Presentator Humberto Tan over de ideeën van Geert Wilders, over journalistiek en showbizz en over zijn jeugd in de Bijlmer. ‘Mijn moeder heeft mij sterk gemaakt.’

Presentator Humberto Tan over de ideeën van Geert Wilders, over journalistiek en showbizz en over zijn jeugd in de Bijlmer. ‘Mijn moeder heeft mij sterk gemaakt.’

En vandaag is hij jarig. Wij visten dit bijzondere interview uit het archief. Gefeliciteerd, Humberto!

Tegenwoordig moet hij iedere ochtend om kwart over vier op om op tijd in de studio te zijn. Vijf dagen per week presenteert Humberto Tan het BNR nieuwsprogramma On the Move, dat van 06.00 tot 9.30 uur wordt uitgezonden. ‘Geweldig,’ noemt Tan deze nieuwe uitdaging. Hij is een optimist in hart en nieren, van alles wat hij meemaakt ziet hij de zonnige kant. Want al is BNR een respectabel radiostation, een grote stap voorwaarts is deze nieuwe stap in zijn carrière niet te noemen. Hij presenteerde het NOS Journaal en was dertien jaar lang een gezicht van Studio Sport. Sinds zijn transfer naar Talpa ‘voor mijn persoonlijke en financiële groei’, de lancering van zijn kledinglijn Humberto na zijn verkiezing als best geklede man in 1999, en het wekelijks presenteren van RTL Boulevard en Eredivisie Live lijkt hij vooral een allesvreter.

Het is tien uur in de ochtend, we zitten bij Dauphine, het café-restaurant naast de BNR studio in Amsterdam. De uitzending zit erop, Humberto Tan, geboren Tan-A-Kiam, drinkt koffie en eet een croissant met boter en jam. Hij laat op mijn verzoek zien dat het mooi gesneden jasje, de paarse trui en het blauw-witgestreepte overhemd die hij draagt vintage ‘Humberto’ zijn uit zijn kledinglijn.

Binnenkort krijgt hij opnieuw een glamourrol, nu als het Nederlandse gezicht van Gilette scheermesjes. Ze zochten iemand die bekend was én geloofwaardig, legt Tan uit. Hoewel je bij internationale voorgangers David Beckham en Tiger Woods toch eerder aan seksschandalen denkt dan aan de man die op zondag het vlees snijdt.

In jezelf geloven

Humberto Tan groeide op in Grubbehoeve, een van de hoogbouwflats in de Bijlmer waar hij tot zijn drieëntwintigste bleef wonen. Zijn moeder, Hilly Axwijk, verliet Suriname na twee gestrande huwelijken. Ze hoopte dat haar vier kinderen, drie zoons en een dochter, het in Nederland ver zouden gaan schoppen.

Tan bezocht het Berlage Lyceum, een middelbare school buiten de Bijlmer – dat leek zijn moeder beter. ‘Ik nam iedere dag de metro van twee minuten over acht en dan tram twaalf. Toen was het nog een gemengde school,’ herinnert Tan zich, ‘met leerlingen uit alle lagen van de bevolking. Er zat ook een minderjarige asielzoeker, Daniël, die in zijn eentje naar Nederland was gekomen. Dejan en Kwok Chung Chang kwamen uit Eritrea en Hong Kong en hebben het ver geschopt. De een belandde in de diplomatieke dienst, een ander kwam terecht bij een grote sportclub.

Toen ik er een jaar of zes geleden terugkwam, was de school helemaal zwart. Ik vroeg de leerlingen wie van hen dacht makkelijk een baan te krijgen. Niemand. Niemand! Daar schrok ik van. Ik vroeg ze waarom? Ze antwoordden dat niemand vertrouwen in ze had.’

Vertrouwen is een woord dat telkens terugkeert tijdens het gesprek. In jezelf geloven en dus in je toekomst, alleen dan kan je iets bereiken, hield zijn moeder hem bijna dagelijks voor.

‘Er werd naar Surinamers gekeken zoals nu naar Marokkanen. We hadden echt een heel slechte naam. We waren messentrekkers, dealers. In die omstandigheden moest mijn moeder ons opvoeden en ervoor zorgen dat we in onszelf bleven geloven. Dat was lastig, maar ze deed het met zoveel overtuiging dat het lukte. Ik heb er echt een fijne tijd gehad.

