Trump en de zijnen rakelen het ene na het andere Clinton-schandaal op. Dat er geen snars van klopt, deert ze niet. Het gaat ze om het verhaal van de corrupte Hillary Clinton. En dat verhaal is al zo oud als – nou ja, niet de weg naar Rome, maar wel de jaren negentig.

New York, 22 juni. De balzaal van TrumpSoHo is in tegenstelling tot andere Trump-hotels een toonbeeld van goede smaak. In plaats van het protserige bladgoud-interieur waarin andere Trump-hotels uitblinken, straalt het donkerhouten decor van het Soho-hotel een sfeer van klassieke luxe uit. In deze intieme omgeving heeft een klein gezelschap van familieleden, vertrouwelingen en journalisten zich verzameld voor de eerste toespraak van Donald Trump waarin hij zijn visie op Hillary Clinton uiteen zal zetten. De verwachtingen zijn hooggespannen, want na weken van losse flodders over Crooked Hillary is de partij toe aan een coherente, onderbouwde aanval van de Republikeinse presidentskandidaat op zijn Democratische tegenstander.

Donald Trump stelt niet teleur. Lijkt het. Gedisciplineerd leest hij zijn tekst voor van een teleprompter. Hij maakt geen toespelingen op Bill Clintons seksuele avonturen, of Hillary’s rol daarin als een enabler, zoals hij eerder heeft gedaan. Evenmin laat hij de naam vallen van Vince Foster, Hillary’s vennoot in het advocatenkantoor in Arkansas die in 1993, toen hij juridisch adviseur was in het Witte Huis, zelfmoord pleegde en rondom wiens dood nog altijd complottheorieën wervelen. Na afloop noemt de pers Trumps toespraak zijn ‘meest presidentiële speech’.

De beruchte methodiek van de Clintonhaters: blaas dubieuze research van een journalist/schrijver op om een giga-samenzwering te onthullen.

Advertentie

Advertentie

Natuurlijk, Trump vertelde tal van onwaarheden. De factcheckers van de media zetten ze keurig op een rijtje, persbureau Associated Press had er twaalf journalisten voor nodig. Maar slechts één enkele journalist herinnerde eraan dat de methode die Trump gebruikte om nieuwe Clinton-schandalen met bewijzen te staven verdacht veel leek op de beruchte methodiek van de Clintonhaters uit de jaren negentig: blaas dubieuze research van een journalist/schrijver op om een giga-samenzwering te onthullen.
Trumps zwaarste geschut tegen Clinton is corruptie. Ze is wellicht ‘de meest corrupte persoon die ooit president heeft willen worden’, leest Trump voor van de teleprompter. ‘Ze gebruikte het State Department als haar persoonlijke hedgefund – ze verleende gunsten aan dictatoriale regimes en aan vele anderen, in ruil voor dollars.’ Bewijs hiervoor heeft Trump gevonden in het boek Clinton Cash van Peter Schweitzer, dat Trump enkele keren noemt in zijn toespraak. In Clinton Cash beweert Schweitzer dat buitenlandse overheden en bedrijven geld hebben gedoneerd aan de Clinton Foundation en voor speeches van Bill Clinton hebben betaald in ruil voor gunsten van Hillary toen zij minister van Buitenlandse Zaken was. Zowel The New York Times als The Washington Post hadden een exclusieve deal met de uitgever om als eerste over de onthullingen van het boek te publiceren. Dat pakte niet zo goed uit, bleek later, toen diverse journalisten de onthullingen onder een vergrootglas legden. Het boek stond vol fouten, verdraaiingen en verzinsels, maar de belangrijkste kritiek was dat de schrijver de claims van corruptie niet wist waar te maken.

Zoals bijvoorbeeld de claim over een Russische investering in Amerikaanse uraniummijnen, die Clinton zou hebben goedgekeurd omdat de Clinton Foundation 145 miljoen dollar had ontvangen van negen investeerders die hieraan hadden verdiend. Trump presenteert het als overtuigend bewijs van Clintons corruptie.

Maar de deal was niet afhankelijk van Clintons goedkeuring alleen, zoals Schweitzer had beweerd, maar van een panel van zeven ministers, die de deal slechts konden afkeuren als daar gegronde nationale veiligheidsredenen voor waren. Schweitzer zelf moest toegeven dat hij geen bewijs had gevonden van een quid pro quo voor de uraniumdeal. Dat deert Trump niet. Het gaat hem om het verhaal van de corrupte Hillary Clinton. En dat verhaal is al zo oud als – nou ja, niet de weg naar Rome, maar wel de jaren negentig.

