Oscar van den Boogaard schreef in 2014 dit mooie stuk over Stanley Brouwn, die afgelopen donderdag overleed. Over de kunstenaar die onzichtbaar wilde zijn.
Hij verschijnt nooit op openingen, in catalogi staan geen afbeeldingen van zijn werk evenmin als persoonlijke portretten. Geheel in de geest van het conceptualisme uit de jaren zestig gaat het in zijn werk om het dematerializeren, de onpersoonlijkheid in het creatieve proces en het verdwijnen van de auteur.
Mijn ervaring tijdens het schrijven van dit verhaal is dat iedereen die ik vraag om me met hem in verbinding te stellen, – galeristen, verzamelaars, bevriende kunstenaars – zelf ook opeens lijken te verdwijnen in het niets. Alsof ze allemaal medeplichtig zijn aan de grote verdwijntruc die ervoor moet zorgen dat de kunstenaar onzichtbaar blijft, zodat het werk abstract kan blijven en niet wordt opgezadeld wordt met wat er niet toe doet: de sterfelijke maker.
Het eigenaardige verschijnsel is dat terwijl ik naar hem zoek, ik mezelf erop betrap dat ik eigenlijk ook helemaal niet wil weten wie hij is. Uit een diepgaand respect voor zijn artistieke keuze om onzichtbaar te blijven. Uit eerbied ook voor het concept privacy in het algemeen dat in onze tijd aan een dramatische uitholling onderhevig is. Privacy verdwijnt uit onze wereld niet alleen omdat overheden, bedrijven, en burgers zo onbeschaamd nieuwsgierig zijn, maar ook omdat individuën in het tijdperk van facebook, instagram, en talk-shows waarin de ziel op tafel moet, helemaal geen privacy meer lijken te willen. Voor de meeste mensen in de 21ste eeuw lijkt privacy op een angstaanjagende gevangenis waarin je gedwongen bent rond te wentelen in je eigen eenzaamheid. Privacy wordt gezien als een vorm van niet meer bestaan. We laten onszelf aan iedereen zien en willen geen moment uit het oog verloren raken, om vooral niet alleen te hoeven zijn.

Niet Stanley Brouwn. De man die onzichtbaar wil zijn. Toch krijgt hij door de paar gegevens die over hem bekend zijn, een haast mythische dimensie. Geboren in 1935 in Paramaribo, de hoofdstad van Suriname. Het land waarvan de meeste mensen op aarde het bestaan niet van kennen. Als ze er wel eens van gehoord hebben, weten ze beslist niet waar het ligt. Het is het kleinste land van Zuid-Amerika aan de Noord-kust van de Atlantische oceaan. Ingeklemd tussen voormalig Brits-Guyana, Frans-Guyana en Brazilië. Ik ben er toevallig zelf in de tweede helft van de jaren zestig opgegroeid en voor mij is het met terugwerkende kracht een paradijs. Een voormalige kolonie van Nederland, maar wel vier keer zo groot. Vooral Amazonewoud en nog geen half miljoen inwoners. Tot de onafhankelijkheid in 1975 had het land een vlag met vijf sterren die door een ellips met elkaar waren verbonden. De sterren vertegenwoordigden de verschillende rassen die er verondersteld werden wreedzaam samen te leven. Zoals ik het me herinner: de gele ster symboliseerden de Chinezen, de bruine ster de Hindoestanen, de rode ster de Indianen, de zwarte de Creolen, en ‘Oscar, waar staat de witte ster voor,’ vroeg mijn zwarte kindermeisje en mijn antwoord was steevast: ‘wit staat voor de mensen’.
Candide, het beroemde personage van Voltaire, bezoekt in het tijdperk van de verlichting Suriname. ‘Wij zijn aan het eind van onze moeilijkheden en aan het begin van ons geluk!” roept Candide’s knecht Cacambo uit als hij Suriname ziet liggen. Dichtbij Paramaribo gekomen ziet Candide een neger op de grond liggen, de arme man mist het linkerbeen en de rechterhand. ‘Ach God!’ zegt Candide in ’t Hollands tot hem, ‘wat doe je daar, vriendje, in die verschrikkelijke toestand?’ ‘Ik wacht hier op mijn meester,’ antwoordt de neger. ‘Heeft hij je zo toegetakeld?’ vraagt Candide. ‘Ja, mijnheer,’ zegt de neger, ‘dat is zo het gebruik….’ Candide stort tranen terwijl hij de neger aanschouwt. Hij geeft zijn optimisme op en treedt al schreiend Suriname binnen.
