Icarus in Twente

Tomas Vanheste

Reportage / De toekomst van een verlaten vliegbasis

De burgemeester van Bad Bentheim is boos. Met een doos vol handtekeningen staat Volker Pannen voor het stadhuis van Enschede. Daar staan ze op het punt hun zegen te geven aan de komst van een burgerluchthaven op de verlaten militaire vliegbasis Twente. Pannen vreest dat vliegtuiglawaai straks de rust in zijn tien kilometer verder gelegen kuuroordstadje verstoort. Het is in zijn ogen ‘uiterst ongelukkig en ongepast’ dat Enschede in juni al een principebesluit nam zonder de oosterburen de kans op inspraak te gunnen. Hij heeft veertienduizend handtekeningen verzameld, maar geen Enschedese bestuurder voelt zich geroepen ze in ontvangst te nemen. De ambtenaar die de burgemeester buiten opvangt, biedt hem na enig dralen aan even binnen te komen. In de troosteloze personeelskantine van het stadhuis verzoekt hij de hoogwaardigheidsbekleder mee te lopen naar het koffiezetapparaat om een plastic bekertje te tappen. Of hij moet betalen? vraagt Pannen. Nee gratis, zegt de ambtenaar ruimhartig.

Even later spuwt burgemeester Pannen op een terras zijn gal. Negentig procent van de bevolking in zijn graafschap is tegen, zegt hij. Bij een informatiebijeenkomst waar negenhonderd boze Duitsers kwamen opdraven, hoorde hij de directeur van Vliegwiel Twente Maatschappij (VTM), de club die de plannen ontwikkelde, vragen: ‘Men kan van Duitse zijde het zelfverwerkelijkingsrecht van het Nederlandse volk toch niet ter discussie stellen?’ Pannen lacht schamper. ‘Dat is toch onzinnig? Dit is iets wat de hele regio aangaat. Zo’n ingrijpende beslissing mag je echt niet nemen zonder je buren te raadplegen.’

Als de Nederlanders hun wil doordrijven, kunnen de Duitsers nog een troefkaart uitspelen. Om de vliegtuigen op een meter of zeshonderd hun luchtruim te laten doorkruisen, moet er volgens Pannens juristen een staatsverdrag komen. De bondsregering zal niet genegen zijn een dergelijk verdrag te ondertekenen. Niet alleen vanwege het massale protest in de regio, maar ook omdat zestig kilometer verderop het vliegveld Osnabrück-Münster met overheidssteun overeind wordt gehouden.

In alle jubelverhalen over het vliegveld als magneet voor werkgelegenheid vergeten de voorstanders de schade voor de vele vakantieparken in de omgeving van het vliegveld, vindt de burgemeester. ‘De leefruimte hier wordt gekenmerkt door een hoge levenskwaliteit die met een gezonde natuur en een mooie omgeving te maken heeft. Alleen al in Twente zijn er vier miljoen overnachtingen per jaar. Ik vrees dat het er minder worden als vliegtuigen heel laag komen overvliegen.’

Kannibaliserend

‘Dit is de mooiste aanvliegroute van Nederland.’ Cabaretier Herman Finkers wijst naar het glooiende Twentse land dat zich ontvouwt achter het keukenraam van zijn boerderij. Al jaren gooit hij ziel en zaligheid in de strijd voor de Stichting Alternatieven Vliegveld Twente. Op het terrein van de oude militaire basis komt in de visioenen van Finkers en de zijnen een landgoed rijk aan zorgvoorzieningen. De landingsbaan wordt op enkele plaatsen doorbroken zodat de eeuwenoude beken die vanaf de Lonnekerberg het beekdalenlandschap in stromen hun loop weer kunnen vervolgen. In de groene oase van het Twentse landschap dalen geen lawaaierige vliegtuigen neer, maar kunnen mensen bijkomen na een zware chemokuur of revalideren van een sportblessure. Begin 2008 liet de stichting een business case maken voor ‘Cure & Care Landgoed De Twentse Basis’. Het zag er fraai uit op papier: tweeduizend nieuwe banen en voor een exploitant al na vier jaar een aantrekkelijk rendement.

