De regiothriller

Speurder Ludde Menkema rookt een sigaartje terwijl hij zijn blik laat dwalen over ‘de borg’ (Gronings voor burcht) die ‘opgetild door haar wierde als een schip in een helgele zee van koolzaadvelden’ ligt. Ene Koekiemonster is verwikkeld in een drugsdeal naast het ‘metershoge standbeeld van Michael Jackson’ bij de McDonalds in het Brabantse Best. Op het verwaarloosde parkeerterrein van de Albert Heijn in Doorn, naast de N225, wordt Floris van der Zwan ontvoerd.

In veel Nederlandse thrillers is een belangrijke rol weggelegd voor de regio en zijn couleur locale. Maar noem het niet meteen een ‘regiothriller’. ‘Wat is dat?’ reageert thrillerauteur Lupko Ellen enigszins gepikeerd. ‘De mannelijke variant op een streekroman? Ik vind het nogal een denigrerende term. Je zegt toch ook niet dat Henning Mankell “regiothrillers” heeft geschreven?’

Over titels valt te twisten. Ellen situeert zijn Ludde Menkema-reeks, waarvan onlangs het vierde deel verscheen, voor een groot deel in de provincie Groningen. Hij werd geboren in Gasselternijveenschemond in Drenthe, tegen de grens van Groningen, en woont na omzwervingen door Nederland nu in Warffum, vlak bij de Waddenzee. ‘Ik beschrijf het Groningse landschap dat ik mooi vind, zoals misschien iedereen het gebied waar hij geboren is mooi vindt. Ik gebruik daarbij veel plaatsnamen zoals Baflo en Usquert. Scandinavische auteurs schrijven ook zo: gedetailleerd,’ zei hij eerder al eens tegen Vrij Nederland. Ellen constateert dat het centrum van de aandacht – als het om auteurs gaat, maar ook om decors voor verhalen – in de Randstad ligt. ‘Het noorden valt vaak buiten het blikveld. Ik denk dat het ook een zekere luiheid is: ver buiten de Randstad ligt de regio waar het gevaarlijk is, en koud.’

‘Waar zijn we?’ de bewaker bij de voorste schuifdeur keek naar buiten, ‘ik zie niks.’

‘Baflo.’

‘Baflo. En wat komt hierna?’

‘Warffum, Usquert, Uithuizen, Uithuizer­meeden, Roodeschool, Eemshaven .’

‘En hier wonen mensen.’

‘Dat mag je aannemen, maar zeker weten doe ik het niet.’

‘Ver van de beschaving.’

(Uit: Herenboer, vier sterren)

Lupko Ellen trekt met zijn vinger een streep over het uitgestrekte Groningse landschap, achter zijn rug kolkt de Waddenzee, aan zijn voeten ligt het idyllische buurtschap Noordpolderzijl. ‘Via die route vluchtte Ludde Menkema naar Duitsland, nadat zijn boerderij door het leger was omsingeld.’ Het omliggende landschap gebruikte Ellen in Herenboer: ‘Behalve het vertrouwde metalige geluid van vibrerend tikkende touwen tegen vlaggenmasten was het stil. Hij liep langs het gesloten café, besteeg de betonnen trap en begon aan de andere kant van de dijk aan de afdaling naar het smalle getijdenhaventje. Aan de overkant van de geul liep een kudde paarden. Schiermonnikoog en Borkum waren onzichtbaar. Het water stond hoog.’

De jaarlijkse boekenmarkt

Tegen Almar Otten zeiden de mensen altijd: ‘Deventer is een boekenstad, maar als je succesvol schrijver wilt worden, moet je hier weg.’ Hij bleef en gebruikte de oude Hanzestad zelfs als decor voor zijn verhalen. Het eerste boek (Verdwenen chemie, drie sterren) speelde aanvankelijk in een naamloze stad. Maar hij ontdekte dat mensen het mooi vinden als ze plekken in boeken herkennen. ‘Dus werd Deventer echt Deventer, de Waag de Waag en de Brink de Brink.’

