Renske Keizer is de allereerste hoogleraar vaderschap. Dat is hard nodig: Nederland bungelt al jaren onderaan internationale vaderschapsverloflijstjes. ‘We houden hier halsstarrig vast aan het idee dat moeders de primaire opvoeders zijn en vaders het grootste inkomen verdienen.’

Zeker één keer per week ontvangt Renske Keizer een schrijnende mail van een getroebleerde vader. De een dreigt de strijd om het voogdijschap te verliezen, de ander mag zijn kinderen niet zien en een derde wordt door zijn ex beschuldigd van mishandeling of misbruik van hun kind. Of zij als hoogleraar Vaderschap hulp kan bieden, luidt meestal het einde van de wanhoopskreet.

Ook krijgt ze regelmatig het verzoek om als expert op te treden bij de rechtbank. Keizer: ‘Laatst schreef een meneer dat zijn ex-vrouw hem om de oren zwaaide met literatuuronderzoek waarin staat dat de moeder de belangrijkste hechtingsfiguur is en de vader geen enkele relevante functie heeft. Dat wilde ze als bewijs aanvoeren bij de voogdijzaak. “Kunt u alstublieft komen vertellen dat de vader wél heel belangrijk is?” smeekte die man.’

Wat doet u met zo’n verzoek?
‘Daar ga ik nooit op in, want ik wil geen partij kiezen. Ik hoor toch steeds maar één kant van het verhaal. Meestal stuur ik een paar zinnen van troost, zoals “goh, wat een ontzettend verdrietige situatie” of “wat vervelend dat u zich zo voelt”. En daarna verwijs ik ze door naar de juiste instantie. Deze man heb ik ook gewezen op mijn oratie Waar staat papa?, waarin ik refereer aan hedendaagse onderzoeken over het belang van betrokken vaders. In de eerste klassieke studies over de hechtingstheorie ging het inderdaad vooral over de rol van de moeder en werd die van de vader grotendeels vergeten. Inmiddels is er meer kennis beschikbaar.’

Batmanpakken

Zelf zal Keizer (33) daar de komende jaren nog een flinke schep bovenop doen. Sinds afgelopen april mag ze zich de allereerste hoogleraar vaderschap ter wereld noemen. Vanuit die bijzondere leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam onderzoekt ze óf en op wat voor manier vaders een unieke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van hun kinderen. Daarnaast blijft ze universitair hoofddocent sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar ze zich de afgelopen jaren in het onderwerp vaderschap heeft gespecialiseerd.

De leerstoel is een initiatief van het Vader Kennis Centrum. Dat is toch ooit opgericht door gescheiden vaders die hun kinderen niet mochten zien?
‘Dat klopt. Ze hebben jaren geleden – gekleed in Batmanpakken – actie gevoerd bij de rechtbank in Utrecht. Maar sindsdien hebben ze zich ontwikkeld. Tegenwoordig stimuleren ze, zoals ze het zelf noemen, vader-inclusief beleid. Ook proberen ze een bredere doelgroep te bereiken.’

Vaak is alleen naar hoogopgeleide vaders gekeken. Het risico bestaat daardoor dat de invloed van vaders wordt overschat

Toch hebben ze nog steeds een duidelijk belang, lijkt me.
‘Absoluut, ze komen vooral voor vaders op. Bij mijn sollicitatie kreeg ik te zien welke onderwerpen het kenniscentrum graag behandeld zou zien, zoals: wat is de invloed van vaders op de ontwikkeling van hun kind en wat is het nut van vader-inclusief beleid. Ik zei: “Ik kan best mijn ei kwijt in jullie onderwerpen, maar als mijn onderzoek aantoont dat vaders géén unieke rol blijken te vervullen, moet ik vrij zijn dat te publiceren.”’

Hoe groot is die kans? In uw oratie verwijst u al naar diverse onderzoeken die een unieke rol aantonen. Zo zouden kinderen van vaders die veel met ze stoeien en ze voorlezen betere schoolresultaten halen en meer vrienden hebben.
‘Ja, op basis van eerdere literatuur lijkt die unieke rol er inderdaad te zijn. Maar het onderzoek hiernaar staat nog in de kinderschoenen en bevat veel lacunes. Zo zijn veel studies gebaseerd op slechts één meetmoment en dat roept de vraag op wat oorzaak is en wat gevolg: zijn vaders betrokken omdat hun kind het zo goed doet of ontwikkelt het kind zich omdat de vader betrokken is?

