Voor de beeldentuin van het Kröller-Müller maakte de Franse kunstenaar Pierre Huyghe een parmantige installatie van zandheuvels, gras, mos, bomen, bloemen en planten. Ieder taartpunt staat voor een deel van het jaar: valentijnsrozen, een kerstboom, pompoenen voor november.

Veel ruiger dan op de Hoge Veluwe wordt de natuur in Nederland zelden. Ooit bestond het gebied dat nu Nationaal Park De Hoge Veluwe heet vooral uit zandverstuivingen en heide. Nu bestaat het, volgens de laatste inzichten over biodiversiteit, voor meer dan de helft uit bos. Er groeien berken, beuken, eiken en dennen. En vele planten, paddestoelen en mossen niet te vergeten. De fauna bestaat er uit de big four: edelherten, moeflons, wilde zwijnen en reeën, en daarnaast uit vele vogels, amfibieën, reptielen en insecten. Wat eertijds vooral jachtvelden waren voor een handjevol welgestelden te paard is nu een recreatiegebied voor velen op de fiets.

Tot zover de natuur. Met dank aan Helene Kröller-Müller (1869-1939) is het park ook een van de bekendste culturele pleisterplaatsen van het land. In 1914 gaven zij en haar man Anton Kröller architect Hendrik Petrus Berlage opdracht tot de bouw van een ontzagwekkend jachthuis in de vorm van een gewei. Chiquer wordt het in deze tak van sport niet in Nederland.

Pierre is heel precies, hij weet wat hij wil: een palm met een zo smal en zo glad mogelijke stam.Helene bracht een internationaal fameuze verzameling bijeen van moderne en hedendaagse kunst met onder meer een substantiële collectie tekeningen en schilderijen van Vincent van Gogh en het mooiste ensemble schilderijen van Georges Seurat ter wereld. Haar bijzondere verzameling werd ondergebracht in het Kröller-Müller Museum. Bij dat museum liet Bram Hammacher, directeur van 1947 tot 1963, een beeldentuin aanleggen, een ‘tuin van buitenzalen’ met een beknopt overzicht van de beeldhouwkunst van 1850 tot nu, parallel aan de verzameling van vooral schilderijen van Helene Kröller-Müller.

Advertentie

Advertentie

Als kers op de taart

In die beeldentuin groeit sinds dit voorjaar ook een palmboom. De Franse kunstenaar Pierre Huyghe heeft die exoot laten planten. Parmantig zoals alleen een palm kan zijn staat hij als kers op de taart van een opmerkelijke installatie bestaande uit zandheuvels, gras, mos, bomen, bloemen en planten.

Het is geen Carpentaria acuminata, de slanke palmboom die tot wel twintig meter hoog kan groeien en oorspronkelijk afkomstig is uit het tropische kustgebied van Noordelijk Australië. Zo’n slanke, hoge boom stond Huyghe voor ogen, maar die zou niet overleven in het klimaat op de Hoge Veluwe. ‘Die boom is niet winterhard,’ zegt Eddie Morren, hoofd van de tuindienst. ‘Ik zit zelf niet zo in palmbomen en het is überhaupt moeilijk er een te krijgen, maar de boom die Pierre in gedachten had, zou het op de Hoge Veluwe niet uithouden. Pierre is heel precies, hij weet wat hij wil: een palm met een zo smal en zo glad mogelijke stam. In onderling overleg hebben we voorlopig gekozen voor de Washingtonia robusta, een palm met bladeren als waaiers, waarvan we de stam hebben gladgemaakt. We hebben tot mei gewacht de boom te planten, omdat het weer dit voorjaar zo slecht was en er nog vorst in de grond zat. Misschien moet-ie in de winter worden ingepakt of uit de grond worden gehaald om te overleven. We zullen zien. Heel bijzonder en heel mooi wordt het in elk geval. Ik werk hier nu al vierentwintig jaar, maar een beeldhouwwerk van zandheuvels, bomen, bloemen, planten, gras en mos heb ik niet eerder meegemaakt.’

