Zeker vier keer per jaar komen de Europese regeringsleiders samen. In de Europese Raad bepalen ze in grote lijnen het beleid van de Europese Unie. Een uitgelezen moment voor minister-president Mark Rutte (VVD) om medestanders te zoeken voor zijn regeringsbeleid. Blijkbaar wilde coalitiepartner CDA een week voor Kerst zeker weten dat hij dit zou doen, en dus diende Kamerlid Mustafa Amhaouch een motie in. Hierin riep hij de minister-president op tijdens de EU-top ‘medestanders te zoeken’ om onder meer geopolitiek volwassen te worden (iets waar minister van Financiën en D66-partijleider Sigrid Kaag afgelopen zomer nog op wees) en te kijken naar een energiestrategie (die al bestaat, de meest recente werd in mei 2022 door de Europese Commissie gepresenteerd). Met andere woorden: de motie riep het kabinet op naast al bestaand Europees beleid ook het eigen beleid uit te voeren.
Een koerswijzigingsvrije motie, daar hebben de regeringspartijen wel oren naar, en dus kreeg deze motie het oormerk ‘oordeel Kamer’. Dit houdt in dat het kabinet het oordeel overlaat aan de Tweede Kamer door middel van een stemming. Als het een motie van een coalitie-Kamerlid betreft (iemand van CDA, ChristenUnie, D66 of VVD) dan is die – dankzij de ijzersterke fractiediscipline – regelmatig verzekerd van een meerderheid. Zo ook de niet bepaald controversiële motie van het lid Amhaouch: met 101 stemmen werd de motie aangenomen.
Het is een van de vele moties waarmee de Kamerleden van coalitiepartijen het kabinet niet controleren, maar vooral bevestigen. ‘Als er weer zo eentje voorbijkomt, loop ik wel eens naar de microfoon om te vragen wat de minister zou doen als deze motie er niet zou zijn,’ vertelt SP-Kamerlid Jasper van Dijk. ‘Dan zegt de minister: ja, dan zou alles hetzelfde zijn. Dit soort moties voegen onder de streep dus niets toe, behalve dat Jantje of Pietje een aangenomen motie op zijn naam heeft.’
Den Haag controleren
Komend jaar voegt Vrij Nederland daad bij het woord en gaan we de macht controleren in Den Haag. We beginnen in de Tweede Kamer. We zien kamerleden ronkende aankondigingen doen in ontbijt- en talkshows maar wat doen parlementariërs eigenlijk met hun mandaat?
Dit vraagt om een diepe duik in de parlementaire gereedschapskist: welke middelen hebben zij ter beschikking en op welke manier gebruiken ze deze, en waarom? Met een serie onderzoeksartikelen, profielen en interviews geven we een dwarsdoorsnede van het Kamerwerk.
Lees er meer over in dit manifest: ‘Parlementair journalisten, kies toch niet steeds de kant van de macht!’
Motieloze moties
Kamerleden willen inderdaad graag zelf met hun naam op de motie. Ze dienen daarom liever een motie in met maximaal twee personen, om te voorkomen dat het motie Pietje Puk c.s. wordt, in plaats van motie Pietje Puk en Jantje Jansen. Ook de titel van de motie is belangrijk, omdat in Debat Direct, de app van de Tweede Kamer, de uitslagen van elke stemming worden weergegeven in een ‘heldere infographic’. Bovenaan prijkt de titel van de motie, en daaronder geven groene en rode bolletjes weer welke partij voor of tegen heeft gestemd. Met een ronkende motietitel kunnen politieke partijen in één oogopslag aan hun achterban laten zien waar het over gaat. De infographics van Debat Direct worden daarom dankbaar gedeeld op sociale media, niet in de laatste plaats door Kamerleden zelf. ‘Een titel zegt niet zoveel, want moties hebben vaak twee dicta (slotwoorden, DK),’ aldus onafhankelijk Kamerlid Pieter Omtzigt: ‘eentje waar iedereen het mee eens is, het venijn zit vaak in het tweede deel. Dus als je een titel leest waarvan je denkt: hier is toch iedereen het mee eens, dan kan het geen kwaad de motie toch even helemaal te lezen.’