De voorbijganger als kunstenaar
Volgens zijn schaarse biografie is Stanley Brouwn in 1957 naar Amsterdam gekomen. Via collega-kunstenaar Armando kwam hij in aanraking met de European Zero Movement. De zichtbare, persoonlijke signatuur van de kunstenaar werd door deze groep kunstenaars afgewezen, en de focus lag op realiteit, wat in de kunst neerkwam op een new reality. Zijn eerste werken die hij later vernietigde waren transparante polyethylene zakken gevuld met allerlei soorten afval en bungelend vanaf het plafond. De inhoud van het werk was de inhoud van de zak die je zag en niets meer. De werken die hij vervolgens als zijn eerste werken beschouwde maakte hij niet eens zelf. Hij legde papieren vellen op de straat en een achteloze voorbijganger of fietser die erover fietste of wandelde, creëerde het kunstwerk. Zonder dat hij het wist, werd hij de anonieme partner in het werk van Brouwn. Beweging en tijd werden in deze ready-made-achtige werken vastgelegd. Hij legde via de participatie de creatie in de handen van de ander en vlakte daardoor zijn eigen kunstenaarschap in zekere zin uit. Je zou kunnen zeggen dat Brouwn oploste in de voorbijganger of fietser. In een later stadium ging hij willekeurige voetgangers aanspreken en vroeg hen de weg naar een bepaalde plaats op een papier te krabbelen. Via een stempel waarop stond ‘this way brouwn’ gaf hij het werk als een neurotische bureaucraat het keurmerk. Het waren persoonlijke werken en tegelijk volkomen abstract. Ook blanco-papieren waarin door de voorbijganger niets werd opgekrabbeld omdat hij de weg niet kende, werd als kunstwerken gezien. Het wit legde heel precies het abstracte denkproces vast van de onbekende voorbijganger. De sporen van de voetstappen en de wegwijzering op de this way brouwns zouden het begin geweest kunnen zijn voor zijn fixatie in wandelen.
Hij legde via de participatie de creatie in de handen van de ander en vlakte daardoor zijn eigen kunstenaarschap in zekere zin uit.
Wandelen is een manier om los te komen van jezelf, te vervloeien met je omgeving, de grens tussen ik en omgeving wordt losgelaten, een kosmische eenheid wordt hersteld. Het gaat om een dematerialisatie van het zelf, een oplossen in de ruimte, deel worden van de geografie. Intussen vorm je iets nieuws, je wordt beweging, maat, schaal, richting, dimensie, ruimte. De obsessie naar precisie voert verder weg van het zelf. Als een op drift geslagen nerd legt hij in grijze metalen archiefkisten gevuld met index-kaarten zijn eigen stappen vast die hij heeft afgelegd in verschillende steden. De persoonlijke ervaring wordt geobjectiveerd en het subject lost op. De autobiografie wordt gemeten en gekwantificeerd en onpersoonlijk gemaakt. Je zou het een vorm van sublimatie kunnen noemen waarin het subject zichzelf is overstegen. Zijn eigen afwezigheid is sindsdien een onderscheidend element geweest in zijn werk.
444 x 595 pixels
‘Schitteren door afwezigheid’ is een Nederlandse uitdrukking. Het betekent dat je door afwezig te zijn, des te meer aanwezig bent. Geldt dit ook voor Stanley Brouwn? En zijn collega On Kawara bijvoorbeeld van wie bekend is dat hij zich nooit in het openbaar liet zien. Kawara communiceerde met de wereld via telegrammen en post-kaarten. Maar waar hij zijn leven wel als een onderwerp nam in zijn berichten ‘I am still alive’, gebruikt Brouwn in zijn werk nooit de eerste persoon.
Op de website the-artists.org gewijd aan modern & contemporary artists since 1900, vind ik een zwart wit eenvoudige pasfoto van Stanley Brouwn. 444 X 595 pixels. Voor een kunstenaar die niet wil dat er foto’s van hemzelf of zijn werken gepubliceerd mogen worden, is dat op zijn minst een provocatie. Maar veel zie ik niet van de kunstenaar. Een overbelicht gezicht van een kalende man, aan zijn trekken kun je zien dat hij Surinaams is, en waarschijnlijk tot de bruine of zwarte ster uit de vlag behoort, hij is op de foto niet zozeer blank maar blanco, met een bril en een dikke zwarte snor. Hij lijkt omhoog te kijken, zijn blik op oneindig in de ruimte boven de camera. De pixels wijken uit elkaar en laten een leegte toe.
