Als literatuurhistoricus van de negentiende eeuw is Marita Mathijsen wel wat gewend. Dat was een eeuw met een veel verhullende buitenkant. Over het ‘verborgen leven’ daarachter schreef ze het boek De gemaskerde eeuw. Daarin gaat het over seksualiteit, over ‘de eenhandige zonde’, over prostitutie en ‘de onderbuik van de literatuur.’
Ook ziektes, zelfmoord, misdaad en drankzucht komen aan de orde. Om te begrijpen tegen welke achtergrond dit verborgen leven zich afspeelde gaat het ook over het gezin, de liefdadigheid en het geloof. Kortom: dit was de eeuw van de dubbele moraal, waarin men het ene zei en het ander deed.
Dat is in het begin van de eenentwintigste eeuw wel anders. Geen dubbele moraal, maar een en al openhartigheid en transparantie als het over de seksen gaat. Zelf heeft Marita Mathijsen (1944) in Limburg de jaren vijftig nog meegemaakt, toen er nog een strikte scheiding was tussen jongens en meisjes. In de kerk waren speciale jongens- en meisjesbanken. ‘Je kon een draai om je oren krijgen als je de codes doorbrak’ schrijft Mathijsen in Seks in Limburg (2012). ‘Geen jongen die zich op de meisjesspeelplaats vertoonde, geen meisje dat stiekem in de jongensbank in de kerk zou gaan zitten.’ Dit was de katholieke variant van het islamgebod dat moslimjongens moslimmeisjes niet mogen aankijken.
Ruben mag alles
Ondanks dit wel-iets-gewend-zijn is Mathijsen toch enigszins ‘uit het lood geslagen’ wanneer haar dochter Alma (1984) haar een gedicht stuurt waarin ze schrijft dat ze een jongen of man wil zijn en als meisje het gevoel heeft ‘verminkt’ geboren te zijn.
In het gedicht zegt Alma dat ze als meisje veel te kwetsbaar is, ze wil Ruben heten en een jongen of man zijn die ‘een grote piemel en een nog groter ego’ heeft.
Dit gedicht is het begin van de briefwisseling tussen moeder en dochter over de verhouding tussen de seksen onder de titel Niet schrikken mama, uitgegeven ter gelegenheid van de Maand van de geschiedenis die in het teken staat van Zij/Hij.
Mathijsen had altijd gedacht, schrijft ze in haar eerste brief aan Alma, ‘dat je tevreden was met je lijf.’ In het gedicht zegt Alma dat ze als meisje veel te kwetsbaar is, ze wil Ruben heten en een jongen of man zijn die ‘een grote piemel en een nog groter ego’ heeft. Die Ruben mag alles in haar voorstelling, meisjes commanderen, ze uitlachen, zeggen ‘dat ze zich niet moeten aanstellen.’ Hij wil ‘meisjes verkrachten en er mee wegkomen’, hij ‘wil een man zijn, dat wil zeggen een vrouw zonder angst/om nooit bang te hoeven zijn in de nacht.’
Dit kan inderdaad schrikken zijn geweest voor Marita Mathijsen omdat ze op deze manier voor het eerst te horen kreeg dat haar dochter, de schrijfster van boeken als Alles is Carmen en De grote goede dingen, zich extreem onveilig voelt in het leven. Dat wist ze niet. Ze schrijft dat ze als moeder wel geweten heeft ‘dat er altijd gevaar dreigt’ voor een meisje. Vandaar dat ze overbezorgd was en Alma altijd overal naar toe bracht en ophaalde. En dat ze haar daarom op ‘een cursus zelfverdediging’ heeft gedaan.
ingebakken genderrollen
In haar roman De grote goede dingen beschrijft Alma Mathijsen een verkrachting die in werkelijkheid op haar zestiende plaats zou hebben gehad. Daar had ze haar moeder nooit over verteld. Die las de roman en vermoedde uit de manier van vertellen dat zich dit in werkelijkheid moet hebben afgespeeld.
De heftigheid van het gedicht verrast Marita Mathijsen. Wil Alma een jongen of man zijn uit frustratie over die verkrachting, en/of algemener omdat ze als man geen angst hoeft te hebben? Alma voelt zich kwetsbaar en breekbaar, al is haar toon dat allerminst. Marita verbaast zich over die breekbaarheid: ‘Die breekbaarheid die je vrouwen toeschrijft in je gedicht, geldt die nog zo sterk in onze tijd?’, vraag ze.
Dat is een goede vraag omdat er in deze brieven nog iets anders speelt dan die breekbaarheid: Alma wil af van wat ze de ‘ingebakken genderrollen’ noemt. Conform haar eigen gevoel en dat van de tijdgeest wil ze het open laten of ze een mannelijk of vrouwelijk iemand is. Ze wil van de vaste genderrollen af, ‘binnen twintig jaar’: ‘Ik wil onzeker kunnen zijn, hoewel deze wereld standvastigheid verlangt.’ Dat Marita nog in jongens en meisjes, mannen en vrouwen denkt vindt ze ‘oudegeneratiedenken.’
