Toen Daan de Neef van de week onverwacht bekendmaakte dat hij uit de VVD-fractie stapte vanwege de ‘ijskoude’ aanpak van de asielcrisis (‘Ik kan en wil dit niet verdedigen’), dacht ik: wanneer was ook weer de laatste keer dat er een VVD’er om principiële redenen zijn of haar zetel of positie heeft opgegeven?
In de recente geschiedenis van de partij zijn legio voorbeelden te vinden van tussentijds vertrek om opportunistische redenen: Kamerlid Bart de Liefde die zijn Kamerlidmaatschap opzegde om lobbyist te worden bij Uber, Arno Rutten die koos voor de consultancy, Foort van Oosten die er tussenuit piepte om burgemeester te worden, Cora van Nieuwenhuizen die voortijdig aftrad als minister van Infrastructuur en Waterstaat om voorzitter te worden van lobbyclub Energie-Nederland.
Nog veel meer voorbeelden zijn er te vinden van ónvrijwillig vertrek: Fred Teeven, Ivo Opstelten en Ard van der Steur die weg moesten vanwege de bonnetjesaffaire, Anne-Wil Duthler die uit de senaatsfractie werd gezet vanwege belangenverstrengeling, en vele tientallen gedeputeerden, wethouders en gemeenteraadsleden die in opspraak raakten wegens corruptie of grensoverschrijdend gedrag: volgens de Politieke Integriteitsindex is de VVD jarenlang koploper geweest in het aantal bedenkelijke affaires.
met een lampje
Naar voorbeelden van VVD’ers die om principiële redenen zijn teruggetreden, moet je daarentegen met een lampje zoeken. In 2018 en 2019 zegden de burgemeesters van Assen en Purmerend hun VVD-lidmaatschap op uit onvrede met de koers van de partij, die ze te populistisch vonden – al wilden ze het bestuurlijke pluche er ook weer niet voor opgeven. En in mei 2019 gooide Mark Harbers als staatssecretaris van Justitie de handdoek in de ring omdat zijn ministerie de indruk had gewekt dat misdaadcijfers onder asielzoekers bewust waren weggemoffeld. Ook dat zou je principieel kunnen noemen: strikt genomen had Harbers aan kunnen blijven, maar hij hield al vroeg in het debat de eer aan zichzelf – waardoor prompt door de Haagse wandelgangen het gerucht ging dat Harbers eigenlijk gewoon van die helse baan af wilde.
En nu is het dus Daan de Neef die zich opeens niet meer kan vinden in het ‘ijskoude’ asielbeleid van zijn partij. Zodra hij deze week via Twitter met z’n verklaring kwam, hagelde het kritiek: was het niet dezelfde Daan de Neef die nog had meegeschreven aan het vorige verkiezingsprogramma, waarin voor nog veel hardere asielmaatregelen werd gepleit, zoals: het terugsturen van minderjarige asielzoekers en het openbreken van internationale verdragen? Hoe kan je daar willens en wetens voor tekenen en dan nu opeens principieel lopen doen?
Al twaalf jaar zijn achtereenvolgende VVD-bewindslieden verantwoordelijk voor stoere taal aan de ene kant en gebrekkige financiering van het COA en de IND en een hopeloos terugkeerbeleid aan de andere.
Volgens fractiegenoten van De Neef kwam zijn vertrek ook daar als een grote verrassing: zelfs bij asielwoordvoerder Ruben Brekelmans zou hij zich de afgelopen tijd niet hebben gemeld. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat De Neefs recente bekering vooral zou zijn ingegeven door zijn nieuwe vriendin, die lid is van de Partij voor de Dieren.
Feit is in ieder geval dat de VVD het falende asielbeleid goeddeels aan zichzelf te wijten heeft. Al twaalf jaar zijn achtereenvolgende VVD-bewindslieden verantwoordelijk voor stoere taal aan de ene kant en gebrekkige financiering van het COA en de IND en een hopeloos terugkeerbeleid aan de andere, waardoor de hele asielketen nu is vastgelopen – met de schrijnende taferelen in Ter Apel tot gevolg. Dat Daan de Neef daar nu als eerste en enige VVD-Kamerlid de principiële consequenties uit trekt, valt te prijzen.
Je zou meer VVD’ers zo’n nieuwe vriendin toewensen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.