Wanneer je zoals kunsthistoricus en voormalige directeur van het British Museum Neil MacGregor een indrukwekkend, erudiet boek schrijft met zo’n enorme spanwijdte als Leven met de goden. 40.000 jaar volkeren, objecten en religie, wanneer je zover terugkijkt in de geschiedenis op zoek naar de gedeelde verhalen die ons leven en onze samenlevingen vormgeven, wanneer je daarmee geen godsdienstgeschiedenis wilt schrijven, maar wel de werking van een aantal religieuze opvattingen laat zien als cruciaal onderdeel van een gedeelde identiteit, dan ligt één directe, tamelijk botte vraag voor de hand: bent u zelf gelovig?
‘Ik ben opgevoed als calvinist,’ antwoordt hij monter, ‘zoals de meeste mensen in Schotland. Ik ga nog steeds naar de kerk in Londen. Ik weet niet wat ik geloof en of ik geloof, maar de taal van de christelijke traditie is de enige taal die ik heb om de grote vragen te stellen – die over het individu, de samenleving, de gemeenschap, door de tijd heen. Dat is je materiaal.’
‘We hebben, afkomstig uit dit deel van de wereld, niet de juiste woorden om te vertellen wat er gaande is bij een gemeenschap voor wie het hele landschap heilig is, niet de juiste woorden om over de betekenis van de goden van het hindoeïsme te spreken. Een van de redenen waarom West-Europa het zo moeilijk vindt om de rol te onderkennen van religie in ons publieke debat, is dat we de taal niet meer hebben om erover te spreken.’

Welk verband bestaat er tussen taal en gedeelde verhalen, die u in uw boek zo benadrukt als basis van een gemeenschap?
‘Het vertrekpunt is dat wat we religie noemen, een verhaal is. Misschien een goddelijk gegeven verhaal, misschien een door mensen bedacht verhaal – dat weten we niet. Maar het is een verhaal van een gemeenschap door de tijd heen.’
‘Alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen.’
‘De schrijfster Joan Didion zegt dat we elkaar verhalen vertellen om te overleven. Dat is waar, want alleen gemeenschappen die een verhaal hebben, kunnen het verleden en de toekomst met elkaar verbinden en het individu in een gemeenschap plaatsen. Alleen die gemeenschappen hebben weten te overleven. Dat verhaal, die vertelling, dat narratief, moet op een bepaalde manier geritualiseerd worden en tot werkelijkheid gemaakt.’
‘Het probleem bij elke taal is vertrouwdheid. We weten allemaal dat de moedertaalspreker de regels van de taal het minst goed uit kan leggen. Alleen een buitenlander kan mij uitleggen waarom en wanneer ik “I go” of “I am going” zeg. Ik heb zelf geen idee. Zo is het ook bij godsdiensten. We zijn zo vertrouwd met het christelijke narratief dat we vergeten zijn hoe krachtig dat is. Neem het ritueel van het gezamenlijk eten van het ritueel geslachte dier. Dat was het grote moment dat de gemeenschap bijeenkwam. Wanneer we het hebben over het offer van het lam, zijn we vergeten welke diepe symbolische lading dat had: de priester doodt het dier, iedereen eet het vlees en dat vormt de gemeenschap.’
Wanneer u het over godsdienst heeft, spreekt u in gelijke mate over ideologie en religie. Ziet u verschil tussen die termen?
‘De grote ideologieën zijn communisme en nazisme en in veel opzichten zijn ze identiek aan religies. Als religieus fenomeen bieden ze het verhaal over een gemeenschap door de tijd heen en ze werpen een idee op van wat een gemeenschap zou moeten zijn. Dat vereist opoffering van individualiteit, tegen hoge persoonlijke kosten, voor de toekomst van de gemeenschap. Maar zelfs wanneer je een godsdienst als ideologie definieert, zoals in het publieke debat met de islam vaak gebeurt, gaat het erom hoezeer je een scherpslijper bent.’
Op snijdende toon: ‘Frankrijk is daarin een rigide voorbeeld. Al vroeg is daar het idee geconstrueerd dat er maar één gemeenschap is waartoe je kunt behoren en dat is de natie. Dat verklaart waarom de protestanten in 1658 uitgesloten werden, waarom de Republiek altijd vijandig is geweest tegen elke religieuze gemeenschap, zoals tegen de joden tijdens de Dreyfus-affaire, tegen de katholieke kerk in 1905 en tegen moslims nu. Dat is een Frans probleem. Geen Europees probleem. De Fransen hebben nooit kunnen accepteren dat je lid kunt zijn verschillende gemeenschappen tegelijkertijd. De identiteit van de meeste mensen is juist dat ze deel uitmaken van verschillende groepen. De reducerende eenheidsnotie in het Franse denken en het Franse nationalisme hebben van de Franse traditie geen seculiere traditie gemaakt, maar een antiklerikale traditie. Dat is een belangrijk onderscheid.’
