De avond nadat Nederland zich definitief niet had geplaatst voor het WK Voetbal in 2002 raapte Truus Opmeer alle oranje spullen die ze thuis in Noordwijk kon vinden bij elkaar en stopte ze in de vuilcontainer. Het WK was, bijna een jaar voordat het wordt gespeeld, voor haar al voorbij. De droom van haar partner, bondscoach Louis van Gaal, was stuk. Verbrijzeld door een schot van de Ier Jason McAteer. De dag daarop bakte ze zijn lievelingscake, maar hij wilde geen hap eten. Misschien een glas wijn? Hij werd er kwaad om. Ze dacht toch zeker niet dat hij nu wijn gaat zitten drinken? Dat er vandaag, amper een etmaal na de nederlaag, al wel weer een paar van zijn spelers waren gesignaleerd in de dure winkels van de P.C. Hooftstraat deed daar voor hem niets aan af. ‘Iedereen rouwt op zijn eigen manier.’

Het tekent Louis van Gaal; hard en streng, niet in de laatste plaats voor zichzelf. Hij ziet de spelers van Oranje nog zeer regelmatig. Als het Nederlands elftal in Noordwijk is, komen ze tijdens de looptraining vaak langs het huis van Van Gaal. Altijd wordt er gezwaaid. Het is inmiddels zeven jaar geleden dat Van Gaal voorman van Oranje was. Het echec van toen doet geen pijn meer. ‘Ik leef in het heden. Ik kijk beslist niet afgunstig naar Van Basten. Al blijft het nog altijd mijn ambitie om aan zo’n toernooi mee te doen.’

Voor de buitenwereld is hij een hoekige man zonder nuances, een zwart-witdenker met een aangeboren onvermogen om zich in anderen te verplaatsen. Toch lopen intimi en spelers met hem weg. ‘Ik moet Louis altijd verdedigen,’ zegt vriend Henny Schipper. ‘Mensen vinden hem vaak een vreselijke man. Dat begrijp ik best. Als je die persconferenties soms ziet – daar kan hij zichzelf verschrikkelijk overschreeuwen. Maar achter die norse man zit een goede vent met een groot hart.’

‘Als je hem niet kent en hem zo tekeer ziet gaan op die persconferenties, denk je: wat een tiran, wat een arrogante klootzak,’ zegt oud-international Frank de Boer. ‘Hij moet zich natuurlijk niet zo druk maken om dingen die niet belangrijk zijn. Maar het gaat me ook aan het hart. Wie hem werkelijk kent, geeft om hem. Ik gun die man het allerbeste. Want ik ben van een ding heilig overtuigd: Louis van Gaal is een man bij wie je kunt onderduiken.’

Louis kwartje kaart

Aloysius Paulus Maria van Gaal werd op 8 augustus 1951 geboren in de Watergraafsmeer in Amsterdam, als de jongste van negen kinderen. Zijn vader werkte bij de Steenkolen Handels Vereniging, als hoofdvertegenwoordiger in zware olie. Een katholiek gezin, waarin spelletjes spelen als hoogste vorm van amusement gold. ‘Klaverjassen, jokeren… we speelden alles,’ zegt broer Gérard van Gaal. Vader Van Gaal was behoorlijk fanatiek, ‘maar niet zo extreem als Louis. Als hij niet won, kon hij er best een geintje over maken. Dat kan Louis niet. Ik zat op zijn verjaardag een keer met hem en m’n zus Jos te kaarten. Op zeker moment was er even een onduidelijkheid. “Nou ja, Jos,” zei ik, “pak die kaart dan maar.” Waarop Louis ontzettend begon te blazen. “Pak die kaart dan maar? Wat krijgen we nou? Dat is toch geen instelling?”‘

Broertjes Louis en Gerard van Gaal, 1962. Foto: Privéarchief Gérard van Gaal

Vader en moeder Van Gaal waren niet streng, maar hamerden wel op fatsoensregels. ‘Er zijn waarden in het leven die ik moeilijk kan loslaten,’ zei Van Gaal in 2005 in Nieuwe Revu. ‘Dat gaat heel ver. Ik heb geleerd om altijd mijn bord leeg te eten. Het kost mij nog altijd onvoorstelbaar veel moeite om eten te laten staan.’

Van Gaal was een rustige, timide jongen. Hij voetbalde net als zijn broers bij RKSV De Meer. Op zondag stond hij met zijn vrienden bij het hek van Ajax, in de hoop ongezien naar binnen te glippen. ‘Weet je wat zo fascinerend is?’ zegt Gérard van Gaal. ‘Als jongen van acht stond hij een keer bij Ajax en zei: hier word ik later trainer. Niet voetballer, maar trainer. Toch wel heel frappant.’

Op een zondag in 1957 liep het gezin ’s middags op het strand bij Zandvoort. Er dreigde onweer. Hollen naar de auto. Die inspanning was Van Gaal senior te veel. Eenmaal achter het stuur kreeg hij een hartaanval. Vanaf dat moment kwam hij ziek thuis te zitten op een streng vetvrij dieet. Vijf jaar later stierf hij, op zijn drieënvijftigste verjaardag. Zijn jongste zoon was toen pas elf. ‘Ik ben opgevoed door mijn moeder,’ zei Van Gaal in 2000 in VN. ‘Een heel lieve vrouw, die niet streng was, maar je juist verantwoordelijkheid gaf. Daardoor ontwikkel je een groot verantwoordelijkheidsbesef.’

louis van gaal
Moeder van Gaal in haar huis aan het Galileïplantsoen, rond 1990. Foto: Privéarchief Gérard van Gaal

‘Zie je hoe enorm Louis op mijn moeder lijkt?’ zegt Gérard van Gaal, terwijl hij door de familiealbums bladert. Niet alleen uiterlijk, ook in gedrag zijn moeder en zoon elkaars evenbeeld, vindt hij. ‘Mijn moeder zei precies wat ze vond. Als iets haar niet beviel, kreeg je het te horen. Precies Louis.’

Van Gaal ging in 1969 naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam. De ALO had een zware selectieprocedure; Van Gaal doorstond de test moeiteloos. Hij was in die dagen een iel, mager mannetje, herinnert medestudent Ruud Bröring zich veertig jaar na dato. Een jongen die nadrukkelijk eerst de kat uit de boom keek. Hij had wél flair. ‘En aan de kaarttafel was hij een topper.’ Boerenbridge speelden ze, en eenentwintigen. Wie z’n kansen wilde vergroten, kon voor een kwartje een extra kaart kopen. ‘Dat deed Louis altijd. Daarom noemden we hem Louis Kwartje Kaart.’

