Abbas Kiarostami (1940-2016) was een van de grote humanisten van de cinema. Tegelijkertijd was hij een belangrijke vertegenwoordiger van dat andere gezicht van Iran: welwillend, zachtaardig en nieuwsgierig.
Eén keer reisde ik kort door Iran, ongeveer een week, midden jaren negentig. En het kan deels een kwestie van geluk zijn geweest, maar keer op keer ontmoette ik mensen die – man en vrouw, jong en oud – eenzelfde houding hadden. Een kalme nieuwsgierigheid naar de ander. Het woord dat na een paar dagen in me opkwam: beschaving.
En dat zegt iets over mij natuurlijk. En dat was leerzaam.
Want je hebt vele vormen van beschaving, maar wat ik daar aantrof, bij deze Iraniërs (met interesse in buitenlanders en kennis van de Engelse taal), bezat een vanzelfsprekendheid en welwillendheid waarbij ik me heel snel – en onverwachts – thuis voelde. Alsof er een diepere laag in mezelf werd aangeboord. Ik associeerde het met het Tweestromenland waarin ik verbleef: hier kwam ook onze beschaving vandaan.
Het gevoel dat deze ontmoetingen opriepen zou me wapenen tegen het beeld van de fundamentalistische mullahs dat, voor een oppervlakkige nieuwsvolger, het imago van Iran in het Westen domineert.
Terug in Nederland hadden we gelukkig de bloeiende Iraanse arthousecinema, met diezelfde open, humane houding. Doordat ze alles tegen het licht houdt en voor alles open staat, is zo’n houding per definitie kritisch. Toch werd deze cinema tot op zekere hoogte gedoogd door de religieuze machthebbers van Iran, waarschijnlijk omdat de films internationaal aanzien voor het land verwierven.
De belangrijkste vertegenwoordiger van die cinema was Abbas Kiarostami – een van de grootste filmkunstenaars überhaupt. Maar ook bij Mohsen Makhmalbaf en de andere filmmakers uit de Makhmalbaf-familie, bij Jafar Panahi, Bahman Ghobadi en recenter Asghar Farhadi vinden we diezelfde doorleefde interesse in de individuele mens, die worstelt met morele vraagstukken, geportretteerd binnen zijn sociale structuren (waarin als vanzelf de maatschappij wordt weerspiegeld). Steeds gefilmd in een geloofwaardig realistische stijl, op de grens van fictie en documentaire.
Kiarostami, in The Guardian: ‘Als politiek partijdig betekent, zou ik nooit een politieke film maken; ik zou nooit iemand uitnodigen om voor de ene of de andere persoon te kiezen. Ik wil niet mensen tot een reactie dwingen, maar een waarheid van het dagelijks leven bereiken. Zolang we proberen deze waarheid te raken, is dat wezenlijk en diepgaand politiek.’
Tot Kiarostami’s bekendste films behoren Waar is het huis van mijn vriend? (1987), een ontwapenende kinderfilm waarin een jongetje probeert het geleende schriftje van zijn klasgenoot op tijd terug te brengen, en de meesterlijke Gouden Palm-winnaar De smaak van kersen (1997), waarin een suïcidale man opeenvolgende lifters meeneemt, op zoek naar iemand die hem wil helpen zijn leven te beëindigen – en zelfs die film behoudt een vitale grondtoon.
Allebei zijn het kleinschalige roadmovies, van het soort dat ook andere Iraanse filmmakers hebben gemaakt. Het is een manier om, individu na individu, ontmoeting na ontmoeting, gesprek na gesprek, de Iraanse maatschappij aaneen te rijgen. Een sterk humanistische benadering.
Een van mijn lievelingsfilms van Kiarostami, Ten (2002), is iets minder bekend maar doet hetzelfde. Net als De smaak van kersen rijden we in Ten rond in een auto, ditmaal met een gescheiden, moderne moeder achter het stuur. Zij maakt tien ritjes, met naast haar telkens een andere vrouw (onder wie een oudere dame en een prostituée) of haar onuitstaanbare, maar tegelijkertijd meelijwekkende machozoontje. Met maar twee camerastandpunten, vanuit twee kleine digitale cameraatjes die zijn vastgeschroefd boven het dashboard, worden gesprekken geregistreerd over het belang van trouwen, scheiden, kinderen en seks voor de Iraanse vrouw. Een zeer eenvoudige opzet, die in Kiarostami’s handen direct en volledig boeit.
Dat rijden heeft een geweldig filmisch effect, dat symbool mag staan voor de cinema van autodidact (what’s in a name) Kiarostami (en andere Iraanse arthousefilmers): het vinden van de menselijke rust in een wereld in beweging. Met de camera’s gericht op de chauffeur en zijn of haar bijrijder, die op dezelfde plek in beeld blijven, hun gesprek relatief gekalmeerd doordat beiden de ogen op de weg houden. Op de achtergrond zien we, door de vaste kaders van de autoruiten, de wereld voorbijtrekken. En ondertussen worden tussen alledaagse opmerkingen door, direct of indirect, de grote zaken des levens besproken.
Zo chauffeerde Kiarostami zijn films door het leven en gaf ons allemaal een lift.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.