Cover-up

Zo oud in feite dat ik diep de archiefkast moet induiken om de mappen over de Clinton-schandalen op te graven. Het levert muf ruikende, vergeelde krantenartikelen en notities op over Whitewater, Travelgate, Filegate, Vince Foster en Kenneth Starr, de onafhankelijke aanklager die als een moderne inspecteur Javert uit Les Misérables op jacht ging naar de vermeende misdrijven van de Clintons. De omvangrijkste map heet Clinton Bashing, zoals de aanval van rechts op de Clintons toen informeel werd genoemd. HDS, of Hillary Derangement Syndrome, is van recentere datum en overigens een term die de mainstream media mijden. Ik blader door exemplaren van de nieuwsbrief Clinton Watch en boekjes als Slick Willie die ik verzamelde op bijeenkomsten van christelijk rechts waar de Clinton-haat met name floreerde. Jammer, bedenk ik nu, dat ik de videoband van The Clinton Chronicles een paar jaar geleden in de vuilnisbak heb gegooid. Wat voor nut had een oude VHS-band over een nepschandaal als je geen videorecorder meer hebt, dacht ik indertijd in mijn opruimwoede. The Clinton Chronicles is een documentaire uit 1994 die door tele-evangelist Jerry Falwell (in 2007 overleden) was gesponsord. De documentaire is een wel heel bijzonder exemplaar van de paranoïde stijl van rechts, met bizarre verhalen over Bill Clintons misdadige verleden en als absoluut hoogtepunt de dood van Vince Foster. Die zou geen zelfmoord hebben gepleegd, hij was vermoord. En nog erger, het Witte Huis had een cover-up in scène gezet om de affaire die Foster had met Hillary Clinton geheim te houden.

Om de gaten in mijn geheugen – en mijn archief – op te vullen, lees ik The Hunting of Hillary, een e-book (gratis te downloaden op nationalmemo.com) van journalisten Joe Conason en Gene Lyons. Het is een uittreksel van hun in 2000 verschenen boek The Hunting of the President: The Ten-Year campaign to destroy Bill and Hillary Clinton. In de introductie schrijven ze dat ‘het verhaal van de Clinton-“schandalen” uit de jaren negentig ook nu nog relevant is omdat het de technieken en opvattingen documenteert die twintig jaar geleden werden gebruikt om valse beschuldigingen tegen Hillary Clinton te populariseren – en omdat dezelfde methodes nog steeds door haar politieke tegenstanders worden gebruikt.’

Byzantijnse plot

Het was allemaal, zoals vaker in provinciale politieke schandalen, begonnen met met een gronddeal. De Clintons hadden in de jaren tachtig samen met vrienden land gekocht in Arkansas met het plan er vakantiehuizen te bouwen. Ze noemden hun project Whitewater. De investering was een mislukking geworden en de verziekte relatie van de Clintons met hun oude vrienden en de bankier zou uiteindelijk leiden tot een byzantijnse plot over gesjoemel met leningen, mogelijk machtsmisbruik door Bill Clinton, toentertijd gouverneur van Arkansas, en beschuldigingen van tegenwerking van een gerechtelijk onderzoek, toen de Whitewaterdeal tijdens Clintons presidentschap werd onderzocht door Kenneth Starr en diverse Congrescommissies. Aanvankelijk hadden artikelen over de landaffaire weinig aandacht getrokken, tot, niet lang na Clintons inauguratie, Vince Foster zelfmoord pleegde. Foster was Hillary’s collega op het advocatenbureau in Arkansas geweest, was een jeugdvriend van Bill en was het echtpaar gevolgd naar het Witte Huis. De man leed aan depressies. Maar voor de Clintonhaters was de dode Foster het bewijs dat de Clintons, en met name Hillary, veel te verbergen hadden. Had Foster zelfmoord gepleegd omdat hij te veel wist over misdrijven van de Clintons toen ze in Arkansas aan de macht waren? Was hij vermoord omdat hij te veel wist over Whitewater? Was hij Hillary’s minnaar geweest? Zelfs nadat verscheidene onderzoeken van de FBI en twee onhankelijke aanklagers concludeerden dat de man zichzelf van het leven had beroofd, bleven de geruchten rondzingen. Tot op de dag van vandaag. In een interview met de Washington Post zei Donald Trump dat Foster ‘alles wist, en toen pleegde hij ineens zelfmoord’. En, voegde hij eraan toe, hij had ook gehoord dat ‘sommige mensen’ geloven ‘dat het buiten kijf staat dat het moord was’. Fosters zus, Sheila Foster Anthony, reageerde woedend in een opinieartikel in de Post. Het was ‘cynisch, schofterig en roekeloos’ om te insinueren dat haar broer was vermoord, schreef ze. ‘How wrong. How irresponsible. How cruel.’

