nieuwe werkhoudingen | ‘The end of sitting’

I

n een studio aan de Amsterdamse Looiersgracht verrijst een enorme apenrots. Ruim vijfentwintig meter lang, drie meter hoog. Uit het gips is een groot aantal nauwkeurig gemeten gaten gehakt. Iedereen die de studio straks binnenwandelt, kan in een van die gaten zijn laptop uitklappen en vervolgens staand, hangend of liggend aan het werk.
Nee, niet zittend. The End of Sitting, zoals de ruimtelijke installatie heet, moet juist het zitgedrag van de Nederlandse kantoorklerk aan de kaak stellen. Hoognodig. Van alle Europeanen zitten wij het meest. En langdurig zitten, zo wordt de laatste jaren onderzoek na onderzoek bewezen, is funest voor de gezondheid.
De aanleiding tot de apenrots vormde een vraag van Rijksbouwmeester Frits van Dongen. Die benaderde een klein jaar geleden drie studio’s voor een prikkelend ontwerp van de werkomgeving van de toekomst. Primair gefocust op de rijksambtenaar. ‘Nou, onze vader heeft veertig jaar bij de Belastingdienst gewerkt,’ zegt architect Ronald Rietveld. ‘Dus we konden ons daar alles bij voorstellen.’
Samen met broer Erik, filosoof, leidt Ronald Rietveld sinds 2006 de studio RAAAF (voluit Rietveld Architecture Art Affordances) die succesvol opereert op het snijvlak van architectuur, kunst en wetenschap. Eerder maakten ze de installatie Vacant NL over tijdelijk hergebruik van leegstaande overheidskantoren. Ook zaagden ze al eens een betonnen bunker doormidden om het monumentenbeleid ter discussie te stellen.
Jongens die van wanten weten. In 2013 werd RAAAF door collega’s verkozen tot ‘architect van het jaar’ vanwege de onorthodoxe wijze waarop het bureau maatschappelijke thema’s verbeeldt. Nu dus, samen met beeldend kunstenaar Barbara Visser, het zitprobleem.
‘Rijksambtenaren voelen zich door hun gestandaardiseerde flexplekken ontheemd,’ vertaalt Erik Rietveld de informatie die RAAAF van de Rijksbouwmeester meekreeg. ‘Daardoor gaan ze vaker thuis werken en komen ze hun collega’s nóg minder tegen. Met alle negatieve gevolgen voor het werk van dien.’
Die werkomgeving moest volgens Van Dongen een nieuwe identiteit krijgen. ‘Nu hangen ze vaak een decoratie aan de muur om er nog iets van te maken,’ zegt Ronald Rietveld. ‘Daar moet dan de identiteit vandaan komen. Maar kan een werkplek ook een eigen identiteit hebben? En dan zodanig dat iedere werknemer daar een vanzelfsprekend onderdeel van is?’
Toegegeven, het klinkt allemaal tamelijk vaag. Maar dat werd hun project bepaald niet. Want in de maanden dat de broers hun eerste onderzoek naar de rijkswerkplek deden, stonden de kranten vol van dat andere, minstens zo urgente probleem: langdurig zitten, toonde nieuw onderzoek aan, bleek levensgevaarlijk. Dat, zegt Ronald Rietveld, ‘vonden wij meteen een interessante insteek.’ Sterker nog: of en hoe ons zitgedrag te veranderen valt, dat werd de onderliggende missie van hun project.