Neem bijvoorbeeld de motie van Wybren van Haga (Groep van Haga), die vlak voor de Kerst – strikt afgaand op de motietitel – pleitte voor een breed onderzoek naar de effecten van vaccinatiecampagnes.
Het Amerikaanse Center for Disease Control and Prevention doet momenteel onderzoek naar ontsteking van de hartspier na een COVID-19-vaccinatie, om zo een beter beeld te krijgen van de mogelijke bijwerkingen van het vaccin bij bepaalde doelgroepen, zoals mannen onder de veertig die een verhoogd risico hebben op zo’n ontsteking. Op het eerste gezicht dus geen vreemde motie. Toch zit ook hier het venijn in de staart van de motietekst. Daarin wordt namelijk gevraagd om te kijken naar ‘eventuele samenhang met sterfte vlak na vaccinatie’.
Het risico op overlijden wordt door anti-vax-activisten schromelijk overdreven: de grootste studie, onder twee miljoen personen, heeft slechts één geval kunnen identificeren van een hartaanval na vaccinatie. Activist Willem Engel staat erom bekend bij melding van een hartaanval bij een jonge man steevast de suggestief retorische vraag te stellen of diegene toevallig was gevaccineerd. Ongehoord Nederland-presentatrice Raisa Blommestijn deed een gelijksoortige geveinsd onschuldige observatie toen ze stelde dat er wel ‘heel veel ogenschijnlijk jonge en gezonde mensen dood [gaan] de laatste tijd’.
Dat de intentie van de motie verder ging dan ‘alleen vragen stellen’ werd duidelijk op sociale media: Van Haga twitterde een screenshot met groene en rode bolletjes om zijn verbazing uit te spreken over ‘de maatregelen die ons zieker en zwakker hebben gemaakt dan het #coronavirus zelf’. Vooral Pieter Omtzigt kreeg er op sociale media van langs: waarom had hij tegen deze motie gestemd? Hij had toch juist gepleit voor een onderzoek naar oversterfte? ‘Hoe kun je hier nou tegen zijn?’
Onschadelijk maken
Fracties – zo blijkt uit de gesprekken die Vrij Nederland met verschillende Kamerleden voerde – houden rekening met hoe screenshots van de groene en rode bolletjes kunnen vallen op sociale media. Soms stemmen fracties zelfs voor moties om te voorkomen dat ze op sociale media door de mangel worden gehaald. Goed voorbeeld hiervan was de motie van Forum voor Democratie-Kamerlid Pepijn van Houwelingen waarin hij (in de titel) opriep een sociaal kredietsysteem, zoals in China bestaat, uit te sluiten in Nederland. Daar het onderwerp totaal niet aan de orde was – bij het kabinet noch in de Tweede Kamer – stemde een meerderheid van de Tweede Kamer tegen.
Meestemmen met een potentieel opruiende motie kan ook gebeuren omdat fracties het eens zijn met de tekst, zonder het onderliggende wereldbeeld te omarmen.
Deze tegenstem werd vervolgens door Van Houwelingen uitgelegd als ‘het weigeren uit te sluiten’. ‘De “Roden” hebben geen principieel probleem met de invoering van een sociaal kredietsysteem naar Chinees model’, twitterde hij. Op de screenshots was middels de bolletjes te zien welke individuele Kamerleden de ‘Roden’ waren. Ook plaatste FvD op het eigen YouTube-kanaal een filmpje getiteld Ongelofelijk! Kamer stemt VOOR sociaal kredietsysteem! Opvallend genoeg stemden GroenLinks, PvdA en Volt in overeenstemming met Forum voor Democratie. ‘Onze overweging was dit keer dat je het juist onschadelijk maakt door voor te stemmen. Zodat het niet gebruikt kan worden voor stemmingmakerij zoals nu is gebeurd,’ liet GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld op Twitter weten.
Potentieel opruiend
Meestemmen met een potentieel opruiende motie kan ook gebeuren omdat fracties het eens zijn met de tekst, zonder het onderliggende wereldbeeld te omarmen. Neem een andere motie van hetzelfde FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Afgelopen herfst diende hij een motie in getiteld ‘Het verbreken van alle banden met het World Economic Forum (WEF).’
