Joodse terreur is niets nieuws, maar neemt wel toe. Tijd voor ‘zero tolerance’, zegt premier Netanyahu. Hoe geloofwaardig is dat echter?
Het is weer zover. Begin jaren tachtig moesten de Israëlische veiligheidsdiensten er aan te pas komen om een Joodse ondergrondse op te rollen die Arabische bussen opblies en aanslagen pleegde op de burgemeesters van Nabloes en Jericho. Het bleek om aanhangers van de militante rabbijn Moshe Levinger te gaan. Vrome religieuze jongens, maar wel tot de tanden bewapend.
Tijdens het Poerimfeest van 1994 sloeg dr. Baruch Goldstein toe. De vertrouwensarts van de Joodse nederzetting Kirjat Arba in de buurt van Hebron op de Westelijke Jordaanoever liep de plaatselijke moskee binnen en leegde zijn Galil-geweer op de moslims die daar in gebed waren verzonken. Er vielen dertig doden. Dr. Goldstein was lid van de Kach (‘Zo is het genoeg geweest’)-partij, opgericht door rabbijn Meir Kahane. Diens credo: ‘Er is maar één God en dat is de God van de wraak’.
En dan was er natuurlijk nog de moord op premier Rabin door de godvruchtige student Yigal Amir in november 1995. Amir vond dat Rabin het land dat eeuwen geleden door de allerhoogste aan de Joden was beloofd had uitverkocht aan de Palestijnen.
Hoe groot is de geloofwaardigheid van de premier?
Joodse terreur is dus geen nieuw gegeven in het heilige land. Maar toch worden de aanslagen van vorige week ook in Israël zelf als een keerpunt beschouwd. Eerst stak een ultraorthodoxe man tijdens de jaarlijkse Gay Pride in Jeruzalem zes mensen neer. Een dag later kwam een baby uit het Arabische dorp Kfar Douma om het leven toen Joodse kolonisten het huis van zijn ouders in brand staken. Vlak daarvoor hadden ze op de muur van de woning leuzen bevestigd als ‘Wraak’ en ‘Lang leve de Messias’. De politie heeft inmiddels de rechtse activist Meir Ettinger, kleinzoon van wijlen rabbijn Kahane, aangehouden en premier Netanyahu kondigde een ‘zero tolerance’-beleid tegenover joodse extremisten aan.
Maar hoe groot is de geloofwaardigheid van de premier? In het rechtse kabinet dat hij na de vorige verkiezingen vormde, wemelt het namelijk van de sympathisanten van de kolonistenbeweging op de Westelijke Jordaanoever. En uit die kolonistenbeweging komen de daders van aanslagen als die in Kfar Douma voort. Minister van Onderwijs in Israël is bijvoorbeeld Naftali Bennett, leider van de nationalistische partij Het Joodse Huis. Hij betuigde laatst nog adhesie aan bewoners van de nederzetting Beit El (‘Huis van God’) die zich met hand en tand verzetten toen het Israëlische leger illegaal gebouwde huizen kwam ontruimen.
Bennetts partijgenote Ayelet Shaked, sinds de verkiezingen minister van Justitie, werd door de site The Daily Beast ‘de meest angstaanjagende politica van Israël’ genoemd, onder meer omdat ze Palestijnse kinderen met ‘kleine slangen’ had vergeleken.
De regering-Netanyahu lijkt me niet de meest geschikte om een resoluut eind te maken aan de gewelddaden van de Joodse zeloten.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.