Op 17 december 2011 wisten veel westerse ‘Noord-Koreadeskundigen’ het zeker. Met het overlijden van de conservatief-stalinistische, zonnebrildragende dictator Kim Jong-il en het aantreden van zijn jonge (28), in het Westen geschoolde, goedlachse zoon Kim Jong-un zou het eindelijk gebeuren: het meest gesloten land ter wereld zou opengaan.

Het kon even duren, maar zodra de eerste hervormingen waren doorgevoerd, zou het rap gaan: de communistische monarchie zou ineenzijgen of een soort China of Vietnam worden. Waarna een ‘hereniging’ met het hyperkapitalistische Zuid-Korea het rigide socialisme van de Kim-dynastie de das om zou doen.

Misplaatst optimisme

Dat dit irreële optimisme misplaatst was, is inmiddels zonneklaar – wat de Volkskrant, die onlangs signaleerde dat er in Noord-Korea ‘weer genoten mag worden van het goede leven’, ook mag beweren. In dat artikel wordt alleen gekeken naar de toplaag van de elite in hoofdstad Pyongyang, voor wie het leven inderdaad relatief goed is – terwijl de rest van het land met moeite de eindjes aan elkaar knoopt.

Van burgerlijke vrijheden heeft de gemiddelde inwoner nog nooit gehoord en nog altijd verblijven circa 80.000 tot 120.000 mensen in gruwelijke strafkampen.

Een van de eerste wijzigingen die Kim III na zijn aantreden invoerde, was het aanscherpen van de grensbewaking zodat burgers het land niet uitkomen en buitenlandse informatie het bolwerk niet binnendringt. Noord-Korea blijft een gesloten fort met een bevolking van 25 miljoen gedetineerden. Van burgerlijke vrijheden heeft de gemiddelde inwoner nog nooit gehoord en nog altijd verblijven circa 80.000 tot 120.000 mensen in gruwelijke strafkampen, zuchtend onder een nauwelijks voorstelbaar sadistisch gevangenisregime.

Economische hervormingen worden net als door Kims voorgangers geregeld aangekondigd, maar nooit uitgevoerd. Het land stuurt nog steeds tienduizenden dwangarbeiders – zeg maar gerust slaven – naar onder meer China, Rusland en het Midden-Oosten om harde valuta voor Pyongyang te verdienen. Kim Jong-un heeft al tal van hoogwaardigheidsbekleders laten executeren, onder wie zijn eigen oom en halfbroer.

En als klap op de vuurpijl maakte de derde Kim af wat zijn vader en grootvader begonnen waren: het succesvol ontwikkelen van een waterstofbom van meer dan honderd kiloton. Daarnaast werd in november 2017 een ander lang gedroomd wapen toegevoegd aan het Noord-Koreaanse arsenaal: een intercontinentale raket die met een bereik van 13.000 kilometer het gehele vasteland van de Verenigde Staten (en Europa) kan treffen – en vermoedelijk is uit te rusten met een kernkop.

Met die krachtige wapens, zo redeneert het Kim-regime, blijft het land voor eeuwig gevrijwaard van een buitenlandse interventie en kan dit bewind nog generaties doorregeren. Je valt immers geen land aan dat jouw steden kan treffen met een atoombom met een veelvoud aan de kracht van de kernwapens die in 1945 op Japan werden afgeworpen.

Terwijl veel media refereren aan Noord-Korea als ‘het laatste stalinistische bolwerk ter wereld’ dient zich achter de schermen een nieuwe ‘machthebber’ aan: de zwarte markt.

Vrije handel is verboden

Maar hoewel de buitenwereld vooral de ogen richt op het beleid van Kim en de zijnen, hebben de échte veranderingen elders plaats. Vooral de afgelopen jaren is zich een stille revolutie aan het voltrekken in het land. Terwijl veel media als vanouds refereren aan Noord-Korea als ‘het laatste stalinistische bolwerk ter wereld’ dient zich achter de schermen een nieuwe ‘machthebber’ aan: de zwarte markt.

