PARLEMENTAIR GEREEDSCHAP
Welke middelen staan parlementariërs ter beschikking en hoe gebruiken ze die? In een serie onderzoeksartikelen, profielen en interviews werpt Dieuwertje Kuijpers licht op het Kamerwerk.
Voor leden van de coalitie in de Tweede Kamer loopt het Kamerwerk anders dan voor oppositieleden. Makkelijker? Lees het hier.
Het is niet meer weg te denken Haagse kretologie: ‘macht en tegenmacht’. Er was al onmin ontstaan toen bleek dat kritische Kamerleden werden tegengewerkt tijdens het toeslagenschandaal, en de oppositie was ook niet gecharmeerd van het meermaals ontbreken van ‘actieve herinneringen’ en cruciaal sms-verkeer in het (digitale) geheugen van premier Mark Rutte (VVD).
En toen bij toeval een verkenningsnotitie met daarop de woorden ‘positie Omtzigt, functie elders’ op de gevoelige plaat werd vastgelegd door een persfotograaf was het hek van de dam. Het kabinet bleek voltallig vergaderd te hebben over het ‘sensibiliseren’ van Kamerlid Omtzigt en andere kritische Kamercollega’s. Het bespreken van de positie van een individueel Kamerlid tijdens een kabinetsformatie was het zoveelste bewijs dat de uitvoerende (kabinets)macht te veel invloed en zeggenschap afsnoepte van de controlerende (Kamer)macht.
Pieter Omtzigt werd het symbool van deze strubbelingen tussen oppositie en coalitie, maar wees zelf ook op het gebrek aan bewegingsvrijheid van coalitie-Kamerleden. VVD-Kamerlid Ulysse Ellian daarentegen zegt dat het een ‘eigen’ bewindspersoon (in dit geval D66-minister voor Rechtsbescherming Franc Weerwind) ook vanuit de coalitie lastig kan worden gemaakt.
Ellian moet dat overigens bekopen met een andere beperking op zijn bewegingsvrijheid: omdat hij zich als Kamerlid vast heeft gebeten in de georganiseerde misdaad, wordt hij al enige tijd streng beveiligd. Een lot dat hij overigens deelt met zijn vader, rechtsgeleerde Afshin Ellian, die vanwege zijn islamkritiek nog altijd wordt beveiligd.
Hoe zetten deze twee Kamerleden met ruime coalitie-ervaring hun ‘tegenmacht’ in?
Pieter Omtzigt: ‘Als coalitie-Kamerlid weet je zeker dat als je de regering ten val brengt, dat je dat je baan kost.’
Omtzigt: ‘Als je een normale werkgever-werknemer verhouding hebt, dan kan de werkgever in mijn beleving zeggen: “je bent ontslagen”, en dan ben je ontslagen. De Tweede Kamer kan, als “werkgever”, wel het vertrouwen in de regering opzeggen, maar de vraag is vervolgens wie er dan ontslagen wordt. In Nederland hebben we de rare situatie dat degenen die partijleider zijn, ook vaak degenen zijn die minister worden. Dat is een ongezonde verhouding. Partijleiders hebben geen volledige zeggenschap, maar wel dermate veel invloed dat jij als coalitie-Kamerlid zeker weet dat als je de regering ten val brengt, dat je je baan kost. En dat is echt iets wat je moet beseffen als je de stemmen en het gedrag van coalitie-Kamerleden wilt duiden.’
Grote fouten
Ellian: ‘In de gemeenteraad van Almere was ik fractievoorzitter van de VVD en dus onderdeel van de coalitie, in de Tweede Kamer ben ik ook weer onderdeel van de coalitie, dus ik heb de politiek eigenlijk alleen maar vanuit coalitieperspectief meegemaakt tot nu toe. Ik ben het wel eens met Pieter Omtzigt, een motie van wantrouwen is te vergelijken met een nucleair wapen, maar ik vraag me af of het daarom ook zinnig is om van tevoren al te laten weten onder welke voorwaarden je het gaat inzetten.
