Interview

‘ik schijn het vermogen te hebben om mensen tegen de haren in te strijken,’ stelt schrijfster Naima El Bezaz (36) met gevoel voor understatement vast. Haar pas verschenen ‘autobiografische roman’ Vinexvrouwen is het gesprek van de dag in de Zaanse nieuwbouwwijk waar ze woont. De vrijwel uitsluitend blanke populatie is volgens de auteur ‘ziedend’ over optimaal herkenbare en minimaal flatteuze passages in het boek. De rest van Nederland kan wél grinniken om de kaskraker, die in de week na verschijnen direct twee herdrukken beleefde. De filmrechten zijn al verkocht. Als dit succes nog even aanhoudt, kan het vierpersoonshuishouden van El Bezaz dankzij Vinex-vrouwen weldra doorstromen op de woningmarkt. ‘Ik hoop het,’ zegt de auteur. ‘In deze wijk heb ik geen leven meer.’

Eerder riep ze met de verhalenbundel Minnares van de duivel (2002) de woede van zowel protestants-christelijk als orthodox- islamitisch Nederland over zich af. Niet dat alle gekwetsten de gewraakte publicatie destijds hadden gelezen, maar een vrijmoedig optreden in het televisieprogramma Kopspijkers gaf een indruk van de erotische escapades die ze aan het papier had toevertrouwd. Haar roman De verstotene (2006) slechtte een volgend taboe: de tussen twee culturen vermalen protagoniste Mina ondergaat de geneugten van zowel heteroseksualiteit als damesliefde en raakt uiteindelijk bezwangerd door een Joodse man. Het verhaal kwam de maakster op diverse doodsbedreigingen te staan, gevolgd door een welgemeend advies van het opsporingsapparaat om de openbaarheid voorlopig te mijden. Een anonieme scribent riep via de site www.marokko.nl op: ‘Wie die bitch tegenkomt, bespuug haar, stenig haar, laten we haar wegjagen uit NL, omdat ze hier ons Marokkanen belachelijk maakt.’ De belager, een vijfentwintigjarige student uit Den Haag, kon worden opgepakt dankzij de digitale sporen die hij had achtergelaten. Zijn oproep bestond volgens de rechter uit ‘opruiing en belediging’ en leidde tot een taakstraf van honderd uren.

De publiciteit rond Vinexvrouwen resulteert in meer hits dan ooit eerder het geval was na het intikken van de naam Naima El Bezaz, maar deze explosieve roem voltrekt zich allerminst tot genoegen van de schrijfster. Het begon ermee dat twitteraars zich vrolijk maakten over de verschijning van ‘deze Marokkaanse Vinexmuts’ bij Pauw & Witteman. ‘De meeste auteurs schrijven een pil. Zij slikt ‘m,’ was nog de vriendelijkste kwalificatie. De lijst met virtuele scheldkanonnades groeit met de dag, al is het niet heel uitzonderlijk dat iemand die met de kop op de buis komt, onaardig bedoeld commentaar krijgt.

De giftige reacties uit haar woonomgeving vindt de schrijfster veel verontrustender dan de aantijgingen die aan haar adres worden geloosd in het open riool van internet. ‘Ik ben heel wat gewend, maar ik maakte nooit eerder mee dat ik zó fel werd aangevallen,’ zegt ze. ‘Fundamentalistische moslims gaan minder rigide te keer dan de bewoners van mijn vinexwijk.’

De naam van het Zaanse stadsdeel dat zich volgens haar nu vrijwel integraal tegen haar keert (‘ik ben hier met niemand meer bevriend’), ziet Naima El Bezaz liever niet afgedrukt. ‘Dan heb ik hier helemaal geen leven meer. Mijn interview met Volkskrant magazine werd gekopieerd en als pamflet huis aan huis verspreid in de wijk. Ze hebben mijn adres erbij gezet: u kunt deze schrijfster daar-en-daar vinden. Dat stuk is overal in de bus gegooid, behalve bij mij. Ik was ervan uitgegaan dat een interview met de Volkskrant geen kwaad zou kunnen, want ik ken niemand in mijn wijk die die krant leest. Waar ik woon, kiezen mensen óf voor De Telegraaf óf voor het Noordhollands Dagblad. Bij de bakker nemen ze Metro mee.’

De buurvrouw die bij mooi weer ‘in dat gerimpelde, verschrompelde evakostuum van haar’ in de aangrenzende tuin lag te zonnen, is gelukkig verhuisd, maar de relatie met de nieuwe buren is nauwelijks beter, zeker niet nu deze zich in het boek herkennen als doe-het-zelvers die de godganse dag aan het boren zijn. Verveling, pillen, overspel, drankzucht, hennepplantages – Vinexvrouwen gaat geen grimmig cliché over de vinexwijk uit de weg. ‘Nee, omdat het allemaal wáár is,’ benadrukt de schrijfster. ‘Omdat ik toevallig degene was die het lef had om dit op te schrijven, werd deze hetze tegen mij ontketend. Mensen die ik ken, lopen me nu zonder te groeten chagrijnig voorbij. Vanochtend riepen twee jongens op straat ‘kuthoer’ tegen me. Het enige dat ik op straat nog te horen krijg, zijn scheld- en vloekwoorden. Er zijn ongetwijfeld ook gezellige vinexwijken, maar waar wij wonen is een aaneenschakeling van grauwe blokkendozen. Er worstelen zó veel mensen met psychische problemen, dat mijn huisarts me toevertrouwde dat hij er zélf halfoverspannen van is geraakt.’

Had Naima El Bezaz nu werkelijk verwacht dat haar meedogenloze zedenschets met applaus zou worden begroet door de buurtgenoten die ze portretteerde? ‘Dit is een roman, maar mensen betrekken de karakters volledig op zichzelf,’ zegt ze. ‘Mijn vorige boek ging over mijn depressie, ik was toe aan het schrijven van iets dat om te lachen is. Voor zover mensen in mijn wijk Vinexvrouwen inderdaad lezen, gebeurt dat met de verbetenheid van een fundamentalistische moslim die zich over de Koran buigt. Misschien heeft het ermee te maken dat ik als allochtoon niet geacht word om Nederlanders een spiegel voor te houden. Er wonen nogal wat Wilders-stemmers in de wijk.’ Bij de Tweede Kamerverkiezingen in juni belandde de PVV in Zaandam op de derde plaats, na VVD en PvdA.

De Amsterdamse stadssocioloog Ivan Nio, die naam maakte met tevredenheidonderzoek in vinexwijken, heeft de laatste roman van Naima El Bezaz nog niet gelezen. Toch kan hij zich voorstellen dat het boek bij buren van de schrijfster wrevel oproept. Daarvan was eerder sprake in Alkmaar, waar Joost Zwagerman zijn roman De buitenvrouw situeerde. Joris van Casteren, auteur van het journalistieke boek Lelystad, werd door omwonenden zelfs aangeklaagd wegens ‘belediging’. Nio: ‘Natuurlijk heeft een schrijver de vrijheid om de mythe van het geluk door te prikken, maar niemand vindt het prettig om karikaturaal in een boek te worden afgeschilderd. Ik kan me voorstellen dat bewoners langzamerhand moe worden van alle clichés die over elkaar buitelen zodra het over buitenwijken gaat: troosteloos, saai, angst, depressies. Alsof daar maar één type mens zou wonen.’