En toen nam Vliegwiel Twente Maatschappij het stokje over. Die club kreeg van het rijk, de provincie en de gemeente Enschede de opdracht twee plannen, een met vliegveld en een zonder, te beoordelen op hun potentie als ‘vliegwiel voor een economisch sterker en duurzamer Twente’. Ze hadden geen andere keuze dan met VTM in zee te gaan, dachten de mensen van de Twentse Basis: het was de enige manier om te zorgen dat de politiek hun plan serieus zou nemen. Maar de man die de business case maakte, waarschuwde hen meteen. ‘Hij zei: dat heeft geen zin, je wordt alleen maar gecastreerd.’

En met hun kloten gespeeld wérd er, vindt Finkers. ‘Ze hebben de sterke punten uit ons plan verwijderd zodat De Twentse Basis een nikszeggend geheel werd en vervolgens wat krenten uit onze pap in het vliegveldplan gestopt. Daarin zijn de oude beken beter hersteld dan bij ons. Je kunt je voorstellen dat we verschrikkelijk hellig zijn.’ Op zijn Twents boos is Finkers ook op het verwijt dat hun plan zou concurreren met bestaande zorginstellingen in de regio. Bij het opstellen van De Twentse Basis zijn ze juist bij allemaal over de vloer geweest om te vragen welke lacunes er in het zorgaanbod zijn. ‘En dan wordt er vrolijk verteld: jullie plan is kannibaliserend, want er zijn al kankerbehandelingen en revalidatiecentra. Als er iets kannibaliseert, zijn het twee vliegvelden op zestig kilometer van elkaar en weer een bedrijventerrein dat andere leegzuigt.’

Warme gevoelens voor de VTM-directeur heeft Finkers in al die tijd niet gekregen. ‘We hebben hem erg verweten dat hij nauwelijks energie heeft gestoken in ons plan. Dan wordt hij boos in plaats van te vertellen wat hij wél heeft gedaan. Een telefoontje naar die en een telefoontje naar die. Maar voor het vliegveldplan heeft hij de hele wereld rondgereisd en afgebedeld: we hebben nog een mooi natuurgebied liggen, willen jullie ons in godsnaam misbruiken?’

Recht op bodemloze putten

Sinds de textielindustrie uit de streek is vertrokken, zit het verlangen naar nieuwe banen de Twentenaren diep in de ziel. Werkgelegenheid is dan ook het toverwoord van de voorstanders. Bijna drieduizend banen zou de luchthaven opleveren. ‘Iemand schreef ooit in de krant: waar komen al die duizenden banen vandaan?’ vertelt Finkers. ‘Zitten al die mensen op de tribune te applaudisseren als het vliegtuig landt en zwaaien ze het ook weer uit? Ik geloof dat de grootste bron van inkomsten van het vliegveld parkeergeld is. Parkeermeters zijn het economische vliegwiel voor Twente.’

Finkers gelooft niet dat het kapitaal richting Twente trekt als er eenmaal een luchthaven is. In zijn geboortestad Almelo werd enkele jaren geleden een nieuw bedrijventerrein aangelegd, het XL-park. ‘Daar hadden ze dezelfde denkwijze,’ zegt Finkers. ‘We moeten bedrijven lokken naar Almelo. Dat is goed voor de economie. Als we maar bedrijventerreinen aanleggen, komen ze vanzelf. In al die jaren is er één kavel verkocht. De politiek noemt het nog een succes ook. En dan verkoop ik onzin op het podium.’

De man die zonder twijfel hoge ogen zou gooien bij een verkiezing van de meest geliefde Twentenaar heeft met zijn protest tegen de luchthaven ook vijanden gemaakt. ‘Dit vliegveldplan splijt heel Twente. Het gaat dwars door de politieke partijen en mijn fans heen.’ Op de site van de Twentse Courant/Tubantia staan naast steunbetuigingen ook veel haatmails. ‘In het begin werd ik beroerd van de nare dingen die ze anoniem schreven. Een keer heb ik gereageerd op een bericht van iemand die schreef dat we in Twente lef moesten tonen en er gewoon voor moesten gaan. “Ik ben Herman Finkers, ik woon in Beuningen. Maar wie bent u eigenlijk? Als u vindt dat we niet laf moeten zijn, laten we dan met open vizier strijden.” Nee, daar had hij heel slechte ervaringen mee.’