Als iemand hoorde waar ik woonde, zeiden ze: “Grubbehoeve, de Bijlmer! Hoe kun je daar wonen?” Maar ik woonde niet in de Gliphoeve, dat was de flat waar veel om te doen was. Wij woonden in een mooi groot huis, maar dat drong niet tot de anderen door.’

Je moeder had je geleerd om flink te zijn?

‘Ja.’

Er was geen vader.

‘Nee, maar als ik thuis huilend vertelde dat ik werd gepest omdat ik geen vader had, zei mijn moeder: zeg maar tegen die kinderen dat ze dom zijn. Natuurlijk heb je een vader! Hij woont alleen in Suriname. En je hebt een moeder en je hebt twee broers en een zus, dat kunnen die pestkoppen vast niet allemaal zeggen. Zij draaide het om en maakte me op die manier sterk. Ik kwam een keer een oud schoolgenootje tegen in de metro, die zei: “Als ik je zie, maak je me echt trots.” Die jongen was al jaren verslaafd en ik denk dat mij dat net zo goed had kunnen overkomen.’

Meen je dat?

‘Natuurlijk. Je hoeft maar één keer verkeerd te kiezen, je kon zo makkelijk aan drugs komen. Ik wilde het niet, zag het nut er niet van in. Maar als ik zwakker was geweest…’

Zijn moeder leerde haar kinderen hun leven in eigen hand te nemen. Nooit naar anderen wijzen als iets niet goed gaat, maar kijken wat jij daar zelf aan kunt veranderen.

Beschrijf je moeder eens.

‘Ze was een heel zelfstandige, intelligente, gepassioneerde vrouw met een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Haar vader stierf jong, ze verloor twee zussen en een broer, ze is twee keer gescheiden. Toen we hier waren, werkte ze, studeerde ze en zette ze zich in voor alleenstaande vrouwen. Klagen deed ze niet, het was háár keuze om hier te komen, zei ze altijd.’

Was er verder nog familie?

‘Haar moeder, mijn oma, woonde de helft van het jaar bij ons in de Bijlmer. Ik vond dat heerlijk. Mijn oma was er als ik thuis kwam, ze maakte soep, speelde kaart met me en schilde een grannysmithappel en deed daar een beetje zout, peper en azijn over. Mijn oma sprak Surinaams en geen Nederlands, zo heb ik die taal kunnen leren. Ze was heerlijk ouderwets, als er op de televisie werd gezoend moest het toestel uit. Als klein jongetje mocht ik niet naar vrijende mensen kijken.’

‘Ik lul niet uit mijn nek. Wat ik zeg moet juist zijn’ (foto: Jeroen W. Mantel)
Foto: Jeroen W. Mantel
Noodlot

Het was eind jaren zeventig, de onafhankelijkheid van Suriname was in 1975 uitgeroepen, tienduizenden Surinamers hadden de weg naar Nederland gevonden en ze kwamen bijna allemaal in de Bijlmer terecht. Veel van hen waren niet goed opgeleid en kwamen daardoor niet aan de slag. Sommigen gingen aan de drugs, anderen raakten verzeild in de criminaliteit.

Met Hilly Axwijk en haar kinderen ging het goed, hoewel ze het niet breed hadden en Tans moeder hard moest werken. Daarnaast volgde ze een opleiding tot maatschappelijk werkster en was ze actief voor de PvdA in de afdeling Amsterdam Zuidoost. Steve, Palmira, Patrice en Humberto konden allemaal redelijk leren en kwamen goed terecht. Zo leek het althans aanvankelijk.

In 1992 sloeg het noodlot toe: Humberto’s broer Patrice overleed aan de gevolgen van aids, een ziekte waar in die jaren nog geheimzinnig over werd gedaan. Tans band met de vijf jaar oudere Patrice was hecht en intens, hij besprak veel met hem, ze gingen samen op vakantie. Toen zijn moeder met de twee oudste kinderen naar Nederland was gegaan om een huis te zoeken, hadden de twee zes maanden lang alleen in Suriname gezeten. Tan zag zijn broer als een bron van inspiratie. Nadat Patrice was gestorven, nam hij even vrij, maar niet lang. Hij accepteerde met pijn in zijn hart dat hij zonder Patrice verder moest leven. Zijn dood leerde hem nog meer te relativeren, hij wilde zich nooit meer druk maken om zaken die niet werkelijk belangrijk zijn.