Otten besloot om samen met een goede kennis met uitgeefambitie een hele reeks regiothrillers op de markt te brengen: De zeven Deventer moordzaken. Ze drukten er meteen tweeduizend. Chrisjan van Marissing van de bekendste lokale boekhandel, Praamstra, was gecharmeerd van het initiatief en kocht een stapel die hij meteen bij de ingang van zijn winkel neerlegde. De boeken vlogen over de toonbank. Nu is Otten een bekende Deventenaar. Soms ziet hij ze kijken op straat. ‘Heel subtiel hoor, een snelle oogbeweging. Zoals ik zou doen als ik in Amsterdam Matthijs van Nieuwkerk tegenkom.’

Otten wijst richting de nok van een historisch pand op de Nieuwe Markt in Deventer. ‘Ik liep hier rond, zag die haak en dacht: daar moet een lijk aan.’ En dus wordt er in Gebonden kapitaal (vier sterren) een stoffelijk overschot uit het raam geduwd, dat pontificaal aan precies die haak blijft bungelen terwijl beneden de jaarlijkse boekenmarkt aan de gang is.

Soms leidt hij wandelingen voor toeristen door de stad, dan loop hij daar ook altijd even langs. Otten is milieu-medewerker bij de gemeente en voelt zich nauw betrokken bij wat er speelt. Zijn kennis gebruikt hij in zijn boeken om verkapt milde kritiek te leveren. In Blauw goud (vier sterren) krijgt de hoofdpersoon, historicus en bibliothecaris in de Deventer Athenaeumbibliotheek (‘de oudste van Nederland, ouder dan die in Zutphen, laat daar geen misverstand over bestaan’) Lineke Tesinga bijvoorbeeld te maken met gemeentelijke bezuinigingen.

Lineke zat in haar badjas aan de keukentafel en las een groot artikel over de gemeentelijke bezuinigingen. Ook de bibliotheken ontspringen de dans niet, las ze. Op het werk werd er veel over gesproken en hier en daar maakten mensen zich zorgen over hun baan. Zelf had ze er nooit serieus bij stilgestaan, maar ook zij zou getroffen kunnen worden. Het beheer van een zeer omvangrijke historische collectie was een zware last voor een relatief kleine stad als Deventer.

(Uit: Blauw goud)

Een hele rel

Marco Books (pseudoniem: M.P.O. Books) schreef zeven boeken waarin rechercheur Bram Petersen de veiligheid in district de Utrechtse Heuvelrug bewaakt. In zijn laatste, De dood van Callista de Vries (twee sterren), wordt een lijk opgedregd aan de voet van de Grebbeberg. Net als Otten gebruikte Books gemeentelijke misstanden eens ter inspiratie: de ontvoering uit Gedragen haat (twee sterren), op het parkeerterrein van de Albert Heijn in Doorn, kon alleen maar gebeuren doordat de plek was verwaarloosd en de gemeente er niets aan deed. ‘De panden die je nu ziet, waren toen krakkemikkig en dichtgespijkerd. De tuin was overwoekerd met onkruid. Mensen kwamen daar liever niet. Het was een hele rel.’

Niet dat politieke betrokkenheid per se de drijfveer achter zijn verhalen is. ‘De Utrechtse Heuvelrug is mijn geboortegrond. Ik ken hier elke boom, elke graspol. Wat je dicht aan het hart ligt, daar kun je makkelijk over schrijven.’

De Utrechtse Heuvelrug strekte zich voor hen uit van west naar oost, als een grauw lint aan de horizon. Op heldere dagen kon je met gemak in het oosten de Cuneratoren van Rhenen zien. Vandaag ging de Grebbestad op in grauwheid.

(Uit: De dood van Callista de Vries)

Dat het een plek is die ze door en door kennen en waar ze van houden, is voor alle gesproken regiothrillerauteurs een belangrijke, zo niet de belangrijkste, motivatie om hun spannende verhalen daar te situeren. En net als de schrijvers zijn de lezers gehecht aan hun regio. Dat manifesteert zich ook in soms verontwaardigde reacties als de auteurs voor het gemak een straatje hebben verlegd. Jacob Vis verschaft zichzelf vrijheid door Kampen, waar zijn langlopende reeks die draait om inspecteur Ben van Arkel speelt, IJsselmonde te noemen. ‘Ik wil soms ook af kunnen wijken van de werkelijkheid.’

