Vandaag staan kernwapens opnieuw op de politieke agenda. Dertig jaar geleden leidde dat tot veel commotie in Nederland. VN maakte in 2013 een reconstructie van de gebeurtenissen en maakte een rondgang langs de hoofdrolspelers.

Laat die Russen eerst maar eens zweten, zei Ronald Reagan tegen Ruud Lubbers: ‘Let them sweat first.’ Begin 1983 bracht de kersverse premier een kennismakingsbezoek aan Washington. Thuis liepen de gemoederen hoog op over het voornemen van de NAVO om 48 met kernkoppen uitgeruste kruisraketten in Nederland te stationeren. In het Witte Huis had Lubbers net omstandig uitgelegd hoe gevoelig die plaatsing in Nederland ligt.

Kort voor de lunch nam zijn gastheer Lubbers mee naar de tuin. ‘Ruud,’ herinnert de oud-premier zich de woorden van Reagan: ‘Jij lijkt te denken dat ik van kernwapens houd. But I don’t like them at all.’ De president vertelde over zijn carrière in Hollywood. Als voorzitter van de acteursvakbond had hij met de bazen van de studio’s onderhandeld. Om resultaat te boeken, moest je ze laten zweten, had Reagan geleerd. ‘En nu vraag ik jou, Ruud, om mij te steunen bij deze aanpak. Maar weet dat mijn doel is om van alle atoomwapens af te komen.’

Lubbers was onder de indruk. ‘Het klonk authentiek,’ zegt hij in zijn appartement met uitzicht op de Maas. ‘Mijn intuïtie zei me dat zijn woorden niet waren ingestudeerd. Ik had geen garanties maar ik dacht: die man gaat voor nucleaire ontwapening.’ Lubbers besloot niemand over het gesprek te vertellen. Want wie zou geloven dat de aartsconservatieve Reagan diep in zijn hart een peacenik was? Zelfs minister Hans van den Broek van Buitenlandse Zaken, die ook in Washington was, kreeg niets te horen. Maar Lubbers zegt dat hij het dringende persoonlijke appèl van de Amerikaanse president voortdurend in zijn achterhoofd heeft gehouden.

Advertentie

Advertentie

Zelden in de geschiedenis stonden twee opvattingen zo onverzoenlijk tegenover elkaar.

Dertig jaar geleden bereikte het verzet tegen kernwapens in Nederland zijn absolute hoogtepunt. Op 29 oktober 1983 togen 550.000 mensen naar Den Haag, de grootste demonstratie die hier ooit werd georganiseerd. Het debat over de plaatsing van kruisraketten verscheurde het land. Zelden in de geschiedenis stonden twee opvattingen zo onverzoenlijk tegenover elkaar. Het vergde enorme stuurmanskunst van de politiek om de kwestie op te lossen. Het kabinet-Lubbers besloot uiteindelijk tot plaatsing. Maar de raketten zijn er nooit gekomen. Hoe heeft dit mirakel kunnen plaatsvinden? De belangrijkste nog levende betrokkenen blikken terug.

1,2 miljoen handtekeningen

De kruisraketten kwamen niet uit de lucht vallen. Sinds de jaren vijftig bevonden zich kernwapens in Nederland: Amerikaanse bommen die in geval van oorlog door Nederlandse straaljagers op het Oostblok konden worden gedropt. Tegen die wapens bestond in linkse en kerkelijke kringen weerstand, maar Nederland gold vooral als een loyale bondgenoot binnen de NAVO. Het protest tegen atoomwapens begon pas massaal te worden toen Amerika in 1977 de neutronenbom introduceerde, die mensen doodde maar gebouwen liet staan. 1,2 miljoen Nederlanders tekenden de petitie van het comité Stop de Neutronenbom dat door Nederlandse communisten was opgericht.

De N-bom kwam er uiteindelijk niet. De Amerikaanse president Jimmy Carter zag er op ‘morele gronden’ van af. Maar de toon was gezet. De kerken keerden zich tegen kernwapens, de vredesbeweging groeide als kool, want na jaren van ontspanning maakten Oost en West zich op voor een nieuwe ronde in de wapenwedloop. De Sovjet-Unie verving oude, op West-Europa gerichte raketten door de geavanceerde SS-20. De Amerikanen hadden dergelijke wapens op onderzeeërs maar wilden ze nu ook op het Europese vasteland stationeren: 572 stuks, waarvan 48 in Nederland.

