Bibeb heeft zich in haar werk altijd zo veel mogelijk op de achtergrond gehouden en zich nooit laten interviewen. ‘Hoe vaak heb ik niet gezegd dat ik, als ik dit soort interviews wil blijven doen, zo veel mogelijk publiciteit over mijzelf moest vermijden,’ zei ze, bij weer een weigering. ‘Ik heb altijd de geheimzinnigheid gekoesterd.’
Lastig, als je van de redactie het verzoek krijgt om in memoriam over haar te schrijven voor ‘op de plank’. Bibeb was op dat moment al in de negentig. Ik begon met het lezen van al haar interviews die waren gebundeld en het verzamelen van materiaal. Recensies van haar boeken, maar ik vroeg ook schrijvers die soms al decennia eerder door haar waren geportretteerd en die ik interviewde, naar hun ervaringen met haar.
Van Bibeb zelf kende ik vooral haar stem over de telefoon – ik was een van de eindredacteuren die haar kopij, aangevoerd per koerier vanuit Scheveningen, in de krant zetten. Een beetje krasserige, lieve, bescheiden stem. En ze schreef redacteuren wier stukken haar waren bevallen soms, zorgzaam, een ansichtkaart, altijd een afbeelding van een kunstwerk waar een vrouw op voorkwam, met complimenten. Ze kwam zelden op de redactie op de Raamgracht. Ik was erbij toen ze in Den Haag haar frivole dankwoord uitsprak bij het ontvangen van de Victorine Heftingprijs. Niet lang daarna vierden mijn collega Marian Husken en ik samen onze verjaardag in ‘het bijkantoor’ van Vrij Nederland, café De Engelbewaarder. We hadden alle redacteuren en medewerkers van VN uitgenodigd. Opeens klonken er enthousiaste uitroepen: ‘Daar is Bibeb!’

Ze had zich per taxi naar de Kloveniersburgwal laten vervoeren. Moeizaam besteeg zij de hardstenen stoep, ze had pas een heupoperatie ondergaan, en maakte een joyeuze entree. Zigeunerachtig gekleed, behangen met veelkleurige kralenkettingen. Ze was meteen de koningin van het feestje.
Marian en ik kregen beiden als cadeau een ‘zonnebloem’, een biljet van vijftig gulden, ‘om iets speciaals, alleen voor jezelf,’ van te kopen. Later schreef ik haar drie lange brieven, om haar ertoe te bewegen om een keer met me te praten. Zij antwoordde niet.
In 2008 kreeg Bibeb een belangrijke journalistieke prijs, De Tegel, voor haar oeuvre. Daar hoorde natuurlijk een stuk in VN bij. Veel van wat ik tot dan toe had verzameld schreef ik daarin op, maar ik ging door met gegevens over haar en haar werk bijeen te zoeken. Op 18 januari 2010 overleed ze. Vijfennegentig jaar oud. Ik herdacht haar, namens VN, nu in een echt in memoriam, op basis van wat ik sinds De Tegel te weten was gekomen. Alweer: secundaire informatie.
Had niemand dat eerder opgemerkt? Nee, want nauwelijks iemand wist hoe Bibeb er uit zag.
Bibebs bewust gekozen geheimzinnigheid had ook zijn keerzijde. Arti et Amicitia, kunstenaarsvereniging in Amsterdam, organiseerde in december 2014 een tentoonstelling over het werk van de schilder Kees Verwey. Een van de tentoongestelde portretten was dat van Bibeb. Ik ging erheen, en zag dat de portretten van Bibeb en een vrouw met blond haar en blozende wangen waren verwisseld. Had niemand dat eerder opgemerkt? Nee, want nauwelijks iemand wist hoe Bibeb er uit zag.
Ik attendeerde de mannen achter de kassa daarop, ze schrokken, maar zeiden: ‘Jammer dat u dat nu pas vertelt, op een van de laatste dagen van de expositie.’ Ik kende Verweys portret van Bibeb, omdat ik de totstandkoming ervan beschreef in het in memoriam. Ik vroeg mij daarin af waar het was gebleven. Binnen de kortste keren reageerde de Stichting Kees Verwey en stuurde een afbeelding van Bibebs geschilderde portret naar VN. Dat werd de week daarop afgedrukt in de krant, dus ik wist, net als de VN-lezers, hoe het eruit zag. Het in memoriam verscheen in VN met als titel Verweys woorden over Bibeb: ‘Een nonnetje, maar ook iets van een duivelin.’ Dat is ook te zien in Verweys portret. Niks rozerode appelwangen en vrolijke oogopslag. Een broeierig maar ook ingetogen hoofd, met vreemde schaduwen, de handen bijna devoot in haar schoot.
Een duister en droevig stemmend portret, maar vooral geheimzinnig. Precies zoals Bibeb dat zelf wilde. En altijd heeft volgehouden.
Martje Breedt Bruyn (1944) was van 1979 tot 2010 eindredacteur bij Vrij Nederland. Daarnaast schreef ze verschillende grote interviews en profielen. Het IM dat ze schreef over Bibeb lees je hier.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.