Het Whitewateronderzoek van Kenneth Starr en de eindeloze hoorzittingen in het Congres zouden uiteindelijk niets opleveren. Hoewel oude vrienden en vijanden in Arkansas wel voor de rechter werden gesleept en veroordeeld werden, kon Starr nooit het bewijs leveren dat de Clintons de wet hadden overtreden, de rechtsgang hadden getraineerd of gelogen hadden (de Clintons waren wel de belastingdienst een klein bedrag schuldig voor de Whitewatertransactie).

Maar in zijn steeds uitbreidende onderzoek dook aanklager Starr ook in andere zaken, zoals de civiele rechtzaak die Paula Jones had aangespannen tegen Bill Clinton vanwege ongewenste intimiteiten. Zijn gegraaf vond de smoking gun: Clinton had onder ede gelogen over zijn seksuele relatie met stagiaire Monica Lewinsky. Het leidde in 1998 tot een mislukte poging om Clinton af te zetten met een impeachment procedure.

‘Jouw reputatie is fenomenaal’

Hillary zou later zeggen dat het zogenaamde Whitewater-schandaal het gevolg was van een ‘vast right wing conspiracy.’ Daar wordt tot op de dag van vandaag lacherig over gedaan. Maar in zekere zin had ze gelijk. Er bestond een ‘Arkansas project’, gefinancierd door de miljardair Richard Mellon Scaife, die dirt over de Clintons in Arkansas opgroef, dat publiceerde in rechtse media en materiaal leverde aan congrescommissies. Ook waren in die jaren Republikeinse operators actief die de media bewerkten met tips over zogenaamde schandalen. Groot was het netwerk niet, daarin vergiste Clinton zich, maar doeltreffend was het wel. Het bestookte de media en de Congrescommissies met een eindeloze stroom boeken, video’s en nieuwsbrieven. Nu, twintig jaar later, spelen de schandalen een rol in de verkiezingscampagne.

Dat is op zich opmerkelijk, want tijdens eerdere verkiezingscampagnes van Clinton – voor senator in 2000 en 2006 en de Democratische presidentsnominatie in 2008 – waren noch de Republikeinse partij, noch de media geïnteresseerd in de nepschandalen van de jaren negentig. Niemand wilde zijn vingers opnieuw branden aan Whitewater en alle andere -gates uit die tijd. Ze hadden immers, ondanks alle ophef over een mogelijke strafrechtelijke vervolging van Hillary, jammerlijk gefaald.

Maar met Donald Trump zijn de jaren negentig weer in zwang. Trump is een true believer in complottheorieën. Hij was onlangs te gast in het radioprogramma van Alex Jones, Amerika’s bekendste complotdenker, die met zijn website Infowars veel volgelingen heeft. Jones vertelde Trump dat negentig procent van zijn luisteraars Trump-kiezers waren. Trump complimenteerde op zijn beurt Jones: ‘Jouw reputatie is fenomenaal. I will not let you down.’

Seksueel roofdiergedrag

Seks was altijd een belangrijk element in de oude Clinton-schandalen. Dat is nu ook het geval. Alleen hebben de oude schandalen over de affaires van Bill een nieuwe draai gekregen, nu niet Bill maar Hillary de presidentskandidaat is. Hillary is niet langer het slachtoffer van de seksuele avontuurtjes van haar echtgenoot, maar een enabler, zoals het in hedendaags psychobabble-jargon heet. Ze wist alles van Bills affaires, maar in plaats van zich solidair te tonen met de vrouwen viel ze de vrouwen aan als leugenaars. Wat het mogelijk maakte dat Bill zijn ‘seksueel roofdiergedrag’ kon voortzetten. Volgens Donald Trump is Hillary ‘getrouwd met een man die meer vrouwen heeft mishandeld dan welke politicus ooit’: ‘Hillary heeft heel veel vrouwen pijn gedaan, vrouwen die hij heeft mishandeld,’ beweert Trump. De aanval op Hillary, hoe leugenachtig en hypocriet die ook mag zijn uit de mond van Trump, getuigt van een zekere sophistication. De afgelopen jaren spreken met name vrouwen zich uit voor de geloofwaardigheid van slachtoffers van aanranding en verkrachting. Hillary Clinton zelf heeft gezegd dat vrouwen die mannen aanklagen geloofd moeten worden.