Wat zou dat blanco betekenen? Blanco is iets wat leeg is en niet is ingevuld. Blanco kan alles betekenen en het kan tegelijk niets betekenen. Blanco kan staan voor oneindigheid, voor alle mogelijkheden. Blanco laat alles open en alles toe. Blanco is ook symbool voor het zwijgen. Verzwegen wordt wat aan de betekenis afbreuk zou doen. Het is kiezen voor niet kiezen. Een heel precieze manier om te vertellen wat ongrijpbaar is en de taal overstijgt.
Is een man met een zak over zijn hoofd een man zonder gezicht?
In het boek ‘actie, werkelijkheid en fictie in de kunst van de jaren ’60 in nederland’ ontdek ik tot mijn schaamte nog een paar foto’s van de kunstenaar. Stanley Brouwn tijdens de uitvoering van een ‘this way is Brouwn’ Amsterdam 1961. De ranke en nu overduidelijke donkere kunstenaar kijkt met de handen in de zakken van zijn lange lichte regenjas toe, hoe een man in pak een krabbel maakt.
Aanwezig afwezig
Behalve de foto’s, bestaat er de overlevering. In 1964 vond in de Patio Gallery in Neu-Isenburg een art happening waarin Brouwn een zak over zijn hoofd had getrokken en stil zat op een stoel die hij had neergezet op een piëdestal in de hoek van de galerie. Is een man met een zak over zijn hoofd een man zonder gezicht? Hij is in ieder geval een kunstenaar op een pedestal. Hij is aanwezig afwezig.
Ik moet denken aan de Chinese parabel die Rüdiger Saffranski beschrijft in Wieviel Wahrheit braucht der Mensch. Het gaat over een kunstenaar die verdwijnt in zijn schilderij. Hij was oud en eenzaam geworden gedurende het werk aan een enkel schilderij. Op een dag was het af. Hij nodigde de paar vrienden die hem nog restte uit. Zij stonden om het schilderij. Daarop was een park te zien en een smal weggetje dat leidde naar een huis op een heuvel. Als de uitgenodigden hun oordeel klaar hebben en zich willen omdraaien naar de schilder is hij er niet meer. Ze kijken naar het schilderij en zien hem de weg oplopen naar het huis, ze zien hem de deur openen, hij draait zich nog een keer om, neemt afscheid van zijn vrienden en gaat binnen en sluit de deur achter zich. Zo’n inkeer betekent: je van de anderen afscheiden. Voor de achtergblevenen is dat verdwijnen een soort dood. En toch vertelt dit verhaal volgens Saffranski iets over een thuiskomst en een aankomst. Maar omdat het verhaal vanuit het perspectief van de achtergeblevenen, wordt verteld bestaat er voor het geluk van de thuiskomst geen taal. Hoogstens kun je op dit schilderij wijzen en zeggen: kijk in dit schilderij vind je de taal van dit geluk. Het is natuurlijk een zeer romantisch beeld. Ik weet niet of het Stanley Brouwn om geluk te doen is. Toch gaat het over zijn en niet zijn. Ook hij lost op. Hij verdwijnt in zijn werk. Hij verdwijnt in de ruimte. Maar hij wil niet alleen zelf oplossen. Hij wil dat de hele mensheid oplost.
Stanley Brouwn is een ruimtereiziger en wil dat de toeschouwers dat ook worden. In een zeldzaam interview uit 1967 zegt hij over de This Way Brouwn’s: (..).‘Brouwn doet de mensen de dagelijks door hun gebruikte straten ontdekken. Een afscheid van de stad, de aarde, voor wij de grote sprong in de ruimte maken, voor wij de ruimte ontdekken’.
In 1964 heeft hij voor de Institute of Contemporary Arts Bulletin een pamflet geschreven en eigenlijk blijkt dat hij gelooft in een toekomst die zo abstract is dat mensen er oplossen in tijd en ruimte en kleur. Het is een soort wereld waarin er niet meer herinnerd wordt. Een wereld waarin ook de kunst zou zijn opgelost. Zijn werk wil bijdragen aan dat oplossen. Hij wil de wereld abstract maken. Het is alsof hij zichzelf weg wil denken, wat een enorme paradox is want om jezelf weg te denken, moet je er wel zelf zijn.