Weinig vaart

De jonge Van Gaal had uitgesproken opvattingen. Het vak Theorie Lichamelijke Opvoeding werd in zijn ogen zo belabberd gedoceerd, dat hij na enkele lessen besloot om weg te blijven. ‘Hij zei doodleuk: wat die man vertelt, kan ik zo terugvinden in mijn boek. Gaan jullie maar, ik schud ondertussen de kaarten wel.’ Op het eerste tentamen in december was Louis Kwartje Kaart natuurlijk wel aanwezig. Bij het opnoemen van de namen zei de docent: ‘Mijnheer Van Gaal, wat doet u nou hier?’ ‘We hebben toch tentámen?’ antwoordde de student korzelig. ‘Of gaat u me nu vertellen dat we gewoon les krijgen? Dan ben ik weer weg, hoor. Want zo boeiend zijn die lessen van u echt niet.’ Ruud Bröring krijgt het er bijna nóg benauwd van. ‘Ik zei nog: Louis, nou heb je echt bonje. Haalde hij toch mooi een acht. Die rechtlijnigheid van “ik sta in mijn recht” zat er toen al helemaal in.’

louis van gaal
Foto: Privéarchief Gérard van Gaal.

Bijna alle ALO-studenten deden in hun vrije tijd aan sport. Van Gaal voetbalde bij RKSV De Meer. Bescheidenheid was niet zijn grootste deugd. Als op maandag de resultaten van het weekend werden besproken, draaide hij er niet omheen. ‘Hoe ik gespeeld heb? Wat dácht je? Ik was de beste! Ik hoor allang bij Ajax te spelen.’ Op 1 april 1971 kwam dan toch dat langverwachte telefoontje: Ajax bood Van Gaal een contract aan. Hij speelde er twee seizoenen; een enkele keer stond hij in het eerste, maar meestal in het tweede. Want op zijn positie in het eerste speelde ene Johan Cruijff, die maar niet te kloppen bleek. Het waren vormende jaren, vooral in mentaal opzicht, vooral omdat Van Gaal naast het voetbal nog steeds aan de ALO studeerde. De hele dag was hij aan het sporten, tot hij bijna letterlijk kapot was. Juist in die jaren werd zijn wedstrijdmentaliteit gevormd, zal hij later zeggen.

Van Gaal was een technische speler met veel spelinzicht maar weinig vaart. ‘Hij was goed, maar vrij langzaam,’ analyseert vriend Henny Schipper. ‘Zijn dochter zat ooit naar een wedstrijd te kijken en vroeg na afloop: “Papa, mag jij soms niet uit die cirkel komen?”‘ In de vier jaar dat hij bij FC Antwerp speelde wist hij nooit een basisplaats te veroveren. Wanneer Van Gaal zich daarover beklaagde, zei trainer Guy Thijs: ‘Op bepaalde vlakken bent u misschien de beste buitenlander, maar u bent gewoon te traag.’ Dat liet Van Gaal zich niet zeggen. ‘Ik kan álles met een bal.’ ‘Dat weet ik,’ antwoordde Thijs, ‘u hébt hem alleen nooit.’

Rolmodel

In 1977 keerde hij terug naar Nederland, om bij Telstar te gaan spelen. Naast het voetbal begon hij als leraar lichamelijke opvoeding, aan de Don Bosco-lts in Amsterdam. Verder volgde hij een cursus management en werd actief voor de Vereniging voor Contractspelers, de vakbond voor voetballers. ‘Het eerste jaar was ik ontzettend vermoeid,’ zei hij in 1986 in Trouw. ‘Ik zag eruit als een geest. Maar de mens past zich gemakkelijk aan een ander ritme aan. Sinds die tijd ben ik beter gaan voetballen.’

Na een jaar verruilde hij Telstar voor Sparta. Vanuit zijn woonplaats Avenhorn, zo’n veertig kilometer boven Amsterdam, was Rotterdam aanzienlijk verder dan Velsen. Toch was hij steevast als eerste op de training, herinnert toenmalig medespeler Danny Blind zich. ‘En hij ging altijd als laatste weer weg.’ Op het veld was Van Gaal dominant aanwezig. Danny Blind: ‘Hij dacht toen al als een trainer, nam in het veld beslissingen die de bevoegdheid van een speler eigenlijk te boven gaan.’

Van Gaal als speler van Sparta. Foto: Privéarchief Gérard van Gaal.

Zijn baan als gymleraar leed niet onder zijn voetbalambities. Sportverslaggever Leo Driessen was in dezelfde tijd leraar Nederlands aan de Don Bosco-lts. De meeste leerlingen liepen weg met hun gymleraar, vertelt hij. ‘Hij was een fantastische docent, had goed contact met al die jongens. Ze mochten hem omdat hij streng was én eerlijk. En hij was een soort rolmodel. Ze wisten allemaal dat hij bij Sparta voetbalde en een druk leven had. En dat hij zelf dan toch nooit te laat was, dat maakte natuurlijk indruk.’ Bij het jaarlijkse schoolcabaret was meester Van Gaal een dankbaar onderwerp. Zeker toen de Efteling hoofdsponsor werd van Sparta. ‘Het was Langnek vóór en “papier hier” na. Maar daar kon Louis goed tegen.’

Van Gaal was nauw betrokken bij zijn leerlingen. ‘Hij heeft zelfs leerlingen opgezocht in de gevangenis,’ zegt Ruud Bröring, vriend uit de ALO-tijd. ‘Voor Louis waren het zijn jongens. Bij Sparta was dat niet anders. Als een speler net gescheiden was en geen onderdak had, kon hij bij Louis en Fernanda terecht. Soms wekenlang. Dat heb ik echt een paar keer meegemaakt.’ De jaren op school bleken bepalend voor zijn latere visie als trainer. ‘Ik heb lesgegeven op een Amsterdamse lts,’ zei Van Gaal in 1991 in VN. ‘Dat waren bepaald niet de gemakkelijkste leerlingen. Vijftig procent was allochtoon. Daar heb ik geleerd hoe je met mensen moet omgaan, hoe je binding en eenheid brengt.’