Het WEF is een jaarlijkse winterse bijeenkomst van ceo’s van de grootste bedrijven ter wereld, internationale politici en intellectuelen in Davos. Bedrijven moeten betalen om de politici te kunnen ontmoeten, waarmee het WEF dus feitelijk lobbycontacten met politici verkoopt. Deelnemende politici, zoals premier Rutte, geven met hun deelname aan dat hun aandacht te koop is.
Vanuit zowel links antiglobalistische als ultrarechtse hoek wordt daarom met argusogen naar deze bijeenkomst van de opperelite gekeken. Waar links de bijeenkomst ziet als neoliberaal vehikel waarmee ongekozen ceo’s democratische invloed kopen, wordt de old boys network-bijeenkomst in ultrarechtse kringen gezien als uiting van een veronderstelde wereldregering die achter de schermen aan de touwtjes trekt. De motie beperkte zich tot één zin: ‘Verzoekt het kabinet om alle banden met het World Economic Forum te verbreken.’
Voor de SP – die voor de motie stemde – was de afzender wel even onderwerp van discussie in de fractie, vertelt Jasper van Dijk. ‘Forum voor Democratie is geobsedeerd door het WEF, daar zou al het kwaad vandaan komen, inclusief reptielen. Dat onderliggende wereldbeeld zou een reden kunnen zijn om tegen te stemmen.’ Toch kon de partij zich – om andere redenen – in de tekst vinden. ‘Het WEF is een intransparante vergaderclub in een Zwitsers dorp, waar politieke vertegenwoordigers heengaan en praten met ceo’s maar waar geen verantwoording over wordt afgelegd. Er is nauwelijks transparantie.’
De stemuitslagen – inclusief bolletjes – zijn volop te vinden op de timeline van Kamerleden van gevestigde partijen.
Wat deze moties met elkaar gemeen hebben, is dat ze geen enkele tastbare verandering in beleid bewerkstelligen. De regering blijft op dezelfde koers. In die zin zijn het motieloze moties. Toch hebben ze wel degelijk een functie: ze bakenen politiek territorium af. Partijen laten zien waar ze staan, vooral – wanneer de screenshots met groene en rode bolletjes triomfantelijk op sociale media worden gedeeld – ten opzichte van hun opponenten.
Eerder concludeerden de Leidse politicologen Simon Otjes en Tom Louwerse op StukRoodVlees dat de Tweede Kamer steeds meer Kamervragen stelt, en ze die vragen steeds meer gebruiken als campagnemiddel: ‘Ze markeren hun territorium en vallen “natuurlijke” vijanden aan.’
‘Dit zie je nu ook bij moties,’ zegt Otjes desgevraagd. ’Het verschil met Kamervragen is dat andere partijen daarbij worden uitgedaagd om positie te kiezen. Dat maakt het een aantrekkelijk middel om vanuit het perspectief van de partij te laten zien wie goed zit en wie fout.’
De stemuitslagen – inclusief bolletjes – zijn inderdaad volop te vinden op de timeline van Kamerleden van gevestigde partijen. Het beklag over elkaars stemgedrag klinkt over en weer. GroenLinks en SP richting de VVD, de PVV wast CDA en onafhankelijk Kamerlid Omtzigt de oren en D66 (in verkiezingstijd) die van het CDA.
Het vreet capaciteit
De Tweede Kamer vergadert gemiddeld 38 weken per jaar (dit jaar 37) en heeft dan drie vergaderdagen per week. In die drie dagen vergadert de Kamer normaal gesproken 27 uur en drie kwartier, wat volgens een rapport uit 2017 neerkomt op 1.054 uur per jaar. Met 5.045 moties per jaar betekent dat dus dat de Tweede Kamer gemiddeld 4,7 moties per uur moet verwerken. Uren waarin Kamerleden ook commissievergaderingen moeten bijwonen en voorbereiden, regeringsstukken moeten doornemen, initiatiefwetten schrijven, wetten amenderen en Kamervragen stellen. Nog los van de andere werkzaamheden buiten deze vergaderingen om, zoals werkbezoeken afleggen en voldoen aan partijverplichtingen (bijeenkomsten en congressen).
