Met een confronterend boek wil de Canadese wetenschapsjournalist Leigh Phillips zijn linkse vrienden weer op het spoor brengen van oude progressieve idealen. ‘Vroeger stond links voor vooruitgang voor de massa.’

Een al jaren kwakkelende economie met hoge werkloosheid: het zou de springplank moeten zijn voor de opleving van linkse politiek. Intussen zien we in Nederland en de wijde omtrek vooral een afbrokkeling van linkse partijen. Rechts populisme lijkt het te winnen. Hoe kan dat? Waar blijft links?

Welnu, soms is het slechts nodig om te herkennen hoe de linkse agenda is gegijzeld door pessimisten die vrezen voor de toekomst, meent Leigh Phillips. Deze Canadese wetenschapsjournalist is een lefty in hart en nieren, die het aantal demonstraties en stakingen waaraan hij heeft meegedaan niet eens meer kan tellen. Phillips wil niets liever dan zijn kameraden herinneren aan oude, progressieve ideeën, die – als ze eenmaal zijn afgestoft – de linkse politiek volgens hem weer glans kunnen geven.

Daarom schreef Phillips een boek, Austerity Ecology & the Collapse-porn Addicts: A defence of growth, progress, industry and stuff. Het leest bijna als een pamflet, met een ferme uithaal hier en een subtiele trap op de tenen daar. ‘Misschien ga ik af en toe iets te ver,’ erkent hij, ‘maar we moeten echt af van de onzin en de pessimistische houding over mens en moderniteit.’

Wat is er volgens u mis met links?
‘Links is anti-modern geworden. Vroeger stond links voor vooruitgang voor de massa, maar links heeft zich – eigenlijk al decennialang – gekeerd tegen allerlei moderne verworvenheden. Links heeft geen aansprekend verhaal meer voor de arbeidersklasse. Dat heeft gezorgd voor de malaise waar we vandaag in zitten.’

Advertentie

Advertentie

Maar links is toch voor vooruitgang en tegen bezuinigingen?
‘Ja, maar ze zijn óók tegen consumptie. Dat is onverenigbaar!’

Hoe bedoelt u dat?
‘Ik geloof best dat de meeste linkse mensen de bezuinigingen zien als een aanval op de levensstandaard van gewone mensen, op hun gezondheidszorg, hun pensioenen, hun lonen, op het onderwijs. Maar er zit een ongemakkelijke ambivalentie in de linkse houding. Het zijn namelijk grotendeels dezelfde mensen die tegelijk beweren dat we minder moeten consumeren omdat de aarde ons consumptieniveau niet aankan, of omdat het niet moreel is. Dat is curieus. Je kunt toch niet de ene dag protesteren tegen de bezuinigingen – die tot gevolg hebben dat we minder te besteden hebben – en de volgende dag demonstreren om ons op te roepen minder te consumeren? Want het resultaat van een oproep om te consuminderen is gelijk aan de bezuinigingsmaatregelen.’

Volgens u is het een tegenstelling?
‘Jazeker, en linkse mensen herkennen dat niet. En ze herkennen niet dat deze oproep – hoe je die ook verwoordt – honderd of vijftig jaar geleden onmiddellijk zou zijn ontmaskerd als een conservatieve, rechtse aanval op materiële vooruitgang voor de massa.’

Het linkse antwoord is dat we allemaal moeten gaan tuinieren in onze eigen volkstuin, lekker “in harmonie” met de natuur.

Wie links was, was vóór grotere consumptie?
‘Natúúrlijk. Voor Marx was het een centraal thema in zijn werk. Zelfs in het Communistisch Manifest worden de productieve wonderen van het kapitalisme uitvoerig bezongen. En je had Sylvia Pankhurst (de bekende suffragette uit de eerste helft van de twintigste eeuw, red.) die zei dat socialisme gelijkstond aan “overvloed voor allen”. Een socialist eist altijd méér. Maar vandaag kijken linkse mensen neer op die grote drommen mensen die bij iedere uitverkoop in de rij staan om een flatscreen te kopen. Linkse activisten en commentatoren doen daar neerbuigend over.’

Hmm, maar zij kopen toch ook wel eens iets?
‘Precies. Daarom is het ook zo dubbel. In een interview met het glossy magazine Vogue werd Naomi Klein (journaliste, bekend van No logo, red.) gevraagd wat ze zou missen aan het kapitalisme. Weet je wat ze zei?’

