Colleges, films, preken, debatten, boekenclubs: in het theater zijn allang niet meer alleen maar toneelvoorstellingen te zien. ‘Hoe groter de verscheidenheid van makers die je programmeert, hoe groter de verscheidenheid aan bezoekers.’

‘Infotainment’ heet het kopje op de site van schouwburg Het Park in Hoorn. Scrollend beland je bij een virtuele whiskyreis, Femke Halsema, Arjan Erkel en ‘The Incredible Dr. Pol’, bekend van National Geographic. Bij De Harmonie in Leeuwarden kun je doorklikkend op ‘literair’ kaarten bestellen voor een schrijverscafé met Annejet van der Zijl of een avond met Abdelkader Benali en harpiste Lavinia Meijer. De Deventer Schouwburg heeft tattoo-goeroe Henk Schiffmacher op het programma en De Lampegiet in Veenendaal probeert bezoekers te verleiden met een theatercollege van Coen Verbraak over de zoektocht naar geluk. ‘Deze productie wordt omarmd door tijdschrift Happinez,’ meldt de website trots.

Het nieuwe culturele seizoen staat voor de deur en u heeft zich voorgenomen op tijd kaarten voor het theater te bestellen. Maar wat gaat u daar eigenlijk doen?

Het theater als podium van de stad

Het theater als plek waar je ‘toneeltoneel’ ziet, dat beeld klopt allang niet meer. Tuurlijk, Shakespeare, Ibsen en Tsjechov worden nog steeds gespeeld, en niet alleen door de gerenommeerde gezelschappen. Ook het multidisciplinaire Abattoir Fermé speelt komend seizoen Hamlet. Maar zoals theaterjournalist Annette Embrechts in radioprogramma Opium opmerkte: dat is tien procent van het aanbod. Voor de rest: nieuw toneelrepertoire, muziektheater, musical, cabaret, kleinkunst, opera, dans – of een eclectisch mengeltje van dat alles. Maar daarmee zijn we er nog niet.

Dankzij het groeiende aantal theatercolleges fungeren theaters steeds vaker als collegezaal, met Jasper Krabbé, Hans Aarsman, Ionica Smeets, Peter van Uhm en Dick Swaab als hoogleraren 2.0. Door het IDFA transformeert cabaretpodium De Kleine Komedie jaarlijks tot bioscoop en tijdens de Preken voor eigen parochie-avonden zelfs tot kerk. De Haagse …is HOT-avonden maken van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag voor even een debatcentrum en nu Jet Steinz is aangesteld als moderator van Boek & Schuur opereert de Toneelschuur in Haarlem ook als boekenclub: toneelstukken naar Richard Yates’ roman Revolutionary Road en Louis Paul Boons Menuet worden voorafgegaan door een literaire inleiding plus etentje.

Premiere mannenharten in Nieuwe dela Mar in 2013

Theatercolleges, films, preken, debatten, boekenclubs – is het reguliere aanbod het publiek niet meer genoeg dat theaters steeds buitenissiger gaan programmeren? En willen we dit echt, al die tatoeages en whisky en debaters op ons ‘hoogwaardige’ toneel?
In de eerste plaats, stelt Charles Droste, directeur en programmeur van schouwburg Amphion in Doetinchem, is het theater z’n elitefunctie kwijt. ‘Podium van de stad, heet het nu vaak. Theaters moeten op zoek naar legitimatie voor hun subsidie en doen dat door verbinding te zoeken met de bewoners van hun stad: wat leeft er? Hoe sluit je daarbij aan met je programmering?’

‘Theaters willen adequater reageren op wat er in de samenleving gebeurt,’ zegt ook Cees Debets, programmeur van Het Nationale Theater. Sinds de fusie van toneelgezelschap Het Nationale Toneel, de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui begin dit jaar is hij verantwoordelijk voor alles wat op die Haagse podia is te zien. ‘Onze samenwerking komt voort uit een stagnatie in de podiumkunsten: het publiek vernieuwt te weinig. Door te denken vanuit andere contexten hopen we ons bereik te vergroten. Zo divers als de stad is, zo divers moet ook het aanbod zijn.’