Toch hebben steeds meer Twentenaren door dat ze bedonderd worden, denkt Finkers. ‘In het begin geloofde ik het ook. Dankzij het vliegveld blijft het groen. Anders bouwen ze alles vol. De waarheid is precies omgekeerd. Een militair vliegveld houdt het groen, maar een burgerluchthaven heeft bedrijventerreinen en parkeerplaatsen nodig om zich te kunnen bedruipen. Schiphol verliest op het vliegen, maar verdient op het onroerend goed eromheen. Een tweede misverstand is dat het werkgelegenheid oplevert. Het derde dat je de hele wereld over kunt vanaf hier, terwijl er in de praktijk alleen vluchten op bestemmingen als Torremolinos zijn.’

Echt snappen waarom de politiek het vliegveld zo vurig wil, doet de cabaretier niet. ‘Misschien denken de politici wel: we moeten een inhaalslag maken op de Randstad. Wij hebben hier ook recht op bodemloze putten.’ Hij gelooft niet dat er al serieuze kandidaten zijn om het vliegveld te exploiteren. ‘Ze zeggen steeds “er zijn gesprekken”. Het lijkt wel dat typetje van Kees van Kooten: “Ik ben genoemd.”‘

Een van de partijen die is genoemd, is Enschede Airport Twente. In dit consortium zit onder andere Reggeborgh Beheer, de investeringsmaatschappij van de Twentse tycoon Dik Wessels. Kwade tongen zeggen dat hij vooral voor een burgerluchthaven pleit omdat het een bulk werk kan opleveren voor aannemingsbedrijf Volker Wessels Stevin. In het droompakket van de gemeente Enschede zitten immers ook een bedrijventerrein aan de A1 en een afrit van de snelweg naar de luchthaven, die ook de stad aansluiting geeft op de A1. Volgens Henk Nijhof – landelijk voorzitter van GroenLinks en vriend van Finkers – is dit de heimelijke reden waarom Enschede zo graag het vliegveld wil.

In 2008 wierp Enschede Airport zich op als kandidaat voor een voorlopige exploitatie van het vliegveld. Maar Wouter Bos vond de biedingen zo onaantrekkelijk dat hij de aanbesteding afgelastte. Nu laat Wessels’ secretaresse weten dat haar baas het te vroeg vindt om aan te geven of hij dit keer weer mee wil doen. Ook Elly Stoelinga, die eenzaam het kantoor van Enschede Airport bewaakt, loopt niet meteen over van enthousiasme. ‘We zijn er nu al zes jaar mee bezig. De interesse verdwijnt een beetje.’ Ze is bezig op te ruimen en af te bouwen, vertelt Stoelinga. Maar ze wil ook alle opties openhouden. ‘Op voorhand zeggen we geen nee.’

Groen vliegveld

Namen noemen van mensen die zich wel zeker zullen opwerpen als exploitant kan Eric Helder, wethouder van economische ontwikkeling in Enschede, niet. ‘Maar partijen die zich bij de aanbesteding voor de interimfase hebben gemeld – bijvoorbeeld Maastricht en Aken – zullen ongetwijfeld ook weer kijken of ze het interessant vinden.’

Kalm legt de PvdA-wethouder uit waarom hij een vliegveld als een zegen voor zijn stad ziet. ‘Wij denken dat er een heel evenwichtig plan ligt waarbij gekeken is hoe het scoort qua werkgelegenheid, milieu en financiën. Voor Enschede is belangrijk dat het plan dat uitgaat van het behoud van de luchthaven netto meer werkgelegenheid oplevert voor de regio en als vestigingsfactor zeer positief gewaardeerd wordt.’