Nee. Wat zei ze?
De schoenen. Naomi Klein heeft thuis kennelijk rijen vol schoenen staan. Oh, en ook een dure sapcentrifuge. En de kasten puilen uit van de kinderboeken.’

Goed, dat mag toch?
‘Ja, maar terwijl zij lekker thuis zit met haar Manolo Blahniks en haar Breville-juicer van 400 dollar doet ze heel neerbuigend over mensen die goedkope vliegreisjes boeken, of een Xbox willen, of gewoon een happy meal. Maar waarom zou de arbeidersklasse – die, voor de goede orde, in de meeste sectoren in het Westen sinds de jaren zeventig niet een echte, voor inflatie gecorrigeerde inkomensstijging heeft gezien – haar pleziertjes opgeven?’

U bedoelt dat de linkse kritiek wat snobistisch is?
‘Ja, het is puur snobisme. En het versterkt nog eens de fundamentele vergissing van linkse mensen: ze verlangen terug naar vroeger. Van Naomi Klein tot Greenpeace: ze denken dat het vroeger beter was. Maar uit alle objectieve maatstaven blijkt dat dit niet zo is: we leven gezonder en langer, we zijn rijker, hebben meer mogelijkheden, zijn beter opgeleid en er is minder oorlog en geweld.’

Misschien bedoelen ze dat de staat van het milieu vroeger beter was.
‘Er zijn heus serieuze uitdagingen: van hoe we minder CO2-uitstoot krijgen tot hoe we de vissen in onze oceanen houden. Hoe we die problemen gaan oplossen, is niet altijd duidelijk. Wat ik wél weet, is dat het niet zal helpen als we ons terugtrekken. Wat we nodig hebben, is technisch vernuft, innovatie, groei, ofwel: méér moderne beschaving, niet minder. Intussen is het linkse antwoord dat we allemaal moeten gaan tuinieren in onze eigen volkstuin, lekker “in harmonie” met de natuur. En wat ze zelf niet kunnen verbouwen, kopen ze bij de boerenmarkt, natuurlijk wel biologisch.’

U doet er wat flauw over.
‘Sorry, zo bedoel ik het niet. Ik ga zelf ook graag naar de markt, dus ik weet hoe fijn dat kan zijn. Het vóélt beter, op een emotioneel niveau. Maar linkse denkers beweren te snel dat die boerenmarkten kunnen helpen om grote milieuproblemen als klimaatverandering op te lossen. Dat is niet alleen gemakzuchtig, maar het betekent ook dat allerlei andere linkse idealen overboord worden gegooid. Want waar is bijvoorbeeld onze solidariteit met Afrikaanse boeren die boontjes verbouwen wanneer we allemaal bonen uit onze eigen tuin halen? Moeten zij het dan maar lekker zelf uitzoeken? De behoefte aan lokale, tastbare oplossingen is vooral een teken van ondoordacht handelen en angst voor grote, internationale structuren.’

Toch stellen linkse denkers dat het mogelijk is om de hele wereldbevolking te voeden met kleinschalige, biologische landbouw.
‘Ja, maar tegen welke prijs? Ze ontkennen niet dat de opbrengsten lager zijn dan bij intensieve landbouw. Dus heb je heel veel meer oppervlakte nodig om voedsel te produceren en dat betekent dat je ruimte moet afnemen van bossen of andere natuurgebieden. Het is ook zo dat de CO2-uitstoot per eenheid veel groter is bij kleinschalige landbouw. Dus: ja, het kán wel, maar het heeft gevolgen die te gemakkelijk worden genegeerd.
In het algemeen geldt dat welvaart de snelste manier is om het milieu schoner te maken. Iedereen die wel eens in een arm land is geweest, weet hoe slecht het milieu er daar aan toe is en hoe slecht ervoor wordt gezorgd. Vanaf een bepaald niveau van welvaart maken we ons daar meer zorgen over en komen we met oplossingen.’ 

Een fiets vinden ze zeer geschikt voor mensen die in Afrika of China wonen, maar een auto? Liever niet, want dat is zo vervuilend.