In Duitsland wordt vrijwel elke streek sinds jaar en dag bediend door een regioschrijver. Op de kaft van de spannende boeken staat met trotse vette letters om welke streek het gaat: ‘Bergische Krimi’, ‘Niederrhein Krimi’ of ‘Aachen Krimi’. De Zuid-Duitse Allgäu Krimi’s van Michael Kobr en Volker Klüpfel belanden keer op keer in de landelijke bestsellerlijsten. In Nederland heeft de term ‘regiothriller’ nog iets kneuterigs, iets streekromanachtigs, iets pulperigs, vinden de meeste geïnterviewden. Ja, het speelt wel in een regio, maar laten we dat maar een beetje stilhouden, is de houding. Gerard Nanne, misdaadauteur, metselaar en een nuchtere West-Fries: ‘Als je bekendstaat als regiothrillerauteur, loop je het risico dat ze je in de rest van Nederland helemaal niet meer kopen.’

Hij vraagt Matthijs waar hij woont en kijkt verrast op als dat op het Oostereiland blijkt te zijn.

‘Dat lijkt mij fantastisch wonen daar,’ zegt hij enthousiast. ‘Zo bij de haven.’

Matthijs beaamt dat en vraagt Jurriaan of hij soms ook in Hoorn woont.

‘Jammer genoeg niet,’ zegt hij bijna verontschuldigend. ‘Ik woon nog in m’n ouderlijk huis, in Andijk.’

(Uit: Moordzomer, drie sterren)

Altijd regionale pers

Larry Iburg leidt uitgeverij Ellessy, Nederlands grootste leverancier van regiothrillers, en snapt die gedachte. ‘Ik kan me voorstellen dat je Poldermoorden van Gerard Nanne ziet liggen [met op de cover een sloot en een weiland, KB] en denkt: laat maar zitten, de spruitjeslucht komt me tegemoet.’ Desondanks ziet Iburg juist de commerciële meerwaarde van het plaatsgebonden misdaadboek, het is deel van zijn marketingstrategie. ‘Ik zeg: regiothrillers? Graag! Soms lees ik een manuscript en denk ik: o, hij komt uit Amsterdam. Laat maar zitten.’ Dat zit zo: ‘Het succes van een boek hangt mede af van media-aandacht. Het is moeilijk om landelijk belangstelling voor een auteur te krijgen, maar je weet dat een thriller die in een bepaalde regio speelt altijd aandacht krijgt van de regionale pers.’

Dat merkt Brabander Herman Vemde, uit de Ellessy-stal, ook: ‘Bij Omroep Brabant schuif ik na de verschijning van elk nieuw boek altijd wel een uurtje aan. In The Read Shop in Best ligt prominent een stapel van mijn boeken. Er staat een bordje bij met “Boeken uit Best”. Het succes waar Iburg over spreekt, betekent niet dat hij, zoals grotere uitgeverijen, duizenden exemplaren van elk boek verkoopt. Vijfhonderd stuks van een debutant is voor een kleine uitgeverij als de zijne genoeg.

‘In Arnhem, waar ik woon, waren de boeken van Jac. Toes en Henk Apotheker bekend. Die las ik graag; alle verhalen speelden zich af in Arnhem.’ Later gaf Ellessy de Arnhemse thrillers uit van Jan Kremer. ‘We noemden die drie “de Arnhemse connectie”. Mensen genieten ervan als een fictief verhaal in een bestaande omgeving speelt. Kunnen ze met het boek in hun hand rondlopen.’

Vanuit die gedachte werd ook ‘Langs Heilige Huisjes Twente’ bedacht, waarmee de streek meer toeristen wil lokken. Jan en Sanne Terlouw werd gevraagd om een boek in hun normaal minder regionale Reders en Reders-reeks, aan Twente te wijden. Het verscheen in 2011.