‘Judas!’

Met een grijns op zijn gezicht ontvouwt Bram Stemerdink in zijn bungalow aan de rand van Den Bosch een enorm laken, ‘een kunstwerk dat ik van een student textiele vormgeving heb gekregen’. Op het laken staat de motie-Stemerdink van 6 december 1979 afgedrukt. Daarin sprak de Kamer uit dat Nederland ‘thans’ niet tot plaatsing van de kruisraket overging. Stemerdink was minister van Defensie in het kabinet-Den Uyl geweest. Zijn partij, de PvdA, zat in de oppositie. ‘Het antwoord van de NAVO op de SS-20 sloeg nergens op,’ vindt Stemerdink nog steeds. ‘Op een totaal van 4500 westerse kernwapens maakte dat niets uit.’

Nederland werd in 1979 geregeerd door het kabinet-Van Agt/Wiegel, een coalitie van CDA en VVD die maar over een Kamermeerderheid van twee zetels beschikte. Katholieken, hervormden en gereformeerden werkten samen in één fractie, maar hun partij – het CDA – moest nog worden opgericht. Dat gaf gedonder. Met grote moeite schikten evangelisch bevlogen Kamerleden, vooral afkomstig uit de gereformeerde ARP, zich in het keurslijf. Ze zouden liever met Den Uyl hebben geregeerd. Op ethische gronden keerden ze zich tegen de kernwapens. Logisch dat Stemerdink en zijn fractiegenoten deze ‘loyalisten’ probeerden over te halen zich tegen plaatsing van de kruisraket te verzetten. ‘Mijn collega’s Relus ter Beek en Piet Dankert waren permanent bezig de loyalisten in ons kamp te krijgen.’

En dat lukte. In de nacht van 6 december stemden tien CDA’ers voor de motie-Stemerdink, die prompt werd aangenomen, ‘een schitterend succes’. In de auto terug naar Brabant zongen Stemerdink en fractiegenoot Frits Castricum de hele weg: ‘We hebben ze plat, we hebben ze plat!’

Achteraf was die euforische stemming niet handig, erkent Stemerdink. ‘Wellicht hadden we minder ons eigen gelijk moeten rondtrompetteren.’ Want wat gebeurde er? Op het NAVO-beraad van 12 december in Brussel zei Nederland pas over twee jaar een besluit over de plaatsing van de 48 raketten te nemen. Maar dat ‘voorbehoud’ mocht van de bondgenoten niet in het slotcommuniqué. Het kwam in een geheime appendix terecht. De Nederlandse regering zette verder gewoon zijn handtekening onder het ‘NAVO-dubbelbesluit’. Daarin stond dat de kruisraket nodig was. Tegelijk was het bondgenootschap bereid met de Russen over wapenbeheersing te onderhandelen.

Op 19 december kwam de Kamer opnieuw bijeen. Op de agenda stond de ingewikkelde vraag: had Nederland in Brussel nou ja of nee gezegd? Tijdens het Kamerdebat wrong Dries van Agt zich in onnavolgbare verbale bochten om zich eruit te redden.

Ed Nijpels in de Tweede Kamer tijdens een debat over kruisraketten. Foto: Hans Steinmeier/ANP

Stemerdink zette de zaak op scherp. Hij diende een nieuwe motie in om het kabinetsbeleid af te keuren. ‘Den Uyl hoopte dat dit het eind van het kabinet zou betekenen,’ zegt hij. Daar had het ook alle schijn van. Binnen het CDA lagen de ‘loyalisten’ zwaar onder vuur omdat ze Van Agt voor de voeten liepen. Sommige fractieleden werden voor ‘verrader’, ‘judas’ en’ ‘communist’ uitgemaakt. Maar in het nachtelijk fractieberaad hielden ze hun kritiek staande. Fractievoorzitter Ruud Lubbers zat er volgens ooggetuigen ‘bleek en verslagen’ bij. Hij kon wel begrip opbrengen voor de loyalisten. ‘Niemand gelooft dat,’ zegt Lubbers nu tegen ons, ‘maar in de eerste plaats ben ik een ethisch mens.’ Alleen was het op dat moment ook zijn taak het CDA bijeen te houden.