Kapitalisme, vrije handel en ondernemerschap zijn sinds de stichting van de Democratische Volksrepubliek van Korea (de officiële naam van de natie) ten strengste verboden. Zelfs nadat in de jaren zestig het marxisme-leninisme plaatsmaakte voor een meer absoluut monarchistisch model, werd het verbod op markten gehandhaafd – zodat alles wat potentieel de macht van de Leider kan bedreigen verboden is en blijft.

Noord-Korea kende een Publiek Distributiestelsel, dat alle burgers van eten en levensmiddelen voorzag. Elke week of twee weken begaf een gezinslid zich met persoonsbewijs naar een speciaal bureau, waar hij na het verkrijgen van de nodige stempels voedsel, drinken en andere boodschappen meekreeg. Daar moesten de inwoners het maar mee doen. Dit zelfs voor een socialistisch land rigide systeem hield bijna een halve eeuw stand.

Hongersnood

Tot de hongersnood in de jaren negentig, die aan honderdduizenden en mogelijk zelfs meer dan een miljoen Noord-Koreanen het leven kostte. Die werd veroorzaakt door het ineenstorten van het Publiek Distributiestelsel, wat weer het gevolg was van een achterhaald en inefficiënt landbouwsysteem, een serie natuurrampen, het wegvallen van de hulp van de opgedoekte Sovjet-Unie en totale onwil van Pyongyang om hervormingen van welke aard ook door te voeren. Hulpeloze burgers, die hun hele leven was afgeraden zelfstandig en kritisch te denken of enig individueel initiatief te tonen, moesten ineens hun eigen hachje maar zien te redden.

‘Toen de rantsoenen eerst slonken en uiteindelijk helemaal stokten, dachten we dat het vanzelf wel weer goed zou komen. Maar toen de eerste uitgemergelde lijken in de straten begonnen te verschijnen, werd duidelijk dat we zelf iets moesten ondernemen om aan eten te komen,’ aldus Lucia Jang, die tijdens de hongersnood na drie mislukte vluchtpogingen eindelijk uit het land wist te ontsnappen.

Uiteindelijk lagen er zoveel lijken op straat, dat in elke regio (met uitzondering van hoofdstad Pyongyang) zogeheten Lijkendivisies werden opgezet. Mensen die zich aanmeldden om een dagje dode lichamen te ruimen, kregen wat voedsel van de staat. De stoffelijke overschotten werden in massagraven gedumpt. Artsen hadden al snel geen medicijnen meer – en ook geen voedsel. ‘Zelfs vierjarige kinderen wisten dat ze stervende waren en dat ik niets kon doen,’ zei een later naar Zuid-Korea gevluchte arts in een interview. ‘Het enige wat ik kon doen, is na afloop samen met de moeders huilen.’

Grens met gaten

In deze chaos deed de zwarte markt (jangmadang) haar intrede. Hier werd aanvankelijk vooral voedsel en kleding verkocht. Maar gaandeweg vond van alles zijn weg naar Noord-Korea: gesmokkelde Zuid-Koreaanse series en Hollywoodfilms, dvd-spelers en zelfs draagbare zonnepanelen. En waar gehandeld wordt, wordt ook gekletst: veel mensen nemen naast spullen ook informatie mee uit China over hoe het er in de rest van de wereld aan toegaat en hoe andere landen tegen Noord-Korea aankijken. Het belang hiervan kan nauwelijks worden onderschat.

Hoe konden Noord-Koreanen bij bosjes omkomen van de honger, terwijl Chinezen driemaal per dag aten en hun kliekjes aan de hond gaven?

Hoewel het Noord-Koreanen verboden is naar het buitenland te reizen, slopen velen in deze crisisjaren de grens met China over. Die ruim 1.400 kilometer lange grens is poreuzer dan vaak gedacht wordt en voor Noord-Koreaanse militairen te lang om geheel te kunnen bewaken. Vrijwel alle Noord-Koreaanse vluchtelingen vertellen hoe hun bij hun eerste bezoek aan hun buurland de schellen van de ogen vielen: hoe konden Noord-Koreanen bij bosjes omkomen van de honger, terwijl Chinezen driemaal per dag aten en hun kliekjes aan de hond gaven?