Bij Sparta werd hij als speler rechterhand van trainer Theo Vonk. Van Gaal had zich heilig voorgenomen om zich aan te melden voor de cursus Coach Betaald Voetbal die de KNVB vanaf 1986 begon. Ondanks zijn motivatie zat hij niet bij de zestien uitverkorenen die de eerste cursus mochten volgen. Een belangrijk argument voor de KNVB was dat hij ‘maatschappelijk niet afhankelijk van de voetballerij’ is. Onterecht, vond Van Gaal. ‘Ik word nu in feite gestraft, omdat ik me maatschappelijk heb zeker gesteld.’ Hij tekende in 1986 bij AZ ’67, waar hij assistent-trainer werd. In 1988 stopte hij met school en begon bij de club die hem uiteindelijk wereldfaam zou brengen: AFC Ajax.

Hoofdcoach

Bij Ajax werd hij assistent van Leo Beenhakker, maar ook jeugdcoach en hoofd opleidingen. ‘Van elk jeugdspelertje kende hij niet alleen de naam, hij wist ook wanneer die jongen jarig was,’ vertelt Ronald de Boer. De Boer en zijn broer Frank waren in 1987 zeventien. Omdat ze vlakbij Van Gaal woonden, mochten ze elke dag met hem meerijden van Avenhorn naar de training in Amsterdam, en terug. ‘Hij vroeg altijd hoe het thuis ging en of we dat ene proefwerk gehaald hadden.’ Over zijn uiteindelijke ambitie bij Ajax deed Van Gaal niet moeilijk. Hij wilde per se hoofdcoach worden. Ronald de Boer staat het nog haarscherp voor de geest: ‘Ik zat in de kleedkamer mijn veters vast te maken toen Louis vroeg: zeg, word jij eigenlijk een topvoetballer? Want ik word namelijk wél een toptrainer!’

Op 30 september 1991 werd hij hoofdcoach van Ajax. Hij omschreef zichzelf op de eerste persconferentie als zeer consequent, eerlijk en direct. Direct na zijn aanstelling maakte Van Gaal een ambitieus plan van aanpak bekend. Hij wilde de discipline bij de club aanscherpen, het spelinzicht vergroten en de mentale en fysieke weerbaarheid van zijn selectie verhogen. Het spelershome – tot dan toe de zoete inval voor journalisten en oud-spelers – werd gesloten voor buitenstaanders. Er golden strikte omgangsnormen. De training begon stipt op tijd en te laat komen werd bestraft met een boete van 350 gulden. Er werd samen gegeten en de spelers dienden rond de wedstrijd aan te treden in Ajaxkostuum. Bovendien werd de bagage van voetballers niet langer door de materiaalman maar door de spelers zelf gedragen. In zijn bescheiden kantoor in De Meer hing aan de muur zijn motto ‘Kwaliteit is het uitsluiten van toeval’.

De nieuwe regels werden zonder aanzien des persoons toegepast. Zo zag Ajax-voorzitter Michael van Praag tot zijn verbazing hoe Van Gaal de Ajaxbus liet wegrijden zonder penningmeester Arie van Os. ‘Die was nog gauw een plasje gaan doen. Daar wachtte Louis niet op. Te laat is te laat.’

De pers zag niets in Van Gaal. Een trainer die ‘discipline’ en ’teambuilding’ tot motto verhief, dat deed denken aan sport in het Oostblok. Ook het Ajaxlegioen verafschuwde de nieuweling. Zeker toen de resultaten de eerste tijd tegenvielen en de trainer in aanvaring kwam met vedetten als Jan Wouters, John van ’t Schip en publiekslieveling Brian Roy. ‘Mijn eerste jaar bij Ajax is het moeilijkst geweest,’ zei hij in 2000 in VN. ‘Vanaf het moment dat ik op de bank zat, hebben ze om Cruijff geroepen. Pas toen we de UEFA-cup omhooghielden, ging men erin geloven.’

Ook Van Gaals vrouw en dochters ontdekten dat bepaald niet iedereen ingenomen was met zijn benoeming. ‘In eerste instantie vond ik het ontzettend leuk voor hem dat hij trainer van Ajax werd,’ zegt Van Gaals dochter Brenda. ‘Daarna kwamen de bedreigingen: “We plaatsen een bom onder je vaders auto, we komen jullie verkrachten.” Uiteindelijk hebben we een geheim nummer genomen.’ Brenda is Van Gaals oudste dochter. Ze is in 1975 geboren in Antwerpen, waar haar vader toen voetbalde. Ruim twee jaar later werd haar zus Renate geboren. In 1969 had Van Gaal Fernanda Obbes leren kennen, op een dansavond van de katholieke jeugdsoos. Fernanda was zestien, hij achttien. ‘Zij was het, dat wist ik meteen.’ Fernanda en Louis pasten uitstekend bij elkaar, volgens Gérard van Gaal. ‘Ze was heel sociaal, enorm makkelijk in de omgang. Dat is in de voetbalwereld natuurlijk erg belangrijk.’

louis van gaal
Foto: Privéarchief Gerard van Gaal

Kijk, hier is hun trouwfoto, zegt hij. ‘4 juli 1973’ staat erbij. Ernaast is de levensschets ingeplakt die op het huwelijk werd voorgedragen.

Op 19 juni slaagde hij op de Sportacademie
meteen
En ging hij met een mooi diploma heen
Mocht zijn voetbalcarrière eens worden
beslecht
Dan kan hij overal nog als gymleraar terecht

Van Gaal was van nature veel dominanter dan Fernanda. ‘Zelfs als hij in de kamer de krant zit te lezen is-ie nog heel aanwezig,’ zegt Brenda van Gaal. Zij en haar zus Renate werden niet streng opgevoed, vindt ze. ‘Ze gaven vooral de grenzen aan, maar daarbinnen hadden we heel veel vrijheid. Hij liet zien: dit is het zwembad, tot die lijn daar mag je precies zo zwemmen als je zelf wilt.’ Ze mocht als puber uitgaan tot twee uur ’s nachts. Haar vader had de klok van het buitenlicht precies op twee uur ingesteld. ‘Stond ik een keer opeens in het donker te zoenen. Kwam hij naar buiten, zogenaamd om het vuilnis buiten te zetten. “Het is twee uur, hè Brenda.”‘ Jarenlang werd haar vader zeer in beslag genomen door zijn twee banen, als voetballer en leraar. Maar hij zorgde er altijd voor dat hij er met het avondeten was. ‘Het gezinsleven is voor hem heel belangrijk. We praten met elkaar, over normen en waarden, over hoe je wel of niet omgaat met andere mensen.’