De loyalisten verkeerden die nacht in gewetensnood. Konden ze het kabinet laten vallen, Van Agt én Lubbers de doodsteek toebrengen en de totstandkoming van het CDA torpederen? Dat was te veel gevraagd. Loyalistenvoorman Hans de Boer ging als eerste om, ‘uit loyaliteit met Lubbers’. De anderen volgden. ‘Er hing zo’n sfeer van: help die arme man,’ zou De Boer later zeggen. ‘Het heeft ons altijd verbaasd dat die steile De Boer zo’n draai kon maken,’ zegt Stemerdink.

Uit de kast

Nederland zou in december 1981 een beslissing nemen, was de NAVO beloofd. Maar toen zat er een kabinet met PvdA-ministers die meteen hadden aangekondigd te zullen aftreden als zoiets gebeurde. De oplossing was nieuw uitstel, nu voor onbepaalde tijd. De Amerikanen mochten wel alvast komen rondkijken waar de raketten eventueel konden worden neergezet. Zo kon de zaak nog alle kanten op. Stemerdink, toen staatssecretaris van Defensie: ‘Het was een wat mistige gang van zaken.’

De verontrusting over de Bom nam onder de bevolking ondertussen alleen maar toe. Een demonstratie in Amsterdam trok 400.000 deelnemers, veel meer dan verwacht. Op 21 november 1981 liep het Museumplein vol betogers met leuzen als ‘kaaskoppen tegen kernkoppen’. Zelfs De Telegraaf schreef over een ‘indrukwekkende roep om vrede’. De demonstratie was dit keer niet het werk van de CPN. Ze was georganiseerd door Felix Rottenberg van de PvdA-jongeren en nieuwe ster aan het firmament Mient Jan Faber, secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad.

Faber is nu 72 en emeritus hoogleraar aan de VU. Hij kwam bij het IKV toen die club zich nog beperkte tot bezinningsweken over thema’s als ‘de vrede bij u thuis’ en ‘vrede met de buren’. De activistische Faber: ‘Ik vond dat armoe troef.’

Het IKV bedacht een ambitieuzere slogan: ‘Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland.’ Logisch doelwit: de kruisraket. Harde middelen schuwde de ‘Jezus van de vrede’ (de bijnaam werd bedacht door Stemerdink) niet. Via de krant bracht hij naar buiten hoeveel tegenstanders van de kernwapens de CDA-fractie telde. Zelf hadden ze dat liever binnenskamers gehouden. Nu moesten ze uit de kast komen. Faber: ‘Ik heb ze geholpen zichzelf te profileren.’ Anders dan Stop de Neutronenbom was het IKV niet lief voor Moskou. Faber had contact met Oost-Europese dissidentenorganisaties als Solidarnosc. Zijn optreden sloot goed aan bij het gevoel dat veel Nederlanders hadden: in het Oosten was het niet pluis maar in het Westen ook niet. Sinds het ‘Museumplein’ was Faber hét gezicht van de antikernwapenbeweging.

Kemphanen

Met één politicus zou de IKV-secretaris nog vaak de degens kruisen: Ruud Lubbers, die hij ‘een heel clevere en leergierige man’ noemt. De christen-democraat die in 1979 klem zat tussen machtspolitiek en zijn geweten, werd tien maanden na het Museumplein premier van een CDA-VVD-kabinet. Lubbers zocht een nieuwe bemanning voor de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Zijn keus viel op twee CDA’ers, die in elk opzicht elkaars tegenpool waren: Hans van den Broek, een rechtse katholiek, kwam op BuZa. Job de Ruiter, een gereformeerde oud-minister van Justitie, kreeg de post Defensie. Samen moesten ze een oplossing voor de kruisraket bedenken. Met twee van die kemphanen had je een permanente bemiddelaar nodig: Lubbers. De premier meldde zich aan als lid van de interdepartementale Stuurgroep Nucleair Beleid. Hij sloeg geen vergadering over en was niet te beroerd eigenhandig de notulen te maken. Het kwam zelfs voor dat Lubbers het concept schreef voor de adviezen die de Stuurgroep uitbracht aan de minister-president: Ruud Lubbers.

Het is Prinsjesdag 2013 en Hans van den Broek, die als minister van Staat in de Ridderzaal moest zijn, komt een café in de Haagse binnenstad binnen. Overal om ons heen zijn oudere dames aan de oranjebitter. Met zijn oranje stropdas en wit overhemd met subtiel oranje streepje is Van den Broek op de gelegenheid gekleed. ‘Ik was nogal tegendraads in die tijd,’ herinnert hij zich. ‘Ik had moeite met het begrip dat Lubbers en De Ruiter voor de tegenstanders van plaatsing opbrachten. Ik wilde loyaal zijn aan de NAVO. Mijn standpunten lagen dichter bij de VVD dan bij mijn eigen partij.’