Ook is er vaak alleen naar hoogopgeleide vaders gekeken van wie de kinderen zich door genetische overdracht en betere economische hulpbronnen over het algemeen sowieso beter ontwikkelen. Het risico bestaat daardoor dat de invloed van de betrokken vaders wordt overschat.’

Wilde het kenniscentrum niet liever een man als bijzonder hoogleraar Vaderschap?
‘De sollicitatieprocedure werd gecoördineerd door de Universiteit van Amsterdam in samenspraak met het kenniscentrum dus dat weet ik niet.’ Met triomfantelijke blik: ‘Van de vijf kandidaten was ik de enige vrouw. Kennelijk is er vooral op kwaliteiten geselecteerd.’
Wel vermoedt Keizer dat sommige medewerkers van het kenniscentrum verrast waren dat de keuze op haar viel. ‘Van verschillende mannen daar kreeg ik te horen: “Wat bijzonder dat de hoogleraar Vaderschap een vrouw is.” Terwijl dat me zelf juist een groot voordeel lijkt. Bij een man kan snel gezegd worden: “Zie je wel, hij preekt voor eigen parochie.”’

De rol van de moeder

Bij haar onderzoeken naar de betrokkenheid van vaders wil Keizer vooral bekijken welke rol die spelen bij de grote verschillen in ontwikkeling tussen kinderen uit hogere en lagere sociale klassen. Keizer: ‘Die ongelijkheid in zowel cognitieve als sociaal-emotionele ontwikkeling neemt steeds meer toe. Dat gebeurt zelfs al op heel jonge leeftijd als de kinderen nog niet naar school gaan. Dan móét het dus iets met de ouders te maken hebben.’

Aan de moeders kan het volgens de wetenschapster niet liggen. ‘Als socioloog met een demografische achtergrond weet ik dat de betrokkenheid van moeders tussen de hogere en lagere klassen veel minder uiteenloopt dan die van vaders. Daarom wil ik weten of de opvoedingspraktijken van vaders een belangrijke rol spelen in het vergroten van de kloof in de ontwikkeling tussen kinderen uit verschillende sociale klassen.’

Bij haar studies wil ze niet alleen de band tussen vader en kind onder de loep leggen, maar de hele omgeving erbij betrekken. Wat is de rol van de moeder, welke invloed hebben andere familieleden en vrienden en kennissen? En hoe zit het met de invloed van biologische vaders in gescheiden gezinnen, als er ook een stiefvader aanwezig is? Ook wil Keizer weten of en hoe verschillen in overheidsbeleid een rol spelen. Daarom gaat ze een studie verrichten naar de verlofregelingen voor vaders over de landsgrenzen heen. Haar verwachting: het Nederlandse verlofbeleid versterkt de kloof tussen de ontwikkeling van kinderen in hogere en lagere klassen.

Foto: Vader Kennis Centrum/CC/Flickr

Keizer: ‘Als je kijkt naar de verlofregelingen in de landen om ons heen, komen Nederlandse vaders er met twee dagen betaald verlof – vanaf 2019 zijn dat er vijf – nogal bekaaid vanaf. Vorig jaar nog heeft Nederland een advies van de Europese Commissie aan alle lidstaten om in ieder geval twee weken betaald verlof in te stellen naast zich neergelegd. Duitsland en België hebben daar wel gehoor aan gegeven. Wil je hier echt een betrokken vader zijn, dan moet je dus onbetaald verlof opnemen. En dat kunnen over het algemeen alleen hoogopgeleide mannen zich permitteren. Met als gevolg dat zij meer tijd aan hun kroost kunnen besteden en de kloof nog verder wordt versterkt.’

Waarom wijkt het Nederlandse verlofbeleid zo af van dat in andere westerse landen?
‘Onze opvattingen over de opvoeding zijn nog steeds traditioneel. We blijven halsstarrig vasthouden aan het idee dat moeders de primaire opvoeders zijn en vaders het grootste inkomen verdienen. Dat zie je overal terug. Op veel scholen staat stelselmatig aan het begin van het jaar op een bordje: “Overblijfmoeders gezocht”. Waarom staat daar niet “overblijfouders”?