Een motie van wantrouwen tegen een minister is de ultieme consequentie in ons systeem. Uiteindelijk is je afweging als Kamerlid: of ik berust hierin, of ik stuur iemand weg. Dat laatste moet dan wel echt een doel dienen. Laatst kwam er bijvoorbeeld een belangrijk rapport uit van de Onderzoeksraad voor Veiligheid waarin werd geconcludeerd dat er grote fouten waren gemaakt bij de bewaking en beveiliging van de broer van kroongetuige Nabil B., advocaat Derk Wiersum en vertrouwenspersoon Peter R. de Vries. Direct ging het in de media over de vraag hoe zwaar het zou worden voor de minister en of ze nog zou kunnen blijven, terwijl niemand nog wist wat ze zou gaan zeggen.
Daarom is het middel van de motie van wantrouwen deels ook bot geworden denk ik, het wordt ingezet voor een electoraal doel. Maar je moet de motie van wantrouwen reserveren voor die gevallen waarin het op de inhoud duidelijk is dat er onder deze ministeriële verantwoordelijkheid aantoonbaar zaken verkeerd zijn gegaan. Overigens kan het dan ook aan de minister zelf zijn om hier verantwoordelijkheid in te nemen.’
Omtzigt: ‘Dat je een motie van wantrouwen niet dagelijks gebruikt is vooral heel gezond. Je kunt niet – zoals Donald Trump in die realityshow – elke week “you are fired!” roepen. Als je zo te werk gaat in een bedrijf blijft er geen personeel over, en dat geldt ook in de politiek. Waar ik mij zorgen om maak, is dat er effectief zo weinig tegenmacht is, omdat er weinig onafhankelijke Kamerleden zijn die eventueel iets kunnen zeggen wat de partijleider tegen de haren instrijkt. De enige reden dat ik destijds wel fel kon zijn, was omdat ik een zelfstandige positie had dankzij voorkeursstemmen. Maar wat weinig mensen zich realiseren: coalitie-Kamerleden kunnen het ultieme wapen niet kunnen gebruiken zonder zichzelf werkloos te maken. Als Kamerlid moet je zelfstandig kunnen werken en de regering tegen de muur drukken tot ze de informatie die nodig is openbaar wordt. Dat kan niet ieder Kamerlid zich permitteren en daarmee wordt de controlefunctie vergaand uitgehold.’
Coalitieleden weten dat hun politieke carrière voorbij is als ze een echt probleem aankaarten. Ze weten wat er met Joost Taverne is gebeurd (VVD-Kamerlid die tegen de fractie in maar in lijn met de verkiezingsbelofte stemde tegen een extra steunpakket voor Griekenland, DK). Ze weten hoe er tot op het hoogste niveau, de ministerraad, druk op mij is uitgeoefend en ze weten dat ik, na het verlaten van de partij en de coalitie, die mij jarenlang onheus hebben bejegend, nauwelijks ondersteuning en spreektijd meer heb, en geen stemrecht in commissies. De afschrikwekkende werking daarvan is zo groot, dat coalitieleden bij belangrijke onderwerpen niet ver gaan.
Hoe komt het dat geen enkel VVD- of PvdA-Kamerlid, ook niet die uit Groningen, met deuren heeft geslagen en heeft gezegd: die verhoging van de aardgaswinning na de grote aardbeving in 2012 is knettergek, stop hiermee? Heel simpel, omdat de groepsdruk enorm is.’
Ulysse Ellian: ‘De Tweede Kamer is een instrument en geen op zichzelf staand einddoel. Ik ben er niet mee bezig hoe lang ik op die stoel zit, het is belangrijker om nu verschil te maken.’
