Er gebeurt, zoals altijd bij Irving, allemachtig veel in de exotische wereld van Last Night in Twisted River. Rare personages, fascinerende flauwekul, Irving weet je mee te voeren. Maar zijn makke is dat hij te veel wil laten zien wat hij allemaal kan.

Altijd weer die beren
Hij weet je als lezer direct bij de lurven te grijpen, John Irving (Exeter, 1942). Al op de eerste pagina van zijn twaalfde roman Last Night in Twisted River verdrinkt de puberjongen Angel in een kolkende rivier. Hij stapte mis toen hij van de ene drijvende boomstam naar de andere probeerde te komen.

Het is 1954, Coos County, New Hampshire en we bevinden ons onder rauwe klanten, werkzaam in de lokale houtindustrie. De nederzetting heet Twisted River.

We leren meteen de voornaamste personages kennen: de hinkende kok Dominic Baciagalupo (‘Cookie’), zijn twaalfjarige zoon Daniel en hun ruige vriend Ketchum. Ooit, komen we ook al snel te weten, vormden Dominic, diens echtgenote Rosie en Ketchum een menage à...