Imagineren

Keeper Edwin van der Sar speelde nog in het tweede van Ajax toen Van Gaal hem een keer meenam naar een park, voor een extra training. Het werd een memorabele middag. Zo hard had de doelverdediger nog nooit getraind. ‘Ik hád het op het laatst niet meer. Uiteindelijk heb ik achter een boompje staan overgeven. Ik wilde zo graag góéd zijn in zijn ogen.’ Van der Sar raakte in de loop der tijd steeds meer onder de indruk van Van Gaal. ‘De gedrevenheid van die man is enorm. Zijn voorbereiding op de wedstrijd begon al een week van tevoren.’ Imagineren noemt Van Gaal dat. Voortdurend denken: hoe gaat mijn tegenstander spelen en wat kan ik daar tegenover stellen? Van der Sar: ‘Hij wist van elke speler van de tegenstander exact of hij met zijn linker- of zijn rechtervoet schoot. Bovendien was hij altijd in je geïnteresseerd. Hij vroeg: “Hoe is het thuis? Alles goed met je ouders? En heeft je vriendin haar rijexamen nog gehaald?”‘

Ronald de Boer: ‘Hij verwacht tweehonderd procent inzet, maar weet ook wanneer hij de teugels moet laten vieren. Op familiair vlak is hij onovertroffen. Hij kan op een training rustig zeggen: “Ga nu naar huis om het goed te maken met je vriendin.”‘

Wanneer Patrick Kluivert over zijn voormalige coach praat, klinkt eerbied in zijn stem door. Hij is ook de enige die consequent over ‘de heer Van Gaal’ spreekt. ‘Ik heb meer goede trainers gehad, maar hij is exceptioneel. Hij heeft me als voetballer echt beter gemaakt. Hij was absoluut streng, maar dat had ik nodig. Als je veel wedstrijden wint, word je automatisch wat makkelijker. Dan sprong hij er bovenop, als een schoolmeester. Discipline, daar hamerde hij voortdurend op. Veel mensen hebben een vooroordeel over hem, omdat ze hem tekeer zien gaan op televisie. Maar ik weet dat hij een goede man is. Hij is alleen een perfectionist die vasthoudt aan zijn visie. Wie daar tegenin gaat, zal dat merken ook.’

Want ook tegen zijn spelers kan Van Gaal tekeergaan. Frank de Boer: ‘Zeg maar eens tegen hem: dat zie je verkeerd.’ De Boer brengt zijn hoofd ineens op nog geen decimeter van het hoofd van de verslaggever en brult op orkaansterkte: ‘EN WAAROM DAN WEL?’ Hij grijnst. ‘Maar ik heb ook meegemaakt dat hij na twee jaar op iets terugkwam en zei dat ik toen toch gelijk had gehad.’ En er staat veel tegenover dat bullebakkengedrag, vindt De Boer. ‘Bij Ajax organiseerde hij elk jaar een spelersdag. Kwam iedereen bij elkaar in een hotel, spelletjes doen, vrouwen en kinderen erbij. Met tot slot een quizje, bedacht door Louis.’

Natuurlijk waren de spelers ook wel eens bang voor hem, bekent Edwin van der Sar. ‘Als je zondag niet goed gespeeld had, ging je maandag niet al te vrolijk naar de training. Vooral als iemand een stomme fout had gemaakt, tegen alle afspraken in, kon hij behoorlijk tekeergaan. Hij zei altijd: als je het niet ziet, dan kan ik je er niet op aanspreken. Maar als je het wél ziet en je doet er niks aan, dan zul je het van me horen.’

Als Van Gaal binnenkwam in de kleedkamer werd het volgens Ronald de Boer vaak doodstil. ‘Wij hadden groot ontzag voor hem. Op een bepaalde manier zat daar ook wel angst bij. Als je slecht gespeeld had, kroop je soms tijdens de bespreking bijna weg achter de jassen aan de kapstok.’ Toch stond de trainer open voor discussie. ‘Hij vroeg bij Ajax steeds aan een van ons: wat vond je van de wedstrijd? Dan verwachtte hij echt een analyse van je. Aan het eind van het seizoen konden we allemaal redelijk analyseren.’

Dat is de kracht van trainer Van Gaal, zegt Ronald de Boer: hij maakt spelers beter. Zowel technisch als tactisch. ‘Toen Finidi bij Ajax kwam, kon hij geen bal vooruittrappen. Na verloop van tijd was hij een topspeler. Echt de verdienste van de trainer. Bijna elke voetballer die ooit met hem gewerkt heeft loopt met deze man weg. Hij is met afstand de beste trainer die ik ooit gehad heb.’

Van Gaal zelf: ‘De essentie van de methode-Van Gaal is dat ik als trainer probeer de kwaliteiten van een individuele speler tot zijn recht te laten komen. Zodat al zijn talent optimaal tot zijn recht kan komen binnen het team.’ Dat laatste is van eminent belang. ‘Ik probeer alles uit zijn persoonlijkheid en identiteit te halen. Zonder het teambelang uit het oog te verliezen.’

louis van gaal

Zwaarste klap

In het najaar van 1993 werd Van Gaal getroffen door een persoonlijk drama. Bij Fernanda werd alvleesklier- en leverkanker vastgesteld. Ronald de Boer: ‘Dat was een enorm emotioneel moment, ook voor ons. We hebben toen tegen hem gezegd: trainer, we worden kampioen. Voor haar. Helaas heeft ze dat niet meer meegemaakt.’ Na een moeilijk ziekbed van twee maanden overleed Fernanda, 39 jaar oud. Het was, zeggen zijn vrienden, de zwaarste klap in zijn bestaan en tevens het einde van zijn geloof. ‘Ik heb toen besloten: met een God die dit laat gebeuren wil ik niks meer te maken hebben. Zo’n lieve, goede vrouw zo mensonwaardig laten sterven… dat is hartverscheurend.’

Een klein deel van het publiek hief vanaf dat moment uiterst kwetsende (‘kankerwijf’) spreekkoren aan. Het sneed hem door de ziel maar hij hield zich groot. ‘Ik vond het met name verschrikkelijk voor mijn kinderen,’ zei hij in VN. Youp van ’t Hek hekelde het supportersgedrag in zijn NRC-column. Dat heeft een averechts effect gehad, constateert Brenda van Gaal. ‘Door er aandacht aan te geven maakte Youp het alleen maar erger.’

Op 24 mei 1995 won Ajax de Champions League, door in Wenen met 1-0 AC Milan te kloppen. ‘Alles kwam toen samen,’ analyseert Edwin van der Sar. ‘We hadden een ijzersterke combinatie van jonge en ervaren spelers én een uitzonderlijk goede trainer.’ Een jaar later stond Ajax opnieuw in de finale. De club verloor uiteindelijk door strafschoppen van Juventus, maar Van Gaals naam was wel definitief in het marmer van de voetbalhemel gebeiteld.