Marita Mathijsen is in haar antwoorden allerminst uit het lood geslagen vanwege Alma’s onverwachte mededeling dat ze liever een man wil zijn. Met liefde en professorale kalmte is ze het met Alma oneens. Dat is verstandig, want Alma vliegt nogal eens uit de bocht.
Maar dat is verleden tijd: voortaan zal ze theatraal ‘met geheven hand waarin ik een tampon klem naar de wc lopen.’
Alma Mathijsen heeft zichzelf geprogrammeerd als boze witte vrouw, met alle modieuze ingrediënten van dien. In een interview in de NRC van begin dit jaar zei ze: ‘Ik wil tegen onrecht vechten. Zwarte Piet, MeToo. Ik dwing mezelf om grenzen over te gaan. In elk boek wil ik iets nieuws bedenken.’ Dit suggereert dat er onrecht bedacht wordt om tegen onrecht te kunnen vechten.
baby’s in de kamer
Wanneer het over menstruatie gaat vertelt Marita het ontroerende verhaal van haar vader die uitlegde hoe het werkte. De baarmoeder was een soort kamertje waar een baby kon groeien. Als er geen baby kwam werd het behang van het kamertje elke maand afgepeld en opnieuw behangen. Het oude behang zou er dan als bloed uitkomen. Daarvoor kreeg ze verband. Hoe er baby’s in het kamertje kwamen, hoorde ze pas later op de middelbare school.
Bij Alma roept menstruatie heel iets anders op. Voor haar heeft het met onrecht te maken. De fabeltjes over vrouwen die onrein zouden zijn, leven volgens Alma ‘nog steeds voort.’ Daar denkt ze aan als ze ‘met een tampon verscholen in mijn handpalm door een restaurant loopt.’ Maar dat is verleden tijd: voortaan zal ze theatraal ‘met geheven hand waarin ik een tampon klem naar de wc lopen.’ ‘Als we streven naar echte gelijkheid’ zouden tampons en maandverband volgens Alma door de overheid beschikbaar gesteld moeten worden
Alma Mathijsens verhouding tot mannen komt niet in directe zin ter sprake (ze zegt dat ze zich ‘nooit alleen tot jongens aangetrokken’ heeft gevoeld), maar wel door wat ze schrijft over haar fascinatie voor matriarchaten. Ze noemt het dorp Umoja in Kenia. De oprichtster in 1990 ‘was helemaal klaar met het geweld waarmee vrouwen moesten leven.’
Alma doet alsof we nu in eenzelfde soort gewelddadige ‘mannenwereld’ leven. Daarin voelt ze zich onveilig. Ze ‘hunkert naar een wereld waarin een vrouw niet meer hoeft te calculeren of ze zich wel of niet kan uitspreken, omdat dat haar wellicht te veel gaat kosten.’ Kunnen vrouwen zich nu niet uitspreken?
een nieuwe pikorde
Er is nog veel nodig om de gelijkheid tussen van mannen en vrouwen tot werkelijkheid te maken, maar we leven onmiskenbaar steeds minder in een mannenwereld. Marita herinnert er fijntjes aan dat ze van de kleuterschool tot de middelbare school door nonnen werd opgevoed. In hun kloosters heerste geen vrouwelijke vrede, maar een pikorde die alle trekken had van een patriarchaat.
Ook al wil Alma ‘onzeker kunnen zijn’, ze ziet alles heel zeker door een vrouwelijke bril. De ‘mannenwereld’ is louter een vijandige wereld voor haar. Ze denkt dat bijna alle mannen ‘gewend zijn als neutrale en objectieve entiteit te worden gezien.’ Ons wereldbeeld moet veranderen, schrijft ze, en ‘doorspekt worden met vrouwelijke helden.’ Er is niets tegen vrouwelijke helden, maar wel als ze kunstmatig, en louter om het getal, worden klaargestoomd voor een nieuwe pikorde, maar nu een matriarchale.
Niet schrikken mama begint met een gedicht, het eindigt er ook mee. Alma Mathijsen wil daarin pas een meisje zijn als er aan een hele reeks voorwaarden is voldaan, van kelderboxen waar geen enge geluiden in klinken tot mannen die gaan zitten om te plassen. En ‘als een kwade vrouw geen hysterisch wijf is.’ Na zich rot geschrokken te zijn is haar moeder Marita er nuchter onder gebleven en schrijft mooie brieven, zoals die over het toneelstuk Vrouwenstaking van Aristophanes. Daarin weigeren vrouwen seks te hebben zolang er geen vrede is tussen Athene en Sparta. Dat was pas schrikken voor de mannen.
Niet schrikken mama door Marita en Alma Mathijsen is uitgegeven door de CPNB ter gelegenheid van October, de Maand van de geschiedenis 2019.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.