muziek

Laibach in Noord-Korea: een onbevattelijk kunstwerk

Kees Driessen
Laibach in Korea. Foto: Dita Alangkara/AP/HH

Waarom heeft Noord-Korea in godsnaam Laibach uitgenodigd? Laibach! Een Sloveense band die in het Westen al decennia verdeeldheid zaait met zijn totalitaire iconografieën. En toch mochten zij als eerste echte westerse rockgroep optreden in Noord-Korea. Ik kan er met m’n hoofd niet bij.

Het was een optreden dat in zichzelf, louter door te bestaan, een waanzinnig en onbevattelijk kunstwerk vormt. Slavoj Žižek, Sloveens filosoof, noemde het ‘de meest fascinerende culturele en politiek-ideologische gebeurtenis van de 21ste eeuw tot nu toe’. Het kreeg vorig jaar, toen het plaatsvond, wereldwijde media-aandacht. En nu beleeft de documentaire erover, Liberation Day, zijn internationale première op documentairefestival IDFA in Amsterdam.

Ik zag de documentaire, hoorde de analyse van Laibach die Žižek (oud-huisgenoot van de band) ter begeleiding gaf, zag het optreden en sprak na afloop met bandleden Ivan Novak en Mina Špiler. En ik begrijp het nog steeds niet: waarom heeft Noord-Korea deze band in vredesnaam toegestaan op te treden in Pyongyang?

Laibach zei ooit: ‘Wij zijn fascistisch, zoals Hitler een schilder was.’

De organisator van het concert, Morten Traavik, vertelde in Amsterdam dat hij vertrouwen had gewekt met eerdere culturele uitwisselingen (een Noord-Koreaanse accordeonversie van Take on Me werd een bescheiden internethit) en dat de Noord-Koreanen zich misschien thuis voelden bij de martiale klank van Laibachs muziek. Maar dat verklaart weinig: je hoeft maar even te googlen om te weten dat Laibach vanaf zijn oprichting in 1980 uiterst controversieel is gebleven, door de vermenging van communistische, fascistische en andere totalitaire iconografieën. Daarbij vergeleken is navolger Rammstein slechts ‘Laibach voor adolescenten’, zoals de Slovenen zelf zeggen. En de Noord-Koreanen hadden gegoogled, blijkt aan het begin van Liberation Day: bij hun ontvangst in Pyongyang worden ze door een cultureel kopstuk ‘neo-nazi’s’ genoemd en hun muziek ‘verschrikkelijk’. En toch ging het concert door! Hoe? Traavik had, zei hij, de Noord-Koreanen ervan overtuigd dat de westerse pers niet te vertrouwen was – daarin werd Noord-Korea toch zelf ook vaak fascistisch genoemd? Laibach zei ooit: ‘Wij zijn fascistisch, zoals Hitler een schilder was.’

En ja, het concert ging door. In het forse Ponghwa Art Theater in Pyongyang. En ik kan er nog stééds niet bij.

Laibach in het Ponghwa Art Theater. Foto: novinite.com

Ik ken Laibach vanaf eind jaren tachtig. Ik luisterde naar vroege, gruiziger albums als Nova Akropola en Krst pod Triglavom. Ik kocht in 1989, toen Slovenië nog in Joegoslavië lag, albums en een Laibach-poster in Ljubljana, de Sloveense hoofdstad waarvan Laibach de Duitse naam is, gebruikt tijdens de nazi-bezetting maar ook al sinds de Middeleeuwen. Op de poster: een stralend Duits gezin, geknipt uit nazi-propaganda, tegen een communistische achtergrond. Zware, duistere, zelfs weemoedige industriële muziek. Die werd toegankelijker toen ze vanaf Opus Dei ook covers gingen opnemen. Hun bekendste, die ze ook in Pyongyang speelden, is Life is Life/Leben heißt Leben, een martiale bewerking van de Europese monsterhit van de Oostenrijkse band OpusEn toen hoorde ik opeens hoe absurd totalitair de tekst van dat hitje eigenlijk was: ‘When we all give the power / We all give the best / Every minute of an hour / Don’t think about a rest / Then you all get the power / You all get the best / When everyone gives everything / And every song everybody sings.