Het werd veel Noord-Koreanen na de oversteek duidelijk dat zij hun hele leven voorgelogen waren, waarop sommigen definitief hun thuisland besloten te ontvluchten. Veel burgers zijn verbaasd dat het regime dat zij hun hele leven verplicht hebben verheerlijkt en vereerd in het buitenland vooral wordt bekritiseerd en uitgelachen.

Maar het gros van de naar schatting 250.000 tot 400.000 Noord-Koreanen die tijdens de hongersnood China bezochten, keerde weer terug naar Noord-Korea. Vaak werkten zij tijdelijk in China, om met geld en spullen weer naar huis te keren. Velen bleven de grens oversteken, waardoor de smokkelnetwerken ontstonden die de zwarte markt voeden.

Mocht een handelaar een keer op een grenswacht stuiten, dan is dat in veel gevallen af te handelen met steekpenningen. Nadat de ergste honger rond de eeuwwisseling was opgelost, bleven de netwerken intact. Tot op de dag van vandaag vindt een levendige handel plaats in uit China gesmokkelde waar op de jangmadang.

Leiderseconomie

De jangmadang, dat wil zeggen alle formeel illegale handel tussen Noord-Koreanen, is een van de twee economieën die het land kent. Vluchtelingen spreken wel van de ‘Leiderseconomie’ en de ‘Volkseconomie’ – hoewel ze elkaar op sommige punten overlappen.

Hoe dichter je bij de Leider staat, hoe meer macht en invloed je hebt.

Op een conferentie met gevluchte Noord-Koreaanse oud-hoogwaardigheidsbekleders aan de Universiteit Leiden omschreef een voormalig lid van de elite de officiële economie als volgt: ‘Het Noord-Koreaanse machtssysteem, zowel de politiek als de economie, is volledig gecentreerd rondom de Leider. Hoe dichter je bij de Leider staat, hoe meer macht en invloed je hebt. Alle officiële economische activiteiten van Pyongyang zijn gericht op één doel: de macht van het regime in stand houden en vergroten.’

In dit machtsbeluste economische systeem is de Noord-Koreaanse bevolking slechts een vehikel dat wordt ingezet om de positie van de huidige elite te beschermen en te versterken. Het welzijn van de inwoners is geen factor van belang in dit systeem – het maakt niet uit voor het cynische einddoel. Goed is wat de leider sterker maakt, slecht is wat hem mogelijk bedreigt.

Met dit morele referentiekader, dat er in Noord-Korea dag in dag uit wordt ingehamerd, wordt beter voorstelbaar hoe de mensenrechtenschendingen in het land al zo lang en zo wijdverbreid kunnen plaatsvinden. En hoe het regime met droge ogen burgers laat verhongeren, terwijl er wél geld is voor peperdure kernwapens en -projectielen.

En dus opereren de twee economische systemen grotendeels langs elkaar heen. De jangmadang wordt deels gedoogd, omdat het regime niet langer in staat is in de basisbehoeften van de bevolking te voorzien. Die moet zichzelf maar zien te redden – en dan wel op een manier die niet bedreigend is voor het zich permanent bedreigd wanende bewind. De illegale handel is door de jaren heen zo groot en alomtegenwoordig geworden dat het Noord-Koreaanse regime die niet geheel kan stoppen. Zelfs in een extreem totalitaire staat als Noord-Korea kun je niet iedereen vervolgen of doodschieten.

Wat ook meespeelt, is dat het land al een keer een zeer dodelijke hongersnood heeft doorgemaakt, die velen nog vers in het geheugen gegrift staat. Hoewel Noord-Koreaanse burgers er niet om bekendstaan in opstand te komen tegen hun regime, zullen zij een tweede sterftegolf door voedselgebrek niet pikken. Een glimp hiervan was zichtbaar in 2009, toen Kim Jong-il de landelijke economie – en de zwarte markten – met een rampzalige valutahervorming in chaos en vernietiging stortte. Spaargelden verdampten, hyperinflatie nam de vrije loop en dan probeerde het bewind ook nog eens de illegale handelsplaatsen op te doeken.

De zwarte markt mocht de economische puinzooi die Pyongyang had gemaakt opruimen.