Ellian: ‘Eerlijk gezegd heb ik geen last van fractiediscipline of interne partijpolitiek. Ik wil het ook geen groot punt in mijn hoofd maken, het is geweldig dat ik hier mag zijn, als volksvertegenwoordiger. De Tweede Kamer is een heel belangrijk middel, een instrument en geen op zichzelf staand einddoel. Ik ben er niet mee bezig hoe lang ik op die stoel zit, het is belangrijker om nu verschil te maken. Dus ik ben er heen gegaan met de vraag “wat kan ik veranderen”, en nu ik hier zit, doe ik dat op mijn manier, en als dat dan niet meer kan omdat ik op een onverkiesbare plek terechtkom, dan zij dat zo. Dan ga ik wel wat anders doen en op een andere manier kijken hoe ik dingen kan realiseren en vechten voor de idealen waar ik voor sta. Dat geeft mij veel rust, want ik ben hierdoor ook niet getrouwd met de functie. Ik concentreer mij op waar ik nu voor in de Tweede Kamer zit.
Dat betekent niet dat er niet zoiets is als fractiediscipline, en ik ben ook geen ongeleid projectiel. Soms moet je ook wel eens schikken. Dat je denkt: een beetje vreemd, maar als de meerderheid dat vindt, vooruit. Politiek is juist niet altijd gelijk kunnen krijgen, ook al heb je het wel. Ik kan daar goed mee omgaan. Op mijn portefeuille word ik denk ik zeker niet gezien als een jaknikker, maar ook niet als een probleemmaker. Het mag wel eens botsen, maar als ik kijk naar mijn eigen moties, dan zie ik daar geen strakke oppositie- of coalitielijn. Daar ben ik wel trots op, want dat laat zien dat het best kan werken.’
Precedent
Omtzigt: ‘De reden waarom ik een boek heb geschreven over het sociale contract (een hypothetisch contract tussen de burger en de staat waar de laatste legitiem gezag aan ontleent, DK) is omdat voor mij duidelijk is wat er moet gebeuren. Het toezicht moet beter worden georganiseerd, en de benoemingen grotendeels ook. De samenstelling van de kieslijst is daar een voorbeeld van. Wat mij nog altijd verbaast, is hoe de Tweede Kamer als instituut met mij omging toen duidelijk werd dat de regering vergaderd had over hoe ze mij zouden sensibiliseren. Eigenlijk had de Tweede Kamer zich direct via de Kamervoorzitter moeten uitspreken, in de trant van “Omtzigt is een ontzettende lastpak maar wel onze lastpak.” Niet per se vanwege mij als persoon, maar als onderdeel van het instituut. Want nu ging het toevallig om mij, maar er zijn ook andere kritische Kamerleden – zoals Renske Leijten van de SP of Helma Lodders van de VVD – die werden tegengewerkt. De Kamer had zichzelf moeten verdedigen door tegen de kabinetsleden te zeggen: dit kan niet.’
Pieter Omtzigt: ‘Het geheim van een ministerraad is niet bedoeld om een strategie uit te zetten voor lastige en vervelende Kamerleden.’
Natuurlijk begrijp ik dat je alles moet kunnen bespreken in de ministerraad zonder te vrezen dat het meteen op straat ligt. Zoals bij oorlogssituaties of financiële kwesties. Daar is het geheim van een ministerraad ook voor. Maar dat is niet bedoeld om een strategie uit te zetten voor lastige en vervelende Kamerleden. Juist door hier als Kamer niet tegen op te treden, is er een precedent geschapen. Kamerleden worden niet beschermd, en zullen dus wel twee keer nadenken. Dit heeft gevolgen. Ik zie het zelfs bij simpele zaken, zoals het opvragen van informatie, die constant wordt achtergehouden. Dan is er zeer beperkte medewerking van coalitie-Kamerleden. Daardoor komt de regering met ontzettend veel weg in Nederland.
Nu kan de coalitie elk voorstel tot een enquête, een hoorzitting of een onderzoek gewoon torpederen. Zelfs een parlementaire enquête over covid-19, waar ze zelf om gevraagd hadden, is door de coalitie achteraf nog geblokkeerd. We krijgen vaak busladingen informatie, maar de cruciale documenten ontbreken dan. Het is ontzettend intensief om dat uit te zoeken.