Het gezin was nauwelijks van het verdriet bekomen toen bij de oudste broer Steve een hersentumor werd ontdekt. Voor Humberto’s moeder was het vooruitzicht om nog een kind te verliezen bijna ondraaglijk. In 2005 overleed ze aan een hartaanval – zes maanden voor Steve stierf.

Tan vond het verschrikkelijk om zijn moeder, ze was pas negenenzestig, te verliezen. Maar hij begreep ook wat een beproeving het voor haar zou zijn geweest om opnieuw de dood van een van haar kinderen mee te maken. Niet lang na haar dood maakte hij met Steve en diens gezin, zijn eigen vrouw en kinderen en zus Palmira een reis naar Suriname. Daar wilde zijn broer, die door Nederlandse artsen was opgegeven, een medicijnman bezoeken. Steve was gelovig, hij bad veel en het leek alsof er weer wat beweging kwam in zijn linkerarm en -been, die hij door de druk van de tumor niet meer kon bewegen. Uiteindelijk was de tijd aan de Marowijnerivier midden in het oerwoud troostrijk, maar het leven van Steve kon niet worden gered. Hij stierf in mei 2005.

Het was een gekmakend jaar voor Humberto Tan, die toen ook nog eens besloot Studio Sport te verruilen voor het onzekere Talpa. Maar in die dagen hechtte hij minder aan een zeker bestaan dan aan vrijheid en avontuur. De betrekkelijkheid van het leven was hem door het verlies van zijn moeder en broers behoorlijk ingepeperd. Zijn band met de enig overgeblevene uit het gezin, zijn zus Palmira, is hecht. Zij woont nog steeds in de Bijlmer en werkt bij de schuldhulpverlening. En nu zijn moeder er niet meer is, kookt zij bij alle speciale gelegenheden de door hem geliefde Surinaamse gerechten.

Humberto Tan is opgegroeid in de Bijlmer. ‘We werden gezien als messentrekkers. Dealers’ (foto: Jeroen W. Mantel)
Foto: Jeroen W. Mantel
Dikst denkbare fluim

Tan is geen liefhebber van de PvdA, die hij ‘te soft’ noemt. De authentieke houding van Wilders kan hij wel waarderen, ‘ook al ben ik het niet altijd met hem eens’.

Wilders maakt keuzes en bedrijft politiek vanuit een innerlijke overtuiging, vindt Tan. ‘Dat is zijn kracht en dat slaat aan. Het gedachtengoed van de PvdA ligt eigenlijk dichter bij me, maar Wilders is veel duidelijker.’

Criminelen moeten hard worden aangepakt, problemen met Marokkanen mogen niet langer onbenoemd blijven en misstanden moeten aangepakt worden, maar scheer niet iedereen over één kam: dat is de stelling van Tan, die zichzelf sociaal-liberaal noemt.

Inmiddels woont Tan aan de Amstel met zijn vriendin Ineke en zijn drie kinderen, twee meisjes en een jongetje. Hij is een levensgenieter die het de normaalste zaak van de wereld vindt om serieuze journalistiek af te wisselen met programma’s als RTL Boulevard. Hij is nieuwsgierig, wil alles meemaken. Als zwarte man blijft hij een uitzondering op televisie; dat hij af en toe om zijn huidskleur wordt beschimpt, neemt hij op de koop toe. Discriminatie is niet uit te bannen, hoe vervelend ook, zegt hij. Erop hameren heeft geen zin.

Tenzij de confrontatie heel direct is, zoals die keer op het Spui in Amsterdam. Hij studeerde rechten en was op weg naar de universiteit. ‘Ik werd door een Duitser van mijn fiets gereden. “Kan je niet een beetje uitkijken man!” riep ik. “Ach, je bent toch maar een kankernikker,” antwoordde hij. Ik overwoog mijn fiets op zijn auto kapot te slaan, maar dat was jammer van mijn fiets. Als ik hem een tik gaf, zat ik de rest van de dag op het politiebureau. Maar ik moest iets doen dat hij nooit zou vergeten. Dus heb ik de dikst denkbare fluim in zijn gezicht gespuugd.’