Hij bouwde nog een andere reputatie op: geen trainer kon tijdens persconferenties zo emotioneel en explosief reageren als hij. Zelfs de onschuldigste vraag kon leiden tot een eruptie van ongeremde woede. Voor hemzelf hoogst verklaarbaar – ‘als journalisten domme vragen stellen boor ik ze de grond in’ – voor de buitenwereld een bron van ergernis en ook hilariteit. Legendarisch is zijn uitval tegen een verslaggever van Voetbal International in april 1996: ‘Ben ik nou zo slim of ben jij nou zo dom?’ Het bestuur van De Nederlandse Sportpers beklaagde zich in een brief. ‘De agressieve benadering staat misschien garant voor successen bij jonge volgzame spelers, maar misstaat bij een persconferentie waar volwassen mensen aanwezig zijn.’ Die aanklacht leidde allerminst tot deemoedigheid. Op de eerstvolgende persconferentie meldde de coach de brief beledigend te vinden voor zijn spelers. Hij wilde weten wie van de aanwezige verslaggevers het eigenlijk met die flutbrief eens was. Niemand stak een hand op.

Die felheid en lichtgeraaktheid zullen een constante in zijn carrière blijken, ook later bij Barcelona, het Nederlands elftal en AZ. Zijn vrienden zien het geregeld met lede ogen aan. Henny Schipper, die Van Gaal al veertig jaar kent: ‘Die man op tv herken ik helemaal niet. Doe dat nou niet, jongen, denk ik dan.’ Hij snapt wel hoe het komt. ‘Louis voelt zich snel aangevallen. Wij gymleraren kunnen nou eenmaal niet tegen ons verlies.’

Met zweet in de handen

‘Ik denk vaak,’ zegt Ruud Bröring, ‘dat Louis in die persconferenties teveel een kleedkamertoon hanteert. Onderling laat je je soms gaan: ‘Hé, klootzak…’ Die toon moet je tegenover journalisten natuurlijk niet aanslaan. Hij kan die persconferenties beter door iemand anders laten doen, zoals Van Hanegem doet bij FC Utrecht.’

‘Door iemand anders laten doen?’ Louis van Gaal herhaalt het smalend. ‘Het is toch mijn verantwoordelijkheid als coach? Een assistent heeft een ander idee van de wedstrijd dan jij. Meneer Van Loen geeft andere antwoorden dan meneer Van Hanegem. Dat kán dus niet.’

Wilfred Genee, sportjournalist bij RTL noemt het ‘een feest’ om Van Gaal te interviewen. Bij hem gebeurt er altijd wat. ‘Die man is waanzinnig authentiek. Hij is moeilijk – vooral voor zichzelf. Ik sprak ooit met hem op Aruba, tijdens een beachvolleybaltoernooi. We raakten ergens over in gesprek en kwamen er niet uit. Ik zei: oké, dan hebben wij een meningsverschil. “Nee,” zei Louis, “dan hebben wij een probléém.” “Dat lijkt mij niet,” riep ik, “we zijn het alleen niet met elkaar eens.” “Mensen die het niet met mij eens zijn, hebben een probleem.”‘ Toch heeft Genee een zwak voor de trainer. ‘Hij doet waar hij in gelooft, hij is echt. Van Gaal kiest nooit voor de makkelijkste weg. Dat siert hem. Het lijkt me alleen wel heel zwaar om Louis van Gaal te zijn.’

Truus Opmeer, de partner van Van Gaal, zit er vaak met zweet in de handen naar te kijken. Ze spreekt hem er ook op aan. ‘Kijk nou eens naar jezelf, zeg ik dan. Dat is toch niet leuk zoals je overkomt? “Ja Truus, ik zie ook wel dat ik er beter uitzie als ik ontspannen lach. Maar ja, ik wás toen niet ontspannen. Ik was boos.” Maar wat schiet je er nou mee op? “Niet veel, maar ik kan mezelf recht aankijken in de spiegel.” Hij slaapt er geen seconde minder om. Terwijl ik er wakker van lig.’

‘U mag best weten dat ik me soms geneer voor de manier waarop mijn broer zich uit,’ zegt broer Gérard over de confrontaties met de pers. ‘Ik ben trots op zijn successen, maar vind hem in zijn mediaoptredens dikwijls te ver gaan. “Ja, maar ze stellen stomme vragen,” zegt hij. Nou én? Denk gewoon: een dom iemand kan mij niet beledigen.’

Na de emotionele persconferentie bij AZ in april stuurde Gérard zijn broer een mailtje met de tekst: ‘We begrijpen de boosheid, het uiten daarvan minder. Maak voortaan je punt en hou het daarbij.’ Maar onterecht vindt Gérard de scherpe kritiek van Johan Derksen en de zijnen. ‘Derksen heeft het dan smalend over Koning Louis. En sommige dingen worden erg negatief uitgelegd. Louis verwees laatst naar de lts’ers waar hij mee gewerkt heeft. Volgens Hugo Borst was dat uiterst beledigend. Maar Borst weet heel goed dat Louis totaal niet de bedoeling heeft om die jongens door het slijk te halen. Als je het dan toch negatief uitlegt, is dat ronduit boosaardig.’

Sportverslaggever Wilfred Genee: ‘Johan Derksen heeft absoluut bewondering voor Louis’ vakmanschap. Alleen vindt hij zijn mediaoptredens stuitend. Dat vind ik niet. Ik vind ze amusant. Maar waar Louis altijd de mond vol heeft van “respect”, mis ik datzelfde respect bij hem ten aanzien van journalisten. Hij verwijt ons dat we niet objectief zijn, maar dat is hijzelf allang niet meer.’

Naar Catalonië

Bij Barcelona, waar Van Gaal van 1997 tot 2000 en van 2002 tot 2003 werkte, waren de aanvaringen met de pers nog intenser. Niet zo gek, in een land waar vier sportkranten dagelijks samen zo’n veertig pagina’s aan de Catalaanse club wijden. De pers vond het onbegrijpelijk dat peperdure vedetten bij Van Gaal niet per definitie een basisplaats kregen. Bovendien had hij wel erg veel Nederlanders naar Catalonië gehaald. Dat Van Gaal het trainingsveld met schermen aan de ogen van de pers onttrok, maakte zijn populariteit er ook al niet groter op.