Voor elke motie moeten Kamerfracties een keuze maken: stemmen ze voor of tegen? ‘Met mijn kleine team ben ik hier uren mee bezig op maandag en dinsdag: wat zou die en die hier nou precies mee bedoelen?’ vertelt Kamerlid Pieter Omtzigt. ‘Het vreet capaciteit van mijn staf en mij, het is nauwelijks te bevatten.’
Bij grotere partijen, zoals de VVD, kunnen fracties leunen op de kennis van hun woordvoerders. ‘We hebben bij de wekelijkse fractievergadering een motielijst met daarbij het stemadvies van de woordvoerder,’ vertelt VVD-Kamerlid Peter Valstar. Maar de hoeveelheid zorgt er wel voor dat de afzonderlijke moties politiek minder gewicht krijgen. ‘In het verleden werden er ook diepere gesprekken over gevoerd. Zelf merk ik dat je het als Kamerlid ook maar een beetje gelaten ondergaat.’
Dubbelop
En niet alleen bepalen wat je als partij gaat stemmen kost tijd, ook het uitleggen van een verkeerd geïnterpreteerd groen of rood bolletje kan grote gaten in de agenda slaan.
CDA-Kamerlid Derk Boswijk kan hierover meepraten. Afgelopen zomer diende Kamerlid Omtzigt een motie in over het borgen van voedselzekerheid en energie. ‘Iets waar we vanuit de Kamer via de commissie Landbouw al mee bezig waren: we hadden een ronde-tafelbijeenkomst georganiseerd over voedselzekerheid, en mensen vanuit de sector, de wetenschap en ngo’s gevraagd hoe die te waarborgen,’ aldus Boswijk. Na deze gesprekken volgde er vanuit de Kamer een brief naar het ministerie met aanbevelingen vanuit de Tweede Kamer. Boswijk: ‘Ik stemde daarom tegen die motie omdat ik het dubbelop vond: we waren er al mee bezig.’
‘Ik kan wel naar Noordoost-Groningen blijven rijden om uit te leggen hoe het zit, en eigenlijk moet je dat blijven doen, maar ik word er soms wel een beetje somber van.’
Al snel gingen er screenshots rond op Twitter: hoe kon uitgerekend het CDA – traditioneel een landbouwpartij – tegen voedselzekerheid stemmen? Het Kamerlid kreeg huilende en schreeuwende mensen aan de telefoon, mails met scheldkanonnades en de beschuldiging dat het CDA mensen ‘dood wilde hebben’.
‘Tot op de dag van vandaag krijg ik bij werkbezoeken of optredens in zaaltjes die motie voor de voeten geworpen,’ vertelt Boswijk. ‘Als je het uitlegt, is er begrip, maar dan is er de volgende dag weer een ander screenshot en zijn de mensen waar ik net ben geweest opnieuw boos. Ik kan wel naar Noordoost-Groningen blijven rijden om uit te leggen hoe het zit, en eigenlijk moet je dat blijven doen, maar ik word er soms wel een beetje somber van.’
De moties vreten niet alleen tijd in de agenda’s van individuele Kamerleden en hun fracties, maar snoepen ook kostbare vergadertijd in de Tweede Kamer zelf op. ‘Als ik nu naar een debat kijk, zie je dat er in de tweede termijn eigenlijk alleen nog maar tijd is voor moties die in een razend tempo worden voorgelezen,’ aldus voormalig VVD-Kamerlid en Tweede Kamervoorzitter (2002-2006) Frans Weisglas. ‘Soms vijf tot zes per Kamerlid, en dat maal twintig partijen, het is een soort motietermijn geworden.’