“4000 A.D.
When science and art are entirely
melted together to something new
When the people will have lost their
remembrance and thus will have
no past, only future.
When they will have to discover everything
every moment again and again
When they will have lost their need for
contact with others…
Then they will live in a world of only
colour, light, space, time, sounds and movement
Then colour light space time
sounds and movement will be free
No music
No theater
No art
No
There will be sound
Colour
Light
Space
Time
Movement”
Wat voor wereld wordt hier opgeroepen? In 4000 na Christus. In een tijd die bijna niet is voor te stellen. Dat betekent zoiets als je voorstellen dat je dood bent. En dat je vanuit die dood weer terugkeert naar de wereld van het manifest. Mensen hebben geen herinnering meer en geen verleden en geen toekomst. Ze leven met andere woorden in een soort eeuwigdurend heden. Dat moet zoiets zijn als de eeuwigheid zelf. Dit is waar spiritualiteit naar streeft, een wereld buiten de tijd. Omdat alles voortdurend vergeten wordt, moet alles steeds opnieuw worden ontdekt. Het is daardoor een vorm van verhevigd zijn. Van totale ontvankelijkheid. Iedere keer dat je in de spiegel kijkt zul je jezelf voor de eerste keer zien. Het is een wereld waarin er geen behoefte bestaat om contact te maken met anderen en ook geen mogelijkheid: hoe kun je contact maken met iemand die je ogenblikkelijk weer vergeten bent. De mens is wat hij ziet en hij is opgehouden te beoordelen. Hij is van binnen blanco geworden waardoor kan worden wat hij ziet. 4000 na Christus wordt de droom van de kunstenaar verwezenlijkt en is de mens eindelijk abstract geworden. De mens is kleur, licht, ruimte, tijd en beweging.
Maar wie is Stanley Brouwn?
Stanley Brouwn wil een man zijn die wandelt op de aarde. Een man zoals iedere ander man. Het gaat om ‘een’ man zijn, met een onbepaald lidwoord, een mens die door het leven gaat. Hij wil zich bezighouden met ruimte en afstand en richting. Hij wil de toeschouwer zijn werk laten worden. Dat kan alleen door hem steeds opnieuw het werk in zijn verbeelding te laten maken. Hij wordt gedwongen zelf ruimte en afstand te worden. Gedwongen de ruimte te ervaren alsof het 4000 na Christus is. Hij zal zichzelf vergeten en het begrip kunst en kunstenaar niet meer nodig hebben. Stanley Brouwn zal er niet meer toe doen.
Als we toch zouden weten hoe Stanley Brouwn eruitzag, of hij was getrouwd en met wie, hoeveel kinderen hij zou hebben, hoe zijn interieur eruitzag en waar zijn persoonlijk problemen lagen, zou zijn werk dan aan kracht inboeten? Zouden wij daardoor minder in staat zijn op te lossen in zijn werk? En wordt een kunstenaar van wie we alles weten niet langzaam een blanco persoonlijkheid? Van Tracey Emin weten we alles, we weten hoe ze zich voelt, hoe haar liefdesleven eruitziet, waar ze is opgegroeid, we kennen haar naakt en uit modeshoots. We hebben in het museum haar opengewoelde bed gezien, we hebben haar interieur gezien in interieurbladen. Toch blijft ook zij een abstractie, een grote leegte die zich met betekenis en beelden wil vullen en de toeschouwer daarvoor nodig heeft.
Hij zal zichzelf vergeten en het begrip kunst en kunstenaar niet meer nodig hebben. Stanley Brouwn zal er niet meer toe doen.
Het idee van conceptuele kunst was dat de persoon van de kunstenaar er niet meer toe deed. Toch eist Stanley Brouwn het kunstenaarschap op. Zijn naam is het laatste draadje dat hem als persoon met zijn werk doet verbinden. De ultieme stap voor hem zou zijn, dat draadje losknippen. Anoniem worden. Verdwijnen. Oplosssen. De tijd de tijd te laten zijn en de ruimte de ruimte en de kleuren de kleuren. En niet alleen te dromen van vergetelheid maar ook om zelf te vergeten en vergeten te worden.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.