De semigrant
‘En onlangs heb ik besloten dat ik in twee steden woon: in Berlijn én in Utrecht.’
Zo eindigde ik een monoloog waarin ik aan een kennis uitlegde dat het niet vreemd was dat hij me tegenkwam voor het kaasschap van de Albert Heijn op de Voorstraat. Hij had gehoord dat ik een paar maanden geleden was verhuisd naar Berlijn, maar wat deed ik nu dan hier? Ik legde uit dat ik nog steeds een groot deel van de tijd in Duitse biertuinen doorbreng, maar dat ik mijn leven in Nederland niet op wil geven. Hij keek bedenkelijk, zette zijn mandje op de grond en sloeg zijn armen over elkaar. ‘Dat is toch vlees noch vis, één been hier, één been daar?’ Ik probeerde zijn twijfels de kop in te drukken door voorbeelden te geven van mensen die het net zo doen. Ik vertelde over de kunstenaar die ieder jaar vier maanden in New York doorbrengt, de promovendus met een aanstelling in Florence maar een leven in Amsterdam en de schrijfster die om de maand veel te dure croissantjes eet op Parijse terrassen waar ze werkt aan haar nieuwste boek.
Uiterlijk hield ik me zeker, maar hij had de kiem van de twijfel gezaaid. In de maanden die volgden bleef ik zo enthousiast mogelijk vertellen dat het ‘echt een heel erg ideale constructie was, eigenlijk het beste van twee werelden’, maar hoe vaker mensen me voorzichtig beschuldigden van ambivalentie, hoe hardnekkiger de twijfel aan me knaagde. Het is inderdaad niet erg handig, dat de helft van mijn boeken in Berlijn staat en de andere helft in Utrecht, dat ik in het ene huis nog geen degelijk bed heb, een opvouwbare kledingkast en maar vier vorken, want het geld groeit me niet op mijn rug, en dat ik in Nederland een leeslamp moet missen. Mijn levenswijze kost bovendien veel tijd: wekelijks breng ik gemiddeld dertig minuten door achter de computer, op zoek naar goedkope treintickets. Iedere week in het andere land betekent een dag acclimatiseren bij thuiskomst. Toen het Nederlandse kabinet viel, wist ik dat pas een dag later, hetzelfde geldt voor het aftreden van de Duitse president Wulff.
Steeds vaker stelde ik mezelf existentiële vragen. Ben ik gedoemd tot een half bestaan? Wat is thuis? Waarom maak ik het mezelf zo moeilijk?
Pendelwoning
In 2011 steeg het aantal mensen dat in Nederland kwam wonen of juist het land verliet fors, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vanuit het buitenland verhuisden honderdzestigduizend mensen naar Nederland, zesduizend meer dan in 2010. Ook de emigratie steeg aanzienlijk. Er vertrokken 133.000 mensen, twaalfduizend meer dan in 2010.
De cijfers laten onder meer zien dat de mens bewegelijker wordt, maar geven geen compleet beeld van de nieuwe mobiliteit; de onderzoeksresultaten zeggen niets over het aantal emigranten – of eigenlijk semigranten – dat ‘vertrekt’ zonder het land van herkomst definitief de rug toe te keren. De bruinverbrande pensionado’s die overwinteren in Benidorm, de levenslustige dertigers en veertigers die een krot in de Provence ombouwen tot Bed & Breakfast en het laagseizoen met familie in Nederland doorbrengen. De hippies die blootsvoets de aardbol bewandelen, de kunstenaars die al globetrottend op zoek gaan naar inspiratie en ook de Marokkaan op leeftijd met een pendelwoning in Casablanca.
Sinds de jaren negentig zijn er steeds meer van dit soort tussenvormen van migratie ontstaan en stijgt het aantal mensen voor wie cultuur, gemeenschap en thuis niet aan één land gebonden zijn, explosief. Een greep uit het brede scala aan termen die dit soort mensen de afgelopen jaren toebedeeld kregen: de semigrant, de moderne kosmopoliet (ook gehoord: ‘kosmopolito’), de transnationalist, de transmigrant, officieus binationaal en wanderlustig, de globaliseringsmigrant.
Volgens Johan Leman benadert de wetenschappelijke term ‘existentiële migrant’ mijn situatie het beste. Leman is professor in de sociale en culturele antropologie (KU Leuven), leerstoelhouder van de ‘Gülen Chair for Intercultural Studies’ en nauw betrokken bij recente onderzoeken naar migratie. De term ‘existentiële migrant’ werd in 2006 geïntroduceerd door psychotherapeut Greg Madison in zijn boek The End of Belonging: ‘Existentiële migratie is een zelfgekozen poging om iets fundamenteels uit te drukken over het bestaan door je geboorteland te verlaten en te leven als een buitenlander.’
Leman: ‘Dat er steeds meer van dat soort migranten zijn, is natuurlijk een direct gevolg van de communicatiemiddelen van vandaag, low cost verplaatsing, enzovoort.’ Bordercrossing, of het continu overschrijden van grenzen, wordt volgens Leman steeds meer als het normale leven ervaren. ‘The world is my village and even my religion is het credo waar men zich tegenwoordig naar gedraagt.’ Volgens Leman heeft de wetenschappelijke wereld nog niet duidelijk in kaart kunnen brengen welke vormen van migratie er zijn en is ‘men nu nog aan het aftasten en zit in de etnografische fase’.