De Washington Robusta staat centraal. Foto: Maarten Kools
Het nieuwe veld

La Saison des Fêtes (Het seizoen van de feestdagen) heeft Pierre Huyghe zijn tuin in de beeldentuin genoemd. In 2010 had hij voor het Madrileense museum Reina Sofia een soortgelijke, maar overdekte en bescheidener biotoop samengesteld. Voor het Kröller-Müller Museum neemt het werk een flinke lap grond van 3750 vierkante meter in beslag, gelegen op een afgelegen plek in de beeldentuin. Een plek die ooit heel poëtisch ‘het nieuwe veld’ werd genoemd en recentelijk iets te prozaïsch wordt aangeduid als ‘het evenementenveld’, waar overigens maar zelden evenementen worden gehouden.
Net als je denkt een van de rafelranden van de beeldentuin in te wandelen, net als je rechtsomkeert wilt maken, stuit je erop. Wat de verrassing alleen maar groter maakt. Al geeft deze ingreep in de natuur zijn geheimen niet meteen prijs. Het eerste wat je ziet, zijn zandheuvels (het zand is afkomstig van de zandverstuiving bij Radio Kootwijk, ten noorden van het Nationaal Park), paden met laag en hoog gras erlangs, dode takken en boomstammen, mos, bomen en struikgewas. Het zorgvuldig onder supervisie van Huyghe aangelegde stukje land doet zich in eerste instantie voor als een vanzelfsprekend verlengde van de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum, een voortzetting van de natuurlijke omgeving. Op die palm die boven alles uittorent na. Als die in je blikveld verschijnt, besef je dat er iets aan de hand is en ga je op zoek.

Je moet er wat voor doen om in het paradijs te komen. Foto: Maarten Kools
Het geheim

Huyghe houdt naar eigen zeggen van ‘verbindende beelden’, beelden waarmee we direct een connectie hebben, beelden die ons even bekend als bevreemdend voorkomen. Zo lokt Huyghe ons ook naar La Saison des Fêtes. Je moet er wat voor doen om in het paradijs te komen.

De cirkel is een tuin in een tuin in een tuin.Als je in de zandheuvels doordringt, ontdek je het geheim van La Saison des Fêtes: omgeven door een betonnen cirkel presenteert Pierre Huyghe een boeket van feestdagen in de vorm van bomen, bloemen en planten. Een genereus gebaar, dat vanaf een bankje goed is te zien en te analyseren. De betonnen cirkel is verdeeld in twaalf taartpunten, al zijn die sectoren moeilijk te onderscheiden als de beplanting van alle segmenten volgroeid is. Die taartpunten staan voor de twaalf maanden van het jaar, de oneindige, onontkoombare cyclus van het leven.

De begroeiing in de cirkel is veelzeggend. Huyghe heeft haar in elke taartpunt afgestemd op de feestdagen die overal in de wereld in een bepaalde maand worden gehouden. De datum van een specifieke feestdag, religieus of seculier, nationaal of internationaal, bepaalt de plaatsing van de begroeiing in de cirkel. Een roos voor Valentijnsdag in februari, de kersenbloesem als teken van de lente in maart (een fenomeen in de natuur waar onder meer in Japan elk jaar speciaal bij wordt stilgestaan), de pompoenen voor Halloween als de dagen eind oktober gaan korten, chrysanten voor Allerzielen in november, de kerstboom voor Kerstmis in december. Met in het midden van de cirkel als gezegd een palmboom. Waarvoor die symbool staat, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk voor zowel het christelijke feest van Palmpasen, de blijde intocht van Jezus in Jeruzalem, als voor het seculiere feest van het begin van de lente. De cirkel is een tuin in een tuin in een tuin.

Met die cirkel maakt Huyghe het verglijden van de seizoenen, van de maanden, van de tijd nadrukkelijk zichtbaar. Waarmee La Saison des Fêtes zowel een reëel bestaande tuin als een metafoor is. Memento mori, gedenk te sterven. La Saison des Fêtes is een levend stilleven, une nature morte vivante, zoals de Fransen de paradox zo mooi zouden uitdrukken.

Toverstafje

‘Als ik aan een werk of project begin,’ legt Huyghe in een video op internet zijn manier van werken uit, ‘wil ik een biotoop creëren, een parallelle wereld. Vervolgens wil ik die wereld binnentreden. De wandeling door die wereld is het werk. Ik vertel niet zozeer een verhaal, ik maak veeleer emotionele landschappen. Of creëer een mythologie, een nieuw begin om ergens anders naartoe te reizen.’

Welkom in de wondere wereld van Pierre Huyghe (Parijs, 1962). Het boeket van feestdagen in de beeldentuin van het Kröller-Müller is niet het eerste ecosysteem dat hij laat bloeien en groeien – reëel bestaand of gefilmd. Op zijn meest recente overzichtstentoonstelling in het Centre Pompidou in Parijs en het Ludwig Museum in Keulen waren er enkele te zien, aquaria en terraria met levende organismen als krabbetjes die een schild in de vorm van een menselijk gelaat met zich meetorsen. Daar stuitte je ook op een klassiek bronzen beeldhouwwerk op een sokkel, een liggend vrouwelijk naakt waarvan het hoofd was bedekt met een bijenkorf compleet met bijen die eromheen zwermden. Rustig blijven, denk je dan bij jezelf, niet al te druk om me heen gaan slaan als er wat bijen op me afkomen.