Als ik het spoor terugvolg naar de origine van Trumps Hillary-beeld als enabler kom ik uit bij Citizen United. Een bekende naam uit de archiefmappen. David Bossie, later directeur van Citizen United, was indertijd met Floyd Brown, auteur van Slick Willy, verantwoordelijk voor Clinton Watch, de nieuwsbrief die elk pseudo-schandaal van de Clintons in detail beschreef. Later werd Bossie researcher bij de Senaatscommissie die het Whitewater-schandaal onderzocht. In 2007 produceerde Bossie de documentaire Hillary: The Movie. Buiten ultrarechtse websites was niemand geïnteresseerd in de film, pure agitprop in de stijl van de anti-Clintonfilms uit de jaren negentig. Een van de beweringen erin, zo bizar dat het bijna komisch was, trok echter de aandacht. Hillary zou wraak hebben genomen op Kathleen Willey, een oud-staflid in Clintons Witte Huis die Bill van seksuele intimidatie had beschuldigd (zelfs Kenneth Starr geloofde haar niet) door een jogger in te huren die Willey’s poesje Bullseye de nek omdraaide.

De film zou allang vergeten zijn als een rechtszaak over de distributie het Hooggerechtshof niet had bereikt. Het leidde tot de controversiële uitspraak Citizens United vs. Federal Election Commission, die de beperkingen op donaties aan de campagnes van politici en hun pacs (lobbygroepen) van bedrijven en vakbonden ophief. Het ontketende een tsunami aan geld voor verkiezingscampagnes en wordt algemeen gezien als een van de meest desastreuze beslissingen van het Supreme Court. David Bossie voer er wel bij en is nu hoofd van de super-Pac Defeat Crooked Hillary. ‘Dit is een kans om de verkiezingsstrijd te refocusen op Hillary Clinton en haar karakter, en de decennialange cultuur van corruptie rond de Clintons,’ zei Bossie in een interview.
Net als in de jaren negentig, toen de miljardair Richard Mellon Scaife de anti-Clinton-campagne financierde, heeft deze anti-Hillary-campagne ook een rijke geldschieter: hedgefunder Robert Mercer. Officieel is Bossies Pac niet gelieerd aan de Trump-campagne, maar in interviews maakten Bossie en Mercer duidelijk dat ze een gat wilden vullen in Trumps campagne. Blijkbaar waren nogal wat rijke Republikeinen huiverig om hun geld direct te doneren aan de Trump-campagne. Niettemin wilden ze wel Hillary Clinton verslaan.

Mercers dochter Rebekah was al eerder betrokken bij een anti-Clinton-onderneming. Zij financiert het non-profit Government Accountability Institute dat Peter Schweitzers boek Clinton Cash sponsorde. Ook was zij co-producent van de op het boek gebaseerde film die in mei in première ging in Cannes.

Illustratie: Typex
E-mailaffaire

Een andere anti-Clinton-naam die dankzij Trump weer terug is, is die van Roger Stone. Stone staat al sinds de Nixon-jaren bekend als een effectieve Republikein voor het vuile werk. Lang voor Donald Trump zich kandidaat stelde, werkte Stone als lobbyist voor Trumps casino’s. Aanvankelijk speelde Stone een grote rol in Trumps campagne. Nu maakt hij officieel niet langer deel uit van het campagneteam – of hij eruit is gewerkt of zelf is vertrokken, is nooit duidelijk geworden. Niettemin is Stone nog steeds een fervente Trump booster. Alleen niet langer op de kabelnieuwszenders CNN en MSNBC, die hem de toegang tot de studio’s hebben ontzegd toen Stone het wel heel bont had gemaakt met racistische en seksistische opmerkingen.

Ook Roger Stone is een extreme Hillary-hater. Zijn boek The Clintons’ War on Women (2015) graaft in hetzelfde giftige Clintonmoeras als Bossie. Ook in dit boek is Bill Clinton de verkrachter en Hillary zijn enabler. In Stones boek wordt Hillary afgeschilderd als een Lady MacBeth die de vrouwen in Bill Clintons leven demoniseert als ‘sluts’, ‘hoeren’ en ‘bitches’. Trump vond Roger Stones boek blijkbaar geweldig. Hij tweette erover, met een link naar de Amazonpagina waar het boek besteld kon worden.