Zo grof als toen is Tan daarna niet meer bejegend. De laatste jaren ziet hij wel hoe smakeloos het er soms op Twitter – hij heeft 36.000 volgers – aan toegaat.

‘Als mensen gaan schelden, blokkeer ik ze.’ Tan ergerde zich aan de discussie die ontstond toen ADO-voetballer Lex Immers na de wedstrijd tegen Ajax zong dat hij op Jodenjacht zou gaan. ‘Ik vind dat walgelijk, ook al snap ik dat het waarschijnlijk niets met Joden en alles met Ajax te maken heeft. Je hoeft als speler of supporter maar één procent historisch besef te hebben om te begrijpen dat dat niet kan. Ik werd voor moraalridder uitgemaakt, prima.

Het Nederlands elftal speelde een week later tegen Hongarije en Frits Barend twitterde enthousiast dat Nederland Barcelona-achtig speelde. “Vind ik ook,” twitterde ik vrolijk terug. “Wat kan mij het schelen wat die kankerjood vindt,” twitterde vervolgens iemand naar mij. Kankerjood? Zijn we zo gedegenereerd dat we zulke taal normaal vinden? Ik wil níets, maar dan ook níets met zo iemand te maken hebben!’

Etnische registratie

Toen Tan vlak na de verkiezingen bij Knevel & Van den Brink afgelopen juni onthulde dat Wilders etnische registratie wilde invoeren, werd hij niet meteen geloofd. Waar had hij die wijsheid vandaan, vroeg Tijs van den Brink.

‘Het staat gewoon in het PVV-programma!’ riep Tan onverstoorbaar.

‘Voel je je persoonlijk geraakt?’ wilde Knevel weten terwijl Henk Kamp, Maxime Verhagen en Jan Marijnissen ongemakkelijk toekeken.

‘Natuurlijk,’ antwoordde Tan. ‘Waarom zou ik geregistreerd moeten worden?’

‘Je moet de politiek in,’ kon Marijnissen alleen nog uitbrengen nadat Tan rustig had uitgelegd waarom deze maatregel hem veel te drastisch en onnodig grievend leek.

Was Tan van plan om in die uitzending over Wilders te beginnen? ‘Nee, ik was uitgenodigd om een voorbeschouwing te geven over het WK voetbal, dat de volgende dag zou beginnen. Ik werd die middag gebeld, de redacteur vertelde dat er drie politici aan tafel zouden zitten. Of ik dacht iets te kunnen toevoegen. Bij RTL Boulevard had ik net Balkenende, Wilders en Rutte geïnterviewd, ik was goed op de hoogte. De redactie van Boulevard had ons al eerder alle partijprogramma’s gegeven. Met Peter van der Vorst nam ik ze door. Hij zag het ’t eerst: “Kijk eens wat daar staat: etnische registratie!”‘

Waarom bracht je dat niet ter sprake tijdens het interview met Wilders bij Boulevard?

‘Boulevard moet laagdrempelig zijn. Ik had maar acht minuten en er waren een paar thema’s die ik wilde aansnijden: de multiculturele afgrond, de nachtmerrie waar Wilders over spreekt, en die heb ik gepakt, samen met Henk en Ingrid, dat paste beter bij ons publiek dan de vraag waar ik moest blijven, Humberto. Want ik ben onderdeel van die nachtmerrie.

Bij Knevel & Van den Brink kon ik juist heel goed over etnische registratie beginnen, ik ging er vanuit dat Verhagen, Kamp en Marijnissen die passage ook wel hadden gelezen. Het verraste me dat dat niet zo was. Ik zag de presentatoren even twijfelen of wat ik zei wel klopte. Maar ik lul niet uit mijn nek, wat ik zeg moet feitelijk juist zijn. De drie politici vroegen zich ook af waarom deze zinsnede niet eerder tot ze was doorgedrongen. Misschien is het wel heel kwalijk wat ik nu ga zeggen, maar ik denk dat het misschien wél gezien is op de kantoren van de SP, de VVD of het CDA. Maar in verkiezingstijd Wilders aanvallen, was niet handig geweest, dus lieten ze het maar. Uit opportunisme, en dat is kwalijk.’