Lubbers probeerde tegen- en voorstanders van de plaatsing met elkaar te verzoenen. Dus schoof hij een definitieve beslissing telkens voor zich uit. ‘Ik vond dat knap van hem, maar ik was het er niet mee eens. Ons kabinet kwam jarenlang niet verder dan: wachten, wachten en nog eens wachten.’

Ed Nijpels was vanaf 1982 fractievoorzitter van de VVD. Als gewoon Kamerlid had hij zich groen en geel geërgerd aan de loyalisten in het CDA. ‘Er was elke dinsdag paniek,’ vertelt hij in het café van het Haagse Fotomuseum. ‘Je wist van tevoren nooit hoe ze zouden gaan stemmen. Dat maakte de VVD chagrijnig.’ Onder Nijpels hadden de liberalen geen zin in een herhaling van de taferelen uit 1979. ‘Het dubbelbesluit was inmiddels al jaren oud en Nederland had nog steeds geen uitsluitsel gegeven. Daarmee zetten we onze positie in het bondgenootschap op het spel.’ Een groot deel van Nederland sympathiseerde met het IKV. ‘Mijn huidige echtgenote heeft in beide vredesdemonstraties meegelopen, samen met haar vader en moeder.’ Zelf wilde hij zich vooral niet ‘laten ringeloren door een klein groepje gewetensbezwaarden binnen het CDA’.

Dat was de reden dat de VVD bij de kabinetsformatie van 1982 de sleutelministeries BZ en Defensie bewust aan zich voorbij had laten gaan. ‘Dat gedoe met die kruisraketten was een intern CDA-probleem, dat moesten ze zelf maar uitzoeken.’ Kleine handicap was dat Nijpels veel van wat de CDA’ers bedisselden nu pas na afloop hoorde. Ter compensatie onderhield hij nauw contact met VS-ambassadeur Paul Bremer III. ‘Ik wilde over alles wat werd besproken weten of het met de Amerikanen overlegd was. De VVD was tegen een Nederlandse alleingang.’

Jaloers

Honderden bussen stonden vast op de A4 naar Den Haag. Aan viaducten – met daarop nog meer bussen – hingen spandoeken. Op zaterdag 29 oktober 1983 kwamen uit het hele land mensen naar Den Haag om te protesteren tegen de kruisraket. Het waren er meer dan een half miljoen. ‘Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken’ was de tekst achter een reclamevliegtuigje van het Oud-Strijders Legioen. De betogers die door de Haagse binnenstad schuifelden, hadden er geen boodschap aan. ‘Ik heb geen tuin,’ luidde het droge commentaar. En: ‘Liever een Rus in bed dan een raket.’

In de menigte was de opwinding groot toen bekend werd dat ook prinses Irene zou spreken. ‘Door deze wapens staan we aan de rand van de afgrond,’ hield ze de betogers voor. Had zelfs de koninklijke familie zich achter het protest geschaard? Ruud Lubbers wil er niet over uitweiden. ‘Dat is een geschiedenis op zichzelf. Prinses Irene sprak vanuit haar hart. Natuurlijk kan ik me de opwinding voorstellen, het bleef de zus van de koningin.’

Mient Jan Faber kijkt met gemengde gevoelens terug op de grootste demonstratie uit de Nederlandse geschiedenis. ‘Ik heb me er eerst tegen verzet. Ik dacht: het succes van 1981 kunnen we nooit evenaren. Die taxatie klopte niet.’ Faber mocht geen voorzitter worden van het Komitee Kruisraketten Nee, dat de betoging organiseerde. ‘Dat comité telde wel veertig groeperingen en sommige daarvan waren enorm jaloers op het IKV. Anderen wilden zelf ook wel een keer het gezicht van de vredesbeweging zijn.’ Dus werd Faber alleen secretaris, net als PvdA’er Maarten van Traa. Voorzitter werd vredesvrouw Sienie Strikwerda.

Faber had het gevoel dat de beweging te veel in het vaarwater van de PvdA en klein links terecht was gekomen. Zelf wilde hij de kanalen openhouden naar het CDA, maar hij kreeg de indruk dat de ruimte daarvoor steeds kleiner werd.

