Het gesprek van de dag: vrouwendag! Over vrouwen die stress hebben van het zorgen, mannen die (niet) in deeltijd willen werken, en of je daar wel met een gesprekje uit komt.

Vrouwendag? Het lijkt wel statistiekendag.

Vandaag hebben verschillende statistische en onderzoeksbureaus de gelegenheid aangegrepen om onderzoeksgegevens te publiceren over hoe vrouwen leven – meestal in vergelijking met mannen. Nu al gesprek van de dag: het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau met de suggestieve titel Lekker vrij? Daarin antwoord op de vraag: hoe besteden vrouwen en mannen hun tijd, en hoe tevreden zijn ze daarmee?

Blijkt dus dat vrouwen hun vrije tijd meer besteden aan zorgtaken (vooral voor de kinderen, maar ook ouders, buren, het huishouden) dan mannen. Dat vrouwen daardoor stress en tijdsdruk voelen en daarom meer deeltijd gaan werken. Maar dat ze zich daarna nog steeds gestrest voelen, vanwege al die versnippering van de vrije tijd. (Ik moet me er misschien niet mee bemoeien, maar dan hebben ze wel toch nog steeds méér vrije tijd?) Mannen lijken intussen meer leuke dingen voor zichzelf te doen in hun vrije tijd. Goed voor de innerlijke rust, maar ja: de kinderen en het huishouden zijn er niet mee geholpen.

Je zou denken: simpel, mannen iets meer zorgtaken, vrouwen iets meer vrij nemen. Zulke oplossingen worden inmiddels ook aangedragen. Wil Portegijs van het SCP zelf (de SCP levert allang niet alleen meer alleen cijfers, maar ook oplossingen) op de site van de NOS, heeft een boodschap voor de vrouwen: ‘Voel je eens niet zo verantwoordelijk en probeer met je partner een duidelijke taakverdeling te maken. De een mag op dinsdagavond precies doen wat-ie wil, de ander op woensdagavond.’ Hm, dat kan sommigen misschien betuttelend in de oren klinken – afgezien van het feit dat de meeste stellen met kinderen op woensdagavond uitgeteld op de bank zitten. (Telt dat overigens als ‘iets leuks doen voor jezelf’? Misschien moeten daar eens cijfers over komen.)

Minister Jet Bussemaker richt zich op de (jonge) mannen met kinderen die zeggen echt minder te willen gaan werken. Die ‘moeten dat ook echt gaan doen.’ Ja, begrepen? ‘Je bent pas een vent als je daar over durft te praten op je werk. Je hoort nog te vaak dat mannen het bij het eerste het beste tegenargument al laten zitten.’ Oké, maar kleine kans dat jonge mannen meteen naar hun baas lopen nu.

Hoe zit het eigenlijk met dat deeltijdwerken in internationaal perspectief? Eurostat, de statistische dienst van de EU, kwam met een interessant rapport. Daarin blijkt maar weer eens dat Nederlandse vrouwen veruit het vaakst in deeltijd werken – alleen Duitse en Oostenrijkse vrouwen komen nog een beetje in de buurt.

Overigens: de Nederlandse man is vergeleken met andere Europese mannen ook kampioen deeltijdwerken, Jet Bussemaker! Maar toegegeven: valt in het niet bij het arbeidspatroon van vrouwen.

Is dit dus allemaal een kwestie van even een mentale omslag maken met zijn allen in Nederland, zoals Portegijs en Bussemaker lijken te veronderstellen? Dat zou dan wel een paar vragen oproepen: denken Nederlandse vrouwen dan ‘anders’ dan andere Europese vrouwen? En waarom dan? Zijn ‘Nederlanders’ anders? Met zulke essentialistische verklaringen, waarbij een complete bevolkingsgroep een of andere mentaliteit wordt toegedicht, kom je niet ver.

Kinderopvangregelingen, ouderzorg, de mogelijkheid om van deeltijd weer terug te kunnen naar fulltime: zulke structurele beleidsmaatregelen – het is al veel vaker gezegd – zijn de knoppen waarmee je die cijfertjes de goede kant op kunt veranderen. Maar ja, dat is dan weer duur – zouden zuinige Nederlanders zeggen.