Met de komst van Denk beginnen zich etnische scheidslijnen af te tekenen in de Tweede Kamer, een heel nieuw fenomeen. Alle kans dat de verkiezingscampagne in het teken komt te staan van ‘ons tegen hen’.

Hoera, Nederland heeft weer eens de internationale pers gehaald! Lodewijk Asscher, Geert Wilders, Tunahan Kuzu, Selçuk Öztürk en niet te vergeten Sylvana Simons figureren in een artikel dat het gezaghebbende Britse weekblad The Economist aan de opkomst van partij Denk heeft gewijd.

Vlak bij het Binnenhof, ons eigen Borgen, en het Vredespaleis begint zo’n beetje de Derde Wereld, signaleren de Britten. Buurten vol Ghanese kapperszaken, Turkse theehuizen, vrouwen met hoofddoekjes en mannen in djellaba kent Den Haag. Daar wonen mensen die tot voor kort trouw hun stem uitbrachten op centrumlinkse partijen als de PvdA maar bij de volgende verkiezingen weleens de voorkeur zouden kunnen geven aan Kuzu en Öztürk. The Economist heeft niet ver van het regeringskwartier een Marokkaanse slager ontmoet die bereid was deze electorale trend te bevestigen. Vanachter zijn toonbank vol broodjes shoarma laat de 31-jarige Jamal weten dat hij de sociaaldemocraten spuugzat is. Nederland is zich onder invloed van Wilders steeds harder gaan opstellen tegen immigranten en moslims, zegt hij. Werkgevers en politie doen aan ‘etnische profilering’. De sociaaldemocraten nemen de slachtoffers daarvan te weinig in bescherming. Vandaar dat Jamal serieus overweegt in 2017 op Denk te stemmen.

Hoe vaak hebben mijn buitenlandse collega’s Nederland nu al tot gidsland uitgeroepen? Eerst omdat we coffeeshops en softdrugsverkopers gedoogden, toen omdat we voorop liepen in het verzet tegen de kruisraket. Rond de eeuwwisseling begon de wind uit een andere hoek te waaien: Pim Fortuyn was een van de eerste Europese politici die de geïndividualiseerde samenleving tegen de ‘achterlijke islamitische cultuur’ wilde verdedigen en dat leverde opnieuw reeksen artikelen op in Der Spiegel, Die Zeit en The Economist. Nu met Nederland in de rol van proeftuin van het rechtspopulisme. Anno 2016 voorspellen de Britten dat de Tweede Kamer het eerste parlement wordt waar etnische scheidslijnen de politiek gaan bepalen.

Tot nu toe konden sociaaldemocratische en andere linkse partijen zeker zijn van de steun van de etnische minderheden, rekent The Economist voor. Bij de Oostenrijkse parlementsverkiezingen stemde bijna zeventig procent van de immigranten op de sociaaldemocratische SPö, onder autochtone Burgenlanders, Karinthiërs en Tirolers scoorde de partij veel lager: iets meer dan dertig procent. Meer dan negentig procent van de Franse moslims zag bij de presidentsverkiezingen van 2012 in François Hollande de ideale bewoner van het Elysée-paleis. Wel keerde een deel van hen zich tegen Hollande toen hij twee jaar later het homohuwelijk legaliseerde.

Spanning tussen de sociaaldemocratische principes en de conservatieve normen en waarden van het islamitische electoraat doet zich overal in Europa voor. Maar nergens ontstond nog een partij die zich ten doel stelt Turken, Marokkanen en Surinamers tegen de gevestigde orde te mobiliseren. Dat doet Denk in Nederland wel.

Het brengt The Economist op de vraag: blijven de etnische minderheden in Europa de mainstream politiek trouw of zullen ze hun eigen partijen gaan oprichten? Het Britse weekblad maakt er geen geheim van weinig gelukkig te zijn met afscheidingsbewegingen als Denk. Politieke partijen zijn er om de brug tussen mensen te slaan, niet om verdeeldheid te zaaien. Als in het kielzog van de rechtspopulisten ook moslims en immigranten de oorlog aan het politieke midden verklaren, leidt dat ertoe dat de polarisatie nog verder oplaait. ‘Dan wordt het ons tegen hen,’ profeteert PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch in The Economist.

Helemaal uit de lucht gegrepen lijkt de angst van de Amsterdamse oud-politieman me niet. In februari van dit jaar volgde ik een debat dat de Tweede Kamercommissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voerde over discriminatie op de arbeidsmarkt. Minister Asscher werd van twee kanten in de tang genomen. Machiel de Graaf van de PVV vond het onzin dat werkgevers autochtonen niet mochten voortrekken boven Marokkaanse en Turkse sollicitanten: ‘Discrimineren is een biologisch feit; we maken nu eenmaal onderscheid.’ Selçuk Öztürk noemde de sociaaldemocratische politicus juist de ‘minister van discriminatie’. Hij sleepte er zelfs Asschers joodse vader en grootvader met de haren bij: ‘Hoe kan deze minister, met zijn afkomst, accepteren dat mensen hun naam, afkomst en religie aan de kant moeten zetten om een baan in Nederland te krijgen?’

De Graaf en Öztürk gingen ook elkaar verbaal te lijf. Öztürk: ‘De PVV discrimineert op basis van religie.’ De Graaf: ‘De heer Öztürk discrimineert ook. Hij afficheert zich als moslim. Als moslim weet je dat je de sharia aanhangt en die deelt de wereld in tweeën.’ De gemoederen liepen zo hoog op dat de vergadervoorzitter het nodig vond excuses aan te bieden aan de bezoekers op de publieke tribune: zo ruig als in de commissie van Sociale Zaken ging het niet altijd toe in de Kamer.

Alle kans dat de verkiezingscampagne in het teken komt te staan van ‘ons tegen hen’. Jammer voor Marcouch dat zijn angst niet wordt gedeeld door Tunahan Kuzu, Selcuk Öztürk en Sylvana Simons.