Joop Atoom

Max van den Berg is nu commissaris van de Koning in Groningen. Tijdens de demonstratie was hij voorzitter van de PvdA. Van den Berg maakte de worsteling van de sociaal-democraten met de Bom van binnenuit mee. Toen hij in 1979 als voorzitter aantrad, vond de Kamerfractie nog dat de kruisraket ‘thans’ niet mocht worden geplaatst. Het was niet: nu niet, nooit niet.

Van den Berg was juist voor de IKV-leus: ‘De kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland.’ Toen de verkiezingen van 1981 naderden, sloot hij een deal met partijleider Den Uyl, die zijn NAVO-gezinde buitenlandexpert Max van der Stoel niet kwijt wilde. Het was in Den Uyls auto, geparkeerd in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam. De PvdA ging zich met man en macht tegen de kruisraket verzetten. In ruil daarvoor bedong de partijleider dat Nederland een à twee van zijn bestaande kerntaken zou houden. De deal was omstreden. Radicale vredesactivisten maakten Den Uyl uit voor ‘Joop Atoom’. Maar Van den Berg was tevreden: ‘De kruisraketten kwamen er wat de PvdA betreft niet in. Het woordje “thans” werd uit ons vocabulaire geschrapt.’

Als partijvoorzitter zorgde Van den Berg ervoor dat niemand van dat standpunt afweek. Kamerkandidaten moesten van tevoren verklaren dat ze tegen de kruisraket waren. ‘Wie op de lijst wilde, kon zeggen dat hij voor plaatsing was. Maar ik schat de kans niet groot dat hij dan was gekandideerd. Wie zijn mond hield, was aan het partijstandpunt gebonden. Want ik was bang dat de fractie weer zou gaan sjoemelen. De identiteit van de PvdA was in het geding.’

Op het kantoor van IKV werd het Komitee Kruisraketten Nee, een samenwerkingsverband bestaande uit een veelvoud van organisaties gepresenteerd. V.l.n.r. het dagelijks bestuur: Mient Jan Faber, Sienie Strikwerda (voorzitter) en Maarten van Traa. Foto: Hans Steinmeier/ANP

Van Mient Jan Faber heeft Van den Berg een hoge pet op. Hij prijst diens doorzettingsvermogen. Maar voor wazige compromissen met Lubbers voelde de PvdA in zijn tijd inderdaad niets. ‘De kracht van de vredesbeweging zat hem in het absolute nee.’

Intussen kon het kabinet niet tot een ‘ja’ komen. Voorjaar 1984 begon de besluiteloosheid van de coalitie hilarische trekken te vertonen. In het CDA buitelden de varianten die de kool en de geit moesten sparen over elkaar heen. Vooral diverse ‘crisisvarianten’ waren een tijdlang populair: alle noodzakelijke voorbereidingen treffen, maar de kruisraketten pas invliegen als er oorlog met de Russen dreigde. Lubbers overwoog volgens Van den Broek de ‘Belgische optie’: de Nederlandse kruisraketten werden vlak over de grens gestationeerd. Dan konden ze in een wip naar Nederland worden gereden. Andere varianten gingen ervan uit dat de kruisraketten op de reeds aangewezen basis Woensdrecht werden neergezet, maar dan geen 48 maar 16 of 32.

De meeste van die varianten werden aan flarden geschoten door Nijpels, die ze voorzien van sarcastische benamingen naar buiten bracht. ‘Als minister van Buitenlandse Zaken zat ik permanent met het probleem: hoe leg ik dit uit aan de NAVO?’ zegt Van de Broek. ‘Voor mij was belangrijk dat Nijpels geen millimeter toegaf.’

Gelukzalige toestand

Zijn cruciale brainwave kreeg Lubbers naar eigen zeggen tijdens een bezoek aan de begraafplaats in het Limburgse Margraten, waar de in de Tweede Wereldoorlog gevallen Amerikaanse soldaten werden herdacht. ‘Ik had daar tijd om na te denken en ineens wist ik het: dit is de oplossing. Nederland plaatst niet, maar alleen als de Sovjet-Unie stopt met het neerzetten van nog meer SS20’s. Hier zal rechts blij mee zijn en de vredesbeweging kan ermee leven. In een gelukzalige toestand reed ik terug naar huis.’