Daarbij gaat het niet alleen om het aanboren van een jong publiek, meent Vivienne Ypma, directeur van De Kleine Komedie. ‘Aan de bovenkant vallen er mensen af, aan de onderkant komen er mensen bij, dat verloop is er altijd geweest. Wat telt, is de breedte: hoe groter de verscheidenheid van makers die je programmeert, hoe groter de verscheidenheid aan bezoekers.’

Idfa in De Kleine Komedie. 17-19/11

Het theater als kerk en collegezaal

In haar theater in Amsterdam komt de programmering organisch tot stand, zegt Ypma. ‘Ik zie mezelf als een gemiddelde kijker. Denken vanuit doelgroepen doe ik niet. Als ik het de moeite waard vind, zullen wel meer mensen het leuk vinden. Tijdens een verbouwing zes jaar geleden begonnen we in de nabijgelegen kerk De Duif met Preken voor eigen parochie. ‘Predikanten’ als Paul van Vliet en Paul Schnabel hielden er hun verhaal. Dat trok een ander publiek dan de Sinterklaasconference van Sjaak Bral. Inmiddels preken we alweer jaren in De Kleine Komedie, de line-up loopt van Derk Sauer en Inez Weski tot Job Cohen en Wubbo Ockels. Soms ontstaan ideeën ook uit de wens bezoekers te trekken buiten de reguliere theateravonden om. Voor onze lunchpauzeverhalen heb ik schrijver Thomas Verbogt gevraagd mee te denken over voorleesvoorstellingen overdag. Dat is nu een maandelijks terugkerend programmaonderdeel. Of neem Hans Aarsman. Van hem zag ik ooit een TEDx over zijn fotowerk. Hartstikke goed, het was gewoon theater. Dus heb ik hem gebeld of hij geen voorstelling wilde maken om ons te leren kijken. Het werd zo’n succes dat ik hem met een impresario in contact heb gebracht. Nu reist hij met zijn theatercolleges door het land.’

Voor een deel is programmeren gewoon een kwestie van goed om je heen kijken en aanhaken bij wat leeft, zegt Ypma. ‘De Kleine Komedie is een podium voor mensen die een verhaal te vertellen hebben. Dat hoeft niet per se cabaret te zijn, het kan ook op een andere manier. De vorm bepalen de makers zelf. Ik bied alleen de plek waar ze hun verhaal kwijt kunnen.’

Het komend seizoen zijn er theatercolleges van onder meer: Jasper Krabbé, Coen Verbraak, Hans Aarsman, Peter van Uhm, Erik Scherder en Dick Schwaab, Ionica Smeets en Arjen Lubach.

Preken voor eigen parochie. 10/9

Het theater als boekenclub en ontmoetingsplek

Het publiek is veeleisender geworden, daardoor verandert de programmering, constateert Frank Lommerse, directeur van de Toneelschuur. En voor alle duidelijkheid: dat bedoelt hij positief. ‘In vergelijking met de vroegere abonnementhouder is de huidige bezoeker meer betrokken. Die is eager, nieuwsgierig, op zoek naar verdieping en verrijking. Haarlemmers voelen zich verbonden met de Toneelschuur. Toen de overheid met haar bezuinigingen de kunst in de steek liet, bleef het publiek ons trouw. Daar zijn we trots op. Met Boek & Schuur haken we aan bij de behoeften van onze bezoekers. We bieden achtergronden waarmee ze de voorstelling in een breder perspectief kunnen plaatsen. Tegelijk is er een informeel etentje in ons theatercafé. Het geeft mensen het gevoel dat de Toneelschuur ook een beetje hun huis is. Vorig jaar hadden we in samenwerking met de schouwburg iets soortgelijks met een masterclass toneelkijken door recensent Loek Zonneveld. Contextprogrammering noemen we dat. Het aardige is dat er nieuwe community’s door ontstaan: mensen spraken erover met elkaar op social media. Een gewone toneelavond werd een gedeelde belevenis. Reden om er dit jaar mee door te gaan.’