Andries Jonker werkte in de tweede periode bij Barcelona als assistent bij Van Gaal. ‘Wat hij zegt, klopt bijna altijd. Maar de manier waarop hij reageert, roept weerstand op.’ Jonker bereidde de persontmoetingen regelmatig voor met Van Gaal. ‘Let op, zei ik dan, die vraag gaan ze je zeker stellen. Wees erop voorbereid en trap er niet in. “Oké, goed dat je het zegt.” Prompt was dat het eerste vraag die gesteld werd, en Louis vloog er bovenop. Als ik er later naar vroeg, zei hij: “Heb ik dan soms ongelijk?”‘

Van Gaal deed het in zijn eerste periode overigens bepaald niet slecht: Barcelona werd twee keer landskampioen en eindigde een keer als tweede.

Journalisten verwijten Van Gaal zijn trots, zelfingenomenheid en air van onkwetsbaarheid. Wat dat laatste betreft: onkwetsbaar is Van Gaal allerminst. Om te beginnen in fysieke zin. Hij is doof aan zijn linkeroor – ‘daarom praat hij ook zo hard’ – en hij heeft ooit zijn neus gebroken. Daarnaast moet hij zijn hart in de gaten houden. ‘Ik heb een dikke hartspier, hoge bloeddruk en te hoog cholesterol. Ik realiseer me dat ik via mijn vader erfelijk belast ben. Maar ik hou me eraan vast dat ik fysiek meer op mijn moeder lijk.’

Zijn grootste gevoeligheid ligt op mentaal vlak, zeggen zijn vrienden. Van Gaal zet zich fanatiek in voor goede doelen. Hij is ambassadeur van Spieren voor Spieren. ‘Hij is jaarlijks goed voor enkele tonnen,’ schat Rob Cohen, vriend van de familie en de eerste jaren bestuurder van Spieren voor Spieren. ‘Wat je hem maar vraagt voor die stichting doet hij.’ Ook de opbrengst van reclamespotjes met Van Gaal ging naar Spieren voor Spieren. Alleen het spotje voor Mediamarkt was ten eigen nutte. ‘Dat vindt hij dan ook wel eens leuk,’ zegt Cohen.

Eerlijk zijn

‘Louis is in bepaalde opzichten nogal naïef,’ typeert Truus Opmeer. Ze leerde de coach in de zomer van 1994 kennen. Als hoofd evenementen bij Nationale Nederlanden had ze hem uitgenodigd om lezingen te houden tijdens het wereldkampioenschap in de VS. Een half jaar later kregen ze een relatie. ‘Hij gaat er altijd vanuit dat mensen net zo in elkaar zitten als hij. Dat ze eerlijk zijn en afspraken zullen nakomen, louter omdat hij dat zelf ook altijd doet. Daardoor wordt hij ook regelmatig teleurgesteld.’ Zo leent Van Gaal gemakkelijk geld aan vrienden en bekenden. Soms grote sommen. Wanneer er niet wordt terugbetaald, zal hij de betrokkenen daar niet snel op aanspreken. ‘In feite is hij enorm zachtaardig,’ zegt Opmeer. ‘Hij wil altijd goed doen voor anderen. Daar word ik wel eens niet goed van.’

‘Louis is een buitengewoon sociaal mens,’ zegt Henny Schipper. ‘Ik ken weinig mensen met zoveel oog voor anderen.’ Schipper ondervond dat aan den lijve. Hij bewoonde al vijfendertig jaar hetzelfde huurhuis tegenover de RAI in Amsterdam. Totdat VVD-minister Dekker de huren dreigde vrij te laten. Dat kon voor Schipper dramatische gevolgen hebben; hij had opeens het vijfvoudige op tafel moeten leggen – iets wat met zijn gymleraarsalaris niet mogelijk was. ‘Ik zat in zak en as. En wat zei Louis: “Henny, maak je geen zorgen, jongen. Ik koop je huis, en jij mag er tot je dood voor dezelfde huur blijven wonen.” Ja, dat raakte me echt.’

Zakelijk is Van Gaal allerminst. Toen hij in 1997 zijn afscheid van Ajax aankondigde, hing de volgende dag AC Milan aan de lijn. Of er met de gevierde coach gepraat kon worden? De dag daarop haalde Truus Opmeer een delegatie van Milan van Schiphol. De ontmoeting vond plaats bij hen thuis, maar van een echt gesprek kwam het niet. De Italianen, stuk voor stuk strak in het maatpak, hadden maar één prangende mededeling: ‘Mister Von Gaal, we want you. How much do you want?’ Van Gaal wilde vooral praten over de club. Hoe zat de organisatie in elkaar, hoe stond het met de jeugdopleiding? Daar was de delegatie duidelijk niet voor gekomen: Mister Von Gaal, how much? ‘Ik merkte dat dat Louis enorm begon te irriteren,’ vertelt Truus Opmeer. ‘Hij zei: ik denk niet dat we zo verder komen. Toen ze letterlijk begonnen te wapperen met een chequeboekje, keek hij ze strak aan, en verhief z’n stem: “Gentlemen, money is not important for me.” Ho even, Louis, dacht ik, natúúrlijk is dat ook belangrijk. Onder tafel stootte ik hem aan. Hij keek een beetje nijdig opzij: “My wife does not agree, but money is not important for me!”‘

louis van gaal

Principes

Dat ‘money’ niet allesbepalend voor hem is, bewees Van Gaal toen hij in 2000 vertrok bij Barcelona. Toen de positie van Barcelonavoorzitter Josep Lluís Núñez onhoudbaar werd, vermoedde Van Gaal dat ook zíjn tijd gekomen was. Truus Opmeer: ‘Hij zei: “Ik denk dat ik ook opstap. Straks krijg ik een schop onder m’n gat. Daar heb ik geen zin in.” Toen was ik echt een beetje verontwaardigd: nou Louis, dan maar een schop onder je gat en een grote zak geld. Je hebt recht op een afkoopsom. Je moet toch niet het sulletje van de voetbalwereld worden? Zo doen je collega’s het toch ook allemaal.’ De volgende ochtend om halfzeven zat Van Gaal buiten, op het balkon. ‘”Truus,” zei hij, “ik heb erover nagedacht: ik ga vandaag toch zeggen dat ik wegga.” Ik zei nog: Louis, denk aan onze oude dag… Maar hij was onverbiddelijk.’