Kort daarna – op Hemelvaartsdag 1984 – naderde het drama zijn ontknoping. Nijpels: ‘We hadden achterhaald dat Lubbers van plan was de ministerraad de volgende dag een definitief besluit te laten nemen. Van den Broek zat in Washington. Die vloog in allerijl per Concorde terug. Zijn ambtenaren haalden hem in Londen af om hem bij te praten. Ik wilde weten hoe de Amerikanen tegenover zijn voorstel stonden, maar kon ambassadeur Bremer niet bereiken. Bij zijn ambtswoning aan de Tobias Asserlaan werd niet opengedaan. Ik hoorde wel geluid van de tennisbaan komen. Toen ben ik over een muur heen geklommen en heb ik geroepen: kan iemand de deur opendoen?’

Op 1 juni verenigde de Nederlandse ministerraad zich achter een ingewikkeld besluit. Als de Amerikanen en de Russen een wapenovereenkomst sloten, zou Nederland een nog onbekend aantal kruisraketten plaatsen. Bij het ontbreken van een overeenkomst waren er twee mogelijkheden: hadden de Russen op 1 november 1985 meer SS-20-raketten dan de 378 die er op het moment van het kabinetsbesluit stonden, dan plaatste Nederland alle 48 kruisraketten. Hadden ze er minder of nog steeds evenveel, dan plaatste Nederland niet. Zo gaf het Torentje een signaal aan de Russen. Het was zijn ‘eindbod’, zei Lubbers. Van den Broek – die bij terugkomst op vliegveld Ypenburg nog faliekant tegen was – en de VVD capituleerden. ‘Het 1 juni-besluit verdiende niet de schoonheidsprijs,’ zegt Nijpels. ‘Maar de Amerikanen waren niet boos. Ze hadden in de maanden daarvoor wel ergere varianten voorbij zien komen. En deze zou hoogstwaarschijnlijk op plaatsing uitdraaien. De VVD kon er mee uit de voeten.’

Goochelen

‘Ja, maar dáár trappen we niet in.’ Lubbers zegt dat meteen te hebben gedacht toen Michail Gorbatsjov begin oktober 1985 met een verrassende mededeling kwam: de Sovjet-Unie had het aantal SS-20’s in Europa teruggebracht tot het niveau van 1 juni 1984. Een boodschap die speciaal bestemd leek voor Nederland. De ingenieuze vondst van Lubbers was kennelijk tot het Kremlin doorgedrongen. ‘Dat kun je met enige ijdelheid inderdaad zeggen,’ aldus Lubbers nu.

Reden om de koers bij te stellen, was het niet. De ‘diensten’ hadden namelijk gemeld dat de Russen bezig waren raketten naar het Aziatische deel van de Sovjet-Unie te verplaatsen. Die konden zo weer worden teruggereden. Zulk gedrag ging Nederland niet belonen. Bram Stemerdink zegt overigens dat de NAVO ook met militaire krachtsverhoudingen goochelde om de eigen wensen door te drukken. ‘Complete hightech commandocentra in het Oostblok die mij als minister werden voorgespiegeld, bleken later nooit te hebben bestaan.’

Toch gloorde dat najaar bij Lubbers de hoop dat Nederland alsnog van plaatsing kon afzien. De onderhandelingen tussen Amerikanen en Russen waren hervat en met Gorbatsjov leek de Sovjet-Unie een leider te hebben gekregen die naar ontspanning tussen Oost en West streefde. De premier zag zijn kans schoon toen hij onverwacht werd gebeld door zijn Indiase ambtgenoot Rajiv Gandhi. Met diens vermoorde moeder Indira had Lubbers op goede voet gestaan. Onderweg van Washington naar Delhi wilde Gandhi zich komen voorstellen. Hij was van harte welkom, maar op het Catshuis kreeg de Indiase premier een ‘urgent call’: ‘De KGB heeft uitgevogeld dat ik hier een tussenstop maak, en nu wil Moskou dat ik daarheen kom en ik ben al zo moe.’

Lubbers wist raad, vertelt hij. Gandhi kon in het Catshuis blijven logeren. Zaterdagochtend zouden ze dan samen ontbijten. ‘Ik zei tegen Gandhi: als je bij Gorbatsjov bent, zeg dan dat je mij hebt gesproken. Zeg hem dat wij niet in zijn truc trappen, maar dat we wel heel graag zien dat de kernwapens aan beide kanten verdwijnen.’

‘Wat een blunder van ze, dacht ik, dit gaat me goed uitkomen,’ zegt Lubbers.