Linkse denkers zeggen: onze eindige aarde kan geen oneindige groei aan.
‘Inderdaad. Ze vergelijken het vaak met bacteriën in een petrischaaltje, of een hamster die maar blijft eten en eten. Het punt is: wij mensen zijn geen bacteriën en ook geen hamsters. Wij zijn uniek. Sommige diersoorten hebben beperkte vaardigheden om gereedschap te gebruiken of iets wat een beetje lijkt op cultuur, maar het valt in het niet bij wat wij doen. Wij bedenken nieuwe technologieën. Wij verzinnen oplossingen die ons in staat stellen om te groeien, om meer te doen met minder. Dát is de geschiedenis van de mens. Onze grootste motor van vooruitgang is onze technologische innovatie.’

Moeten we daar dan maar op vertrouwen?
‘Nou ja, het gebeurt niet automatisch. Daarvoor moet innovatie worden gestimuleerd en moet er enige regulering zijn.’

Innovatie, regulering: nu klinkt u precies als de linkse voorhoede die u zo fel bekritiseert. Wat is het verschil?
‘Die linkse voorhoede heeft een nogal willekeurige opvatting over welke technologie wel en niet acceptabel is. Een fiets vinden ze zeer geschikt voor mensen die in Afrika of China wonen, maar een auto? Liever niet, want dat is zo vervuilend. Een windmolen en een zonnepaneel zijn goed, maar een kernreactor uiteraard niet, ook al kan uit dit rijtje alleen de kernreactor betrouwbare energie leveren zonder noemenswaardige CO2-uitstoot. Linkse mensen hebben geen harde, objectieve maatstaven. Ze volgen hun emotie, niet de ratio.’

Foto: Rick Collins
Aanslagen

Een ontmoeting in Mexico-Stad met Silvia Ribeiro heeft Leigh Phillips ertoe aangezet om zijn frustraties maar eens op papier te zetten. In haar kantoortje hingen posters van ‘subcommandante’ Marcos, de pijp rokende leider van de Zapatisten, de militante beweging die in de jaren negentig in opstand kwam tegen het kapitalisme en de Mexicaanse regering. Phillips krijgt een licht gevoel van nostalgie; hij had destijds dezelfde posters aan zijn muren hangen. Met zijn poëtische teksten gold Marcos als een obscure, intellectuele leider in de hoogtijdagen van het verzet tegen globalisering. In die tijd was Phillips nauw betrokken bij het linkse verzet tegen de heerschappij van multinationals.

Hij had Ribeiro opgezocht omdat zij leider was van de ETC Group. Dat is een kleine maar invloedrijke ngo die wordt gezien als de aanstichter van het wereldwijde verzet tegen genetische modificatie. Ze zijn ook uitgesproken tegenstanders van biotechnologie, nanotechnologie en kernenergie (en neurowetenschap, en klonen, en ga zo verder), omdat ze ernstig zouden ingrijpen in de wetten van de natuur.

Phillips was bij Ribeiro op bezoek voor een reportage in Nature over een serie aanslagen op onderzoekers op het gebied van nanotechnologie bij universiteiten in en rondom Mexico-Stad, waarbij vier mensen gewond zijn geraakt, van wie een ernstig.

De aanslagen – gevolgd door aanslagen in Italië en Zwitserland – werden opgeëist door een radicale groep genaamd ITS, die later ook de moord opeiste op een biotechnologie-onderzoeker die in 2011 door het hoofd werd geschoten. Leden van ITS beschouwen deze wetenschappers als de pioniers van een industriële beschaving die de aarde kapotmaakt.

De ETC Group zegt niets te maken te hebben met de aanslagen.
‘Klopt. Deze mensen keuren het geweld af. Ik geloof ze.’

Waarom was uw ontmoeting met hen dan zo ingrijpend?
‘Omdat deze mensen – met wie ik mij zo identificeer, omdat ik aan hun zijde heb gedemonstreerd – de intellectuele basis hebben gelegd voor de aanslagen.’

Gaat u nu niet te ver?
‘Als het waar was wat ETC zegt over nano- en biotechnologie, dan trokken de terroristen slechts de logische conclusie dat dit moest worden gestopt. De terroristen achten het gerechtvaardigd, omdat zij voortdurend lezen op de websites van dit soort ngo’s dat niets minder dan het leven op aarde op het spel zou staan. Ik zat daar in dat kantoortje en dacht: hoe kunnen zij het nu zó bij het verkeerde eind hebben dat ze ideeën verspreiden die leiden tot aanslagen op wetenschappers? Sinds dat moment heb ik heel wat minder tijd voor de nonsens die soms wordt verkondigd.’

