Een van de momenten waar net aangetreden bewindslieden reikhalzend naar uitkijken, is de portefeuilleverdeling. Dit jaar was dat op woensdag 25 oktober. Toen vond in het zaaltje van de Rijksvoorlichtingsdienst op het ministerie van Algemene Zaken het constituerend beraad plaats.

Voor elk nieuw gevormd kabinet is de portefeuilleverdeling een lastige klus: wat nemen de ministers voor hun rekening, welke taken worden aan de staatssecretarissen gedelegeerd? En bij de komst van Rutte III was het nog ingewikkelder dan anders. Om alle deelnemers aan de vierpartijencoalitie tevreden te stellen, werden drie extra ministersposten in het leven geroepen: de minister voor Rechtsbescherming op Justitie en Veiligheid, de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs op OCW en de minister voor Medische Zorg op VWS. Hoe voorkomen zou worden dat op die departementen grensconflicten en onderlinge territoriumoorlogen ontstaan, werd tijdens het constituerend beraad geregeld.

Voor mij ligt de lijst...