toegenomen sterftekans

De man die de onheilspellende zitcijfers in november 2013 presenteerde, is onderzoeker Hidde van der Ploeg van VUmc. Hij baseerde zich op langdurig onderzoek onder ruim tweehonderdduizend Australische 45-plussers. Sindsdien werden zijn bevindingen door tal van andere rapporten onderschreven. Conclusie: als je tussen de acht en elf uur per dag zit, heb je een toegenomen sterftekans van vijftien procent. Wie, zoals de meeste Nederlandse werknemers, meer dan elf uur per dag zittend doorbrengt, komt uit op een verhoogd risico van veertig procent.
Nare statistieken. Maar het meest onrustbarende deel uit het onderzoek moet nog komen. Want wie dacht zijn zitgedrag te kunnen compenseren met drie keer per week een halfuurtje hardlopen, komt bedrogen uit. Zeker, geregeld sporten maakt de cijfers minder nijpend. Maar laat de verhoogde sterftekans onverlet.
‘Kort door de bocht is de gedachte dat wie zit zijn beenspieren te weinig gebruikt,’ zegt Van der Ploeg. ‘En die beenspieren zijn de grootste van ons lichaam. Daardoor wordt het vet en het suiker minder snel uit het bloed in je cellen opgenomen. Dat zou de oorzaak van de gezondheidsrisico’s zijn.’
‘Zitten is dodelijk,’ kopten de kranten naar aanleiding van Van der Ploegs onderzoek. Tikje te stellig, vindt Van der Ploeg. ‘We moeten het zitten niet gaan demoniseren. Het gaat nadrukkelijk om te véél zitten. En waar die grens precies ligt, is nog steeds lastig te bepalen. Het lijkt nu rond de zeven, acht uur per dag te zijn. Maar het is nog te prematuur om je daar echt op vast te pinnen. Die nuancering is een belangrijk punt. Zitten is iets anders dan roken. Roken is slecht voor je. Punt. Roken vormt voor de mens ook geen essentieel gedrag. Zitten, dat doen we allemaal.’
Wij ook (toch weer) in zijn werkkamer in het opleidingsinstituut van het VUmc, verstopt op de vijfde etage van een betonnen doolhof. Een krappe ruimte die hij ook nog eens met een collega moet delen. Moet hier de revolutie beginnen? Geregeld bewegen, zoals Van der Ploeg werknemers sinds zijn onderzoek aanraadt te doen, is er zo goed als onmogelijk. Trouwens, zien ook zijn bureau en stoel er eigenlijk niet verdacht ouderwets en daarmee bewegingstechnisch nogal problematisch uit?
Kijk, lacht Van der Ploeg. En met een simpele armbeweging rijzen toetsenbord en beeldscherm ineens via een speciale zwenkarm een meter op. ‘Ik houd ervan om als ik ’s ochtends binnenkom in elk geval staand met werken te beginnen. Bellen en mailen doe ik graag staand. Maar als ik een langer stuk moet tikken, ga ik weer zitten.’
De ideale werkdag voor een gezonde werknemer? Een moeilijke vraag, vindt Van der Ploeg. ‘Probeer, als je veel zit, dat te verminderen door afwisseling. In elk geval niet door dan maar de hele tijd te gaan staan. Daar krijg je kappersbenen van: spataderen. Of last van je rug. Maar breng het totale zitvolume terug en breek langdurige zitperiodes op. Zit je drie keer twintig minuten in plaats van een heel uur achtereen, dan is dat meteen al gunstig voor je bloedsuikerspiegel.’ Praktisch vertaald: ‘Een uurtje zitten en dan weer een half uurtje staan.’
Het komt over als een nuttig advies. Maar hoe krijg je de Nederlandse werknemer daadwerkelijk van zijn stoel? Op het VUmc van Van der Ploeg is zijn onderzoek nou niet als een bom ingeslagen. Ja, hij kent er een handjevol collega’s dat over een vergelijkbaar bureau met zwenkarm beschikt. Maar intussen is zitten er nog steeds de norm.
Van der Ploeg werd ook niet platgebeld door bezorgde human resource managers van Nederlandse bedrijven of de rijksoverheid. De enige mensen die wel contact opnamen, waren meubelfabrikanten. Ze zagen een nieuw gat in de al jaren kwakkelende markt voor kantoormeubilair. Van der Ploeg: ‘En verder is een enkel bedrijf als onderzoeksinstituut TNO veel met dit onderwerp bezig. Zij hebben als een van de weinige bedrijven hun kantoorinrichting al aangepast.’