Het gaat hier toch om extreme opvattingen die niet worden gedeeld door de overgrote meerderheid van links?
‘Vergis u niet. Je hoeft allang niet meer naar een anarchistische boekhandel te gaan om linkse denkers te lezen die er anti-humanistische ideeën op nahouden en het liefst de wereldbevolking gehalveerd zien. Pessimisme, misantropie, angst voor de toekomst: het is allang doorgesijpeld naar veel bredere lagen van de linkse en de groene beweging.’

De aarde behoeft onze redding niet. Wíj moeten worden gered, zowel van de klimaatsceptici als van de groenen.

Toch lijkt u in uw boek extreme en gematigde ideeën op één hoop te gooien.
‘Er mag een groot verschil zijn in de tactieken die worden gebruikt, maar de ideeën zijn zeer vergelijkbaar. Ze liggen in elkaars verlengde. In meer of minder uitgesproken bewoordingen wantrouwen ze het moderne leven en alles wat daarbij komt kijken: welvaart, technologie, wetenschap, groei, vooruitgang. Het geweld van een kleine, radicale terreurcel is slechts een logische gevolgtrekking wanneer de moderniteit wordt gezien als de grootste bedreiging van alle leven op aarde.’

Kunt u ons dan geruststellen dat het leven op aarde níét wordt bedreigd?
‘Het leven op aarde is veerkrachtig. Dat krijg je er niet zomaar onder. Tegelijk worden de ecosystemen waarvan wij afhankelijk zijn, wel degelijk bedreigd. Voor sommige levensvormen zijn de mensen een bedreiging, andere levensvormen zullen juist floreren. De vraag is of die levensvormen en ecosystemen van nut zijn voor ons.
Wij moeten niet een ecocentrisch wereldbeeld hebben, zoals de groenen willen, maar een antropocentrisch wereldbeeld: eentje waarin de mens dus centraal staat. Anders heb je geen morele norm.
Dat betekent niet dat het milieu niet belangrijk is. Sterker, juist omdat ik het milieu zo belangrijk vind en serieus neem, ben ik gefrustreerd door de groene, linkse denkers. Hun ideeën – terug naar de natuur, klein is fijn, tegen kernenergie, tegen technologie – zouden de situatie alleen maar erger maken. Het gekke is: zij zeggen voortdurend dat we de aarde moeten redden, maar de aarde behoeft onze redding niet. Wíj moeten worden gered, zowel van de klimaatsceptici als van de groenen.’

Pannekoek

Als je Leigh Phillips wat langer aan het woord laat, vallen termen als ‘klasse’ en ‘productiviteit’ voortdurend. Het duurt nooit lang voor hij zich daarvoor verontschuldigt. ‘Sorry voor het jargon,’ zegt hij tweemaal tijdens ons gesprek. Kennelijk heeft hij moeite te verbloemen dat zijn politieke vorming teruggaat naar Marx. Hij verwijst in zijn boek graag naar persoonlijke helden als Rosa Luxemburg, Leon Trotski en onze eigen Anton Pannekoek, die een onversneden links (en dus antistalinistisch) geluid lieten horen dat al decennialang is verstomd.

‘Links kijkt neer op mensen die goedkope vliegreisjes boeken.’ | Foto: Oliver Webber / Reyevine / HH

Als Phillips wordt geconfronteerd met de suggestie dat zijn geloof in technologie weinig links klinkt, komt hij aanzetten met Friedrich Engels, de trouwe kameraad van Marx, die kennelijk een zeer uitgesproken tegenstander was van Thomas Malthus, de invloedrijke predikant die rond 1800 waarschuwde voor de gevolgen van bevolkingsgroei. ‘Engels wees erop,’ zegt Phillips, ‘dat er nog altijd zoiets bestond als wetenschap – een tak waarvan hij de vooruitgang net zo oneindig en minstens zo snel achtte als de groei van de bevolking.’

Hoe denkt u dat links weer populair kan worden?
‘Om te beginnen moeten we erkennen dat het een absoluut vreselijke politieke slogan is om te roepen: “Hé, luister iedereen, stem op mij, ik beloof u minder!” Geloof me, it’s not a winner. Doordat er niet echt een positief verhaal is, is er nu een nieuwe categorie politici die een grote groep mensen in de samenleving aan zich weet te binden.’