Tijdens een debat komen namelijk eerst de woordvoerders van de fracties in de Tweede Kamer aan het woord, waar de minister of de staatssecretaris vervolgens op kan reageren. Na deze zogeheten eerste termijn kunnen de Kamerleden de bewindspersoon in de tweede termijn nog een keer aan de tand voelen, op basis van hun eerder gegeven verklaring of antwoorden. ‘Joop den Uyl, fractievoorzitter van de PvdA,’ aldus Weisglas, ‘was beroemd om zijn scherpe tweede termijnen. Die stond echt geen moties op te dreunen, maar trok conclusies op basis van de gegeven antwoorden en maakte het de bewindspersonen behoorlijk moeilijk met een scherp betoog. Als je dat goed doet, heb je veel meer invloed op de regering dan met vijf moties achter elkaar.’
Notavloed
De Tweede Kamer maakt zich al sinds 1985 – met destijds ongeveer negenhonderd moties per jaar – zorgen over de groeiende papierwinkel. De commissie-Dolman, onder leiding van de gelijknamige PvdA-Kamervoorzitter Dick Dolman, boog zich toen over de ‘indamming van de motievloed’ en pleitte voor meer ondersteuning van Kamerleden zodat zij een betere informatiepositie kregen. Ook adviseerde zij de Kamercommissies (waarin de portefeuillehouders van specifieke beleidsterreinen, zoals landbouw of defensie, samenkomen) te voorzien van een vaste staf.
In 1994, krap tien jaar later, kwam toenmalig Kamervoorzitter Wim Deetman (CDA) met een rapport over parlementaire zelfreflectie waarin werd opgeroepen ‘de notavloed in te dammen’ en meer aandacht te besteden aan de praktische uitvoerbaarheid van wetten.
Bij zijn aantreden als Kamervoorzitter in 2002 organiseerde Frans Weisglas brainstormsessies met wetenschappers, journalisten, oud-Kamerleden en bewindspersonen over het functioneren van de Tweede Kamer. Conclusie: de instrumenten van de Kamer (zoals moties en interrupties) werden veel te veel ingezet en hierdoor bot. De volksvertegenwoordigers konden zo hun tanden minder goed laten zien aan de regering, en door de focus op details was het zicht op de hoofdlijnen voor burgers minder duidelijk. Kiezers konden hierdoor mogelijk het gevoel krijgen niet meer centraal te staan in het werk van de Kamer. Ter illustratie: dat jaar bereikte het aantal ingediende moties een nieuw record van 1.158.
Geen gevolg aan geven
De adviezen zijn sinds halverwege de jaren tachtig niet zoveel veranderd: zorg voor voldoende inhoudelijke ondersteuning voor Kamerleden, verlies niet het zicht op de hoofdlijnen en probeer ook zelf de papierwinkel beperkt te houden.
In 2009 stond de teller met 2.616 moties op een nieuw record.
Het rapport Parlementaire zelfreflectie uit datzelfde jaar windt er geen doekjes om: ‘De Kamer is kort van geheugen, gaat mee in de waan van de dag en laat politieke overwegingen vaak prevaleren boven het scherp toetsen van het kabinetsbeleid. Een debat over de fundamentele afwegingen vindt niet altijd plaats. Gebrekkige informatie van het kabinet wordt door de Kamer doorgaans geaccepteerd. De Kamer is afwachtend en meegaand. Coalitiebelangen en overwegingen, al dan niet gematerialiseerd in een regeerakkoord, winnen het vaak van een zelfbewuste dualistische houding van de Kamer.’
Het is een analyse die een-op-een overgenomen had kunnen worden door de meest recente zelfreflectiecommissie, de parlementaire commissie-Van der Staaij (2022). Ook deze adviseerde om het aantal moties in te perken ‘waardoor het instrument effectiever ingezet kan worden’.
Op papier zijn de Kamerleden het dus al decennia roerend met elkaar eens, maar de praktijk laat iets anders zien. Zo diende Kamerlid Caroline van der Plas (BBB), lid van de commissie-Van der Staaij, op het eerstvolgende debat na het verschijnen van het rapport zes moties in.
‘Over tien jaar hebben we tienduizend moties per jaar en voeren we vervolgens weer hetzelfde gesprek met elkaar,’ verzucht Kamerlid Peter Valstar. ‘We zijn hier als VVD zelf ook schuldig aan en ik moet ook kritisch naar mezelf kijken. Van de vijftien moties die ik heb ingediend, had ik er bij nader inzien vijf kunnen wegstrepen en het met toezeggingen kunnen doen.’