Rompslomp
Dat is geen gemakkelijke klus, bijvoorbeeld omdat de meeste semigranten zich niet zo gemakkelijk laten vinden: ze staan dikwijls maar in één land ingeschreven. Iemand die in twee landen wil wonen zonder daarbij de wet te overtreden, moet zich door een bureaucratisch oerwoud heen worstelen en komt er belastingtechnisch vrijwel altijd ongunstig vanaf. Daarom kiezen veel Nederlandse semigranten ervoor om ingeschreven te blijven in hun thuisland. Schrijfster Emma (‘doe maar geen echte naam, ik wil geen gezeik’) woont in Amsterdam maar ook in Parijs en laat haar administratie doen door een accountant. ‘Van hem moest ik opgeven dat ik ook in Frankrijk woon, maar ik heb geen zin in die rompslomp. Ik moet dan geloof ik twee keer belasting betalen of de belasting verleggen en ik krijg sowieso problemen met mijn zorgverzekering.’ Daarom liegt ze haar accountant nu voor; ze heeft gezegd dat ze weer voltijd in Nederland is gaan wonen en gewoon heel vaak op vakantie gaat naar Parijs. Volgende week neemt ze de trein naar Nederland. ‘Ik moet naar de tandarts. Dat kan hier nu niet omdat ik geen officieel woonadres heb in Parijs.’ Haar huur betaalt ze contant om zo min mogelijk sporen achter te laten.
Fernweh
Als ik Leman vertel over de existentiële vragen die ik mezelf de laatste tijd stel en hem vraag of semigranten straks niet massaal met een identiteitscrisis kampen, stelt hij me gerust. ‘Uw manier van leven ontwikkelt zich flexibel, en zeker als u met soortgenoten in contact komt en merkt dat u niet alleen bent, dan wordt dit uw levensvorm.’
Daniel Knegt is zo’n soortgenoot. Een vriend zegt over hem: ‘Hij is het vleesgeworden Europa. Een kosmopoliet in hart en nieren. Werkzaam in Florence, Berlijn, Parijs en Amsterdam.’ Op het moment promoveert Knegt in Florence (hij spreekt het uit met een Franse ‘r’) waar hij woont in een kamertje midden in het centrum (met een lichte Duitse ’ts’ als ‘c’) . Als hij niet op de Italiaanse universiteit hoeft te zijn, is hij bij zijn Duitse vriendin in Amsterdam. Goedkope treintickets regelen is in de loop der jaren een hobby geworden. Sinds Knegt tijdens zijn studententijd een periode doorbracht in Frankrijk, verkeert hij in een haast voortdurende staat van Fernweh (een Duits woord voor het verlangen naar reizen). Knegt bevestigt de woorden van Leman, hij gelooft ook niet dat het wonen in meerdere steden van negatieve invloed is geweest op zijn psychische gesteldheid. Af en toe voelt hij zich buitengesloten als hij weer eens een lange tijd niet in Nederland is geweest: ‘Oh Oh Cherso was hét gespreksonderwerp van vorig jaar en ik had geen idee. Op een vreemde manier is dat jammer.’
Maar het gebrek aan kroeggesprekken weegt geenszins op tegen de sensatie die hij ervaart als hij Florence binnenrijdt, of omgekeerd Amsterdam. Knegt snap niet waarom sommige mensen hun hele leven in één stad blijven wonen. ‘Als je weg kan, waarom zou je het dan niet doen?’
Niemandsland
Saskia Zimmermann verhuisde twaalf jaar geleden naar Frankrijk en is emigratiepsychologe, semigranten heeft ze ook steeds vaker in haar klantenkring, die ze telefonisch en via Skype bijstaat. Ons gesprek hield het midden tussen een interview en een sessie. Ik vertelde haar over de redenen van mijn keuze (Berlijn is mijn lievelingsstad en ik kreeg er een huis aangeboden), over positieve ervaringen (meer rust en concentratievermogen, want minder afleiding door vrienden en familie) en negatieve (een half gevoel, vrienden en familie missen, stress). Zimmermann denkt dat semigreren niet voor iedereen een goede stap is. ‘Ik hoor bij jou dat je een diepere reden hebt om deze stap te zetten. Dat je op zoek bent naar iets, rust misschien, en dat dit een manier is om dat te creëren. In feite gaat het erom dat je leert, of het nou linksom of rechtsom is, om je eigen ruimte af te bakenen. Dit is een hele fysieke manier om dat te doen. Maar vertrekken alleen helpt niet. Er moet een stap achteraan komen. Je moet jezelf ook toestemming kunnen geven om je eigen ruimte te creëren zonder dat je daarvoor heel ver weg hoeft te gaan.’
Er staat me een periode van onzekerheid en twijfel te wachten, denkt Zimmermann: ‘Op een gegeven moment, meestal na één of twee jaar, gaan de meeste mensen die hun ’thuis’ hebben verlaten een tijdje door een soort niemandsland. Want dat wat er was, is er niet meer, en er is ook nog niets voor in de plaats gekomen. Een voorzichtige toekomstvoorspelling: ‘Het leven dat jij leidt is, alleen fysiek al, door het vele reizen, een enorme aanslag. Op een bepaald moment moet je een vorm vinden die bij je past.’
Misschien heb ik oogkleppen op, maar ik houd me graag vast aan Zimmermanns laatste opmerkingen: ‘Het kan ook een gulden middenweg zijn. Het kan je helpen om je leven objectief te bekijken en zo de kwaliteit ervan te verhogen.’ De volgende keer dat ik in een Nederlandse supermarkt van een ambivalente houding wordt beticht, antwoord ik vol trots: ‘Dit is mijn levensvorm, ik ben een existentiële semigrant en geniet van het beste van twee werelden. Kun je misschien een plat stuk Gouda aangeven? Bedankt. Excuseer me, ik moet de trein halen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.