Wat ís dit? Wat doet die merkwaardige hond daar? Wijst zijn naam op onze eigen zoekende en loslopende bestaan?Huyghe maakt even aantrekkelijke als merkwaardige kunstwerken. Alsof hij een toverstafje bezit waarmee hij de realiteit in metaforen laat verglijden en metaforen in realiteit. Hij versterkt naar eigen zeggen het fictieve gehalte van de werkelijkheid. Hij slecht de grens tussen kunst en leven, tussen waken en slapen, hij creëert dromen die je wakker maken. Met alle mogelijke middelen en onconventionele vormen. Je zou hem een avonturier en een ontdekkingsreiziger kunnen noemen. Op zoek naar onbekende oorden, zowel bestaande als gecreëerde, met alle onverwachte emoties die daarmee gepaard kunnen gaan.

Zo heeft hij een reis naar de Zuidpool ondernomen op zoek naar de zeldzame, bijna mythische albinopinguïn. Die reis kan worden gezien als overtreffende trap van de wandelingen van Richard Long en Hamish Fulton, de Engelse kunstenaars die wandelen en reizen als kunst annexeerden. Voor het Kröller-Müller Museum zijn ze geen onbekenden, hun werk is opgenomen in de collectie.

Hij heeft een film gemaakt met een bankrover die Al Pacino naspeelde die een bankrover speelde in een film over een waargebeurde bankoverval, gepleegd door de bankrover die Al Pacino speelt. Hallo, bent u daar nog? Volgt u de stapelingen van fictie en realiteit?

Hij heeft het laten sneeuwen, misten en regenen in een museum en daar een op de klippen gestrand schip van ijs laten wegsmelten. Zulke weersomstandigheden zijn bij mijn weten niet eerder in een museum gerealiseerd.

Hij laat een magere, witte jachthond met de roepnaam Human en met een opzichtig roze voorpoot door zijn installaties en tentoonstellingen scharrelen en snuffelen. Pardon! Wat ís dit? Wat doet die merkwaardige hond daar? Wijst zijn naam op onze eigen zoekende en loslopende bestaan?

Pierre Huyghe heeft de ene verrassing na de andere in petto. Hij heeft de zaal van het beroemde operagebouw in Sydney voor 24 uur omgetoverd tot een plantenkas. Hij heeft de afbraak van het natuurgebied voor de opbouw van een nieuwbouwwijk vastgelegd en kwam daarbij in de gangen en de kamers van de nog onbewoonde huizen een verdwaald hert tegen. Op de film die hij van die bijzondere ontmoeting maakte, zie je het verwarde beest denken: hier stonden toch bomen? Hij laat een suppoost je naam schallen door de ruimte van zijn tentoonstelling. Je komst wordt aangekondigd waarmee je, of je wilt of niet, onderdeel uitmaakt van de tentoonstelling. Je komt naar objecten kijken, maar wordt zelf een object. Kijken is bekeken worden.

In een notendop is dit de meer dan twintigjarige praktijk van Huyghe als kunstenaar. Daarin pendelt hij heen en weer tussen beeldhouwkunst, performances, video’s, installaties en wat dies meer zij. Hij trekt zich weinig aan van grenzen tussen genres en disciplines. Zijn kunstwerken treden buiten de bestaande orde en categorieën. Zoals La Saison des Fêtes op een verrassende manier de orthodoxe paden van de beeldhouwkunst overtreedt.

Rafelranden van de beeldentuin. Het eerste wat je ziet, zijn zandheuvels – het zand is afkomstig van de zandverstuiving bij Radio Kootwijk. Foto: Maarten Kools
De realiteit van de illusie

De kraamkamer van dit unieke universum stond eind jaren tachtig van de vorige eeuw in Parijs. Daar volgde Huyghe de kunstacademie en raakte bevriend met Philippe Parreno en Dominique Gonzalez-Foerster, artistieke struikrovers die gezamenlijk een nieuwe schoonheid bevochten, zoals het een aanstormende groep kunstenaars betaamt. Gevoed door het Parijse, tegenculturele postpunk-milieu van die jaren met dat amalgaam van graffiti, muziek, performance, video en natuurlijk een piratenzender, zoals een loslopende hond nooit ver weg is bij een groep die zich tegen de bestaande orde verzet. Nu, dertig jaar later, zijn Huyghe, Parreno en Gonzalez-Foerster het dream team van de hedendaagse Franse kunst.

Nicolas Bourriaud plakte op die nieuwe schoonheid het etiket relational aesthetics. De Franse criticus en curator is een leeftijdgenoot van Huyghe en de zijnen en was een van de oprichters van het Palais de Tokyo in Parijs, een centrum voor hedendaagse kunst waar de blik op de toekomst is gericht.