met de trap

Naar TNO, dus. Bij de in Leiden gevestigde afdeling Work, Health & Care is Marjolein Douwes projectleider en onderzoeker. Ze ontvangt op de zevende etage, waar alle werknemers zich ’s ochtends melden, ook diegenen die eigenlijk op de derde etage werken. Douwes: ‘Moeten ze met de trap en krijgen ze in elk geval meteen beweging.’
De zesde, waarnaartoe wij per trap afdalen, is deels als kantoorproeftuin ingericht. Aan een bureaufiets draait een senior medewerker de trappers rond, onderwijl behoedzaam tikkend op zijn toetsenbord. Nee, dit is niet de eerste kantoorfietsverslaafde. De man is ter gelegenheid van het bezoek zojuist op het zadel gehesen. Hoe het hem bevalt? ‘Vreemd, in het begin. Het zadel is een stuk hoger dan de gemiddelde bureaustoel. En je mist de rugleuning.’ Maar eenmaal op snelheid vervalt dat gevoel, geeft hij aan. En ja, dan is het best prettig, eigenlijk.
Niet dat bij TNO iedereen staand of fietsend zijn werk doet. Verre van dat. Het gros van de werknemers zit ook hier zijn dag uit. Een enkeling op een zitbal in plaats van een bureaustoel, dat wel. ‘Bewegen moet leuker worden gemaakt,’ verzucht Marjolein Douwes als we in een vergaderkamer zijn neergestreken, wéér zittend overigens. ‘Fietsen zal veel werknemers aanspreken. We zijn immers een fietsland. Maar niet iedereen vindt hetzelfde leuk, dus zul je ook andere vormen van bewegen moeten aanbieden. In het verleden werkten we met lunchwandelingen, traplopen en dat soort zaken. Een ander gaat liever een potje tafeltennissen.’
Ze merkt dat de media-aandacht die het onderzoek van Van der Ploeg kreeg, heeft bijgedragen aan de bewustwording over de gevaren van zitten. ‘Vanochtend kreeg ik nog een vraag van een arbodienst over mailfietsen: fietsen die je gebruikt voor een specifiek aantal kantoorwerkzaamheden zoals mailen. Maar uiteindelijk worden dit soort alternatieven voor bureaustoelen meestal pas aangeschaft als de werkgever er direct bij is gebaat. Het moet niet te duur zijn. En het mag zeker niet leiden tot vermindering van werkprestaties. Uit ons onderzoek met bureaufietsen blijkt dat die prestaties ruwweg op hetzelfde niveau blijven: je typt en mailt op een fiets uiteindelijk even snel als achter een ouderwets bureau. Leestaken lijken al fietsend iets beter te scoren, als is dat nog niet afdoende met onderzoek bewezen.’
Cijfers die een comfortabele bureaustoel niet een, twee, drie zullen verdringen. Kunnen de ernstige gezondheidsrisico’s geen gedragsverandering veroorzaken? Douwes: ‘Die spelen toch vooral op de langere termijn. Daar schrikken werkgevers en werknemers niet genoeg van. Laat staan dat ze meteen in actie komen. Of werknemers door te veel zitten ook op korte termijn uitvallen, weten we niet. We hebben het met onderzoek in elk geval nog niet kunnen aantonen.’
In Scandinavië zijn werkgevers al verder, weet Van der Ploeg. ‘Vrijwel elk bureau is er al een jaar of tien van een sta-stand voorzien. Vooral bedoeld om rugklachten te voorkomen. Maar die stand wordt eigenlijk nooit toegepast. Bij ons is de insteek: als je je leven lang zit, heb je een grotere kans op hart- en vaatziekten en diabetes. Daar zeggen ze: als je geen last van je rug hebt, waarom zou je dat ding dan gebruiken?’
Werknemers verleiden, daar komt het volgens Douwes op aan. ‘Je moet hun omgeving stilaan zo inrichten dat het werk bijna niet anders meer kan worden verricht dan op een gezonde manier.’ Daarbij gaat het soms om kleine dingen. In een warmgestookt kantoor, zegt Douwes, zal niemand uit zichzelf gaan fietsen. Zet je de temperatuur lager, dan kan het juist een prikkel zijn. Bijna onbewust verleiden, dus. In die zin, zegt Douwes, strookt het kunstproject van RAAAF en Barbara Visser volledig met de visie van TNO. Voor de expert meeting tijdens The End of Sitting meldde ze zich meteen aan.

licht voorover

Verleiden, hoe doe je dat? De jongens van RAAAF denken het te weten. ‘Ga daar maar eens in staan,’ zegt Ronald Rietveld. Hij wijst op een houten staketsel dat als proefopstelling heeft gediend voor een van de vele uithollingen in de apenrots. Het wiebelt nogal, maar voelt toch prettig. Ik sta licht voorover, met de buik leunend op een diagonale houten plank. Door het gat ter hoogte van de ellebogen kan een denkbeeldige laptop worden bediend. Maar kun je zo ook uren achtereen werken?
Ons idee, zegt broer Erik, ‘is dat je de mogelijkheid tot zitten domweg niet meer aanbiedt. Zo kun je veel gemakkelijker ander gedrag uitlokken. We zien de apenrots als een landschap vol nieuwe handelingsmogelijkheden. Je wordt verleid om geregeld van positie te wisselen.’
Samen met beeldend kunstenaar Barbara Visser experimenteerden ze afgelopen voorjaar met mogelijke werkhoudingen. ‘Hilarische sessies,’ licht Visser telefonisch toe, die tot een groot aantal werkzame opties leidden. Die opties zijn te zien in de animatie die ze over het project maakte (zie kader op de vorige pagina). ‘Maar die Rietveld-jongens zijn zo gedreven, die wilden niet met een filmpje volstaan. De rots stelt ons in staat tot veel preciezer testen. Bij ons project betrokken bewegingswetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen zullen de bezoekers drie weken lang nauwlettend gaan volgen. Ik zie de apenrots als een rotsstrand. Iedereen zoekt bij een bepaalde activiteit straks het kommetje waar zijn lichaam het prettigst inpast.’
Een kantoormeubelfabrikant heeft al contact opgenomen, vertellen de Rietveld-broers. Ze zijn geïnteresseerd in de uitkomst van het project. Dezelfde fabrikanten overigens die mede debet zijn aan het probleem. Visser: ‘De bureaustoelen worden alsmaar comfortabeler. Met als gevolg dat je nauwelijks nog hoeft te verzitten. We hoeven echt niet terug naar de houten bank, maar wel naar meubilair dat elke vijf à tien minuten in elk geval tot bewegen noopt.’ Lachend: ‘Eigenlijk zijn nu de rokers nog het gezondst, want die moeten elk half uur lopend naar hun rookruimte op zoek.’
Onze hele samenleving is tegenwoordig ingericht op zitten, stelt Erik Rietveld. ‘Als je in de trein geen stoel hebt, dan voelt het als pech. Alsof je eigenlijk niet had hoeven betalen.’
Ronald: ‘Of vroeger in de schoolklas als je in de hoek moest staan. We zien staan als een straf.’
Erik: ‘We hebben hier in de studio zelf ook een staplek. Maar je ziet: iedereen zit toch weer. Zolang de stoelen er nog zijn, is dat gewoon te verleidelijk.’
Ronald: ‘Wie nu gaat staan, is het gekkie van de afdeling.’
Visser: ‘Terwijl kinderen juist willen bewegen. Voor hen is stilzitten juist een straf. Dus zitten is aangeleerd gedrag.’