Heb je veel reacties gehad?

‘Onvoorstelbaar veel. Ik was zo verbaasd. Ook via Facebook en Hyves stroomden berichten binnen. Zelfs uit het buitenland, uit Afrika en Zuid-Amerika, terwijl ik helemaal niet het gevoel had dat ik iets bijzonders had gedaan. Anderen voelden zich gesterkt en dat trof me. Iemand uit de voetbalwereld stuurde me een bericht. Humberto, jongen, schreef hij, weet je al hoe lang ik met een knoop in mijn maag de politiek volg? Mijn kinderen zijn half Nederlands, maar ze worden alleen maar gezien als Marokkanen, ik wist niet hoe ik ze kon helpen. Nu denk ik dat het me gaat lukken, ik zal ze zeggen dat ze zich nooit in een hokje mogen laten duwen. Dat het gaat om wie ze zijn, niet om waar ze vandaan komen.’ Het was Mohammed Allach, technisch directeur van voetbalclub RKC. ‘Zijn reactie raakte me diep.’

Kijk naar feiten, oordeel niet op basis van percepties, het is een mantra van de jurist Tan. Neem minister van Veiligheid en Justitie Opstelten, die alsmaar roept dat hij strenger wil gaan straffen. ‘Hij gaat af op zijn gevoel, zegt hij, hij weet dat lang in de gevangenis zitten zal helpen. Hoezo? Als minister beroep je je toch eerder op onderzoeken dan op je gevoel?’

Meer een ondernemer

Van zijn vertrek bij Studio Sport heeft Tan nog steeds geen spijt, ook al mislukte het avontuur met Talpa. De NOS was goed voor hem, ook in de tijd dat zijn moeder en broer overleden, maar hij begreep niet waarom hij geen radiocolumn voor Radio 538 mocht doen op uitnodiging van de populaire dj Edwin Evers. Juist omdat de NOS op zoek was naar jonge kijkers, leek het Tan een geweldige kans. Daar dacht de NOS anders over, Radio 538 was de concurrentie. Tans argument dat collega’s wel in sportbladen mochten schrijven werd terzijde geschoven: ‘Je hebt gelijk, maar toch doen we het niet.’

Tan is eigenlijk meer een ondernemer dan een journalist, zijn leven moet en zal hij in eigen hand houden. Dat blijkt ook uit het boek Rondom Tan dat vorig jaar verscheen, waarin hij praat met tien mannen die hem inspireerden. Wat duidelijk wordt uit gesprekken met onder anderen meubelmaker Piet Hein Eek en vriend en advocaat Robert Geerlings, is dat Tan zijn eigen man wil zijn.

Zegt nooit iemand dat je wat veel tegelijk doet?

‘Jawel, maar het gaat goed zo.’

Waar komt die gretigheid vandaan?

‘Weet ik niet, ik ben oneindig nieuwsgierig. Bij BNR heb ik het over de wereldpolitiek maar de sfeer bij Boulevard is leuk, het programma is goed gemaakt, er kijken meer dan een miljoen mensen naar en ik kan er regelmatig mijn juridische kennis gebruiken.’

Heeft het niet iets ranzigs om te praten over andermans liefdesleven?

‘Nee, want het is entertainmentnieuws. Als ik het over voetbal heb, wordt de teen van Sneijder relevant, en bij entertainment de jurk van Yolanthe. Bij BNR is dat de positie van Khadaffi.’

Als ‘Boulevard’ over de schreef zou gaan, zou je dan protesteren?

‘Ja. Ik presenteerde die avond toen de beelden van een zoenende Wesley Sneijder en Yolanthe in een parkeergarage getoond werden. Dat kon, vond ik, omdat ze allebei single waren. Met het tonen van de beelden van een kussende Georgina Verbaan een jaar eerder had ik zeker moeite gehad, omdat ze toen nog een relatie met Jort Kelder had. Dat is mij te heftig. Maar goed, je grens bepaal je door hem af en toe te overschrijden.’