Voor het eerst kwamen er berichten naar buiten van Noord-Koreanen die uit protest geld verbrandden, kritische graffitileuzen op muren spoten en zelfs kleinschalige protesten opzetten. Uiteindelijk bond het bewind in en stond het de zwarte markten knarsetandend weer toe. Die mochten de economische puinzooi die Pyongyang had gemaakt opruimen.

Kat-en-muisspel

Veel uit China gesmokkelde goederen eindigen uiteindelijk in de luxeappartementen van dezelfde eliteleden die officieel uit ideologisch oogpunt tegen de markten zijn. Maar het regime beseft dat de jangmadang ook een potentiële bedreiging voor haar machtspositie vormt en treedt geregeld hard op om te voorkomen dat de markten al te machtig en succesvol worden. Vooral verkopers van buitenlandse films en tv-series worden stevig aangepakt, schreef Human Rights Watch. Zo ontstaat er een kat-en-muisspel, waarbij de markten niet te groot mogen worden, maar ook niet opgedoekt kunnen worden.

De 25 miljoen burgers kunnen niet zonder de jangmadang, omdat zij van dit marktenstelsel afhankelijk zijn om aan eten, drinken en spullen te komen. Dat betekent echter niet dat de handelaren collectief een vuist kunnen vormen tegen de Kim-dynastie. ‘De macht van de markt is versplinterd,’ stelt Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden. ‘Individuele kooplui kunnen allemaal vervangen worden. Daarom is de politieke macht van de jangmadang beperkt.’

Drie Noord-Korea’s

Jang Jin-sung, jarenlang de hofdichter van Kim Jong-il, ontvluchtte het land in 2004 en is nu actief als mensenrechtenactivist. In 2015 was hij als Noord-Koreadeskundige verbonden aan de Universiteit Leiden.

In de populaire beeldvorming zijn er drie Noord-Korea’s, legt hij uit: ‘Ten eerste is er het beeld dat Pyongyang zelf schetst, waarin Kim Jong-un de Grote Leider is en Noord-Korea een paradijs op aarde is. (Niet voor niets is het officiële staatsmotto van het land: ‘Wij hebben niemand iets te benijden’, red.) Dan is er het sensatiebeluste beeld dat veel media schetsen, waarin de samenleving om weinig anders lijkt te draaien dan kernwapens en leiderverering, Noord-Koreanen oorlogszuchtige robots zijn die in eenhoorns geloven en de leider zijn ex laat executeren voor het maken van een pornofilm. De derde en minst bekende variant is het Noord-Korea waar 25 miljoen Noord-Koreanen wonen en zich proberen staande te houden.

Die onbekendheid met hoe het er in Noord-Korea aan toe gaat, komt niet alleen doordat Pyongyang zelf pottenkijkers buiten de deur houdt en bewust misleidende informatie de wereld instuurt – analisten en beleidsmakers bedienen zich ook vaak van onjuiste of onvolledige informatie en van discutabele bronnen.

Tot voor kort was er bijvoorbeeld nauwelijks aandacht voor de inzichten van de tienduizenden Noord-Koreaanse vluchtelingen. Zij mochten vertellen over de gruwelen die ze hadden ondergaan in de strafkampen, maar hun werd zelden gevraagd hoe het machtssysteem of maatschappelijk leven in het land werkten. Hier begint sinds een paar jaar een kentering in te ontstaan, die nu al haar vruchten afwerpt.

De meest nuttige en betrouwbare informatie en analyses die ons momenteel bereiken, zijn afkomstig van organisaties die werken met Noord-Koreaanse ballingen en/of met bronnen in het land, zoals New Focus International, The Daily NK, Rimjingang en de Universiteit Leiden. Ook interviewen internationale kranten met een correspondent in Seoul steeds vaker Noord-Koreaanse vluchtelingen, wat unieke inzichten oplevert.