The Curious Incident of the Dog in the Night-time in Carré (komend seizoen). Foto: Brinkhoff – Moegenburg

Het theater als huis, als ontmoetingsplek – Cees Debets herkent zich er wel in. Ook in Den Haag stellen ze zich de vraag hoe ze kunnen zorgen dat de theaterzalen van de hele stad zijn. ‘Sinds de fusie hebben we het oude woord “gemeenschapshuis” in ere hersteld. Iedereen moet zich hier welkom voelen. Maar om nieuwe doelgroepen aan te spreken, heb je ander aanbod nodig. Wat voor aanbod precies, dat zijn we nu aan het onderzoeken. Overheden willen snel scoren, maar zo werkt het niet. Er is een lange adem nodig om nieuwe bezoekers in beeld te krijgen en te ontdekken wat zij als een bijzondere avond ervaren. De boekenclub komend seizoen met Kees ’t Hart trekt waarschijnlijk toch weer een ouder, hoogopgeleid publiek.’

Brieven uit Genua/Ilja Leonard Pfeijffer, Toneelgroep Maastricht. Vanaf 24/8
In Europa/Geert Mak, Theater Rotterdam. 7-8/9
Was getekend, Annie M.G. Schmidt, Stage Entertainment. Vanaf 14/9
The Curious Incident of the Dog in the Night-Time/Mark Haddon, Broadway aan de Amstel/Carré. 20/9-1/10
Het lijden van de jonge Werther/J.W. von Goethe, Toneelschuur Producties. Vanaf 21/9
Lunchpauzeverhalen – elke maand voorlezende schrijvers in De Kleine Komedie. Vanaf 28/9
Revolutionary Road/Richard Yates, Theater Rotterdam/Toneelschuur Producties. Vanaf 4/10
Over boeken, Stichting Leestheater i.s.m. Het Nationale Theater. Vanaf 4/10
Kleine zielen/Louis Couperus, Toneelgroep Amsterdam. Vanaf 8/10
Het achterhuis/Anne Frank, Hummelinck Stuurman. Vanaf 1/11
Hendrik Groen – vele pogingen iets van het leven te maken/Peter de Smet, Bos Theaterproducties. Vanaf 29/11
Wat ik moest verzwijgen/Ariëlla Kornmehl, Senf Theaterpartners. Vanaf 8/12
Menuet/Louis Paul Boon, NTGent. Vanaf 27/3/2018

Het theater als debatcentrum

Anders ligt het met de …is HOT-avonden, zegt Debets. ‘Het maatschappelijke debat inspireren met theatrale middelen voor iedereen die het even niet meer weet’, heet het in de brochure. ‘Waarbij de avonden altijd thematisch geworteld zijn in het eigen repertoire van dat moment,’ vult Debets aan. ‘De komende tijd haken we onder meer aan bij The Nation en Othello. Acteurs, wetenschappers, politici en ervaringsdeskundigen bieden nieuwe perspectieven op maatschappelijk relevante onderwerpen. Zo hadden we vorig seizoen Racisme is HOT naar aanleiding van de voorstelling Race. Een van de gasten was Sylvana Simons. Door de tijd en rust die het theater biedt kon ze nu eens tien minuten praten zonder dat ze in de rede werd gevallen. Een andere …is HOT-avond over idealisme trok een grote groep studenten. Jonge mensen die nooit in de Koninklijke Schouwburg komen, maar nu wél beseffen dat zij daar ook gewoon naar binnen mogen. ‘Nee, het is niet te vergelijken met de traditionele inleiding voorafgaand aan de voorstelling. Met …is HOT presenteren we een compleet nieuw programma. In feite hebben we er een productietak bij.’

