Emoties brachten Nico Frijda zijn levenswerk als wetenschapper, maar bemoeilijkten zijn persoonlijk leven. ‘Door te herdenken wordt het verdriet niet kleiner, wel zinvoller.’

Aan de keukentafel zijn in een half uur tijd de Egyptische koning Psammenitus, een ode aan de roos en het primatenonderzoek naar agressie langsgekomen. Met smaak heeft Nico Frijda anekdotes en wetenswaardigheden opgedist, en dan – ineens – wordt zijn blik waakzaam.

‘Zeg, voor wie is dit interview ook weer,’ vraagt hij op zijn hoede. ‘Voor Vrij Nederland? Dan moet ik oppassen. Ik heb een grief tegen VN. Er stond in 1971 een interview in van Joop van Tijn met Eli Cohen, kamparts in Auschwitz. En deze Cohen vertelde hoe hij mijn vader in 1944 cyaankali had geweigerd te geven, vlak voordat hij naar de gaskamer moest. Daar had mijn vader kennelijk om gevraagd. Ik vond het niet chic dat uit de krant te moeten vernemen.’

Stilte. Waarom zou hij eigenlijk in een interview over zijn leven vertellen? Dat heeft...