Bij een Wortel-verhaal beland je binnen een paar passen in krankjorume situaties.

Wat is de beslissende voorwaarde voor een geslaagde verhalenbundel? Bij die vraag geef ik niet thuis voor wat iedereen direct zal roepen (literaire kwaliteit, goed geschreven, boeiende thematiek en zo verder), want hoe waar ook, zulke voor de hand liggende eisen spreken bij élk genre voor zich. Daar komt iets bij dat het verschil uitmaakt tussen een roman en een verhalenbundel: bij de eerste vorm zet de schrijver zich eenmaal op het spel, met één kans op mislukken; bij de tweede doet hij dat vaker, want per verhaal. Daaruit voortredenerend: hoeveel verhalen zorgen ervoor dat een bundel bij het wegen zwaar genoeg bevonden wordt? Als ik ga turven in Er moet iets gebeuren, de nieuwe verhalenbundel van Maartje Wortel (1982), kom ik direct al op acht verhalen. (De overige vijf verhalen zijn niet slecht, maar liever reserveer ik een andere term voor ze dan dat keurmerk ‘goed’, te weten: intrigerend.)

...