Juist dat woordje netto leidt tot hevige opwinding bij de tegenstanders. Het adviesbureau Ecorys becijferde in een kosten-batenanalyse hoeveel banen de twee plannen zouden opleveren. Ruim 2700 mét vliegveld, nog niet de helft zonder. Met die bijna drieduizend banen pronkten de voorstanders van de luchthaven in de media. VVD-Kamerlid Han ten Broeke bijvoorbeeld, in zijn opiniebijdrage ‘Twente, geen baan, geen banen!’ in de Twentse Courant/Tubantia. ‘Nederland bestaat niet uit een deel dat geld verdiend [sic] in het Westen en een deel waar je in de weekeinden kunt wandelen; het Oosten,’ betoogde hij.

Maar wie nog eens goed naar de bevindingen van Ecorys kijkt, ziet dat de voorstanders het bruto- in plaats van het netto-cijfer eruit hebben geplukt. Trekken we de banen die zich verplaatsen van de ene naar de andere plek in Twente ervan af, dan blijven er 810 over.

De slogan waarmee het plan de wereld in wordt geslingerd, belooft dat het een vliegwiel is voor niet alleen een economisch sterker, maar ook een duurzamer Twente. Een groen vliegveld, is dat niet al te romantisch gedacht? ‘Ik denk het niet,’ zegt wethouder Helder. ‘We gaan uit van een compacte luchthaven in het groen. Het ruimtebeslag van de luchthaven is ongeveer de helft van het gebied, zodat je de groenstructuur in het andere gedeelte kunt versterken.’ En het vliegveld zelf dan? ‘We praten over een luchthaven die in 2030 1,2 miljoen passagiers heeft. Dat is minder dan Eindhoven nu. Het is mijn overtuiging dat dit past bij deze regio. We zijn niet bezig een tweede Schiphol te organiseren. Dat verdraagt zich goed met de quality of life in dit gebied.’

Het mag dan geen Schiphol twee worden, de nationale luchthaven moet in de toekomst wel heel wat vluchten op andere vliegvelden kwijtspelen wil het binnen de milieu- en geluidsnormen blijven. Als overloopluchthaven zijn Eindhoven en Lelystad in beeld. Maar minister van Verkeer Eurlings wil ook Twente als derde kandidaat. Het is een van de redenen dat het vliegveld Twente in de crisiswet van het kabinet is opgenomen. Helder is er blij mee. ‘We beschouwen het als een illustratie van het feit dat het rijk het belangrijk vindt dat die gebiedsontwikkeling van nationaal belang is en een procedurele versnelling krijgt.’

De buurgemeenten zijn daar minder gelukkig mee. De gemeenteraden van Oldenzaal, Hengelo en Losser stemden tegen de komst van een vliegveld. Helder relativeert hun ongenoegen. ‘Ik had eerder vandaag overleg met collega-wethouders economische zaken van de regio Twente. Hoe verder van de luchthaven af, hoe minder gepassioneerd de opvattingen zijn. Als je naar de directe buren kijkt, ligt het voor de hand dat je als gemeentebestuur te maken krijgt met burgers die zich zorgen maken over hun woongenot. Het is begrijpelijk dat je daar als gemeente ook op reageert.’

Braindrain

In Amersfoort, ver van de Twentse troebelen, zit het kantoor van VTM. Leo Kramer is er vanuit het rijk gestationeerd als kwartiermaker. ‘In de media is nog al eens gesuggereerd dat wij voor of tegen zijn, maar we gaan daar niet over. Voor beide plannen hebben we exact dezelfde kwaliteitseisen gesteld.’

Hoe jammer Finkers en de zijnen het ook vinden, het plan mét vliegveld kwam nu eenmaal als beste uit de bus, zegt Kramer. ‘Ik heb met hartchirurgen gesproken. Ze zijn best bereid tot een kliniek, maar daar moet wel een vliegveld bij, zeggen ze. Wat er in De Twentse Basis aan zorg zit, is voor een groot deel verdringing. Grote verzekeringsmaatschappijen die wij hebben gesproken, zeggen: er is gewoon geen markt voor.’