Die middag stond Lubbers in de Houtrusthallen in Den Haag. Het Komitee Kruisraketten Nee had dit keer 3,75 miljoen handtekeningen tegen de plaatsing opgehaald. Toen de premier op het podium verscheen, werd hem het spreken onmogelijk gemaakt door een fanfare, die door een withete Mient Jan Faber tot stilte werd gemaand. Vervolgens keerde een groot deel van het publiek de premier de rug toe. ‘Wat een blunder van ze, dacht ik, dit gaat me goed uitkomen,’ zegt Lubbers. In zijn speech verwees de premier impliciet naar zijn werkontbijt met Rajiv Gandhi toen hij cryptisch sprak over nieuwe uitwegen die zich mogelijk aandienden.

Lubbers: ‘Zoals beloofd belde Gandhi me de maandag na de Houtrusthallen over zijn bevindingen in Moskou. Hij zei: Ruud, Gorbatsjov zal je in het openbaar zwaar bekritiseren vanwege jullie plaatsingsbesluit. Maar hij wil je persoonlijk laten weten: maak met de daadwerkelijke plaatsing geen haast want ik verwacht dat Reagan en ik het binnen een jaar eens zullen worden over het verwijderen van alle middellange afstandswapens.’

Het uiteindelijke plaatsingsbesluit in de ministerraad van 1 november had toch nog allerlei voeten in de aarde. De persoonlijke boodschap van Gorbatsjov deelde Lubbers niet met zijn collega’s. Die kregen de indruk dat Lubbers op het laatste moment nog van plaatsing af wilde zien. De premier had namelijk via de Russische ambassade een uitnodiging gekregen om in Moskou te komen praten. De ministers vonden het welletjes geweest. Het kabinet besloot 48 kruisraketten te plaatsen, in 1988. De heftigste discussie ging over de vraag welke kerntaken Nederland in ruil daarvoor moest afstoten. Als zoenoffer aan de laatste paar loyalisten binnen het CDA.

Doodmoe van die man

De kruisraketten zijn er uiteindelijk nooit gekomen, want voordat ze geplaatst konden worden, sloten Reagan en Gorbatsjov een akkoord over het afschaffen van de middellange-afstandswapens. Woensdrecht bleef een ‘kernwapenvrije gemeente’.

Hoe kijken de hoofdrolspelers terug op deze woelige periode? Aan wie is het te danken dat de Hoekse en Kabeljauwse twisten over de kruisraket met een sisser afliepen? En dat de wapens nooit werden geplaatst?

Hans van den Broek is niet meer de havik die hij in de jaren tachtig was. ‘Ik dacht toen: president Reagan verlangt van ons dat we plaatsen en daar kunnen we ons niet aan onttrekken. Achteraf bleek dat anders te liggen. Lubbers had dat beter door dan ik.’ De oud-minister is tegenwoordig aanhanger van Global Zero, een internationale beweging voor de afschaffing van kernwapens. Samen met Ruud Lubbers.

Bram Stemerdink vindt nog altijd dat de NAVO de kracht van de Russen schromelijk overschatte. Beslissend voor hem is het moment dat de loyalisten zijn motie ondersteunden. ‘Dat heeft het issue voor jaren op de politieke kaart gezet.’

Stemerdink vindt het onbegrijpelijk dat de kernwapens in Den Haag nu niet meer op de agenda staan: ‘Als ik Diederik Samsom was, zou ik zeggen: de JSF mag er niet komen als die met kernwapens wordt uitgerust. Maar helaas hoor je Samsom daar niet over.’

Max van den Berg antwoordt op de vraag aan wie het te danken is dat de kruisraket er niet kwam: ‘Aan ons. Aan de uitzonderlijke samenwerking die begin jaren tachtig bestond tussen de linkse politieke partijen, actiegroepen en de kerken.’

Ed Nijpels, die vanwege zijn voorkeur voor plaatsing destijds Ed Raket werd genoemd, complimenteert achteraf de ‘existentiële twijfelaar’ Lubbers. ‘Ik werd doodmoe van die man. Maar ik moet toegeven dat hij knap was in het verzinnen van oplossingen.’

Volgens Mient Jan Faber gaan de credits naar Gorbatsjov en Reagan, die de wapenwedloop samen een halt toeriepen. Anders dan Van den Broek, Lubbers en Stemerdink maakt uitgerekend Faber zich geen grote zorgen over de nog bestaande kernwapens. ‘Ze zijn alleen gevaarlijk als je een vijand hebt en die is er nu niet meer.’