Gaat niet elk kunstwerk een relatie aan met de beschouwer? Zeker, maar het gaat om de nadrukkelijke accenten die kunstenaars in hun kunstwerken leggen. Bij deze groep kunstenaars is de hand van de meester of de authenticiteit en uniciteit van een kunstwerk ondergeschikt aan de schoonheid van de relatie die hun kunstwerken met u en mij aangaan. Postmoderne fratsen? Natuurlijk is alles al een keer gezegd, geschreven, gezongen, gecomponeerd, geschilderd, gebeeldhouwd, vormgegeven en ga zo maar door. Wat niet wegneemt dat alles elke keer weer op een andere manier kan worden geschreven, beweerd, gecomponeerd, geschilderd enzovoort. Een oneindige reeks van vormen en formuleringen is mogelijk, oude met nieuwe betekenissen of nieuwe met oude betekenissen, of varianten daarvan. Vormen hebben de neiging te migreren, inhoud heeft de drang te veranderen, afhankelijk van tijd en omstandigheid. Het valt niet tegen te houden. Die dynamiek voedt de kunsten. Huyghe en zijn artistieke geestverwanten verruilden de hogere heldhaftigheid van hun modernistische voorgangers voor de hogere ironie en het veelbetekenende vraagteken.

Neem de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan, met wie Pierre Huyghe heeft samengewerkt. Samen zijn ze de boegbeelden van de nieuwe esthetiek. Cattelan maakte een installatie waarin de paus wordt geveld door een meteoriet die dwars door een glazen plafond op hem valt. En in Museum Boijmans Van Beuningen steekt een wat pronkzuchtig mannetje, zijn evenbeeld, zijn hoofd door een gat in de vloer van een van de zalen. Even verrast als wij kijkt hij ons aan. Goeie, ontregelende grappen.
Huyghes werk is geheimzinniger en diepzinniger. Hij is een stapelaar van metaforen en illusies in een schier oneindig droste-effect. In die zin is hij een kind van deze tijd. De illusie was lang uitsluitend aan de kunsten voorbehouden, werd gekaapt door de reclame en de vrijetijdsindustrie en is recentelijk door sociale media als Facebook in extreme mate gedemocratiseerd. Kijk naar mij, ik leef in een illusie, dus ik besta. Dat is het devies.

Het oeuvre van Huyghe bestaat uit de realiteit van de illusie en de illusie van de realiteit. Daarbij gebruikt hij als cement verwondering, verlangen en melancholie. Die hij soms laat verlopen tot verwarring of waanzin, soms tot een idylle, of een glimp van een utopie, een betere wereld. Hij durft zijn schone en boze dromen aan te boren en uit te voeren. Dromen om ons wakker te schudden.

Inmiddels worden zijn haren dunner en grijzer. Wat niet wegneemt dat Huyghe zijn jongensachtige spontaniteit en openheid heeft behouden, hij is een goed geconserveerde, aantrekkelijke, om niet te zeggen sexy vijftiger. En een serieuze, harde werker, een veelgevraagde, internationaal operende kunstenaar, hij rent van het ene naar het andere project, begeleid door zijn assistenten. Hij woont afwisselend in Parijs en New York. Zijn werk is vele malen gelauwerd en is op alle grote evenementen in de kunst te zien geweest, van de Biënnale in Venetië tot de Documenta in Kassel.

La Saison des Fêtes voor het Kröller-Müller Museum is een van Huyghes jongste opdrachten. Of het een blijvertje zal zijn, zoals de bronzen beelden in de beeldentuin, is ongewis. De natuur gaat immers haar eigen gang. Lisette Pelsers, directeur van het museum, schat in dat het boeket van feestdagen zeker vijf jaar zal bestaan. Als het niet langer duurt. Huyghes tuin is hoe dan ook verrassend. En het toont aan waartoe de hedendaagse kunst in staat is.

Hoofd tuindienst Eddie Morren is zeer tevreden: ‘Meer dan ooit ben ik betrokken bij een beeld in de tuin. En ik zal er ook bij betrokken blijven, want hoe gaan we het bijhouden? Pierre wil er het liefst niet veel aan doen, maar dan gaan sommige gewassen andere overwoekeren. En ik neem aan dat de kerstbomen niet boven de palm uit mogen groeien.’

Nieuw zicht op de beeldentuin

Deze zomer presenteert het Kröller-Müller Museum een monumentale ingreep in de beeldentuin. Met 3300 m3 zand en 45 verschillende gewassen creëerde de Franse kunstenaar Pierre Huyghe La Saison des Fêtes, een kunstwerk dat met de seizoenen verandert. Wij vonden dit project zo uniek dat we met ondersteuning van het museum deze special hebben gemaakt, waarin een interview met directeur Lisette Pelsers, prominente Nederlanders over hun favoriet uit de beeldentuin en dit portret van kunstenaar Pierre Huyghe.