Bij het vliegveldplan staan de bedrijven juist te popelen, beweert de kwartiermaker. Hij kan er spontaan zo drie noemen die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt: een bedrijf dat spoedtransporten van organen verzorgt, een brandweeropleidingscentrum en een bedrijf dat vliegtuigen spuit.

Maar levert dat nu achthonderd of 2700 banen op? ‘Die discussie zou ik even uit de weg willen gaan,’ antwoordt Kramer. ‘Ik zou wat anders willen benadrukken. Tijdens het hele proces waar we mee bezig zijn, proberen we continu voeding te krijgen vanuit de markt. Voor de luchthaven staat de telefoon bijna roodgloeiend, voor de invulling van het alternatief kostte het heel veel energie om de markt geïnteresseerd te krijgen.’

Kramer gelooft er heilig in dat het vliegveld Twente kan opstoten in de vaart der volkeren. Nu lijdt de regio onder een braindrain, zegt de VTM-man. ‘Het Museum Twente heeft anderhalf jaar een vacature gehad voor een directeur omdat een hoogopgeleide niet in Twente wil wonen.’ Is dat opgelost met een vliegveld? ‘Eindhoven zag vijftien, twintig jaar geleden een toestroom komen van bestuurders van bedrijven omdat je daar een villa kon kopen met drie hectare grond erom heen. In Enschede kan dat ook nog steeds. Maar waarom gaat die CEO daar niet zitten? Omdat hij er niet weg kan. Hij moet twee uur in de auto zitten. Er is in Twente dagelijks een vraag of er met businessjets gevlogen mag worden.’

Dat Flughaven Münster-Osnabrück zelf de broek niet kan ophouden, zegt weinig volgens Kramer. ‘Met alleen vliegen is geen enkele luchthaven levensvatbaar. Punt. Je moet het verdienen met alle zaken die erom heen zitten. Voor Schiphol is dat het vastgoedbedrijf. Daarom hebben we in dit plan ruimte gecreëerd voor onder andere grootschalige leisure.’

Drie themaparken zijn in het plan ingetekend. In de Milieueffectrapportage staan ze elk voor vijfhonderdduizend bezoekers opgevoerd. Eentje zit er al, vertelt Kramer. ‘In de bunkers zit een meneer die er zijn kazen, worsten en hammen laat rijpen. Die meneer wil biologische producten uit de sfeer van de sandalen en de slippers halen en naar een ander niveau tillen, onder meer door fairs te organiseren. Vijf, zes keer per jaar een grote fair met honderdduizend bezoekers.’

Incompetent

Die meneer is Bous de Jong van coöperatie De Oorsprong. Hij heeft inderdaad plannen om een viertal fairs te organiseren rondom de seizoenen, maar wil niet te hard van stapel lopen. ‘Wij zijn meer van de slow food. Ik ga nu geen megalomaan plan bedenken. In eerste instantie bouwen we het op vanuit de bestaande faciliteiten. Als het aanslaat, gaan we investeren. En dan an vind ik een half miljoen bezoekers geen raar getal.’

Ook voor het tweede park heeft iemand een ‘geweldig idee’, maar Kramer mag er nog niets over zeggen. Voor het derde is hij in gesprek met ‘een mevrouw die een geweldig initiatief heeft, een themapark heel erg gericht op wetenschap, innovatie en ruimte’. Vast een mooi idee, maar een half miljoen bezoekers klinkt toch wat hoog gegrepen. Nemo in Amsterdam, het grootste wetenschapscentrum van het land, trekt er vierhonderdduizend.

Kramers optimistische aard toont zich ook in zijn visie dat de natuur er met een vliegveld niet bekaaid afkomt. ‘In een plan zonder luchthaven zal je een ander programma moeten invullen,’ legt hij uit. ‘De bedrijvigheid met een luchthaven gaat harder dan alleen maar wonen. In plan A, het Care & Cure Landgoed, zitten twee tot drie keer meer woningen. Het economisch effect van woningen is niet zo groot. Je hebt meer ruimte nodig om hetzelfde economische effect te bereiken en dan blijft er dus minder ruimte over voor natuur.’

