Kijk, het bleef broeien. Dat zegt hijzelf. Jan van Aken (1961) had zijn historische roman De ommegang gepubliceerd en gewoonlijk is daarmee de kous af: het boek is in de wereld, meer kun je niet doen. Maar ditmaal was het anders. Het voelde alsof hij nog iets voor zijn roman moest doen, iets wezenlijks: nagaan of het hij het decor in het verhaal wel werkelijkheidsgetrouw had verbeeld.

Natuurlijk had hij zich in de voorbereidingsfase gedocumenteerd, hij had boeken gelezen, documenten bestudeerd. Hij was zelfs naar Duitsland gereisd, had daar foto’s gemaakt – die hij bij thuiskomst niet meer bekeek. Net als de vijftiende-eeuwse protagonist van De ommegang had hij zich verlaten op zijn geheugensysteem, waarin alle documentatie voor de roman ligt opgeslagen. Dat schrijfexperiment was gelukt, maar toch zeurde er een stemmetje: heb ik het wel goed gedaan? Klopt het wel?

Chronisch moe

Dat stemmetje werd aanvankelijk overstemd door de klaroenstoot van het succesverhaal dat De...