Aan wie denkt u dan?
‘Donald Trump.’

U bedoelt dat Trump stemmen wint van mensen die anders links zouden hebben gestemd?
‘Deels, ja. Trump is populair onder mensen met lage inkomens. Zij voelen zich al jaren vervreemd van de politiek. En nu worden ze aangesproken door een politicus die hen laat geloven dat zij het weer écht beter zullen krijgen en dat er iemand aan de macht kan komen die het voor hén zal opnemen. Trump is iemand die hen kan laten dromen van een golf van voorspoed zoals je die in de jaren vijftig en zestig ineens had.’

Linkse politici laten mensen niet meer dromen?
‘Precies. Zij hebben het niet meer over materiële vooruitgang. Ze zeggen nog net dat ze tegen bezuinigingen zijn, maar je hoort aan alles dat ze er ambivalent in staan. Ik geloof dat links terug moet naar zijn prometheïsche wortels. Terug naar de wens om als de goden te zijn. Terug naar het idee dat wetenschap en technologie ons materiële en morele vooruitgang zullen brengen. Voor te veel mensen heeft links vandaag weinig tot niets te bieden.

Hier in het noorden van Canada, waar maar heel weinig mensen wonen, zie je extreme armoede. Inheemse indianenstammen leven afgesloten van het elektriciteitsnet, zo ongeveer als afgelegen stammen in Afrika. Wat doen linkse politici en commentatoren? Zij romantiseren dat leven. Ze vinden dat we hen “in hun waarde” moeten laten, dat we hun “tradities” moeten respecteren, dat we hun vooral niet moeten vermoeien met de westerse leefstijl die ze toch niet gelukkiger zal maken. Ik ben het daarmee oneens. Sterker, ik vind die opvatting weerzinwekkend, zeker voor mensen die zichzelf links noemen. Ik vind dat deze arme mensen – álle arme mensen – recht hebben op fatsoenlijke ontwikkeling, zodat zij ook kunnen genieten van een modern leven.’

Hoe is uw boek ontvangen door linkse lezers?
(Onwennig gegrinnik.) ‘Laat ik zeggen dat ik blij ben dat er óók lezers zijn geweest die me bedankten en zeiden dat ik woorden heb gegeven aan een sluimerend gevoel dat ze allang hadden…’

Máár…?
‘Maar er waren vooral veel boze, verbitterde reacties, moet ik zeggen. Ze vonden mijn betoog te kort door de bocht, of te sarcastisch, en ze verdenken me ervan dat ik me voor het karretje laat spannen van Monsanto, Silicon Valley, de mijnindustrie, et cetera. De persoonlijke aanvallen vind ik soms wat lastig.’

Uw heeft uw boek geschreven als een manifest met scherpe formuleringen. Dat roept reacties op.
‘Klopt. Ik vraag ook niet om uw medelijden. Politiek is geen theekransje. Wie de arena van het publieke debat opzoekt en zich sterk uitdrukt, mag heftige reacties verwachten. Dat accepteer ik… Ach, weet u, misschien heeft links wel zo’n confrontatie nodig.’

Wie

Leigh Phillips

Bekend van

Phillips is wetenschapsjournalist en schrijft onder meer voor Nature en Scientific American. Opiniestukken schrijft hij voor progressieve titels als The Guardian, Red Pepper en Jacobin. Eerder volgde hij vanuit Brussel de Europese Unie als politiek verslaggever.

Waarom

Hij schreef onlangs het boek Austerity Ecology & the Collapse-Porn Addicts: A defence of growth, progress, industry and stuff, waarin hij veel kritiek uit op het gangbare linkse denken. ‘Collapse-Porn’ in de boektitel verwijst naar de fetisj die sommige linkse activisten zouden hebben voor verlaten, verloederde en overwoekerde gebouwen en steden: symbolen voor de door hen zo gewenste afbraak van de industriële samenleving. Een mildere variant van deze fetisj is te zien in bestsellers en Hollywoodfilms waarin het einde van de wereld wordt verkondigd.

Enz

Phillips heeft twee jaar in Amsterdam gewoond. Hij zegt vooral de bruine cafés en de satékroketten van de Febo erg te missen.