En als ik op de Erasmus Universiteit een lezing geef over vaderschap, wordt dat bij de studie pedagogiek als een soort restpost gevoegd bij het vak “Non-maternal care”. Daar heeft vaderschap een plekje naast onderwerpen als kinderopvang en buitenschoolse opvang. Verder zie je dat het opnemen van ouderschapsverlof door vaders in veel bedrijven nog niet echt wordt geaccepteerd. Uit een onderzoek waarbij carrièrepaden van zowel deeltijd- als voltijdwerkende mannen werden gevolgd, bleek dat de eerste groep minder kansen kreeg, minder promotie maakte en minder verdiende. Kortom, eigenlijk worden ze gediscrimineerd. Het gevolg is dat maar weinig mannen gebruik maken van de mogelijkheid van het opnemen van onbetaald verlof.’

Toch bleek onlangs nog uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat het aantal vaders dat ouderschapsverlof opneemt de afgelopen tien jaar bijna is verdubbeld, van 6 naar 11 procent.
‘Ja, dat is natuurlijk mooi. Maar als je kijkt naar de onderliggende gegevens, zie je dat die toename vooral wordt veroorzaakt door hoogopgeleide mannen in de publieke sector. Daar is het over het algemeen iets meer geaccepteerd. Maar over de hele linie blijft het percentage mannen dat verlof opneemt erg laag. Zeker als je bedenkt dat ongeveer dertig procent van de vaders aangeeft het wel te willen. Zij zeggen het salaris niet te kunnen missen of te vrezen voor negatieve gevolgen op het werk.’

We houden halsstarrig vast aan het idee dat moeders de primaire opvoeders zijn en vaders het grootste inkomen verdienen

Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste ter wereld, blijkt uit diverse onderzoeken. Hoe verhoudt ons ouderwetse vaderschapsbeleid zich tot die hoge geluksfactor?
‘In die onderzoeken wordt geluk meestal gemeten aan de hand van objectieve indicatoren van een land, zoals veiligheid, politieke stabiliteit, kwaliteit van scholing en gezondheidszorg. En ja, dan scoort Nederland inderdaad heel hoog. Maar dat is iets anders dan hoe gelukkig je je als kind voelt.’

De Sociaal Economische Raad, waaraan ook de werkgevers deelnemen, adviseerde het kabinet afgelopen maand om uitbreiding van betaald ouderschapsverlof voor vaders serieus te gaan onderzoeken. Ook pleiten zowel D66 als de PvdA in hun verkiezingsprogramma’s voor drie maanden betaald verlof. Is er een kentering gaande?
‘Het advies van de SER is een stapje in de goede richting, maar veel liever had ik een concrete aanbeveling gezien van een vast aantal weken of maanden betaald verlof.
Maar inderdaad, er lijkt een soort momentum van verandering aan te komen. Ik merk in ieder geval dat werkgevers het onderwerp de afgelopen jaren belangrijker zijn gaan vinden. Vroeger waren ze vaak afwezig bij vergaderingen hierover, nu denken ze meer mee en lijken ze zelfs bereid iets te bewegen.’

Hoe komt dat?
Korte stilte. ‘Eigenlijk heb ik daar alleen een lekenverklaring voor. Grote bedrijven als Facebook en Google proberen zich te profileren met ruime verlofregelingen. Steeds meer werkgevers zien het als een manier om zichzelf aantrekkelijk te maken. Ze beginnen door te krijgen dat ook voor mannen de werk-privébalans steeds belangrijker wordt.’

Voor hoeveel betaald verlof voor vaders pleit u zelf?
‘In verkiezingstijd moet je altijd meer vragen dan je wilt, maar eerlijk gezegd zou ik met een maand betaald verlof voor vaders al heel blij zijn. En dat lijkt me ook wel reëel. In Scandinavië zijn er niet veel vaders die méér dan een maand verlof opnemen, terwijl ze in Zweden zelfs drie maanden betaald thuis kunnen zitten. Maar wat reëel is, hangt ook af van wat voor regering er zal komen.

In Denemarken was voorheen onder het sociaal-democratische bewind een ruimhartig vaderschapsverlof ingesteld. Op de arbeidsmarkt was het na een tijdje ook geaccepteerd, maar liefst negen van de tien mannen maakten er gebruik van. Maar toen een centrumrechtse regering aan de macht kwam, schafte die de regeling meteen af. Daarmee zou de overheid zich te veel mengen in het privéleven, was de verklaring. Er werd gedacht dat mannen ook wel onbetaald verlof zouden blijven opnemen. Maar zonder die financiële prikkel haakten de meesten af.’

