Iedereen maakt in zijn leven wel eens een uitzonderlijke gebeurtenis mee, iets dat je voor een moment boven de werkelijkheid van alledag verheft. De aanleiding kan heel verschillend zijn. Een adembenemend uitzicht dat zich plotsklaps voor je ogen ontrolt, een muziekstuk dat je diep van binnen raakt, een plotselinge verliefdheid die je leven op zijn kop zet. Dergelijke ervaringen worden wel subliem genoemd. Ze hebben betrekking op zaken die ons op een of andere wijze door hun grootsheid overweldigen. Dat overweldigende onderscheidt ze van alledaagse schoonheidservaringen. Het sublieme is de stiefzuster van het schone. Het is schoonheid met een twist, omdat de bewondering vermengd is met het onbehaaglijke gevoel dat we de ervaring niet in de hand hebben. Hoewel het sublieme zich op uiteenlopende terreinen kan voordoen, is het traditioneel vooral verbonden met de overmacht van de natuur. In de afgelopen eeuw heeft het echter een nieuw domicilie gekozen: het heeft zich genesteld in de technologieën die onlosmakelijk verbonden zijn met ons alledaagse leven. Maar naarmate de technologie steeds meer in het teken komt te staan van onvoorspelbare en onbeheersbare computeralgoritmen, lijkt het technologisch sublieme opnieuw het karakter van een overmachtige natuur aan te nemen. Een nieuw soort natuur, dat wel. En dat roept ongemakkelijke vragen op.
Overweldigd door een nieuw soort natuur

In een wereld waar de computer de meest dominante technologie is geworden, wordt alles – van de moleculen waaruit we zijn opgebouwd tot aan onze intiemste gedachten – getransformeerd tot een database. Algoritmen, verstrengeld en verbonden, als een nieuw soort natuur.