Vrouwen

De meeste Noord-Koreaanse handelaren op de zwarte markt zijn getrouwde vrouwen van middelbare leeftijd, in het Koreaans ajumma genoemd. Noord-Korea is ondanks zijn communistische masker een traditionele, patriarchale samenleving waar seksisme en seksediscriminatie welig tieren. Dat betekent dat de officiële, door de overheid toegekende banen in de bouw, industrie, landbouw of in het leger doorgaans door mannen worden ingevuld. Dit werk wordt gezien als een nationale plicht voor het vaderland, waarop mannen moeten verschijnen.

Werk in de fabrieken levert zelden een loon op waarvan gezinnen kunnen rondkomen. ‘Daar kun je een ei per maand van kopen.’

Zelfs toen in de jaren negentig hele fabrieken stillagen omdat er geen stroom was om de zaak draaiende te houden en er op den duur ook geen materialen meer waren om mee te werken, werd van werknemers geëist dat zij dagelijks op hun werk verschenen. Het leidde tot surrealistische situaties, zoals mannen die steekpenningen betaalden om ingeschreven te staan bij een fabriek terwijl ze in werkelijkheid tijdelijk naar China gingen, waar wel geld te verdienen was. Tegenwoordig draaien de meeste fabrieken weer, maar levert werk daar zelden een loon op waarvan gezinnen kunnen rondkomen. ‘Daar kun je een ei per maand van kopen,’ aldus hoogleraar Koreastudies Remco Breuker.

Vrouwen hebben meer vrijheid om aan deze baantjes te ontsnappen en kunnen zo bijverdienen als marktverkoopster. Met hun handelsactiviteiten verdienen vrouwen doorgaans een veelvoud van wat hun echtgenoot mee naar huis neemt uit de fabriek of van de bouwplaats, waardoor in veel Noord-Koreaanse gezinnen de vrouw de kostwinner is. ‘Noord-Koreanen zeggen dat mannen aan het front van het socialisme vechten, maar dat vrouwen de strijd om het leven strijden,’ zei een 26-jarige Noord-Koreaanse vluchteling tegen persbureau Reuters.

Pronken met westerse kleding

Wat verhandelen deze ajumma zoal op de jangmadang? Naast voedsel worden onder meer dvd’s en usb-sticks verhandeld waarop Hollywoodfilms, Zuid-Koreaanse soapseries en popmuziek staan. Deze kunnen worden afgespeeld met een draagbare mediaspeler, die ook te koop is. De staat treedt hard op tegen mensen die buitenlandse media consumeren, maar voor wat steekpenningen kijkt men de andere kant op. De vraag naar de films is ook zo hoog dat velen bereid zijn het risico te nemen. Door moderne technologie, zoals piepkleine en dus eenvoudig te verstoppen usb-sticks of micro SD-kaarten, wordt het Noord-Koreanen makkelijker gemaakt te genieten van een video zonder gesnapt te worden.

De films brengen veel Noord-Koreanen voor het eerst in aanraking met een totaal vreemde, onwerkelijke buitenwereld.

Daarnaast worden veel andere Chinese en westerse producten geïmporteerd. In de meer welgestelde wijken van de hoofdstad Pyongyang is het pronken met westerse kledingmerken of technologie zelfs een statussymbool geworden. Ook maken sommige handige Chinese ondernemers producten die speciaal voor de Noord-Koreaanse markt zijn bedoeld, onder meer televisies, dvd-spelers, rijstkokers en andere elektronische producten die zeer weinig energie verbruiken (vanwege de vele stroomstoringen in Noord-Korea).

Het is begrijpelijk dat Noord-Koreanen met een lekkere comedyfilm willen ontsnappen aan hun dagelijkse, bijzonder harde bestaan. Maar het zou te beperkt zijn om buitenlandse media alleen te zien als escapistisch vermaak. De films brengen veel burgers voor het eerst in aanraking met een totaal vreemde, onwerkelijke buitenwereld waarin vrijheid en welvaart vormen aannemen die zij niet voor mogelijk hielden. Dit maakt Noord-Koreanen bewust van de ongekende mogelijkheden die zij in Zuid-Korea hebben en van het feit dat het door het regime geschetste schrikbeeld van kapitalistische samenlevingen maar weinig met de realiteit te maken heeft.