Misschien is dat wel het grootste verschil tussen het Hillary Derangement syndroom van nu en de Hillary-haat uit de jaren negentig. Toen verscholen de Republikeinse operatives en dirty tricksters zich achter journalisten en Congrescommissies, nu opereren ze openlijk en bazuint een presidentskandidaat hun complottheorieën rond.
Maakt het Hillary Derangement Syndrome iets uit? Of heeft het een omgekeerde uitwerking en maakt het Hillary sterker? Er is geen makkelijk antwoord op te geven. In juni brachten de Republikeinen in het Congres hun rapport uit over Hillary’s functioneren als minister van Buitenlandse Zaken toen in 2012 het Amerikaanse consulaat in Benghazi, Libië werd aangevallen, waarbij vier Amerikanen, onder wie ambassadeur Chris Stevens, om het leven kwamen. De speciale commissie van het Huis van Afgevaardigden moest na twee jaar onderzoek concluderen dat er geen bewijs was dat Clinton de veiligheid van haar diplomaten had ondermijnd of dat ze de aanval uit politieke overwegingen verkeerd had voorgesteld. De Democratische leden van de commissie kwamen met hun eigen rapport dat concludeerde dat de hele Benghazi-affaire een politieke hit job was op een minister die een mogelijke presidentskandidaat van de Democratische partij zou worden.

Hoe geloofwaardig zijn de beschuldigingen tegen Clinton van een man die zelf een vrouwenprobleem, een waarheidsprobleem en een corruptieprobleem heeft?

In feite had Clinton de aanklacht al weggevaagd in 2015 toen ze tijdens een elf uur lange sessie de beschuldigingen van de Republikeinse politici op meesterlijke wijze had gepareerd. Maar toch. Het Benghazi-onderzoek had geleid tot de onthulling dat Clinton haar werkmail had verstuurd van een persoonlijk mailadres en een persoonlijke server had gebruikt. Déjà vu, jaren negentig, toen het pseudo-schandaal Whitewater wel een meineed aan het licht bracht.

De FBI concludeerde na een diepgravend onderzoek dat er geen reden is om Clinton strafrechtelijk te vervolgen. De hoop van de Clinton-haters om Clinton achter de tralies te zetten – gering als die was – is daarmee vervlogen. Wat niet wil zeggen dat de affaire uit het politieke discours is verdwenen. FBI-directeur James Comey noemde Clintons handelen extremely careless. Ook zei hij niet honderd procent zeker te kunnen zijn dat Clintons server niet was gehackt. Ongetwijfeld onbedoeld leverde de FBI daarmee ammunitie aan een geliefde complottheorie van Donald Trump: Amerika’s buitenlandse vijanden zouden dankzij een hack van Clintons e-mail in het bezit zijn van geheime informatie waarmee ze haar kunnen chanteren.

Die andere man

Zo werkt Hillary Derangement al twintig jaar: er is rook, dus moet ergens vuur zijn. Zelfs nu Clinton presidentskandidaat is kan ze de negatieve Amerikaanse pers niet afschudden. Diverse onderzoeken wezen uit dat Hillary van alle presidentskandidaten de meest negatieve pers kreeg. Journalisten verdedigen zich met de observatie dat Clinton de media haat en met elke eruptie van een schandaal defensief wordt en de media beschuldigt van partijdigheid. Het is een vicieuze cirkel waar ze dankzij twee mannen eindelijk uit lijkt te breken. In de eerste plaats Bernie Sanders. Had Sanders het niet klaargespeeld om een geduchte tegenstander te worden, dan was Clinton wellicht ten onder gegaan aan pseudo-schandalen. Maar in een van de eerste debatten met Clinton gaf Sanders haar groot gelijk dat ze de e-mailaffaire afdeed als een pseudo-schandaal: ‘De minister heeft gelijk,’ zei hij, ‘de Amerikaanse kiezers zijn ‘sick and tired of hearing about your damn emails’. Clinton lachte, bedankte haar tegenstander en het publiek barstte los in applaus.

En dan is er die andere man: Donald Trump. Hoe geloofwaardig zijn de beschuldigingen tegen Clinton van een man die zelf een vrouwenprobleem, een waarheidsprobleem en een corruptieprobleem heeft? Niet dat complottheorieën zich storen aan hypocrisie, zo lang ze een verhaal vertellen dat in de smaak valt bij de gelovigen.

Daarom is het moeilijk te voorspellen of het Hillary Derangement Syndroom uiteindelijk effect zal hebben. Niet alleen Bossie en Stone, tal van super pacs graven naar bejaarde schandalen. Want wie weet vinden ze iets dat tot een daadwerkelijk schandaal gespind kan worden. Zelfs als ze president wordt, zal het idee dat Hillary Clinton ooit, ergens, de wet heeft overschreden, overleven. Feiten doen er uiteindelijk niet toe.