Ook hoogleraar Staats- en bestuursrecht Wim Voermans ziet een risico in de onoverzichtelijke papierwinkel. ‘Zoals eekhoorns hun ingegraven beukennootjes weleens vergeten, zo vergeten Kamerleden soms dat hun motie werd aangenomen. Moties worden hiermee meer politieke statements, waardoor het voor het kabinet ook makkelijker wordt er geen gevolg aan te geven.’
‘De media zetten je ook aan tot het indienen van moties, want ze willen je wel laten praten over een onderwerp, maar natuurlijk ook weten wat je er als Kamerlid aan gaat doen.’
In een poging te controleren of het kabinet de moties wel uitvoert, vraagt de Kamer soms om nog meer papieren. Kamerlid Valstar ziet zo – net als zijn voorgangers – de papierwinkel in toenemen en verder woekeren rondom de wildgroei aan moties. ‘Nieuw in de Kamer is tegenwoordig het vragen om een brief. Als het kabinet een motie ontraadt, maar die door de Kamer alsnog wordt aangenomen, lopen ze meteen naar de microfoon voor een brief: of het kabinet even op papier kan zetten hoe ze die motie precies gaan uitvoeren.’ Terwijl er ook andere gelegenheden zijn, zoals commissievergaderingen, om mondeling naar de stand van zaken te vragen. ‘Met vragen om een brief worden extra momenten gecreëerd en dat stapelt zich alleen maar verder op,’ aldus Valstar.
Onzintelevisie en onzinmoties
Hoe is het mogelijk dat ondanks de stapels eenduidige rapporten de praktijk zo weerbarstig is? ‘Er zijn momenteel twintig fracties en die willen zich toch ook profileren, dat kun je ze niet kwalijk nemen,’ aldus Frans Weisglas. Eenpitters moeten zorgen dat ze niet uit het publieke zicht afdrijven, en Kamerleden binnen grotere fracties willen graag het jaar erop weer op de kieslijst komen. ‘In mijn periode als Kamerlid was ik ook een vrij irritant opdringerig jong Kamerlid dat zich op de voorgrond probeerde te plaatsen in de media,’ herinnert Weisglas zich lachend.
Zo hebben Kamerleden de neiging om als ze aanschuiven bij een tv-programma, dat meteen te koppelen aan een ingediende motie.
‘De media zetten je ook aan tot het indienen van moties, want ze willen je wel laten praten over een onderwerp, maar natuurlijk ook weten wat je er als Kamerlid aan gaat doen,’ zegt SP-Kamerlid Van Dijk. ‘Media en politiek houden elkaar zo in een wurggreep. De media willen scoren, net als de Kamerleden. Zo krijg je naast onzintelevisie ook veel onzinmoties.’
Ook op andere manieren wordt het indienen van moties door de media beloond: zo bestaan er lijstjes met de meest ‘effectieve’ Kamerleden. Een van de indicatoren? Het aantal moties dat een Kamerlid heeft ingediend en hoeveel daarvan zijn aangenomen. Zo werd ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber in 2020 door adviesbureau Wepublic uitgeroepen tot ‘meest succesvolle’ Kamerlid omdat al haar 119 moties waren aangenomen.
Caroline van der Plas werd door journalist Ton van Dijk in zijn ‘Politieke index’ (die overigens wel een – niet transparante – weging toepast waarbij moties minder zwaar tellen dan amendementen), uitgeroepen tot ‘meest succesvolle Kamerlid’, want ‘politiek gaat over het verkrijgen van meerderheden voor standpunten. Iets dat Caroline opvallend goed kan met maar liefst 59 aangenomen moties, die allemaal de steun van ten minste één coalitiepartij kregen,’ zo luidde het rapport.
Caroline van der Plas is dan niet alleen het meest effectieve Kamerlid, maar staat met 124 verworpen moties ook in Wepublics top drie van minst effectieve Kamerleden.