op smalle krukjes

De eerste presentatie van hun ideeën aan de Rijksbouwmeester lieten de Rietveld-broers en Barbara Visser vergezeld gaan van een reeks beelden. Erik Rietveld: ‘Wij zijn in de geschiedenis gaan kijken, helemaal terug tot de oudheid. Mensen hingen toen op het marktplein te wachten totdat hun een dienst werd gevraagd. Tijdens de Middeleeuwen werkten monniken leunend op smalle krukjes. In de Renaissance zie je een heel grote verscheidenheid aan werkposities. Maar in de vorige eeuw kreeg je de grote standaardisatie.’
Ronald Rietveld: ‘Voor de kantoormens bleef alleen zittend werk over. En ook dat heeft zich geëvolueerd. Het bureau was vroeger ten minste nog een object met diverse soorten kasten en laatjes. Er moesten verschillende dingen op gedaan kunnen worden. Dat werd uiteindelijk een vlak blad met een typemachine, later een laptop, erop. Maar wist je dat Nabokov staand schreef? En Virginia Woolf ook?’
Niemand die nog weet op welke wijze staand werken prettig kan zijn, stellen de Rietveld-broers. Als collega-ontwerpers over het design van een nieuwe stoel praten, dan wordt steevast het werk van Gerrit Rietveld (’geen familie’) erbij gepakt. ‘Hij heeft de ideale verhoudingen vastgelegd,’ zegt Ronald Rietveld, ‘maar dit hier’ – hij wijst op een schaalmodel van de apenrots – ‘is voor ontwerpers helemaal nieuw. Ontwerpers weten alles van staan of zitten, maar niets van de houdingen daartussenin. Hoe benut je onder het werk wél die grote beenspieren, maar dan op een wijze die ook aangenaam is? Daar is nog nooit over nagedacht.’
Met de installatie The End of Sitting moet daar verandering in komen. Vanaf 22 november is hun rots drie weken op eigen risico vrij toegankelijk. Ze zijn tevreden, zeggen de broers, als de problemen van langdurig zitten daarna zijn geagendeerd en rotsbezoekers gaan nadenken over alternatieve werkhoudingen.
En, praktisch gesproken: wordt de nieuwe rijkswerkplek straks een apenrots? ‘Ik weet niet of je het ministerie van Financiën kent,’ zegt Erik Rietveld. ‘Daar zit een groot atrium beneden. Je kunt je voorstellen dat het op deze manier wordt ingericht. Dan verblijf je een deel van je werkdag achter je bureau en een deel daar.’
Ronald Rietveld: ‘Neem de wachtruimtes op Schiphol. Nu staan daar de doorsnee tafels en stoelen. Onze rots schept een totaal andere beleving, ook door de intimiteit die als vanzelf ontstaat met andere bezoekers. Ontheemd zul je je niet snel meer voelen. En ja, het moet schuren. Het is tenslotte ook kunst.’
‘The End of Sitting’, Looiersgracht 60, Amsterdam, 22 november t/m 6 december 2014.

Geanimeerd anti-zitproject
‘Outstanding Landscape of Affordances’ is de titel van de animatie die Barbara Visser en RAAAF over hun anti-zitproject maakten. Bekijk hier de talloze nieuwe werkhoudingen die de apenrots mogelijk maakt: www.vn.nl/antizitproject.