Ontvoering bij de boekhandel

Iburg is tevreden over het aantal regionale thrillers dat hij verkoopt. Maar wat als je de grenzen van de groei hebt bereikt terwijl je verder wilt? Otten: ‘De verkoop van mijn eerste boeken bleef hangen op tweeduizend, want ze werden alleen verkocht in Deventer. Vond ik hartstikke mooi, maar ik dacht: er moet meer mogelijk zijn.’ Otten zocht een grotere uitgeverij (Luitingh-Sijthoff), begon met de Lineke Tesinga-reeks en droeg De zeven Deventer moordzaken, waarvan er pas vier waren opgelost, over aan Marcel Verreck. Van De afstammeling (vier sterren), zijn eerste bij een landelijke uitgever, zijn er inmiddels vijftienduizend verkocht.

Zo’n kans krijgt niet iedereen. Marco Books probeert de verkoop op een geheel eigen wijze te stimuleren. Zijn uitgever, De Leeskamer, doet niet aan promotie en dus neemt hij die zelf ter hand. Een paar jaar geleden deed Books een ontdekking. De ontvoering in Gedragen haat gebeurde vlak bij de plaatselijke boekhandel, The Read Shop. Van dat boek werden bij die winkel geen vijftien, zoals van de eerste, geen vijfentwintig, zoals van de tweede, maar honderdvijftig exemplaren verkocht. Zo’n moord om de hoek helpt bij het verkooppraatje, concludeerde Books. Dus nu zorgt hij ervoor dat het verderf dat gezaaid wordt in zijn boeken ook sporen achterlaat in de buurt van boekhandels. Die tactiek gebruikte Books ook om ervoor te zorgen dat ze zijn boek überhaupt inkopen. ‘In mijn volgende boek, Een afgesloten huis, speelt een advocatenkantoor in het oude centrum van Houten een rol. Daar zit ook een boekhandel, maar die heeft mijn boeken nooit ingekocht. Ik hoop dat ik ze met dit boek over de streep kan trekken.’ Books is van plan om misdrijven in zijn volgende boeken steeds bij een andere boekhandel in de buurt te laten spelen.

Helemaal trouw aan hun regio zijn de heren niet. Books denkt erover om zijn afzetmarkt uit te breiden naar Zeeland. Lupko Ellens laatste speelt voor een heel groot deel in Sarajevo, waar een vertrekpunt voor vrouwenhandel is. ‘Misschien is het een poging om Ludde Menkema weg te trekken van dit landschap. Ik ben benieuwd naar wat de Groningse lezer ervan vindt.’ Almar Ottens Lineke Tesinga reist in Jeugdzonde af naar Duitsland. Gerard Nanne gaat volgend jaar met pensioen en verheugt zich erop om in de tijd die hij dan overhoudt West-Friesland af en toe te verlaten.

De term regiothriller is nu nog geen geuzennaam. Dat duurt wellicht niet lang meer. Simone van der Vlugt, een van de bestverkopende schrijfsters van Nederland, begon onlangs met een reeks die in en om Alkmaar speelt. Aan niemand vertellen is het eerste deel in een serie met rechercheur Lois Elzinga in de hoofdrol. ‘De verhalen spelen zich af in Alkmaar omdat ik in die stad woon. Als je van plan bent een serie te schrijven, is het wel zo handig om de plaats van handeling goed te kennen.’ Een teken aan de wand? Van der Vlugt stond aan de wieg van de nu immens populaire vrouwenthriller. Betekent dit het begin van een succesvol nieuw genre? Van der Vlugt vraagt zich af of er überhaupt sprake is van een nieuw soort thriller: ‘De term regiothriller vind ik een beetje vreemd klinken. Een boek heeft altijd een plaats van handeling, waarom moet daar meteen een etiket op?’

Regiothrillers

Een greep uit de regiothrillers die elders in deze gids worden besproken:

M.P.O Books, De dood van Callista de Vries (Utrechtse Heuvelrug)

Rudy Dek, De Goudenkruisdragers (Nijmegen)

Lupko Ellen, Nachtengel (Groningen)

Antoine Gresel, Mano dura (Maastricht)

Gerard Nanne, Moordzomer (West-Friesland)

Almar Otten, Jeugdzonde (Deventer)

Herman Vemde, Dossier Trapani (Brabant)

Melissa Skaye, Virtuele tango (Hoorn)

Simone van der Vlugt, Aan niemand vertellen (Alkmaar)

Peter de Zwaan, De bruiloften van Annika Kommer (Enschede)