‘Dit soort lijstjes helpt niet, omdat je er nooit iets op ziet staan over amendementen in wetgevingen. En dat is toch een beetje de kern van parlementair werk,’ aldus Kamerlid Pieter Omtzigt.
Te meer omdat een aangenomen motie er niet per se op wijst dat het Kamerlid in kwestie het kabinet succesvol heeft gecontroleerd. Meerdere Kamerleden laten Vrij Nederland weten dat het kabinet soms ‘suggesties’ doet voor motieteksten. Een afgezwakte motie kan dan alsnog worden aangenomen, en het kabinet hoeft zich dan minder zorgen te maken over eventuele politieke angels.
Alleen Femke Merel Van Kooten-Arissen, voormalig Kamerlid voor de Partij voor de Dieren en Groep-Krol/Van Kooten-Arissen, tegenwoordig raadslid in Woerden en politiek leider van Splinter, wil hierover on the record vertellen. Zo wilde zij – destijds nog als Kamerlid voor Partij voor de Dieren – als defensiewoordvoerder graag weten in hoeverre de Luchtmacht kritische aanbevelingen over het vervoer van gevaarlijke stoffen had doorgevoerd. Verzoeken om het vertrouwelijk toezenden van interne onderzoeken werden gerekt, en toen ze eenmaal werden verzonden, ontbraken de bijlagen.
De omgang met interne onderzoeken was reden voor haar om via een motie onafhankelijk onderzoek af te dwingen. ‘Ik wilde geen motie indienen voor de bühne, en zeker geen wc-eend-onderzoek,’ vertelt Van Kooten-Arissen. De politiek assistent van toenmalig staatssecretaris van Defensie Barbara Visser besloot daarom een handje te helpen. ‘Ze nam ongevraagd het initiatief om mijn motie te herschrijven, en nam tijdens mijn zwangerschapsverlof herhaaldelijk contact op over die motie met het verzoek haar versie goed te keuren. Ze zat voor mijn gevoel te pushen om de motie af te zwakken.’
Recyclen
Ook Kamerleden proberen soms op slinkse wijze alsnog moties erdoorheen te krijgen. Soms door ze gewoon te recyclen. Zo kwam D66-kamerlid Alexander Hammelburg eind vorig jaar met een motie voor het ‘openstellen van civiele en militaire functies voor burgers uit de EU’. Een punt uit het D66-verkiezingsprogramma, en dus ook al eerder in de Tweede Kamer voorgesteld. En zelfs al onderzocht door het ministerie van Defensie. Toenmalig defensiewoordvoerder van D66, Kamerlid Salima Belhaj, vroeg in september 2019 aan toenmalig minister Ank Bijleveld (CDA) om EU-burgers toe te laten om zo personeelstekorten bij Defensie deels op te lossen. De motie van Hammelburg werd dan ook door de Kamer verworpen.
Dat wil niet zeggen dat het recyclen van moties niet succesvol kan zijn. SP-Kamerlid Jasper Van Dijk diende twee keer dezelfde motie over kernwapens in: ‘Bij de Defensiebegroting werd de motie niet gesteund door Alexander Hammelburg van D66. De tweede keer had ik bij de commissie-Buitenland meer succes, want D66-collega Sjoerd Sjoerdsma steunde de motie wel.’
‘Transparantie afdwingen is wat anders dan de zogeheten “getuigenismoties”, waarmee je vooral test hoe de Tweede Kamer erin zit en de kiezer laat zien hoe jij erin staat.’
Volgens Van Dijk was dit een motie die het beleid verandert, omdat de Tweede Kamer meer transparantie van het kabinet over kernwapens vraagt. ‘Transparantie afdwingen is wat anders dan de zogeheten “getuigenismoties”, waarmee je vooral test hoe de Tweede Kamer erin zit en de kiezer laat zien hoe jij erin staat.’