Ten koste van anderen?

‘Dat gebeurt ook in gewone journalistiek, geïnterviewden worden soms verkeerd geciteerd, voortdurend voelen mensen zich fout behandeld. Daar doet de Raad voor de Journalistiek dan een uitspraak over. Vergeet niet dat veel bekende Nederlanders ons benaderen, ze hebben er bijna alles voor over om in RTL Boulevard te mogen komen. Sterren zijn vaak sterke mensen die veel kunnen hebben.’

Als ik hem vraag wat hij nog zou willen doen, is zijn antwoord opmerkelijk. Hij wil geen eigen talkshow, of Nieuwsuur presenteren, nee, Humberto Tan wil op pad met Cesar Millan, de hondenfluisteraar. ‘Nou moet je niet gaan lachen, ik heb nog nooit van mijn leven een hond gehad, maar ik vind die man fantastisch. De uitzendingen zijn dagelijks op National Geographic, ik heb een dvd-box en binnenkort komt hij naar Antwerpen en naar Amsterdam om een lezing te geven, zonder honden. Ik heb kaartjes voor beide optredens.’

Mensen en honden lijken op elkaar, zegt Tan. ‘Millan deelt honden in twee categorieën: het zijn of leiders of volgers. Lastige honden corrigeert hij niet fysiek, maar psychologisch. Millan heeft zicht op hoe onze energie loopt. Hoe een slecht humeur van mens op dier kan overslaan. Bij die man zou ik een maand kunnen blijven. Hij doet me denken aan de bioloog Frans de Waal, die ook in mijn boek staat. Wij zijn ook zoogdieren en we kunnen veel leren van de relatie tussen mens en dier.’

Tan zou graag een tijd in Afrika willen wonen, of in Amerika. De mogelijkheid om de wereld te zien, dingen mee te maken, je ergens vestigen en opnieuw te beginnen, spreekt tot zijn verbeelding. Hij is niet bang voor mislukkingen. Alles beter dan een nauwkeurig uitgestippeld toekomstplan. Dat lijkt hem eerder beklemmend dan aantrekkelijk.

Tan veert op als hij begint over Philipp Rösler, de Duitse minister van Volksgezondheid, een achtendertigjarige geadopteerde Vietnamees. ‘Hoe kan Angela Merkel toch zeggen dat de multiculturele samenleving is mislukt? Hij is er gewoon!’

Aan de andere kant: ‘Mijn moeder zei altijd: wanneer ze ons wegsturen, zetten ze jou en mij op de boot. Als je niet uit Suriname komt, ga je niet op de boot. Dus je moet wel weten: je bent te gast hier! Jíj wordt op die boot gezet, zo zei zij het. En dat was heel goed van haar gezien.’

Want?

‘Het geeft aan: je bent welkom, je bent Nederlander, maar if the worst comes to the worst, ga jij op de boot.’

Hou jij daar ook rekening mee?

‘Ja natuurlijk. Op dit ogenblik worden in politieke discussies vooral de verschillen benadrukt. Minister Kamp wil in bepaalde buurten hulpverleners inzetten om alle gezinnen daar preventief te begeleiden. Mijn moeder zou woedend zijn geworden, ze had het niet gepikt als iemand zich zomaar met haar opvoeding was gaan bemoeien terwijl daar helemaal geen aanleiding voor was. We moeten verschillen overbruggen. Mensen tegen elkaar opzetten lijkt de makkelijkste weg, maar leidt uiteindelijk nergens toe.’

Humberto Tan (Paramaribo 1965)

1993 – In dienst van de NOS, eerst als presentator van het NOS Journaal, later Studio Sport

2005 – Overstap naar Talpa, dat twee jaar later door RTL werd overgenomen

2008 – RTL Boulevard

2010 – Presentator bij BNR

Tan is ambassadeur van het Rode Kruis, WNF en Orange Babies, en voorzitter van de Neder­land­se Straatvoetbalbond

Dit artikel stond op 4 mei 2011 in Vrij Nederland en bieden we voor de gelegenheid gratis aan. Je zou kunnen overwegen ons te steunen door een (proef)abonnement te nemen.