Manon Jonker, de hoofdpersoon in De ooggetuige is slechtziend. Waarom koos u daarvoor?

‘Ik las een boek over een vrouw die haar geheugen heeft verloren (Voor ik ga slapen van S.J. Watson, KB) en dat zette me aan het denken over iets anders: wat als je je zicht verliest en je wordt het slachtoffer van een misdrijf? Ik plaatste er een bericht over op Twitter en zo leerde ik Annemiek van Munster kennen, een vrouw die heel slecht ziet en daar een boek over heeft geschreven. We spraken af en ze vertelde me over haar leven. Ze is blind aan een oog en het andere functioneert maar voor tien procent. Daardoor is ze afhankelijk van haar stok en haar hond. Dat intrigeerde me en ik besloot me door haar te laten inspireren.’

Hoe leefde u zich in?

‘Samen met Annemiek ben ik Amsterdam in gegaan, ik had een simulatiebril op. We zagen daardoor ongeveer evenveel, bijna niets dus. Ik hield haar arm vast en had in mijn andere hand een stok. Ik ervoer hoehet is om je over te geven aan je omgeving. Ontzettend eng. Ik merkte hoe weinig de mensen om me heen rekening met me hielden. Liep ik daar met mijn zonnebril en mijn stok, botste iedereen gewoon tegen me aan. Die ribbelstroken zijn ook slecht geregeld, die stoppen soms zomaar. Of mensen zetten hun fiets erop.’

Moet een verhaal waarheidsgetrouw zijn?

‘Als ik een verhaal schrijf, doe ik vaak uitgebreid onderzoek. Ik wil dat de dingen kloppen. Annemiek heeft de eerste versie van De ooggetuige dan ook flink geredigeerd – ze liet het door een spraakprogramma voorlezen. Ik beschreef bijvoorbeeld wat voor uitdrukking iemand op zijn gezicht had, dat kan natuurlijk niet. Er zat een scène in waarin de hoofdpersoon boos haar mobieltje naast zich op de bank gooit, de telefoon stuitert een keer en valt dan op de grond. “Dat zie ik echt niet, hoor,” was Annemieks reactie daarop. Ik heb het aangepast.’

Waarom zijn uw hoofdpersonen meestal slachtoffers?

‘Ik kan me daar zelf beter mee identificeren. Ik heb net als iedereen een donker randje op mijn ziel, maar ben geen slechterik. Ik trap op tijd op de rem, daarom vind ik het moeilijk om me in te leven in een crimineel. Aan de andere kant is het wel een uitdaging. Misschien iets voor een volgend boek.’