Het parlementaire handwerk
Waar initiatiefwetten schrijven de Tweede Kamer regie geeft en amendementen op wetten ervoor zorgen dat Kamerleden kunnen bijsturen, kunnen succesvolle moties ervoor zorgen dat omstreden wetten van de baan gaan. Goed voorbeeld is het 2G-wetsvoorstel van het kabinet in coronatijd. Minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers wilde via deze wet regelen dat alleen mensen die gevaccineerd waren of hersteld van corona toegang kregen tot bijvoorbeeld de horeca. Dit zou het zogeheten 3G-beleid (Gevaccineerd, Genezen, Getest) moeten vervangen. Een motie van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij en Kamerlid Pieter Omtzigt die ‘verzocht het desbetreffende wetsvoorstel in te trekken’ haalde een meerderheid, waarmee de Kamer een streep zette door de kabinetsplannen. De regering trok het wetsvoorstel in.
‘Hiermee gaf de Tweede Kamer een duidelijk signaal af: no way dat we dit gaan doen, en dat is voor mij een effectieve motie,’ aldus Omtzigt.
Er mag, zo vertellen Kamerleden, wel wat meer aandacht komen voor de wetgeving.
Vlak voor de eindstemming van de nieuwe pensioenwet bijvoorbeeld dienden vijf oppositiefracties vijf afzonderlijk moties in om het wetsvoorstel in te trekken. Omtzigt: ‘Dit laat zien dat er geen samenwerking is in de oppositie. Vlak daarna was de stemming over het wetsvoorstel: daar laat je zien of je voor of tegen bent.’
Ook voormalig Kamervoorzitter Weisglas ziet graag meer aandacht voor ‘het parlementaire handwerk’, zoals initiatiefwetten en amendementen. ‘Dat is vakwerk. Zowel medewetgever zijn als controleur, dat is je taak. Moties zijn wat dat betreft veel vrijblijvender.’
De afgelopen jaren (2021 en 2022) werden er in totaal 14 initiatiefwetten ingediend vanuit de Kamer en 454 amendementen. GroenLinks en SP dienden de meeste in, maar daarvan werden ook de meeste verworpen. De meeste aangenomen amendementen kwamen vanuit de VVD-fractie. Opvallend zijn dat in de categorie amendementen dezelfde namen relatief vaak opduiken: naast de bekendere Kamerleden Renske Leijten (SP) en Pieter Omtzigt zijn daar minder bekende namen bij, zoals Marijke van Beukering-Huijbregts (D66), Maarten Hijink (SP) en Senna Maatoug (GroenLinks).
Motieverslaving
Het kabinet zal de motieverslaving van de Kamer niet langer moeten faciliteren. ‘De gevangenschap werkt twee kanten op, het kabinet mag wel wat strikter zijn in het ontraden van moties,’ concludeert Kamerlid Valstar (VVD). ‘Het kabinet kan wel denken geen schade, laat lekker gaan maar ook onschuldig lijkende moties voor de bühne leveren Kamerwerk op.’
Of de Kamer zich dit jaar zal kunnen bedwingen is nog maar de vraag. Valstar: ‘De papiermolen kan zichzelf eigenlijk alleen maar verder vastdraaien, dus je gaat bijna hopen dat het implodeert, zodat we het anders moeten gaan doen.’
Hoogleraar Voermans ziet vooral een oplossing in de al geschreven rapporten waarin steevast wordt gepleit voor meer ondersteuning. ‘Het heeft ook te maken met onmacht. Heel veel fracties missen tegenwoordig de menskracht en expertise om het verschil te maken in commissies – bijvoorbeeld via amendementen – en zo het beleid bij te sturen. En dan wordt maar gekozen voor de zichtbare quick win van de motie.’
Voormalig Kamervoorzitter Frans Weisglas wijst op de uitvoerbaarheid van Haagse wensen. ‘Het is nu, vooral na het toeslagenschandaal, eindelijk zo dat de Tweede Kamer meer aandacht heeft voor de uitvoering van beleid.’ Toch waarschuwt hij voor de extra druk op uitvoeringsorganisaties door de stortvloed aan moties. Want zodra beleid in de praktijk lastig uit te voeren blijkt, komt dat weer op het bordje van de burger. Weisglas: ‘Bij het opstellen en indienen van een motie wordt daar van tevoren geen aandacht aan gegeven. Waarom wel een uitvoeringstoets bij wetgeving, maar niet bij moties?’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.