Optimisme is HOT. 9/10
Meer …is HOT-avonden op 18/12, 14/2/2018 en 30/4/2018

Het theater als producent

Zelf produceren om het publiek op maat te bedienen: het is niet nieuw. De Kleine Komedie doet het, de Toneelschuur heeft het altijd gedaan, Bellevue in Amsterdam is geliefd vanwege de eigen lunchprogrammering, het Amsterdamse Frascati is productiehuis en podium ineen. Maar er gebeurt meer. Nieuwe spelers bewandelen andere wegen. De …is HOT-avonden zijn er een voorbeeld van. En de Theateralliantie, ontstaan onder de vleugels van Joop van den Ende en opgezet om grootschalige, multidisciplinaire – en daardoor kostbare – voorstellingen te brengen. Zoals War Horse, de muzikale poppentheaterproductie over een oorlogspaard op drift.
Komend seizoen gaat de Theateralliantie een nieuwe fase in. Edwin van Balken, tot voor kort directeur van het Amsterdamse DeLaMar Theater, wordt er de nieuwe directeur. Met produceren heeft hij ruime ervaring: de afgelopen vijf jaar maakte Stichting DeLaMar Producties vijftien eigen voorstellingen. ‘Wij zochten toegankelijk, kwalitatief toneel voor een breed publiek,’ vertelt hij. ‘Het bestaande aanbod was onvoldoende om onze programmering rond te krijgen. Toen begonnen we onze eigen productietak die nu opgaat in de Theateralliantie.’

Een enkele voorstelling was zo succesvol dat een landelijke tournee volgde. Van Balken ontdekte dat meer theaters moeite hadden hun zalen te programmeren. Een aantal van die theaters vormt nu de basis van de Theateralliantie. ‘Luxor in Rotterdam, DeLaMar, Chassé Theater in Breda, Parkstad Limburg, Orpheus in Apeldoorn en Martini Plaza in Groningen,’ somt hij op. ‘Zij investeren in een productie, zorgen voor een lange bespelingsperiode in hun theater en houden als alles goed gaat aan het eind geld onder de streep over. Als eerste hebben we productionele samenwerking gezocht voor Fiddler on the Roof, de musical met Thomas Acda die vanaf oktober gaat touren. Theaters die meebetalen, mogen inhoudelijk ook meebepalen. De voorstelling gaat in nauw overleg, maar de productionele kant hebben we uitbesteed, in dit geval aan Stage Entertainment.’

De vraag van het publiek speelt een steeds grotere rol. Dat leidt ook tot meer inventiviteit.De Theateralliantie is niet bedoeld om andere producenten te beconcurreren, zegt Van Balken. ‘Ik ben een matchmaker, méér dan een producent. Mensen verbinden, dat staat voor mij voorop. Dat er nu al makers zijn die met hun ideeën aankloppen of ze die bij ons kunnen realiseren, is precies waarop ik hoopte. Daar zitten vrije producenten bij, maar ook acteurs, scenarioschrijvers, een gesubsidieerde gezelschap. Mijn taak is daar theaters bij te vinden om hun ideeën mogelijk maken. het moet een win-winsituatie zijn: voor theatermakers, producenten, theaters en ja, natuurlijk zéker voor het publiek.’

Muzikale helden, De Kleine Komedie. 13-16/9
Want er komen andere tijden, Theo Nijland, Paul de Munnik e.a., De Kleine Komedie. 27-29/9
De man van je leven, Theateralliantie. Vanaf 5/10
De huisbewaarder, Toneelschuur Producties. Vanaf 21/10
Fiddler on the Roof, Theateralliantie/Stage Entertainment. Vanaf 27/10

Alles voor het publiek

Het publiek. Uiteindelijk is alles terug te voeren op de democratisering van het publiek. Om dat tevreden te stellen, worden samenwerkingen aangegaan en nieuwe wegen in de programmering gezocht. Charles Droste in Doetinchem weet er alles van. Door de bezuinigingen heeft hij een zaalbezetting nodig van 75 procent. Dat leidt tot minder avontuurlijk programmeren, want: ‘De vraag van het publiek speelt een steeds grotere rol.’

Daar kun je over somberen, maar het leidt ook tot meer inventiviteit, zegt Droste. ‘Willen wij verzekerd blijven van subsidie, dan moeten we een diepere verbinding aangaan met het publieke domein. Dát is ons nieuwe businessmodel: door samen te werken met andere culturele instellingen zal er uiteindelijk een breder draagvlak ontstaan.’

Een draagvlak voor whisky- en tatoeageavonden, maar ook voor Hamlet. Droste: ‘Als theater ontbreekt het ons nog aan diepe wortels, maar wij hebben nog steeds de mooiste bloemen. Dat weet het publiek ook.’