In het filmpje Le Repos du Fakir (2003) hijst een man zich behendig op een leunstang op een perron, en blijft daar met een bewonderingswaardig gevoel voor evenwicht op liggen, zijn gezicht naar de muur. Hij kronkelt zijn lichaam om een rij stompe paaltjes, hij strekt zich stoïcijns uit over hoekige armleuningen en gaat liggen op een verzameling puntige keien. Overal waar de man probeert te rusten, prikken er metalen punten in zijn lijf.
De hardnekkige en pijnlijke dutjes in Le Repos du Fakir laten zien hoe een groot deel van de publieke ruimte in Parijs met opzet zo oncomfortabel mogelijk is gemaakt. Hostile architecture wordt dat genoemd: een controversiële maar populaire manier om verveelde tieners en slaperige daklozen uit stations, parken en etalageruiten te weren. Denk aan stalen bankjes met onverbiddelijke armleuningen, schijnbaar doelloze paaltjes onder een afdak of een onverwachte verzameling rotsen en cactussen in een portiek.
Andere voorbeelden zijn (nog) minder subtiel: in Frankrijk laaide de discussie omtrent vijandige architectuur deze week op omdat er bij een parkeergarage in het centrum van Parijs een anti-daklozendouche is geïnstalleerd. Iedereen die zich zonder pasje langer dan een paar seconden op de oprit begeeft, wordt met koud water natgespoten. Erg onprettig, vooral in de winter, en vooral als je vervolgens geen huis hebt waar je tegen de centrale verwarming kunt leunen tot je broek weer een beetje opgedroogd is.
De natsproeimethode heeft dan ook veel mensen goed boos gemaakt. Onder de hashtag #SoyonsHumains (‘Wees Humaan’) worden foto’s van vijandige architectuur en anti-daklozeninstallaties op Twitter geplaatst. In diverse Franse steden worden dit soort onvriendelijke plekken beplakt met posters, waar ‘Au lieu d’empêcher les SDF de dormir ici, offrons-leur un logement décent ailleurs’ op staat geschreven (‘Biedt daklozen ergens anders een fatsoenlijke slaapplaats aan, in plaats van ze die hier te ontnemen’). Het is een overtuigend argument: met strategische stekels en betonblokken los je het probleem van dakloosheid niet op, je onttrekt het alleen aan het zicht.
Natuurlijk is er niemand die daadwerkelijk zit te wachten op een dakloze die intrek neemt in zijn of haar trappenhuis. Een plek waar veel daklozen slapen ruikt niet lekker en voelt onveilig – voor elke goedmoedige clochard is er wellicht een onberekenbare drugsverslaafde die van de onbehandelde psychologische problemen aan elkaar hangt. Maar die zes ongemakkelijke minuten die je wacht op de metro terwijl er naast je een dronken zwerver staat te schelden tegen een snoepautomaat, vallen in het niets vergeleken met het ongemak van een leven zonder vaste verblijfplaats. Jaarlijks sterven onopgemerkt honderden mensen in de straten van Parijs, zittend op een platte, kartonnen doos of gewikkeld in een morsige slaapzak als een treurige rups. Als al die lijken ons zelfs niet opvallen, laten we dan op zijn minst dulden dat een portiekje soms naar urine ruikt.
‘We hebben eerst van alles geprobeerd, legt de bebrilde eigenaar van de parkeergarage met antidaklozendouche uit aan Le Parisien, ‘We hebben de daklozen aangesproken, we hebben ze geprobeerd uit te leggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor hun situatie.’ Het lijkt me inderdaad weinig zinvol om dat uit te leggen aan iemand voor wie zelfs overnachten in een parkeergarage nu een onbereikbare luxe is.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.