Wij NederlandersĀ zijn met onze uniseks wandeljacks veel genderneutraler dan we zelf doorhebben, schrijft columnist Amarens Eggeraat, die zelf in Parijs woont.

De afgelopen maand ben ik drie keer aangesproken alsof ik een man ben. De eerste keer was in een slaperig wijnwinkeltje, waar de verkoper pas na een halve minuut opkeek van zijn telefoon en stotterend zijn excuses aanbood. De tweede keer was bij een drukke stationsbakker, waar de cassiĆØre me met een dwingend monsieur, monsieur, monsieurĀ naar de pinautomaat probeerde te leiden en haar vergissing pas opmerkte toen ik haar verward aan bleef staren. De derde keer was gisterenochtend, toen ik een tapasrestaurant binnenvluchtte om te schuilen voor de regen. ‘Bonjour monsieur’, zei de serveerster zuchtend terwijl ik mijn sjaal uitwrong boven de deurmat, en daar liet ze het bij.

Ik vind het allesbehalve erg om voor een man aangezien te worden. Maar in Nederland gebeurt het me nooit. Ik kan wel een paar redenen bedenkenĀ waarom...