Martien Knigge van Landschap Overijssel liep begin dit jaar rond bij VTM. Hij had als opdracht de kloof met de maatschappelijke organisaties te verkleinen. Ook zou hij zijn expertise over water en natuur aanbieden. Na enkele maanden hield hij het voor gezien. ‘Bij VTM is te weinig serieus geluisterd,’ licht hij toe. Van de Care&Cure-variant heeft VTM naar zijn smaak een weinig duurzaam geheel gemaakt. ‘Het is belachelijk dat in dat plan maar zeventien hectare extra natuur zit.’ Maar ondanks alle groene schijn vindt hij het vliegveldplan nog beroerder. ‘Het is zo slecht voor de natuur dat het voor ons niet acceptabel is.’

Niet malse kritiek kwam er onlangs ook uit universitaire hoek. Een zestal deskundigen van de Universiteit Twente maakte een ‘academische reflectie’ op de plannen. Eentje zag wel wat in een vliegveld, een ander hield zich op de vlakte, de rest keerde zich in ongemeen felle bewoordingen tegen het luchtvaartplan. Hans Heerkens, een bestuurskundige met luchtvaartindustrie als specialiteit, vond de levensvatbaarheid van een vliegveld ‘volstrekt onvoldoende onderbouwd’. Hoogleraar bedrijfseconomie Nico Mol beoordeelde de becijferingen in de kosten-batenanalyse van de maatschappelijk-economische effecten als ‘misleidend’. Econoom Tsjalle van der Burg noemde VTM ‘aantoonbaar incompetent’. Investeren in een luchthaven is volgens hem ‘volstrekt onverantwoord’.

Kramer laat de kritiek langs zich heen glijden. ‘Wij kunnen ook een hoogleraar aanwijzen die een grotere internationale bekendheid heeft en tot een andere conclusie komt.’ Naar een naam gevraagd, noemt hij vliegveldgoeroe John Kasarda. ‘Hij heeft zich niet zozeer over deze plannen gebogen, maar gaat een abstractie hoger: elke luchthaven draagt bij aan de economie.’ Maar is er ook een onafhankelijke autoriteit die dít plan onder de loupe heeft genomen? ‘Ja, een onafhankelijke club, en dat zijn wij, en de bureaus die de onderzoeken hebben gedaan. Ik blijf het herhalen: we zitten hier niet voor één plan.’ Met alle respect, hoogleraren luchtvaarteconomie heeft VTM toch niet in huis? ‘Je weet het niet wat in het verschiet ligt,’ zegt Kramer met een schaterlach.

Een van de kritiekpunten van luchtvaartspecialist Hans Heerkens is dat er nog nauwelijks is gekeken naar hoe luchthaven Twente zich kan handhaven in de concurrentiestrijd met de maar zestig kilometer verderop gelegen Flughaven Münster-Osnabrück (FMO). ‘Negentig,’ verbetert Kramer. Later komt hij er nog eens op terug, om aan te geven hoe de tegenstanders met de feiten goochelen. ‘Ik heb wel eens gekscherend gezegd: nog even wachten en FMO ligt in Twente. Het enige wat wij doen, is elke keer weer proberen objectief en feitelijk te zeggen hoe het is. Dat is de enige manier waarop we dit proces kunnen begeleiden. Als u mij zou betrappen op onjuistheden, houdt het natuurlijk op.’

Een blik op googlemaps leert dat de afstand tussen FMO en luchthaven Twente hemelsbreed 56 kilometer is. Met de goochelkunsten van de critici valt het dus reuze mee.

In reactie op de storm aan kritiek uit binnen- en buitenland presenteert de gemeente Enschede deze week nieuw onderzoek door VTM. De uitkomst, hoe kan het ook anders: twee vliegvelden op deze afstand kan prima. Alle kans dat Icarus binnenkort uit Twente opstijgt.

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.