Moeizame relatie

Zelf heeft Keizer nooit aan den lijve mogen ervaren wat de voordelen zijn van een betrokken vader. Op haar tweede scheidden haar ouders en na een jarenlange moeizame relatie met haar vader heeft ze sinds haar twaalfde helemaal geen contact meer met hem. Ze wil er weinig over kwijt. ‘Ik wil niet dat mensen denken dat ik met een gekleurde blik mijn onderzoeken uitvoer.’ Na enige aarzeling: ‘Het zou wel kunnen dat de afwezigheid van een vader in mijn eigen leven heeft meegespeeld in mijn fascinatie voor het onderwerp.’

Keizer is hoogbegaafd en studeerde op haar eenentwintigste cum laude af in de algemene sociale wetenschappen. Daarna promoveerde ze op een proefschrift naar de oorzaken en gevolgen van kinderloosheid voor vrouwen én mannen. De gevolgen voor die laatste groep bleken – tegen de verwachting in – net zo ingrijpend te zijn. Na haar promotie is ze bij de Erasmus Universiteit aangesteld als universitair docent en later als universitair hoofddocent sociologie. Vanuit die posities is ze gaan onderzoeken welke veranderingen mannen ondergaan na het krijgen van een kind. Nu belicht ze vanuit haar leerstoel dus juist de andere kant van het spectrum: welke invloed heeft vaderschap op kinderen.

In Nederland voelen vrouwen zich de koningin van het opvoedingsdomein. Dat komt ook doordat de buitenwereld dat van ons verwacht

Kinderen zonder een betrokken vader hebben een hoger risico op slechtere schoolprestaties en een grotere kans om het criminele pad op te gaan, blijkt uit onderzoek. U lijkt zelf het bewijs van het tegendeel.
‘Op zich is dat een valide onderzoek, maar het is slechts gebaseerd op één meetmoment. Ook is er geen rekening gehouden met de omstandigheden van gebroken gezinnen. Een situatie van armoede bijvoorbeeld kan net zo goed invloed hebben op de ontwikkeling van een kind. Ik verwacht dat er iets te veel is toegeschreven aan het ontbreken van een betrokken vader.’

Een ander onderzoek toont aan dat dochters van betrokken vaders meer participeren op de arbeidsmarkt en de zonen juist meer aan het huishouden doen.
‘Ja, dat onderzoek is wat nieuwer en vollediger. Wat je daarin ziet, is dat als vaders meer gender egalitair gedrag vertonen, hun kinderen dat ook doen. Met andere woorden: als vaders de traditionele rolpatronen doorbreken, volgen hun kinderen vaak dat voorbeeld.’

Bent u als kind zonder betrokken vader nou een grote uitzondering op al die onderzoeken?
‘Nou ja, het gaat natuurlijk steeds over gemiddelden. Dus er zitten meer uitschieters bij. En een verklaring zou kunnen zijn dat ik ben opgevoed door een heel liefdevolle hoogopgeleide moeder die altijd heeft gezorgd voor mannelijke rolmodellen in mijn leven, zoals een stiefvader en een oom.’

Keizer denkt even na. ‘Weet je wat trouwens grappig is?’ zegt ze dan met een glimlach. ‘De mannen met wie ik zelf relaties had, kwamen allemaal uit een heel hecht gezin. Je zou bijna denken dat ik ze daarop heb geselecteerd. Met mijn schoonvader heb ik bijvoorbeeld een warme band. Bij een van mijn eerste grote optredens als hoogleraar, op het Gala van de Wetenschap in de Amsterdamse Stadsschouwburg, zag ik hem samen met mijn schoonmoeder ineens in de zaal zitten. Hij wilde me verrassen. In andere omstandigheden zou mijn vader daar waarschijnlijk hebben gezeten.’

Uiteenlopende ideeën

Keizer heeft zelf drie kinderen, van wie de oudste samen met een ex-partner. ‘Ik dacht altijd: ik ga het beter doen dan mijn eigen ouders. Ik wilde zo graag een hecht gezin. Maar ja, inmiddels ben ik zelf ook gescheiden.’ Haar voormalige partner en zij hadden uiteenlopende inzichten over de opvoeding en de verdeling van de zorgtaken. Die leidden uiteindelijk tot een breuk. Maar het contact met haar ex is altijd goed gebleven. ‘We hebben co-ouderschap geregeld, Johan is een heel betrokken vader.’

