zijn werk aan dat van Ter Balkt, bijvoorbeeld in het retorische ‘Gras’: ‘Zal gewoon doorgroeien. Pas op voor het gras’, maar het is toch vooral de vaart en de energie die je bijblijven, meer dan de taal. Ik geloof ook niet dat er dubbele boodschappen of psychologisch-filosofische bespiegelingen onder schuilgaan, maar het plezier in de werkelijkheid is onweerstaanbaar: ‘Sorry man. hemelvaartsdag, geen bloemenwinkel open. Dan maar zonder.’ In een, voor een dichtbundel ietwat uitzonderlijke ‘uitleiding’ verklaart hij de titel: ‘Door. Goed bezig.’ Het slaat op Stariks zoon die zijn rijbewijs heeft gehaald, maar kan net zo goed gezegd worden van Stariks poëzie.
Jannah Loontjens. Dat ben jij toch. Ambo, 72 p., € 17,95
Zeven jaar lang liet Jannah Loontjens na het intrigerende Het ongelooflijke krimpen niks meer van zich horen als dichteres en leek ze vooral romanschrijfster geworden. Maar nu is ze er weer met haar heldere en tegelijk geheimzinnige poëzie. In op het oog huiselijke en alledaagse tafereeltjes gaan bij haar steeds bijzondere gewaarwordingen schuil, niet uitgesproken maar gesuggereerd. Het begint al met de voor meer lezingen vatbare titel Dat ben jij toch en manifesteert zich eigenlijk in elk gedicht. Bijvoorbeeld ‘Ik sta erbij’, over het moederschap door de moeder zelf bekeken vanuit het kind: ‘Moeders zijn de anderen. / Bij het eten zit ik aan de lage tafel / achter het ijsje met het parasolletje.’ Beheerst verbaasde, soms ietwat gedepersonaliseerde emoties, maar van een onverwisselbare eigenheid: ‘Onze hersens zweven als tekstballonnen schuin achter onze schedels.’ Onopgesmukte poëzie van een koele, haast on-Nederlandse verkwikking, over kijken, denken en communiceren, de zaken waar het bij de mens allemaal om draait.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.