Vlaamse literatuur / Moderne fabel van Van Loy

Twee dertigers, man en vrouw, huizen in een oude stadswijk. Zo een die door mensen die er niet wonen ‘pittoresk’ en ‘kleurrijk’ wordt genoemd. Leven daar eist zijn tol. Op een nacht is het weer zover. ‘Een schreeuwpartij bij de buren. We wisten nog altijd niet welke taal ze spraken. “Ik denk dat hij haar slaat,” zei Debbie.’

Ze bellen het alarmnummer. Niet lang daarna zien ze vanuit hun raam een ambulance op straat, waarin een lijk wordt afgevoerd.

Dat is de spreekwoordelijke druppel: verhuizen willen deze kinderloze, jonge tweeverdieners naar een buurt waar het veilig is. Ze komen terecht in een gated community, een paar straten met een hek eromheen, camera’s en een portier. Daar wonen ze omringd door andere welgestelden die hun gemeenschap homogeen willen houden. Dus geen minvermogenden, allochtonen en criminelen. Die moeten in hun eigen wijken buiten de ‘heining’ blijven.