Titanic

De jangmadang kwam op uit bittere noodzaak: mensen moesten ergens eten vandaan halen, anders zouden ze simpelweg sterven. Maar hoewel voedseltekorten nog steeds voor flinke problemen zorgen in Noord-Korea, is de ergste hongersnood al bijna twintig jaar voorbij. De afgelopen jaren hebben veel migranten dan ook aangegeven dat zij niet besloten hun biezen te pakken vanwege een gebrek aan voedsel. Velen gingen op zoek naar de vrijheid, welvaart en ontwikkelingsmogelijkheden die zij kenden uit films, series en verhalen van marktkooplui.

‘Ik zag als negenjarig kind een vriendin van mijn moeder geëxecuteerd worden en zag lijken van verhongerde mensen in de rivieren drijven,’ aldus Yeonmi Park, die in 2007 Noord-Korea wist te ontvluchten. ‘Maar het zien van Titanic gaf voor mij de doorslag om te vluchten.’

‘Alle vluchtelingen die ik de afgelopen jaren sprak, wisten precies hoeveel geld ze officials in specifieke gevallen moesten toesteken.’

Als één zin de gang van zaken in Noord-Korea van vandaag de dag adequaat omschrijft, is het wel money talks and bullshit walks. Gesnapt bij het verkopen van buitenlandse handelswaar? Een promotie nodig op het werk? Snel toestemming nodig om even de grens met China over te steken? Stop de juiste persoon wat geld of gesmokkelde luxegoederen toe en het wordt voor je geregeld. ‘Alle vluchtelingen die ik de afgelopen jaren sprak, wisten precies hoeveel geld ze officials in specifieke gevallen moesten toesteken,’ aldus Remco Breuker. ‘Het is een soort belastingheffing.’

Het massale omkopen is niet alleen een voorwaarde om een betere baan of huis te krijgen. Het is bittere noodzaak om te overleven in het hedendaagse Noord-Korea en het houdt ook het hiërarchische machtssysteem in het land in leven. ‘De Noord-Koreaanse samenleving wordt boven alles gestuurd door geld en connecties,’ schrijven journalisten Daniel Tudor en James Pearson in hun boek over ‘een nieuwe generatie van Noord-Koreaanse kapitalisten’.

Het omkopen is normaal geworden in alle lagen van de samenleving en zorgt voor een verticaal systeem waarbij lage ambtenaren hun ondergeschikten geld aftroggelen waarmee zij hun leidinggevenden betalen, die hun leidinggevenden er weer mee betalen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen (wetshandhaving in Noord-Korea heeft de neiging om uiterst willekeurig te worden toegepast en de een is corrupter dan de ander), maar doorgaans is het omkopen van de autoriteiten een effectieve manier om je vrijheid en veiligheid te bewaren en om hogerop te komen in de van corruptie doortrokken Noord-Koreaanse maatschappij.

Kritisch denken

De afgelopen jaren hebben veel deskundigen alsook gevluchte Noord-Koreanen gehamerd op het belang van de jangmadang voor de toekomst van Noord-Korea (en vooral, die van de Noord-Koreanen). Jang Jin-sung schreef al in 2013 een opiniestuk in The New York Times met de profetische titel ‘De markt zal Noord-Korea bevrijden’.

Noord-Korea en de Noord-Koreanen zíjn al ingrijpend veranderd sinds de eerste vorm van de jangmadang twee decennia geleden zijn intrede deed. Burgers zijn nog steeds grotendeels afgesloten van informatie van buiten, maar hebben door de smokkel van films, series en informatie wel een breder referentiekader kunnen ontwikkelen. Een volk dat er decennialang ingeramd kreeg dat orders opvolgen en de Leider prijzen goed was en dat vragen stellen bijna gelijk stond aan verraad, krijgt steeds meer handvatten aangereikt om kritisch te denken en om de anathema’s van Pyongyang ter discussie te stellen.

Veel vluchtelingen vertellen dat Noord-Koreanen zich inspannen om een beter leven te krijgen en vaak een hekel hebben aan het repressieve en onbehulpzame beleid van Pyongyang.