Of neem het nummer One Vision van Queen, door Laibach gecoverd als Geburt einer Nation: ‘One flesh / one bone / one true religion /One voice / one hope / one real decision.’ Dat klinkt behoorlijk fascistoïde. Zeker als je daarbij een vol stadion Queen-fans tegelijk de armen ziet heffen, zoals voorbijflitst in Liberation Day.

En, zoals Novak onderstreept: Laibach kan niet gecensureerd worden. Bij elk ander gezelschap zou toegeven aan de censuur een gênante artistieke knieval zijn – bij kunstcollectief Laibach is de censuur (ongeveer de helft van de voorgestelde nummers en een deel van de projecties werden geschrapt) automatisch onderdeel van het optreden: omdat het hele optreden, inclusief alles wat eromheen gebeurt, het kunstwerk is. Dus ook het vrij wezenloze applaus van het Noord-Koreaanse publiek.

De jongere zangeres Mina, die geen persoonlijke herinneringen heeft aan Joegoslavië, vond Noord-Korea lijken op wat ze zich bij het land van haar ouders voorstelde: ‘Hoe mensen samen belangrijke dagen herdenken, hoe de leider overal aanwezig is – en geliefd, tenminste uiterlijk.’ Maar als ik Novak vraag of Noord-Korea hem op enigerlei wijze aan Joegoslavië deed denken, begint hij over de tegenwerking die ze kregen uit Brussel, toen de Sloveense delegatie hen daar liet optreden met een symfonieorkest. Een pot-verwijt-de-ketel-argument, dat te flauw is om serieus te nemen.

Maar als hij zegt: ‘In Joegoslavië was het allemaal niet zo hardcore. Communisme met een menselijk gezicht, zogezegd. De underground-bewegingen waren niet eens zo underground. Ook Laibach opereerde grotendeels bovengronds’, en: ‘Joegoslavië meer leek op een soort kleine Europese Unie. Met verschillende staten, culturen en talen. En het lijkt erop dat de EU dezelfde kant op gaat’, dan is dat misschien ook een omdraaiing om te provoceren – maar dan zit er helaas wel wat in. ‘Kapitalisme is net zo utopisch als communisme is. Of was,’ zegt Novak. Ook niet per se onwaar.

Laibach is een meta-totalitaire band: een muzikale kunstgroep met totalitarisme als onderwerp. Het ruwe materiaal draaien ze om en om en om, totdat ook hun Noord-Koreaanse gastheren niet meer weten wat onder en wat boven is. En Laibach, op uitnodiging, de onaantastbare Noord-Koreaanse juche-ideologie kan reflecteren in de fascistoïde tekst van een Oostenrijks zomerhitje – en daarvoor nog beleefd applaus krijgt ook.


Het Koreaanse publiek kijkt keurig naar Laibach. Foto: Dita Alangkara/AP/HH

Liberation Day van Morten Traavik en Ugis Olte wordt nog vertoond op het International Documentary Filmfestival Amsterdam op donderdag 24 november (18:30 uur, Munt 10) en zondag 27 november (16:15 uur, Tuschinski 4). Zie idfa.nl.

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.

vn.nl is vernieuwd!

Vanaf 15 december bieden wij onze leden exclusieve online artikelen. Om te lezen, te delen en op te reageren.

  • Dagelijks de beste artikelen
  • Bovenop het nieuws
  • Kritisch en optimistisch
  • Bijdragen direct in je mailbox
  • Maandblad online lezen

Voor huidige abonnees:

Heeft u in het verleden een online account aangemaakt, dan moet u door alle veranderingen een nieuw wachtwoord aanmaken.
Meteen een nieuw wachtwoord aanmaken

Wel abonnee maar nog geen account?
Registreer je dan om direct te lezen