Ellian: ‘Hier zal ik mij niet populair mee maken, maar ik weet eerlijk gezegd niet of ik als Kamerlid nog meer informatie aankan. Als je ziet hoeveel pakken papier aan onderzoeken, stukken en lange brieven ik binnenkrijg, dat is ongelofelijk. Het is als Kamerlid een hele klus om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden, dus ik weet niet of we als Kamer te weinig worden geïnformeerd. Bij alles wat we krijgen, volgt weer een commissievergadering, tientallen kantjes aan stemmingen en ik vraag me af of het voor mensen thuis überhaupt nog te volgen is. Hier is trouwens ook wel zelfbeheersing van de Kamer nodig. Zo heb ik me ook laten vertellen dat als in de jaren zeventig een Kamerlid een motie aankondigde, iedereen ervoor ging zitten. Nu zijn het er zo veel, een deel belandt gewoon in een la ergens in een departement en daar vraagt nooit iemand meer naar.
Toch merk ik dat het belangrijk is erbovenop te blijven zitten. Ik maak er geen geheim van dat ik vind dat de minister voor Rechtsbescherming (Franc Weerwind, DK) op bepaalde punten – zoals het gevangeniswezen – te weinig doet en te langzaam gaat. Dan kan ik twee dingen doen: tachtig keer Kamervragen stellen en wachten, of aan de slag gaan met een motie. Vervolgens krijg je dan een brief en zie je dat je motie maar half wordt uitgevoerd, en moet je daar weer achteraan. Of soms krijg ik een Kamerbrief van vijftien pagina’s twee dagen voor een commissiedebat. Het lezen van die vijftien kantjes is natuurlijk geen probleem, maar als er iets uit voortvloeit op korte termijn en ik met collega’s moet overleggen, dan is het een beetje ingewikkeld als ik zo’n brief pas maandagavond krijg. Overigens laat ik mij hier niet door weerhouden, dan gaan we alsnog aan de slag. Dat vind ik juist het mooie aan Kamerlid zijn: je moet jezelf niet zien als papieren tijger, maar zelf aan de bak.
Bij mij heeft het geen vaste vorm hoe ik het kabinet controleer: ik kijk per situatie welk middel gepast is, dat hangt van het onderwerp af. De briefwisseling tussen Mohammed B. en Ridouan Taghi heb ik samen met John van den Heuvel van De Telegraaf naar buiten gebracht. Op zo’n moment wil ik dat het ophoudt en ga dat vervolgens ook verzoeken aan de minister via een motie. Dan heb ik geen Kamervragen nodig, veel te omslachtig. Sommigen gaan dan vragen stellen, “Heeft de minister dit gelezen in de krant en hoe kan dit”, maar ik sla die route liever over. Tegelijkertijd wil ik ook onnodige papierwerk voorkomen dus probeer zelf, als ik een motie indien, het zo te formuleren dat er ook iets aantoonbaar door verandert. Dan zijn moties echt een goed middel om beleid bij te sturen.’
Ongezonde situatie
Omtzigt: ‘Los van de middelen die de Kamer heeft, denk ik dat het ook verstandig is om een maximale termijn voor een minister-president te hebben. Er zijn momenteel geen Kamerleden van de VVD die een andere premier dan Mark Rutte hebben gekend, en dat is volgens mij een ongezonde situatie. We hebben immers meermaals gezien dat je de minister-president naar huis kunt sturen, maar dat hij gewoon terugkomt. Nog een belangrijk punt is dat zo’n lang zittende premier ook invloed heeft op benoemingen en nevenfuncties. Daar zit in Nederland echt een hele zwakke plek. Het netwerk van de partij reikt namelijk veel verder dan alleen een plaats op de kieslijst. Als jij als coalitielid bespreekbaar maakt dat je iets dwarszit, dan is er veel mogelijk en zijn veel mensen bereid mee te denken. Maar zodra je het ultieme wapen inzet van de motie van wantrouwen, of als je tegen een wet stemt, dan gaan subiet alle deurtjes dicht. Daar spreekt men liever niet over in Den Haag.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.