Hoeveel hij precies aan afkoopsom liet liggen? Opmeer antwoordt merkbaar ongemakkelijk. ‘Zes miljoen gulden. Maar ja, zo zit Louis in elkaar.’ Daarom was ze ook woedend toen De Telegraaf schreef dat Van Gaal dat geld natuurlijk stiekem naar de Kaaimaneilanden had gesluisd. ‘Ze konden zich niet voorstellen dat iemand zes miljoen liet liggen. Dat ís ook moeilijk voor te stellen, hoor. Ik denk nog weleens: zes miljoen… dan hadden we nooit meer hoeven werken.’

Van Gaal zou het vandaag weer precies zo doen. ‘Dat zijn mijn principes. Ik wil geen geld als ik er niet voor gewerkt heb. Bij de KNVB is het net zo gegaan, en bij AZ was ik het ook van plan. Als een club goed voor me is geweest, dan zal ik nooit mijn hand ophouden.’

Bondscoach

In 2000 werd Van Gaal bondscoach van het Nederlands elftal, het naargeestigste hoofdstuk uit zijn carrière. Oranje werd onder zijn leiding al in de kwalificatie roemloos uitgeschakeld. Natuurlijk, hij had pech; dragende spelers als Frank de Boer en Edgar Davids waren vanwege de Nandrolon-affaire niet beschikbaar. Maar de kern van de zaak was ernstiger: Van Gaal en de spelers, van wie hij de meeste nog kent uit zijn Ajaxtijd, waren uit elkaar gegroeid. De trainer eiste in de drie, vier dagen voor een wedstrijd gewoon teveel van de spelers, analyseert Frank de Boer. ‘Vergeet niet: je krijgt spelers uit Spanje, Engeland, Frankrijk. Die komen uit een totaal andere discipline. Spelers gaan zich ergeren als hij zich kwaad maakt over een shirt dat uit een broek hangt of over de verkeerde kleur sokken. Dat zijn bijzaken. Om de een of ander reden zag Louis dat niet.’

Ronald de Boer schudt mismoedig het hoofd wanneer het gesprek op dat gemiste WK komt. ‘We hadden absoluut de kwaliteiten om te winnen. Dood- en doodzonde.’ Het heeft niets te maken met een gebrek aan toewijding, zegt de oud-international. ‘De meeste spelers liepen met hem weg. Maar dat fanatieke stramien ging tegenstaan. Je moet spelers van het Nederlands elftal in de paar dagen dat je ze tot je beschikking hebt niet beter willen maken. Die jongens zijn al top. Geef ze vertrouwen.’

Edwin van der Sar: ‘Direct in het trainingskamp werd je al afgemat. Daardoor waren we in de wedstrijden zwakker.’ Ronald de Boer: ‘We hadden een looptrainer, een soort imitatie-Louis. En maar beulen, beulen. Ik dacht: Louis, dit is niet goed, dat moet je toch aanvoelen.’

Guus Hiddink pakt het wat dat betreft heel anders aan, zeggen de spelers. ‘Die kweekte een sfeertje, die observeerde. Dat komt de prestaties eerder ten goede.’ Hoewel dat niet altijd zo uitpakt. Ronald de Boer: ‘Guus wist van de tegenstanders soms bijna niks. Zoiets zou bij Louis ondenkbaar zijn. In 1998 ging dat onder Guus overigens veel beter.’ Kluivert: ‘Hiddink was losser, maar niet per se beter. Het is moeilijk aan te geven waar het aan gelegen heeft. Misschien is de heer Van Gaal wel meer een clubtrainer dan een bondscoach.’

Het lag in elk geval niet uitsluitend aan de spelersgroep, denkt Van der Sar. ‘Diezelfde groep haalde op het WK van 1998 en het EK van 2000 nog wel de halve finale. Het lijkt me sterk dat die jongens daarna opeens niet meer wilden of konden.’

louis van gaal

Verzadigde generatie

Het merkwaardige is dat de immer ambitieuze Van Gaal struikelde met een groep waarvan hij de meeste spelers zelf had opgekweekt. Daar zat tevens het probleem, aldus oud-assistent Andries Jonker. ‘Die generatie was al verzadigd. Marc Overmars heeft wel eens tegen me gezegd: “Natuurlijk wil ik graag tegen Armenië spelen, maar ik weet toch al dat we gaan winnen. Zo’n wedstrijd kost me wel een week – ik gebruik die week liever om bij te komen van de competitie en de champions league.”‘

Toen in het najaar, na de uitschakeling, in Kopenhagen een vermeend seksschandaal rond het Nederlands elftal losbarstte – Van Gaal zou eigenhandig erotisch damesbezoek aan sommige spelers hebben voorkomen – brak er iets in de coach. Truus Opmeer had van de spelersvrouwen al gehoord dat er ‘iets’ was voorgevallen. Toen ze hem na afloop van de wedstrijd ophaalde werd ze aangesproken door Edgar Davids. ‘Sterkte. En zorg goed voor de trainer.’ Van Gaal was zichtbaar aangeslagen. ‘Truus, ik ga weg bij Oranje. Ik heb mijn beslissing genomen.’ Of dat soms te maken had met die meiden in het hotel? Hij reageerde fel. ‘Wát nou “meiden in het hotel”?’ Want hij zal nooit over de spelers uit de school klappen. Opmeer: ‘Toen schoot hij vol. Zó verdrietig. “Ik vind het zo erg, Truus. Mijn jongens… Als je nou toch voor het hoogste uit mag komen, dan geef je daar toch alles voor?”‘

Van Gaal stapte op bij Oranje, en trad na een kort intermezzo bij Barcelona in 2003 aan als technisch directeur bij Ajax. Hij maakte zijn entree met een zelfgemaakt gedicht:

Hier, bij Ajax, ligt mijn hart
Een club, fascinerend, altijd apart
Door velen genoemd naar godenzonen
Voor mij de bakermat van voetbaliconen
Mijn herinneringen gaan terug naar De Meer
Ook daar heerste een bijzondere sfeer
Nu ga ik mijn gevoelens weer achterna
En treed technisch toe in de Arena
In mijn levensfase is dit een nieuwe kans
En mijn jeugdliefde krijgt een extra stimulans
En daarom klinkt het vol overgave uit mijn mond
Vandaag is de cirkel echt rond

Een mooie functie om zijn carrière in het voetbal te beëindigen, zei hij in De Telegraaf. ‘En het voelt best lekker om op het tweede plan te staan.’ Minimaal drie jaar zou het gaan duren, ‘want deze functie vraagt om continuïteit’. Het liep allemaal anders. Nog geen jaar na zijn aanstelling kwam hij in aanvaring met trainer Ronald Koeman. Truus Opmeer: ‘Ronald was bij ons in Noordwijk en vertelde dat hij niet meer wist wat hij met een van de spelers aan moest. Nou, dan zat er maar één ding op, vond Louis: we kunnen hem beter verkopen. Ja, dat leek Ronald ook de enige oplossing. Kort daarna wordt Ajax weggespeeld door Bayern München. Zegt Ronald Koeman de volgende morgen op televisie: “Ja, maar het is ook moeilijk, hè, als ze je beste speler onder je handen verkopen.”‘ Opmeer kleurt er nóg van. ‘Ik zei hardop: wat ben jij gemeen, jongen.’