Keizer werkt fulltime. ‘Het moederschap alleen is voor mij niet genoeg. Ik heb te veel ambitie.’ Net als haar huidige partner werkt ze één dag per week thuis, de andere dagen gaan de kinderen naar de opvang. Hoewel de zorgtaken netjes zijn verdeeld, is Keizer zelf maar al te bekend met het fenomeen maternal gatekeeping, waarbij moeders de rol van primaire opvoeder claimen en daarbij niet te veel inmenging dulden.

‘Moeders willen toch vaak de leiding houden, dat merk ik zelf ook. In Nederland voelen wij vrouwen ons de koningin van het opvoedingsdomein. Dat komt ook doordat de buitenwereld dat van ons verwacht. Toen mijn man laatst naar het consultatiebureau ging, vroeg de verpleegkundige: “Is uw vrouw ziek?” Meestal maak ik zelf de afspraak voor een moment dat alleen ik kan. Daarmee zet ik mijn partner een beetje buiten spel. Ook leg ik iedere avond de kleren voor alle kinderen klaar.’ Lachend: ‘Maar mijn man heeft ze alledrie leren fietsen.’

Foto: Bert Verhoeff/HH

Waar moeders beschermender zijn, leren vaders hun kinderen – op gecontroleerde wijze – risico’s te nemen en te experimenteren, zo tonen diverse studies aan. Hun spelgedrag is wat ruwer, spannender en uitdagender, het zogenaamde rough-and-tumble play. Goed voor de cognitieve ontwikkeling van kinderen zou zijn dat vaders in hun communicatie wat ingewikkelder zinsconstructies gebruiken, terwijl moeders hun taalgebruik meer aanpassen aan het niveau van het kind.

Vorig maand presenteerde Keizer op het vaderschapssymposium dat het kenniscentrum jaarlijks organiseert haar eigen, nog niet gepubliceerde, onderzoeksbevindingen over deze hypothese. Keizer: ‘Als je alle ruis weghaalt, zoals het opleidingsniveau, inkomen, samenstelling gezin, dan zie je duidelijk dat hoe gelijkwaardiger de rolverdeling tussen vaders en moeders is bij het voorlezen en spelgedrag, hoe beter het kind zich cognitief ontwikkelt. Dat suggereert wel dat ook vaders een unieke bijdrage leveren.’

Maar een belangrijke vraag blijft dan nog of vaders van moeders verschillen doordat zij van nature anders omgaan met hun kinderen óf doordat ze minder en andere taken op zich nemen. Keizer: ‘Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat vaders complexere taal gebruiken bij hun kinderen omdat ze meer buitenshuis werken en dus gewoonweg minder goed op de hoogte zijn van het niveau van hun kinderen. In mijn onderzoek daarnaar wil ik allerlei soorten ouderparen bekijken: traditionele ouders, ouders met een gelijke rolverdeling of waarbij de vader juist meer zorgtaken heeft, homoseksuele en lesbische ouders.’

En uit dat onderzoek zou dus kunnen komen dat vaders toch geen unieke rol hebben.
‘Ja, maar dat er wél een verschil is tussen de bijdrage van de primaire opvoeder en die van de secundaire opvoeder.’

Dat is, denk ik, niet wat het kenniscentrum wil horen.
‘Misschien niet. Maar dat is dan wel wat ik ga publiceren.’

WIE Renske Keizer (1983)

BEKEND VAN Keizer is afgelopen april aan de Universiteit van Amsterdam benoemd tot de allereerste hoogleraar Vaderschap ter wereld. Haar kernvraag voor de komende jaren: ‘Hebben vaders een unieke invloed bij de opvoeding van hun kinderen?’ Eerder promoveerde Keizer op de gevolgen van kinderloosheid voor vrouwen én mannen en deed ze onderzoek naar de veranderingen die mannen ondergaan na het krijgen van kinderen.

WAAROM Nederland bungelt al jaren onderaan internationale vaderschapsverloflijstjes. Nog steeds overheersen traditionele opvattingen en wordt de moeder gezien als koningin van het opvoedingsdomein. Afgelopen maand adviseerde de Sociaal Economische Raad het kabinet serieus onderzoek te doen naar de mogelijkheden van betaald vaderschapsverlof. Een kleine doorbraak, aangezien de werkgevers nu ook overstag lijken te zijn.

ENZ In haar werkkamer ligt een exemplaar van de Viva Papa met daarin een interview met Keizer. Het tijdschrift voor vaders is dit jaar één keer uitgekomen ter ere van vaderdag. Die eenmalige uitgave is typisch voor de ondergewaardeerde rol van vaders in ons land, vindt Keizer.