‘De Fransen hebben zo’n groot probleem met de islam, omdat de islam een perspectief op de gemeenschap inhoudt dat supranationaal is.’
Milder nu: ‘Dat is niet het geval in Nederland en Engeland. Beide landen waren altijd beter in staat te accepteren dat je tot verscheidene gemeenschappen kunt behoren en dat de staat niet de exclusieve gemeenschap is. Nederland was daarin het grote model in de zeventiende eeuw, en Engeland probeerde Nederland daarin na te volgen. Het enige dat in Engeland werd gevraagd, is dat je ook loyaal was aan de staat, tot welke andere gemeenschap je ook behoorde. Een terechte eis, want je kunt aan beide trouw zijn.’
Nog eens: ‘De Fransen hebben zo’n groot probleem met de islam, omdat de islam een perspectief op de gemeenschap inhoudt dat supranationaal is. Daarom is de katholieke kerk door hen ook zo lang van staatswege gehaat: die is ook supranationaal, de Paus zit in Rome. Die opstelling is gevaarlijk, want polariserend.’
Sociale antropologie
De oorsprong van Neil MacGregors onderzoek, dat resulteerde in het boek Leven met de goden, lag in de discussies die van meet af aan gevoerd werden in het British Museum. Dat museum is niet geschapen als kunstmuseum, maar halverwege de achttiende eeuw door het Engelse parlement in het leven geroepen om de burgers de toenmalige wereld beter te laten begrijpen.
‘Vijftig jaar geleden dacht iedereen dat religie zou verdwijnen. Nu bevindt het zich politiek gezien in het middelpunt van de aandacht.’
De sleutelvraag van de Verlichting in Europa was hoe samenlevingen functioneren. Wat is de dynamiek van de samenleving? En: wat is de verhouding tussen een gemeenschap gebaseerd op geloof en een politieke gemeenschap en macht?
De collectie van het British Museum was (en is) er vanaf het begin, rond 1750, op gericht om die vragen te beantwoorden; over de hele wereld werd een zoals MacGregor dat noemt ‘sociale antropologie’ volvoerd – religie behoorde tot het onderzoeksterrein. ‘Een van de grotere vragen is het verband tussen de religieuze dynamiek en politieke dynamiek. Vijftig jaar geleden dacht iedereen dat religie zou verdwijnen. Nu bevindt het zich politiek gezien in het middelpunt van de aandacht. Waarom vinden West-Europeanen dat zo moeilijk om te begrijpen en waarom zijn we daar zo door gealarmeerd?’
U hebt het dan over onze blik op andere delen van de wereld.
‘Ja, vooral over de islam. Waarom zitten we daar zo mee? Het is niet adequaat om het af te doen als bijgeloof in combinatie met gewelddadigheid – dat was de zienswijze van de Verlichting.
‘Als je wilt begrijpen waarom religie nu politiek zo belangrijk is, dan is dat omdat religieuze rituelen het narratief vormen van een gemeenschap dat zorgt voor overleving.’
‘De Verlichtingsdenkers waren enorm gericht op Europa; waar ze werkelijk bezorgd om waren, was de katholieke kerk. Ze onderwaardeerden de rol van religie in een gemeenschap. Dat is wat ik met mijn boek wil laten zien. Het is belangrijk wat een groep doet. Dan spreek ik over rituelen. Als je wilt begrijpen waarom religie nu politiek zo belangrijk is, dan is dat omdat religieuze rituelen het narratief vormen van een gemeenschap dat zorgt voor overleving.’
‘Het resultaat – daar gaat mijn boek over – is dat een groep zo kan overleven als groep. Het beste voorbeeld vormen de joden. Niet alleen door hun geloof wisten ze de diaspora met behoud van hun identiteit te overleven, ook en vooral door hun rituelen.’
‘Geloof is vooral sterk op die plekken op de wereld waar de mens op zijn zwakst is, waar mensen niet kunnen vertrouwen op de staat. Daar waar de staat ingestort is, onrechtvaardig is, of in handen van buitenlandse economische krachten.’
‘De enige manier waarop een gemeenschap daar kan overleven, is door religie. Want die biedt een verhaal met hoop over de toekomst, een verhaal over óns. Omdat West-Europeanen individueel zoveel macht en controle over hun leven hebben, waardoor ze meer bij particuliere spiritualiteit belanden, zijn ze vergeten dat wanneer je die privileges niet hebt, er een enorme kracht ligt in de rituelen en de hoop van een narratief door de tijd heen over jouw gemeenschap, een verhaal dat de toekomst zonnig voor je kleurt.’

Welke rituelen wilt u het liefst behouden?