Uiteindelijk moest Van Gaal het veld ruimen. Een enorme fout van het Ajaxbestuur, zegt voormalig Ajaxvoorzitter Michael van Praag. ‘Louis had een uitgekiend bedrijfsplan dat door alle betrokkenen is ondertekend. Dat ze hem vervolgens hebben laten vallen ten gunste van een passant – want dat wás Koeman – is onbegrijpelijk. Het bestuur van Ajax heeft Van Gaal daarmee groot onrecht gedaan, en de club onnodig schade berokkend.’

Camera’s op de tribune

Van Gaal likte zijn wonden en ging in 2005 als trainer aan de slag bij AZ. Dat leek een onverstandige missie, omdat het na de successen onder Co Adriaanse – onder meer de halve finale UEFA-cup – alleen maar minder zou kunnen gaan. Maar Van Gaal wist ook hier zijn stempel op de club te drukken. Truus Opmeer noemt AZ de beste club waar haar man ooit gewerkt heeft: ‘Een kleine club met korte lijnen, zonder achterklap zoals bij Ajax.’ Voor de spelers was Van Gaal een verademing. Het verschil met Willem van Hanegem – die van 1997 tot 1999 in Alkmaar werkte – is aanzienlijk, stelt verdediger Barry Obdam. ‘Die hing een A4’tje op de muur met de opstelling. En videobeelden zagen we al helemaal nooit. Ook omdat de faciliteiten toen minder waren.’

Van Gaal heeft standaard twee mensen op de tribune die met camera’s elke beweging van elke speler vastleggen en vervolgens direct coderen in laptops. Desgewenst kunnen al tijdens de wedstrijd beelden worden bekeken. Obdam: ‘Hij bestudeert alles tot in detail. Als hij iets ziet wat niet goed gaat, bedenkt hij daar direct een oefening voor. Voor je het weet sta je een hele training verdedigend te koppen.’

Al in Van Gaals eerste seizoen werd AZ tweede in de competitie. Het seizoen erna kon AZ op de laatste zondag van de competitie kampioen worden. Maar op het nippertje werd niet AZ, maar PSV kampioen.

Van Gaals derde jaar in Alkmaar verliep moeizaam; hij miste de topsportersmentaliteit, spelers kwamen zonder blikken of blozen te laat. Vanuit de spelersbus op weg naar Roda JC moest een van de spelers zelfs nog uit bed worden gebeld. AZ eindigde als twaalfde in de competitie. Dat mag je ook Van Gaal persoonlijk aanrekenen, zegt oud-voetballer Jan van Halst, nu analist bij RTL. ‘Hij speelt altijd erg aanvallend. Als dat loopt, heb je een fantastische show. Maar als de spelers niet dat niveau hebben, kan het je valkuil worden. Van Gaal zou zich wellicht vaker voetbaltactisch moeten aanpassen. Misschien is hij in het verleden door het werken met topspelers verwend geraakt.’

Eind maart maakte Van Gaal bij het AZ-bestuur bekend dat hij met deze spelersgroep niet verder kon. Zeven, acht jongens voldeden niet aan zijn definitie van topsport. AZ-voorzitter Dirk Scheringa was geschokt. Hij is buitengewoon gecharmeerd van zijn trainer, en heeft al eens spontaan diens salaris verdubbeld. Toch stond het besluit voor de coach vast. ‘Bij de lunch ging hij staan. Hij hield een woordje, zoals altijd,’ vertelt Barry Obdam, ‘En toen zei hij met betraande ogen: ik ga weg. Het werd doodstil. We dachten allemaal: jezus, wat overkomt ons nou?’

De spelersgroep legde zich er niet bij neer. Zelfs de spelers die de impasse mede hadden veroorzaakt, vroegen hem te blijven. Van Gaal dacht na. Vooral het argument dat sommige spelers speciaal voor hém naar AZ waren gekomen, gaf uiteindelijk de doorslag. Hij bleef. De media taxeerden het anders. NOS en RTL berichtten dat de spelersgroep Van Gaal de wacht had aangezegd. Daar was de trainer zeldzaam gegriefd door en hij eiste excuses. Inmiddels is met RTL ‘een goed gesprek’ gevoerd; de NOS heeft nog geen excuus aangeboden. En dat gaat de omroep merken. ‘Ik zal tijdens persconferentie geen enkele vraag van de NOS meer beantwoorden,’ zegt Van Gaal.

Hoe het verder moet met die zeven, acht onwillige spelers? ‘Tijdens het seizoen kun je daar niet veel aan veranderen,’ zegt de trainer. ‘Maar spelers weten het natuurlijk zelf. Die trekken na het seizoen hun conclusies.’

Ronald de Boer: ‘Omdat ik gek van Louis ben, ben ik nu natuurlijk AZ-fan. Eerlijk gezegd hoop ik altijd dat Louis wint, zelfs al zou hij met elf klootzakken spelen. Hij verdient succes.’

‘Vergeet een ding alsjeblieft niet,’ zegt Patrick Kluivert ernstig. ‘Deze man heeft gigantisch veel betekend voor het Nederlandse en internationale voetbal. Het is wel erg makkelijk om hem neer te zetten als een woeste schreeuwer. Wij in Nederland beseffen niet half wat een bijzondere man hij is.’

Hoe zijn toekomst eruit ziet, weet Van Gaal niet. Hij gaat op 8 augustus in Portugal – waar hij een tweede huis heeft – trouwen met Truus. Daarna is hij in principe nog twee jaar bij AZ. En dan is hij zestig. Geen punt. ‘Ik vind dat ik er nog uitzie als een jonge god. Wat ik allemaal nog doe, dat is werkelijk ongelofelijk.’ Met een geringschattend lachje: ‘Veel mensen gaan op mijn leeftijd alleen nog maar golfen. Dat zie je mij voorlopig niet doen.’