‘Joodse paranoia’, zei een criticus over Howard Jacobsons nieuwe roman ‘J’, die een wereld beschrijft enkele generaties na een traumatische gebeurtenis. ‘Ik vind die uitdrukking eerlijk gezegd nogal verontrustend,’ zegt de schrijver. ‘Of is dat mijn joodse paranoia?’

‘De joden zijn compleet verdwenen in de wereld van mijn roman,’ zegt Howard Jacobson opgewekt. ‘Daarentegen heeft iedereen wel een joodse achternaam. Het is een omkering van een bekender fenomeen: dat joden een andere naam kiezen om niet meer als zodanig herkenbaar te zijn. Of zelfs, zoals in Engeland na de Tweede Wereldoorlog, omdat veel joodse namen gek genoeg te Duits klonken. Het idee om dat proces om te draaien, bezorgde me tijdens het schrijven veel plezier.’

En dus hebben de personages een Keltisch of Welsh klinkende voornaam in J, het nieuwe boek van Jacobson, maar dragen ze achternamen als Rabinowitz, Solomons, Morgenstern, Gutkind. En uiteraard is er ook een Cohen bij. Kevern...