En Ruud Lubbers? ‘Ik heb geluk gehad,’ zegt hij. ‘Ik geloofde in de intentie van Reagan. Ik dacht dat Nederland een bijdrage kon leveren, en Gorbatsjov heeft dat signaal uiteindelijk opgepakt.’ Zijn gesprek met Reagan, zijn werkontbijt met Gandhi, het aantreden van Gorbatsjov noemt hij ‘mijn geluksmomenten’. Zijn plotselinge ingeving in Margraten beschrijft hij als een teken van boven. ‘Ik heb de oplossing niet zelf verzonnen. Ik heb geprofiteerd van de genade van staat.’

De hoofdrolspelers:

Ruud Lubbers: stiekeme vredesduif

Toen de onderhandelingen tussen Reagan en Gorbatsjov plaatsvonden in Reykjavik, belde de Britse premier Margaret Thatcher met Ruud Lubbers: ‘Ze was zeer bezorgd. Ze zei: Ruud, listen, Ron is giving in to the commies. Hij heeft vertrouwen in jou, kun jij hem niet bellen? Ik zei: ze zijn bezig met het afschaffen van de middellange-afstandswapens van beide kanten. En daar ben ik het mee eens. Aan de andere kant van de lijn viel een krachtterm.’

Mient Jan Faber: ‘Jezus van de vrede’

Dankzij de grote vredesdemonstratie van 21 november 1981 in Amsterdam werd IKV-secretaris Mient Jan Faber hét gezicht van de antikernwapenbeweging: ‘Ik vertelde op het Museumplein over opa Meijer die eigenlijk die dag naar het CDA-congres moest maar er de voorkeur aan had gegeven naar de demonstratie in Amsterdam te komen. Dat maakte indruk. De hele menigte scandeerde: “Opa, opa.”‘

Ed Nijpels: 100% voor

VVD-leider Ed Nijpels was een meester in het bedenken van sarcastische benamingen voor de oplossingen voor het kernwapenvraagstuk die uit de boezem van het CDA kwamen. De een doopte hij de ‘schiet in eigen voet-variant’, de ander de ‘hink-stap-sprong achteruit-variant’. Nijpels: ‘Ruud Lubbers heeft veel van zijn intellectuele vermogen aan die varianten verspild. Op een bepaald moment ben ik er zelf ook maar aan mee gaan doen. Ik zat met mijn vrouw op Texel en toen heb ik er zelf een bedacht: plaats 16 kruisraketten in 1986 en de rest twee jaar later. Dat ging de geschiedenis in als de Texelse variant.’

De nucleaire JSF

Zo groot als de ophef over de kruisraketten was in de jaren tachtig, zo stil is het nu rond de kernbommen die de JSF geacht zal worden af te vuren. In de discussie rond de aanschaf van een nieuw jachtvliegtuig als vervanger van de verouderde F16 speelt de Nederlandse kerntaak in het openbaar nauwelijks een rol (zie ook ‘Het verzwegen argument voor de JSF’ in VN van vorige week, terug te lezen op vn.nl/kernbommen).

Toch is dat onterecht. Een keuze tégen de JSF maakt het voor Nederland veel lastiger aan zijn nucleaire Navo-verplichtingen te voldoen. Het is praktisch ondenkbaar dat de Amerikanen hun B61-kernbommen onder een niet-Amerikaans toestel zullen hangen.

Op de achtergrond speelt dat de Verenigde Staten die bommen op vliegbasis Volkel willen vervangen door veel geavanceerdere kernwapens, waarvoor de JSF onontbeerlijk lijkt te zijn.

Uit een rapport van de Amerikaanse Rekenkamer valt de conclusie te trekken dat Nederland in het geheim mogelijk al akkoord is gegaan met een dergelijke modernisering. Vragen daarover stuiten in Den Haag echter op de mantra ‘geen commentaar’.

Liedjes over de Koude Oorlog
  • Sting – ‘Russians’ (1985)
  • Klein Orkest – ‘Over de Muur’ (1984)
  • Doe Maar – ‘De bom’ (1982)
  • Boeken over de vredesbeweging
  • Mient Jan Faber – Min x min = plus (1985)
  • Remco van Diepen – Hollanditis (2004)
  • Boudewijn van Eenennaam – 48 kruisraketten (1988)