Als Noord-Koreanen zo’n mega-emotionele Zuid-Koreaanse soapserie zien, gaat het niet alleen om spannende verhalen over liefde en verraad. Zij zien de hypermoderne metropool Seoul, waar gewone burgers genieten van auto’s, smartphones, concerten, vakanties en het ene diner na het andere. Belangrijker nog: in de vrije omgangsvormen, de keuzevrijheid om je eigen baan, woonplaats en opleiding te kiezen en de mogelijkheden om zelf je leven vrij invulling te geven, zien Noord-Koreanen dat er buiten de landsgrenzen van hun ‘Volksrepubliek’ een radicaal ander leven mogelijk is.

Geen rebellen

Is dit alles genoeg om het regime van Kim Jong-un ten val te brengen? Dat valt moeilijk te voorspellen. Veel vluchtelingen vertellen dat Noord-Koreanen zich inspannen om een beter leven te krijgen en vaak een hekel hebben aan het repressieve en onbehulpzame beleid van Pyongyang. Dat betekent echter niet dat het in hen opkomt om pogingen te ondernemen om tegen het bewind te rebelleren, in de hoop dat dit ten val komt.

Je kunt het ze ook niet kwalijk nemen: politiek denken staat in Noord-Korea al ruim een halve eeuw gelijk aan de partijlijn volgen en die tot in den treure uit je hoofd leren. Veel Noord-Koreaanse nouveaux riches hebben ook eerder de neiging om zich aan te sluiten bij de regerende klasse dan om die te ondermijnen. Maar ze blijven zich ook vertonen op de jangmadang.

Noord-Koreanen kunnen mogelijke mensenrechtenschendingen afkopen door de illegale geldstromen die het land invloeien, dikwijls via Chinese intermediairs overgemaakt door familie in het Zuiden. En zij worden door de jangmadang minder afhankelijk van het bewind dat hen onderdrukt – en dus meer zelfstandig, zowel materieel als mentaal.

Zelfs zonder regimewisseling zorgt de markt voor een betere positie van Noord-Koreanen, nog altijd het zwaarst onderdrukte volk op aarde.

Daarmee ontsnappen ze toch een beetje aan de grip van het totalitair gezinde Pyongyang. ‘Het is een praktische manier om je te emanciperen, omdat je kan ontkomen aan ellende die je anders wel ten deel zou vallen,’ legt Breuker uit. Zelfs zonder regimewisseling zorgt de markt voor een betere positie van Noord-Koreanen, nog altijd het zwaarst onderdrukte volk op aarde.

De Noord-Koreanen zelf

Volgens de tactiek van Separative Engagement, in 2014 ontwikkeld door Jang Jin-sung en inmiddels omarmd door meerdere vluchtelingenorganisaties en Noord-Koreadeskundigen, moeten alle westerse pogingen tot engagement met Noord-Korea erop gericht zijn om de bevolking te helpen en sterker en autonomer (empowerment) te maken. Alleen zo kunnen Noord-Koreanen worden bijgestaan en kunnen mensenrechtenschendingen worden tegengegaan.

Als westerse regeringen Noord-Koreanen willen helpen aan een beter leven, moeten zij dus investeren in de illegale geld- en informatiestromen richting het land en niet in officiële betrekkingen met Pyongyang, dat juist de tegenstander van het volk is.

Eén ding is duidelijk: het zullen de Noord-Koreanen zelf zijn die hun land moeten bevrijden van het regime.

Want één ding is duidelijk: of het nu vanuit de elite of vanuit de gewone bevolking moet komen, het zullen de Noord-Koreanen zelf zijn die hun land moeten bevrijden van de ketenen van het Kim-regime. De afgelopen jaren hebben zij, grotendeels dankzij de jangmadang, meer middelen gekregen om aan deze immense taak te beginnen.

De taak van westerse regeringen en ngo’s ligt in het steunen van deze ondergrondse netwerken, het sterker maken en steunen van de Noord-Koreaanse bevolking en het beter luisteren naar wat gevluchte Noord-Koreanen te zeggen hebben. ‘Het belangrijkste wapen tegen het Noord-Koreaanse regime zijn de Noord-Koreanen zelf,’ aldus Remco Breuker.