Enthousiast: ‘De rituelen van de zoroastriërs! Je neemt het vuur dat gebruikt wordt bij allerlei oude beroepen zoals smeden; je voegt daar het vuur aan toe dat gebruikt wordt bij crematies; je doet daar het vuur bij van de bliksem, en pas wanneer je al die vuren samen hebt, verkeer je in de aanwezigheid van het goddelijke. Dat stelde de zoroastriërs in staat om onderdrukking te overleven, ze namen het vuur mee naar Mumbai. En laatst hadden ze zo’n vuurbijeenkomst in Londen, fantastisch. Dat ritueel stelde hun gemeenschap in staat om diversiteit te overleven. Een geweldig idee: de gemeenschap blijft uiteindelijk één, door het ritueel.’
‘Dat is ook weer iets anders dan de teksten waarin de denkbeelden van een religie doorgaans bewaard zijn. Die zijn meestal doordesemd van geweld, geweld gericht tegen anderen. De Bijbel is een perfect voorbeeld, net als de Koran. De hoeveelheid moorden, het brute doden daarin is ronduit afschrikwekkend.’
‘Dat is hoe een religieus ritueel fungeert: we herinneren ons hoe onze maatschappij zou moeten zijn en we maken er werk van.’
‘Zulke teksten houden ons ook voor hoe we moeten leven en dat doen we niet, de standaard is nu eenmaal te hoog. Zo’n ritueel is dan beter, het herinnert de gemeenschap er op een bepaald gezamenlijk moment aan wie ze zijn en hoe ze willen leven. Kerstmis is een goed voorbeeld van een diepreligieus ritueel, zelfs in een seculier Europa. Één moment per jaar pauzeren we en vragen we ons af hoe onze samenleving moet zijn. En vrijwel iedereen, christelijk of niet, ziet in dat er iets moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat de daklozen behuisd worden, de hongerigen gevoed, de armen geholpen. Met Kerst géven mensen. Dat is precies hoe een religieus ritueel fungeert: we herinneren ons hoe onze maatschappij zou moeten zijn en we maken er werk van. Dat we dat niet het hele jaar doen, is omdat we nu eenmaal mensen zijn.’
We kunnen er niet aan ontkomen: elk najaar woedt hier te lande een hevige discussie over…
‘Zwarte Piet!’ onderbreekt Neil MacGregor mij in bijna accentloos Nederlands. Hij barst in schaterlachen uit. ‘Zwarte Piet,’ giert hij.
Wat zijn uw gedachten daarover als buitenstaander, als buitenlander? Het gaat maar door. Hoe kunt u ons helpen?
MacGregor vermant zich. ‘Dit is het perfecte voorbeeld van dé vraag: wie zijn wij en hoe kunnen zij wij worden?’
‘De kern van religie is om van anderen wij te maken. Het is veel makkelijker als je polytheïsme hebt. Ik ben dol op de Romeinen, die gewoon een nieuwe god aan hun pantheon toevoegden, zodat iedereen erbij hoorde. Maar dat werkt niet zo binnen de christelijke Europese traditie, het is nu een stuk lastiger.’
‘Wanneer je de symbolen niet meer kunt lezen zoals ze vroeger gelezen werden, tja, dan zal je ze moeten veranderen.’
‘Toen de laatmiddeleeuwse ingezetenen van wat nu Nederland is Sinterklaas in het leven riepen, betekende dat iets anders dan nu. Het is moeilijk als je symbolen veranderen, wanneer je de symbolen niet meer kunt lezen zoals ze vroeger gelezen werden. Tja, dan zal je ze moeten veranderen.’
‘Wij hadden iets vergelijkbaars in Engeland. Niet zo lang geleden nog mocht de vlag van de vorst nooit halfstok hangen. Vanuit het idee: de Kroon sterft nooit; er zal altijd een monarch zijn. Dus uniek genoeg hing de vlag van de koning nooit halfstok. Dat symbool werd nog op waarde geschat toen de koning in de jaren vijftig stierf. Koningin Elizabeth liet toen als enige haar vlag wapperen. Het hele land begreep dat. Maar sindsdien is die kennis verloren gegaan, dus toen prinses Diana verongelukte, ontstond er enorme publieke woede dat de vlag van de koningin niet halfstok hing. Ze vonden dat een teken van disrespect. Ze konden het symbool niet meer lezen zoals het bedoeld was. Uiteindelijk leidde dat er toe dat de Union Jack, niet de Royal Standard, halfstok werd gehesen. Een uitstekend compromis. Ik wens jullie datzelfde verstand met Zwarte Piet toe.’
Neil MacGregor, Leven met de goden. 40.000 jaar volkeren, objecten en religie, vertaling Pon Ruiter, Arjanne van Luipen en Peter van Nieuwkoop, Hollands Diep, 487 p.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.